VINKENS LAATSTE OPERATIE

Een voormalige hersenchirurg heeft ondernemend Nederland de afgelopen vijftien jaar laten zien hoe het moet. Slechts weinig bedrijven hanteerden zo'n eenduidige strategie met zulke klinkende resultaten....

OP DE documentatie-afdeling van Elseviers hoofdkantoor in Amsterdam-West zullen ze zich de scheidende topman Pierre Vinken vooral herinneren van die keer dat hun klacht over ruimtegebrek door hem persoonlijk werd behandeld. Of om in de interne terminologie te blijven: werd afgevinkt. Op de klacht, een bekende in het krap bemeten hoofdkantoor, volgde een verontrustend antwoord. Laat dat dan maar eens zien, zei Vinken.

En zo daalde op een middag de hoogste baas persoonlijk af van de negende verdieping waar de raad van bestuur zetelt. Binnen enkele uren had hij het probleem verholpen. Met behulp van een papierversnipperaar zette Vinken het mes in het historische foto-archief. Ruimte genoeg, constateerde hij tevreden na gedane arbeid.

De anecdote uit 1993 illustreert de methode-Vinken, waarin niets gaat boven het gevecht. Lang niet iedereen kan het navertellen. Zijn meest prominente slachtoffer van de afgelopen jaren is Peter Davis, de bestuursvoorzitter van Reed. Vinken beklonk drie jaar geleden met hem de fusie die hun beide concerns tot de mondiale top bracht. Maar Davis voldeed niet in de ogen van Vinken en verloor de daarop volgende machtsstrijd.

Voedingsbron voor Vinkens vechtlust is diens permanente bewijsdrift. Die wordt wel teruggevoerd op zijn relatief eenvoudige komaf, waarmee hij zich laat indelen bij de categorie naoorlogse ondernemers waartoe ook Floris Maljers van Unilever en Jan Timmer van Philips behoren. Die groep is gecharmeerd van het 'Angelsaksische denken', waar de gevestigde orde van meer regenteske bestuurders, zoals Joop Alberdingk Thijm van Kluwer of Aarnout Loudon van Akzo, van achter hun beschermingsconstructies waarschuwt voor 'Amerikaanse toestanden'.

Vinken onderscheidt zich van die generatiegenoten door meer te zijn dan ondernemer. Niet alleen is hij een gewezen neurochirurg, ook vergaarde hij internationale erkenning met kunsthistorische publicaties. Reeds als student rebelleerde hij te gen het establishment, waarvan hij later als ondernemer een even recalcitrant deel uit zou maken.

Tegenover het knusse ons kent ons-wereldje van corporate Holland bewaarde hij afstand. Typerend voor zijn nog altijd onconventionele stijl is dat zijn enige afscheidsinterview niet in de huisperiodieken Elsevier of NRC Handelsblad verschijnt, maar in De Groene Amsterdammer.

Ook op 67-jarige leeftijd is zijn bewijsdrift nog altijd onverminderd. In discussies zal deze snelle denker een ander nooit ronduit gelijk geven. 'Als een ander begint te blaffen, moet je wel terugblaffen', luidt zijn adagium. Ook in de afgelopen weken manifesteerde hij zich nadrukkelijk op de Elsevier-burelen, ondanks de naderende eindstreep - of misschien juist daarom.

Een half jaar geleden geleden had hij even de indruk gewekt het allemaal wel mooi te vinden, maar dit jaar opende hij weer als vanouds de aanval. Zo bracht hij dit jaar een zaterdagmiddag in een bibliotheek door om het effectenhuis Van Meer James Capel de oren te wassen. Analist Ton Gietman had het gewaagd een verkoopadvies voor het Elsevier-aandeel te geven. Gietman vond Reed Elsevier te groot en vatte dat als volgt samen: 'The bigger the ship, the slower it sails'. Op een bijeenkomst van analisten werd hij getrakteerd op een strikt nautische analyse van Vinken. Hoe groter de boot, hoe sneller, luidde zijn betoog.

VINKENS OOG voor storende details wordt nog scherper wanneer zijn obsessie in het geding is: het terugdringen van de interne kosten van Elsevier. Zo was eens bij de werkmaatschappijen de traditie ingeslopen om bij directeuren op maandagochtend een bloemetje op het bureau te zetten. Vinken roeide die gewoonte met wortel en tak uit door het bloemetje vergezeld te laten gaan van een persoonlijke rekening. Al snel verdwenen de bloemetjes van de meeste bureaus.

Autoleasebedrijven hebben door toedoen van Vinken ook nooit plezier aan Elsevier beleefd. Jarenlang koos hij voor een Ford Scorpio, een relatief bescheiden auto voor een bestuursvoorzitter. Volgens de ongeschreven, maar ijzeren wetten van het bedrijfsleven dwong hij daarmee zijn medebestuurders genoegen te nemen met een even sober vervoermiddel. Alle mindere goden van het tienduizend man tellende concern moesten met een nog kleinere auto genoegen nemen. Pas na de fusie met Reed en zijn vorstelijke bestuursstijl gunde Vinken zichzelf een wat chiquere Lexus.

Die keuze heeft niets te maken met ingeboren Hollandse zuinigheid. In zijn privé-leven staat Vinken bekend als een levensgenieter, die zelden naar de prijs en vooral naar kwaliteit kijkt. Maar de grens trekt hij scherp bij het bedrijf. Dat is niet van hem, maar van de aandeelhouders. Het is zijn heilige opdracht om er voor hen een zo goed mogelijk resultaat uit te slepen. Dat is in zijn visie in ieders belang: aandeelhouders, managers, werknemers en Vinken zelf. En dat zijn streven naar shareholders' value geen lippendienst is, blijkt uit de ontwikkeling die de beurswaarde van Elsevier onder zijn leiding heeft doorgemaakt (zie grafiek).

Vinkens visie op het bedrijf bepaalt zijn fanatisme in de war on costs, slechts één van de vele fronten waarop hij strijd levert. Zijn gehele aanpak beschrijft hij in zulke termen. Een vroegere medewerker herinnert zich hoe Vinken hem voortdurend om 'kogels' vroeg om op 'hazen te schieten'. De hazen variëren, de methode blijft.

Alleen uit strijd kan iets goeds voorkomen. Diep wantrouwen koestert hij tegenover lieden die beweren dat zij na vlotte onderhandelingen een mooi resultaat hebben bereikt. Die zijn niet doorgedrongen tot de kern van hun conflict. Het analytische brein van Vinken helpt hen dat alsnog op te sporen.

Een vechthouding heeft Pierre Johan Jacques Gerard Vinken van jongsaf aan tegenover de hem omringende wereld aangenomen. De geboren Heerlenaar toog kort na de oorlog naar Utrecht, waar hij zich aansloot bij een kring van a-religieuze studenten die de strijd aanbonden met het universitaire establishment in Utrecht. Hij was mede-oprichter van het tegendraadse blad Parasol. Daarin toonde hij onder het pseudoniem E. Reil plagiaat aan in het boek De Vrouw, geschreven door F. Buytendijk, destijds een eminente hoogleraar in de theoretische psychologie. Vinken ontkwam net aan een schorsing.

Aanvankelijk koos hij voor kunstgeschiedenis, maar al snel switchte hij naar medicijnen. 'Hij zei dat hij minimaal een ton wilde verdienen. Dat was met kunstgeschiedenis niet mogelijk', zo herinnert een kennis uit die tijd. Zijn medicijnenstudie pakte hij eigenzinnig aan. Met practica was hij al om vier uur 's middags klaar, schamperend over zijn mede-studenten die nog drie uur langer zwoegden aan 'nutteloze proefjes'.

Zelf benutte hij zijn resterende tijd onder meer door medische studenten te voorzien van uittreksels uit medische tijdschriften. De produktie daarvan regelde hij al snel efficiënt; anderen mochten het dodelijk saaie werk uitvoeren. De bijverdienste bracht hem in contact met Excerpta Medica, dat de uittreksels voor de rest van de medische wereld afnam. Dat contact zou het bruggehoofd naar Elsevier vormen. In 1971 nam Elsevier de uitgeverij over.

Binnen medicijnen flirtte Vinken met de psychiatrie, maar dat was hem niet exact genoeg. 'Met Freud is geen nieuwe wetenschappelijke discipline geboren', beweerde hij. Hij koos voor de neurochirurgie. Een latere collega begrijpt dat wel. 'Je maakt een patiënt open, analyseert wat er mis is, repareert wat en bent op geen enkele manier emotioneel betrokken.

'Zo ging Vinken later ook met jaarrekeningen te werk. Hij was geen expert in zoiets als waarderingsgrondslagen, maar hij wist wel met grote precisie de pijnlijke punten bloot te leggen en aan te geven wat er moest gebeuren.'

In 1965 vestigde Vinken zich als neurochirurg in Amsterdam, waar hij 's ochtends van zeven tot tien uur opereerde in de Boerhaave-kliniek. Die op zich al zware baan was voor Vinken niet genoeg. Bij Excerpta Medica werd hij eerst hoofdredacteur en daarna, vanaf 1964, directeur. Na zijn operaties vervoegde hij zich bij zijn Excerpta-collega's, die meestal al geruime tijd op de kliniek op hem hadden zitten wachten.

Bij Excerpta manifesteerde zich een andere onmiskenbare gave van Vinken: zijn lange termijn-visie. Midden jaren zestig neemt hij de automatisering ter hand van het omvangrijke Excerpta-archief. De stoffige uitgeverij wordt verrijkt met een computer zo groot als een bedrijfskantine, compleet met een pompenkamer die een hels lawaai produceert. Zo ontstond een van de eerste wetenschappelijke databanken ter wereld.

De geheimzinnige machinekamer van Excerpta trekt de aandacht van Elsevier, een veel grotere maar ook veel traditioneler ingestelde uitgeverij. De 43-jarige Vinken staat te popelen om een transactie tot stand te brengen. Ofschoon Excerpta een non-profit-instelling is, bedenkt Vinken een constructie waardoor de verkoop hem 3,5 miljoen gulden oplevert. Bovendien lonkt een hoge positie bij Elsevier.

Maar enkele van zijn zes mede-bestuurders aarzelen. Hun instemming is een juridische vereiste. Vinken gooit zich zonder omwegen op de tegenstanders. Een van hen voegt hij toe: 'Ik zou maar meegaan als ik jou was. Bist du nicht willig, so brauche ich Gewalt.'

De deal gaat door en Vinken komt onder de toenmalige Elsevier-topman Dolf van den Brink. Een jaar later, in 1972, maakt hij deel uit van de raad van bestuur, een positie die hij pas 23 jaar later weer zal opgeven. Zijn nieuwe functie heeft een duidelijk nadeel: Vinken moet afscheid nemen van zijn praktijk in de Boerhaave-kliniek. Van den Brink zet hem op dat punt voor het blok.

Tot 1979 moet Vinken wachten om de positie van Van den Brink te kunnen overnemen. De commissarissen van Elsevier zien hem aanvankelijk als een buitenstaander die via een handigheidje tot de raad van bestuur is doorgedrongen. Gaandeweg weet hij het vertrouwen te winnen. Onder de commissarissen wint de opvatting terrein dat een mogelijk vertrek van Vinken, mochten zij hem niet aanwijzen als de opvolger van Van den Brink, een te hoge prijs is.

Vinken weet indruk te maken met zijn ideeën en lange termijn-visie. Dat blijkt niet altijd een voordeel, want soms is hij zijn tijd te ver vooruit. De grote uitgeverijen uit die jaren (VNU, Elsevier, Kluwer en Wolters Samsom) houden regelmatig bijeenkomsten in Alphen aan den Rijn. Tijdens een van die bijeenkomsten snijdt Vinken een thema aan dat pas nu in volle hevigheid actueel is: de aanval op de monopolies van de PTT en de Hilversumse omroepen. De andere deelnemers kijken hem glazig aan.

Vinken onderkent in de jaren zeventig een gouden toekomst voor Elsevier op het vlak van de elektronische informatie. Databanken in de Verenigde Staten moeten worden gekocht, meent hij. Op dat punt botst hij met Van den Brink, de klassieke uitgever van boeken, tijdschriften en encyclopedieën als de Winkler Prins. Tot een echt koningsdrama komt het niet. Vinken wacht zijn kans af.

In 1977 beslissen de commissarissen dat hij Van den Brink twee jaar later mag opvolgen. Kort daarop krijgt de topman een hartaanval. Wanneer hij zijn werk weer hervat, legt Vinken precies uit, met een tekening vol lijnen en pijlen, waarom zijn baas deze aanval heeft overleefd. Van den Brink luistert gefascineerd toe.

Vinken leeft zijn oorspronkelijke professie ook nu nog zo uit. De Elsevier-top, commissarissen en mede-bestuurders, komt op leeftijd en bezoekt dus wat vaker doktoren. Hun Latijnse kreten worden door 'Pierre' uitgelegd. Dat tekent de door velen geroemde informele omgangsvormen aan de top - overigens een merkwaardige paradox voor een concern dat de reputatie heeft keihard te zijn.

Eenmaal aan de macht in de jaren tachtig, is Vinken eindelijk vrij om zijn eigen ideeën ten uitvoer te brengen. Het concern wordt doordrenkt met de filosofie van de uitgeefpyramide. Daarvan telt eigenlijk alleen de top waar zich de activiteiten met de hoogste marges bevinden, zoals wetenschappelijke uitgaven en databanken. Lager in de pyramide nemen de opbrengsten af en via de kranten wordt de onderkant bereikt bij de drukkerijen. Van hen nam Elsevier al begin jaren tachtig afscheid. Concurrent VNU deed dat pas tien jaar later.

MAAR OOK ziet Vinken twee grote transacties afspringen. Hij verliest van Wolters Samsom de strijd om de overname van Kluwer en ziet de fusie van de Dagbladunie (onder meer NRC Handelsblad) en Perscombinatie (onder meer de Volkskrant) stuklopen op verzet van de redacties. Een fusiepoging met het Britse Pearson bereikt het stadium waarin de beide ondernemingen aandelenbelangen in elkaar nemen, maar ketst toch nog af. Ook gesprekken met Robert Maxwell lopen op niets uit. 'Die man is een gek', laat Vinken zich ontvallen tegenover zijn mede-bestuurder Loek van Vollenhoven.

Spijt heeft Vinken vooral over het ontglippen van Kluwer. Financieel springt Elsevier er niet slecht uit - de aandelen worden met winst verkocht - maar strategisch was het een misser om het bod op Wolters niet te verhogen. Dat geeft Vinken inmiddels ook toe. Hij verwijt zichzelf dat hij te veel naar zijn adviseurs heeft geluisterd.

Tegenover de mislukkingen staan twee klinkende successen. Elsevier koopt in 1991 van Maxwell de hoogwaardige uitgeverij Pergamon Press. Vinken is dit keer wel bereid diep in de buidel te tasten en telt anderhalf miljard gulden neer. Nog belangrijker is de fusie die hij in 1992 weet te verwezenlijken met het veel grotere Britse Reed.

De combinatie die op 1 januari 1993 van start gaat, wordt de nummer tien van de wereld. Enkele jaren eerder had de pers zich nog uitbundig vrolijk gemaakt over Vinkens vermeende grootheidswaan, toen hij had voorspeld: 'Alleen de grootste tien zullen overleven en wij zijn daarbij.'

Onder oppervlakkige verwijzing naar succesvolle Brits-Nederlandse combinaties als Shell en Unilever zijn zeer optimistische voorspellingen gedaan over het rimpelloos samenvloeien van Reed en Elsevier. De praktijk blijkt aanzienlijk weerbarstiger. Vinken mocht dan een kleiner bedrijf leiden dan zijn partner, Elsevier is ook beduidend winstgevender dan Reed. Het doorvoeren van de Elsevier-principes bij Reed wordt de nieuwe uitdaging voor Vinken.

De eerste grote clash doet zich kort na de fusie voor. Vinken en Van Vollenhoven ontsteken in grote woede wanneer zij ontdekken dat de bestuurders van Reed zichzelf aanzienlijke bonussen hebben toegekend voor het succesvol tot stand brengen van de fusie. De kloof tussen het salaris van Vinken (ruim 2,8 miljoen gulden in 1994) en dat van Davis (1,6 miljoen in 1993) zou ook met die bonus aanzienlijk blijven, maar de toekenning is in strijd met de gemaakte afspraken. De kwestie loopt zeer hoog op. 'De sfeer was geheel verziekt', herinnert zich een betrokkene. Vinken en Van Vollenhoven keren zich frontaal tegen deze poging tot zelfverrijking ten koste van de aandeelhouders. Davis ziet zich gedwongen in te binden.

De Britse tegenvoeter van Vinken maakte voor de fusie indruk op de Elsevier-top met zijn track record. In zes jaar tijd heeft hij in een uitzonderlijk hoog tempo bedrijven voor Reed gekocht en verkocht. Van een papier- en verpakkingsconcern is Reed omgevormd tot een winstgevende uitgeverij.

Maar na de fusie valt hij Vinken zwaar tegen. De salarisruzie heeft de nasmaak achtergelaten dat er met Davis geen afspraken kunnen worden gemaakt. Ook verdenkt Vinken zijn evenknie van grootheidswaan, een gedachte die al postvatte toen hij voor het eerst zag dat Davis zich in een Bentley verplaatste. Vinken explodeerde.

Davis' vertrek wordt onvermijdelijk wanneer diens mede-bestuurder Ian Irvine 'overloopt' naar het Nederlandse kamp in het vierhoofdige executive committee. Davis verkeert daardoor in een isolement. Een jaar na de fusie druipt hij af. Ook het Nederlandse kamp heeft zo zijn fusieslachtoffers, zij het minder prominent. Harry Luykx, Elseviers concerndirecteur voor strategie, wordt door Vinken met de ondankbare taak opgezadeld om de Britse partner vertrouwd te maken met het Elsevier-evangelie. De Britten ergeren zich wild aan Luykx, die vervolgens door Vinken wordt afgeschoten.

NA DEZE zuiveringen gaat de Brits-Nederlandse samenwerking beter lopen. Voornaamste wapenfeit is de overname vorig jaar van de Amerikaanse databank Lexis-Nexis, een transactie die met een koopprijs van anderhalf miljard dollar veel te groot zou zijn geweest voor een van beide partners afzonderlijk. Dat bewijst het nut van de fusie.

Kleinere strubbelingen zijn er nog steeds. Zo geeft Reed tonnen uit aan het fameuze operafestival Glyndebourne. Die onkosten zijn een doorn in het oog van Vinken, die aan sponsoring nooit iets heeft willen uitgeven. De aandeelhouders vragen hem toch niet hun geld over de balk te smijten voor zoiets vaags als het corporate image van het concern? Sinds enige tijd krijgt het Concertgebouw wat geld toegestopt. Dat is slechts bedoeld als wisselgeld voor onderhandelingen met Reed over het terugdringen van hun sponsoring.

Na ruim twee jaar strijd volgens de methode-Vinken overheerst binnen het Elsevier-kamp het gevoel aan de winnende hand te zijn. Het vertrek van Davis was daarvoor een eerste signaal. Maar ook wordt enigszins vergenoegd gewezen op het vertrek van Reed uit het te dure hoofdkantoor in het Londense Mayfair. Zo gaat dat bij Elsevier.

Bovendien gelden de rendementsdoelstellingen van Elsevier voortaan ook voor Reed. De Britse dochters zullen daar de grootste moeite mee hebben en dat legitimeert de Nederlanders zich met de Britse tak bezig te houden. De know-how van de Nederlandse Elsevier-bedrijven wordt ter assistentie aangeboden. De organisatie-adviseurs van Reed: zo zien de Elsevier-managers zichzelf.

Enige twijfel aan deze overwinning op de fusiepartner is overigens gerechtvaardigd, al is het maar vanwege de cijfers. Reed telt het dubbele aantal werknemers. Voor de top is het evenwicht tussen beide bloedgroepen nog wel vol te houden, maar voor de lagere échelons ligt dat moeilijker. Daar dreigt een getalsmatige overheersing door de managers van Reed.

Vinken zal het niet meer meemaken. Binnenkort is hij bestuursvoorzitter af, al blijft hij president-commissaris. De grote vraag is of hij voldoende afstand van zijn levenswerk kan nemen. Begin jaren tachtig liet hij vrienden weten dat hij op zijn 59ste ermee zou ophouden, maar hij bleek daartoe niet in staat. Vinken wilde én een grootse fusie én een waardige opvolger.

Die denkt hij gevonden te hebben in Herman Bruggink, ooit overgenomen van concurrent Kluwer. De nieuwe topman kwam in het vizier ten tijde van de overnamestrijd. Na dat verlies sloeg Elsevier terug met de 'vijandige overname' van Bruggink. Die bewees inmiddels zijn waarde voor Elsevier door zijn vroegere collega's van Wolters Kluwer af te troeven op hun specialiteit, de juridische uitgeverijen. Hij kaapte een Parijs en een Milanees bedrijf voor hun neus weg.

De charismatische Bruggink, die voor Elsevier jarenlang in de VS zat, ligt goed bij de Reed-mensen. Om die reden werd hij verkozen boven Paul Vlek. Diens directe, volgens sommigen zelfs botte benadering lijkt meer op die van de scheidende bestuursvoorzitter. Zo komt de wisseling van de wacht neer op stuivertje wisselen. Voor de charmante mooiprater Van Vollenhoven komt de hoekiger Vlek, terwijl de diplomatieke Bruggink de plaats inneemt van houwdegen Vinken.

Voor Bruggink moet de benoeming van Vinken tot president-commissaris geen onverdeeld genoegen zijn. Vinken zal niet nalaten zijn mening te geven wanneer iets hem niet bevalt. Zelf stond hij bekend om zijn uitvoerige besprekingen met zijn commissarissen. Dat zal hij ook van zijn opvolger verwachten.

Maar wellicht is Vinken toch beter in staat afstand te nemen dan bij Elsevier wordt gevreesd. Tegen intimi heeft hij aangegeven welke ambitie hij nog koestert. Hij wil nog een serieuze medische vondst op zijn naam hebben. Daarmee leeft een mens toch langer voort dan met het opbouwen van een uitgeefimperium.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden