'Viktator' Orban haalt weer meerderheid in Hongarije

De Hongaarse premier Viktor Orban heeft bij de parlementsverkiezingen van zondag een uitzonderlijke prestatie geleverd: vier jaar na zijn verpletterende overwinning bij de verkiezingen van 2010 mogen hij en zijn conservatieve Fidesz-partij opnieuw rekenen op een ruime parlementaire meerderheid.

WARSCHAU - Het is een overwinning die vooral het buitenland zorgen zal baren. Sinds hij enkele jaren geleden een omstreden grondwetswijziging doorvoerde, heeft de Hongaarse premier het verbruid bij een groot deel van de Europese publieke opinie. Hij zou zijn tweederde meerderheid in het parlement misbruiken en de democratische spelregels overtreden. Orban, een anticommunist, hield er de bijnaam 'Viktator' aan over. Ook zijn geflirt met het nationalisme leverde hem weinig lof op. De Fidesz-leider wordt ervan beschuldigd zich te laten meeslepen door het extreem-rechtse Jobbik, een partij die het antisemitisme niet schuwt.


Maar de meeste Hongaren maakten er zondag geen probleem van, integendeel. Volgens een exit poll van enquêteur Nezopont zou Fidesz 48 procent procent van de stemmen halen. Dat is iets minder dan vier jaar geleden maar nog altijd meer dan genoeg voor een comfortabele meerderheid in het parlement. Orban zorgt daarmee voor een unicum in de recente geschiedenis van de Europese Unie. Ook in Groot-Brittannië is het al gebeurd dat een premier tweemaal achtereen een parlementaire meerderheid verovert, maar in dat land zorgt het kiesstelsel altijd voor een duidelijke winnaar.


Voor de centrum-linkse oppositie draaiden de verkiezingen uit op een ontgoocheling. Hun Eenheidsverbond van socialisten, liberalen en groenen strandde op 27 procent van de stemmen. Blijkbaar hebben de Hongaren het hen niet vergeven dat de laatste centrum-linkse regering ten onder ging in een sfeer van schandalen. Fidesz had er tijdens de verkiezingscampagne dan ook alles aan gedaan om de Hongaren daaraan te herinneren. Op de beruchtste affiche werden de leiders van het Eenheidsverbond opgevoerd in een lineup van de politie. 'Zij verdienen geen volgende kans', was de boodschap.


Jobbik doet het naar verwachting met 18 procent procent van de stemmen bijna even goed als vier jaar geleden. Het is een score die nog hoger had kunnen zijn als Orban met zijn nationalistische politiek niet een deel van de extreem-rechtse stemmen had weggekaapt. Tijdens de campagne waarschuwde hij voor de kolonisatie van Hongarije, een niet mis te verstane uitval aan het adres van zijn politieke vijanden. De strijd tegen de Europese bureaucratie en het grote, vooral buitenlandse, kapitaal is al jaren een van de stokpaardjes van de Hongaarse conservatieven.


Vooral het bedrijfsleven kreeg het de laatste jaren zwaar te verduren. Om het grote begrotingstekort terug te dringen, legde Orban de afgelopen jaren een crisisbelasting op aan banken, telecommunicatiebedrijven en winkelketens - niet toevallig sectoren met grote buitenlandse invloeden. Als onderdeel van zijn sociale politiek werden de energieproducenten, ook vooral in buitenlandse handen, gedwongen tot een zware prijsverlaging voor gas en elektriciteit.


Die onorthodoxe aanpak - ook wel schertsend 'Orbanomics' genoemd - maakte de premier niet populair bij investeerders, maar juist wel bij de Hongaren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden