VILLA'S ALS KASTELEN

Dinard, aan de noordkust van Bretagne, was tussen 1870 en 1925 een badplaats van Europees formaat, bezocht door staatshoofden, adel, kunstenaars en iedereen met veel geld....

. . .te huur comfortabel appartement in karaktervolle villa uit 19de eeuw. Directe toegang tot het strand. Met uniek uitzicht op Saint-Malo en de eilanden Cézembre en Harbourg. . .

Een maand of vijf later.

Alles blijkt te kloppen!

We staan op het balkon van een comfortabel appartement, zien neer op een strand dat dankzij de vloed bijna tot de rand is volgelopen, ontwaren links en rechts van ons karaktervolle villa's uit de 19de eeuw en hebben een uniek uitzicht op Saint-Malo en een handjevol eilanden.

Eén leugentje: onze eigen karaktervolle villa is niet uit de 19de, maar uit het begin van de 20ste eeuw, uit 1909.

De Côte d'émeraude in Bretagne is bezaaid met karaktervolle villa's uit de 19de en 20ste eeuw. Naar verluidt staan er achthonderd als monumentale herinneringen aan een gouden tijdperk (La Belle Epoque) waarin de Côte d'Azur nog weinig naam had, Biarritz een vormcrisis doormaakte, en de Normandische tweeling Deauville - Trouville voornamelijk strandvermaak bood. Dat alles maakte Dinard tussen 1870 en 1925 tot een badplaats van Europees formaat.

Het curieuze van al die villa's is niet dat ze er nog stáán, vaak hoog boven de Atlantische Oceaan, maar dat ze voor een groot deel van niet-Franse afkomst zijn. Hun bouwheren waren overwegend Engelsen en Amerikanen. Aan vele woningen is de landsaard én rijkdom van de oorspronkelijke bewoners af te lezen: hoe meer geld, hoe meer torentjes, terrassen, schoorstenen, erkers, ornamenten en tierelantijnen. Geen stijl werd overgeslagen, geen materiaal onbenut gelaten. Het gevaar van een folie loerde zodoende voortdurend en sloeg dan ook menige keer toe.

De Kust van Smaragd. Het eeuwige kleurenspel van zee en lucht, van groen en blauw, inspireerde in 1894 Eugène Herpin, advocaat te Saint-Malo, tot een reisgids die hij La Côte d'émeraude, Saint-Malo et ses souvenirs noemde. Sindsdien is de naam Kust van Smaragd het handelsmerk van de streek rond Dinard en Saint-Malo, in het noord-oosten van Bretagne.

(Al zeven jaar eerder, in 1887, schreef een zekere Stéphan Liégard een gids met de naam La Côte d'Azur, welke titel de jurist zonder twijfel ook tot inspiratiebron heeft gediend.)

In het jaar dat Herpin de kust van een naam voorzag, was Dinard al bijna een halve eeuw 'de geliefkoosde verblijfplaats van de elegantste families' dankzij 'veilige, magnifieke stranden, comfortabele hotels, luxe villa's en een prachtige omgeving'. Het jargon om toeristen te lokken is van alle tijden.

Ver voordat in de nieuwe tijd koningen als Leopold van België, Alfons XIII van Spanje, Eduard VII en Georges V van Engeland - bij voorkeur incognito - hun jacht in Dinard aanmeerden, waren ze al in de oude tijd door een collega voorafgegaan: de legendarische koning Arthur. Zo hij al heeft bestaan, dan zou hij de streek van Friese overheersers hebben ontdaan en er een fort hebben gebouwd dat in het Keltisch-Bretons Dinard heette, ofwel Fort Arthur.

Uit het fort ontstond een dorp dat vanaf de 6de eeuw de naam van een bisschop van Saint-Malo droeg: Saint-Enogat,en dat de bijnaam 'de wieg van Dinard' verwierf. Uit het dorp groeide een bescheiden vissersplaats, die in 1879 de naam Dinard-Saint-Enogat kreeg. De anglo-amerikaanse invasie was toen al op gang gekomen.

Als de scharen van een krab liggen Pointe de la Malouine en Pointe du Moulinet om het hoofdstrand van Dinard, Plage de l'écluse. De badhokjes zijn gestreept blauw-wit, de zee is vandaag vaalgroen. In het vochtige zand graven Franse jongetjes geulen en kuilen; op de achtergrond trekt een dragline diepe sporen in de blootgelegde boulevard. Dinard werkt aan zijn zoveelste toekomst.

Vanaf dit strand breken naar links en rechts imposante villa's de grillige rotskust open. Hoog op Malouine prijken Belle Assise, Roche Plate en Rochebrune, welke laatste steevast op ansichtkaarten is terug te vinden. Op de andere punt, die van Moulinet, overheersen La Garde, Granit House, Saint Germain en Les Deux Rives. Sommige zijn verschanst achter granieten muren en hoog opgeschoten groen en hebben veel meer weg van kastelen dan van herenhuizen.

La Garde is een van de pronkstukken. Het werd rond 1880 gebouwd in opdracht van de Iers-Franse cognacfamilie Hennessy. Dat het nog groter en indrukwekkender kon, bewees de Libanese graaf Joseph Rochaïd Dadhah die in diezelfde tijd op Moulinet honderd bouwterreinen kocht waarop Les Deux Rives verrees. Alle ramen - en dat zijn er heel wat - kijken aan de zuid-oostkant uit op Dinard-stad, Saint-Malo, Saint-Servan, de haven, heuvels en rotsen, en aan de noord-westkant op het strand en Dinard-kust.

(Dadhah had zoveel geld dat hij het zich kon veroorloven in die tijd het centrum van Dinard te verplaatsen naar l'écluse - waar het sindsdien is gebleven. Hij liet straten aanleggen en villa's bouwen, verbeterde de bootverbindingen en was een groot promotor van de trein, wat rond 1885 in een station resulteerde.)

Hoe uitgekiend menige architect destijds te werk ging, is goed te zien vanaf een kronkelig voetpad, dat, kilometers lang, vlak langs en soms letterlijk boven het water van de zee of de rivier Rance loopt. Vanaf dit pad, soms afgewisseld door een stukje boulevard of wat strand, kijkt de nederige wandelaar huizenhoog op tegen de talloze villa's. Sober, met opsmuk, protserig of gewoon mooi, maar steevast met een uniek uitzicht. Niet voor niets was het bouwkunstig motto: 'Er moet contact met het water zijn, als op een boot.'

Protserig ook ja. Het mooiste bewijs was villa Crystal, maar die bestaat helaas niet meer. De architect liet zich in 1892 inspireren door het Londense Crystal Palace, maakte scheutig gebruik van glas en trok een 45 meter hoge glazen toren op waarin 's nachts een licht brandde. Menige boot meende met een vuurtoren van doen te hebben.

En onheilspellend soms ook ja. Wanneer de lucht vol is van zwarte wolken, hangt menige villa boven de wandelaar als het moordhuis in Hitchcocks Psycho.

Er was een tijd dat Dinard honderd hotels en vier casino's telde. Van die honderd is alleen nog Hôtel de Dinard (1859) over; tegenwoordig heet het Hôtel George V en het interieur weerspiegelt de jaren dat de villa's tot in de hemel groeiden.

Het mag bekend zijn: de Britten zijn de uitvinders van het toerisme. Om kennis op te doen en zich te vermaken. Halverwege de 19de eeuw streken ze neer aan de Côte d'émeraude, toen nog een woeste streek met een plattelandssfeer, en voorlopig gingen ze er niet meer weg. Een van de eersten was de familie Faber die in 1856 de villa Beauregard bouwde en het gebied fotografisch in kaart bracht. Al snel doken ook Amerikanen op en de trend was gezet.

In een ommezien groeide Dinard uit tot Frankrijks meest mondaine badplaats. Ook Saint-Enogat deelde in de roem. Rond 1870 werd het de favoriete stek van de zogenoemde Parnassus-dichters onder wie Théophile Gauthier. Zijn dochter Judith (de eerste vrouw die lid van de Académie Goncourt werd) liet de witte villa Le Pré aux Oiseaux bouwen, dat heden ten dage schuil gaat achter hekken en een schuur. Judith ligt sinds 1917 op het plaatselijk kerkhof begraven onder een opvallend nieuwe steen temidden van roestige kruizen. In haar villa logeerden de schrijver Pierre Louijs en de componist Claude Debussy, die volgens een onbewezen verhaal op een stormachtige dag door de zee bij Saint-Enogat tot La Mer zou zijn geïnspireerd.

Ook de uitgever Albert Lacroix droeg bij aan de populariteit van Saint-Enogat. Rond 1965 kwam hij terug van een bezoek aan zijn lievelingsschrijver Victor Hugo in diens ballingsoord Guernsey en raakte zo geïmponeerd door de Kust van Smaragd dat hij er tien jaar later actief werd als projectontwikkelaar. Twintig villa's waren het resultaat. In een daarvan hield zijn vrouw literaire salons: 's avonds gedichten citeren, overdag mijmeren in de weelderige tuin.

Maar als toonzetters gingen Amerikanen en vooral Britten voorop. Allereerst met hun villa's, waarvan schoorstenen, erkers en terrassen rechtstreeks uit Engeland leken geïmporteerd. In de huizen bestond ook heel lang, tot rond 1920, de Britse upstairs-downstairs-verhouding: personeel en keuken in het souterrain. Biljart- en rookkamer, bibliotheek, privé kapel en een grote hal waren vaak vaste onderdelen - net als een eigen trap naar het strand. In de tuinen mochten architecten ongebreideld experimenteren met exotische bomen, tegelwerk, art deco en oranjerieën.

Tot het crisisjaar 1929 was de anglo-amerikaanse kolonie ook nadrukkelijk aanwezig in de mode, de sport, het uitgaansleven en de kerken. Nog steeds, sinds 1870, is de anglikaanse kerk Saint-Barthélemy in gebruik. Dinard kan prat gaan op de oudste tennisclub van het land en de op twee na oudste golfvereniging van Frankrijk. Roeien en paardensport werden er populair en er verrees zelfs een wielerbaan. Voor het eerst ook maakte Frankrijk kennis met rijdende strandhokjes, en wanneer de Britten hun dagelijks zeebad namen, liep aanvankelijk half Dinard uit.

Hoogtij-jaren waren het, met vier casino's, waarin ook opera, operette en vaudeville werden opgevoerd, met een zeewaterzwembad om de gezondheid te bevorderen, met een Grande Sémaine (paardenraces, roeiwedstrijden, de five o'clock-borrel en vuurwerk), met diners in villa Monplaisir bij mevrouw Hughes Hallett, de weduwe van een Engelse kolonel, dertig jaar lang de 'koningin van Dinard', die 'feesten zonder einde' gaf. Monplaisir is nu gemeentehuis.

Europa kwam naar Dinard om te zien en gezien te worden. Koningen als Wilhelm II van Duitsland, staatshoofden als Poincaré en Churchill, schrijvers als Ernest Renan, Agatha Christie, Oscar Wilde en Jules Verne (die in een grot bij villa Crystal de inspiratie voor Voyage au centre de la terre zou hebben gevonden), kunstenaars als Pablo Picasso (die er negentien schilderijen maakte) en een Wild-Westheld als Bill Cody ofwel Buffalo Bill, die in 1905 met zijn circus 23 voorstellingen gaf.

Vliegenier Roland Garros vestigde in Dinard een hoogterecord (4250 meter), de gebroeders Lumière probeerden er in een grot de eerste kleurenfoto's te ontwikkelen.

Geen moment sloeg de verveling toe.

Maar in 1929 wél de crisis. De Engelsen vertrokken en kwamen pas weer echt terug toen de Kanaaltunnel openging. De Amerikanen weken uit naar zuid-Frankrijk.

Alleen de villa's bleven de Côte d'Emeraude trouw. Zij getuigen van wat was en nooit meer terugkomt.

Maar wie een appartement in zo'n villa huurt en op het balkon staat, kan best even net doen alsof hij terug is in La Belle Epoque. Per slot is dat uitzicht op de oceaan, Saint-Malo en een handjevol eilanden in honderdvijftig jaar nauwelijks of niet veranderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden