Vinger wijst beschuldigend naar justitie

De marechaussee liet ook steken vallen bij het onderzoek naar de gedode Irakees. 'Daarom is niet zeker of hij gedood is door een kogel van de marinier.'

Van onze verslaggever Stieven Ramdharie

Snel en vluchtig, zo kan ook het onderzoek worden gekwalificeerd van de marechaussee naar het omstreden optreden van de onderofficier. Tenminste, zo lijkt het.

Nieuw is het allemaal niet voor de QRF-eenheid als ze op 27 december moeten ingrijpen bij een plundering door Iraakse burgers. Op de wegen rond As-Samawah is het voortdurend raak. Menigmaal moet de groep uitrukken als wederom een konvooi, van hulporganisaties of van het Amerikaanse of Britse leger, wordt beschoten of anderszins in de problemen raakt. Het optreden die dag van de Bosnië-ganger, volgens zijn advocaat Geert-Jan Knoops een marinier 'met een gigantische staat van dienst', geeft zijn militaire carrière vervolgens een verrassende wending.

Slechts één verhoor door de marechaussee, op die 'rampzaterdag' na kerst, en een reeks getuigenverklaringen is genoeg voor het Openbaar Ministerie in Arnhem om hem te brandmerken als een potentiële verdachte van moord. Het lijk van het slachtoffer wordt niet eens onderzocht, ballistisch onderzoek ontbreekt. 'We weten dus niet eens of de Irakees die na het incident is begraven wel is gedood door een kogel van deze marinier', betoogt voorzitter Jean Debie van de vakbond VBM/NOV, waarbij de verdachte is aangesloten.

'Pissig' zijn de Nederlandse militairen in Zuid-Irak, aldus voorzitter Aldert Hazenberg van de officierenvereniging NOV, op hun marechaussee-collega's. Maar ook hun opdrachtgever, het OM in Arnhem, wordt dezer dagen bedolven onder een lading kritiek voor hun handelwijze van de afgelopen dagen. Was het marechaussee-onderzoek prutswerk? Of is het OM flink in de fout gegaan toen het proces-verbaal van het incident het bereikte?

Dertien marechaussees, verspreid over drie locaties, moeten erop toezien dat de 1100 Nederlandse militairen in Al-Muthanna zich keurig gedragen. Elke Nederlandse vredesmissie naar het buitenland krijgt een marechausseeploeg mee, direct aangestuurd door het OM, om strafbare feiten te onderzoeken. In Zuid-Irak houden ze verder toezicht op verkeerscontroles, voeren ze patrouilles uit en zijn ze betrokken bij de opleiding van de Iraakse politie.

Is er sprake van een strafbaar feit, dan wordt het proces-verbaal van de marechaussee gestuurd naar Arnhem waar militairen worden berecht. De vraag is wat in het proces-verbaal aanleiding was voor het OM om de marinier, die pas in Nederland voor een tweede keer is gehoord, meteen van de ernstigste feiten te verdenken. Is het OM erop gebrand om een herhaling van 'Srebrenica'-toestanden te voorkomen?

Vice-voorzitter Ed Lugthart van de Marechaussee Vereniging betoogt dat zijn collega's in Zuid-Irak gewoon hun taak hebben uitgevoerd. Lugthart: 'Ze hebben opgeschreven wat er is gebeurd. Wat het OM er daarna mee heeft gedaan, hebben we kunnen zien.' Bij het OM, zo meldt een bron in de organisatie die anoniem wil blijven, wordt met 'schaamte' gereageerd op de wijze hoe de zaak is behandeld.

Debie: 'Er is al vroeg het beeld neergezet van een moordenaar. Te snel zijn er conclusies getrokken. Het zou het OM sieren als het voortaan in dit soort zaken niet te snel termen als 'moord' in de mond nemen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden