Vijftig jaar na de moord op Martin Luther King: gelijke rechten, maar de ongelijkheid werd alleen maar groter

In Jackson (Mississippi) zijn de mensen 'achtergelaten om te sterven'

Takuma en Nia Umoja: ‘Wat we hier proberen te doen, is mensen beter maken.’ Foto He-myong Woo

‘Brother, heb je werk voor me?’ Een zwarte jongen van in de 20 kijkt op naar Takuma Umoja, een grijze rasta op de veranda van een huisje in Jackson, Mississippi. De jongen duwt een winkelwagentje met ijzer en planken over het brokkelige asfalt. Zijn kleren zitten ruim. De straat, zijn handen: de groeven zijn hetzelfde.

Je zou vrijdag komen, zegt Takuma.

Ik heb aangeklopt, zegt de jongen.

H-hm.

Om tien uur. Zoals je had gezegd.

H-hm.

Misschien was het iets later. Elf uur?

H-hm. Okee, brother. Komende vrijdag. Tien uur. Je hebt een missie.

Takuma kijkt uit over de wijk, naar de houten huizen uit de jaren twintig en dertig met hun veranda’s, hun zuiltjes, hun daklijsten. Hier in deze straat heeft hij er al wat opgeknapt, met kleurig sloophout en oud meubilair, met hulp van de buurtbewoners, met hun blote handen. Verderop zijn er nog tientallen die ingestort en overwoekerd zijn, huizen als oude mannetjes, verweerd, gebroken, met gras uit hun oren.

Er is werk genoeg.

‘Wat we hier proberen te doen, is mensen beter maken’, zegt Takuma. ‘Verlossing. Iedereen krijgt een kans om mee te helpen en zo zichzelf te helpen. Ook een tweede kans. Mensen moeten zich oprichten, hun broek optrekken. Werken, een paar tientjes verdienen, dat maakt al heel veel uit. Er is een ander leven mogelijk, ook hier.’

Dit is Jackson, de hoofdstad van de staat Mississippi, in het diepe zuiden van Amerika. West-Jackson, om precies te zijn: een van de armste plekken in een van de armste steden in de armste staat van het land.

De losse eindjes van de elektriciteitskabels bungelen langs de palen naar beneden. Mobiele telefoons hebben nauwelijks bereik. Transformators ontploffen en worden pas weken later geblakerd teruggehangen. Kapotte waterleidingen maken beekjes die soms jaren stromen. De gaten in de straten zijn groot genoeg voor halve autowielen.

Bijna iedereen is arm: het modale inkomen per huishouden is minder dan 10 duizend dollar. 40 procent van de huizen staat leeg, de meerderheid van de inwoners is werkloos, de criminaliteit is eindeloos. Bijna iedereen is ziek. En bijna iedereen, op één domineesgezin na, is zwart.

‘De mensen hier zijn de onzichtbaren’, zegt Nia Umoja, de vrouw van Takuma. ‘De mensen hier zijn achtergelaten om te sterven. En daarom zijn wij hier.’

Witte vlucht

Vijftig jaar na de moord op Martin Luther King – woensdag is het precies een halve eeuw geleden dat de zwarte burgerrechtenvoorvechter op 39-jarige leeftijd werd doodgeschoten in Memphis, drie uur ten noorden van Jackson - is de ongelijkheid tussen wit en zwart Amerika nog groter dan vóór zijn strijd.

Ja, zwarte mensen hebben gelijke rechten gekregen. Na geweldloze zwarte protesten en gewelddadig wit verzet daartegen maakte de Burgerrechtenwet van 1964 een eind aan de apartheid in het zuiden. Zwarte mensen mochten nu in dezelfde wijken wonen, in dezelfde bussen zitten, naar dezelfde winkels en dezelfde scholen.

Maar als reactie vluchtte wit Amerika weg, uit de steden, uit de bussen, uit de publieke scholen, en ze namen hun belastinggeld mee. De zwarte gemeenschap bleef zitten met verkruimelende voorzieningen. Hun sociaal-economische achterstand groeide verder. Een modale zwarte Amerikaan verdient nu 25 duizend dollar minder dan een modale witte. Een gemiddelde zwarte man heeft vijf keer zo veel kans in de gevangenis te belanden als een gemiddelde witte man.

‘De strijd van de jaren zestig leidde tot nieuwe rechten en nieuwe wetten, zegt Nia, met een lange jurk en een hoofddoek, aan tafel in een van de opgeknapte huizen. ‘Maar de wet kan ons niet beschermen. De onderdrukking is nu veel subtieler. In zekere zin heeft de strijd van de jaren zestig ons benadeeld.’

Ten tijde van de apartheid vormden ze een hechte gemeenschap, zegt Nia. Jackson had in de jaren vijftig een bloeiende zwarte buurt, waar zwarte mensen in zwarte winkels kochten. Er was een uitgaansleven. ‘De arme en rijke zwarte gezinnen woonden in dezelfde buurt. We kenden elkaar, we hielpen elkaar. Maar door de desegregatie kon de zwarte middenklasse vertrekken. We zijn uit elkaar getrokken. De onderklasse bleef achter in buurten die totaal zijn verwaarloosd.’

De leegloop is nog zichtbaar. Horeca en autodealers zijn dichtgetimmerd en alleen de vervaagde uithangborden en lege drive-in-rondjes verwijzen nog naar de glanzende consumptieluxe van een halve eeuw geleden. Er is geen bioscoop meer in deze stad en ’s avonds is het zo stil dat je de uilen hoort.

Zelfbeschikking

Dit was het beloofde land, voor Takuma en Nia. Met hun (toen) zes kinderen en een aantal vrienden trokken ze hier in 2013 uit het Texaanse Fort Worth naartoe, zingend in hun auto (‘We gaan naar Mississippi, om een Nieuwe Afrikaanse stad te bouwen’). Ze zouden hun zwarte broeders en zusters gaan helpen, weer trots maken, bestaansrecht geven. Zelfbeschikking was het sleutelwoord, een woord dat grijsgepraat is in de praatgroepjes van de jaren zestig, maar hier, nu, concrete betekenis zou krijgen.

In Mississippi. Het is de staat boven New Orleans, waar honderdduizenden Afrikanen ruim een eeuw lang op de katoenplantages langs de grote rivier de basis legden voor de rijkdom van een witte elite. Het is de staat waar de Ku Klux Klan Emmett Till lynchte, de jongen die iets tegen een witte vrouw had gezegd, en waar burgerrechtenstrijders werden vermoord door witte racisten die meestal werden vrijgesproken. Pas in 2013 werd de afschaffing van de slavernij officieel.

De oma van Nia kwam uit Mississippi. Ze woonde met haar man en dertien kinderen in de delta. Sharecroppers waren ze, kleine boertjes die als slaven voor witte landeigenaren werkten en een deel van de oogst zelf mochten houden. Nadat ze had moeten toekijken hoe een witte meute op een nacht de penis van haar broer had afgesneden, vluchtte ze met het gezin naar het noorden, om te eindigen in Michigan. ‘Toen ik mijn oma vertelde dat ik naar Mississippi zou gaan’, zegt Nia, ‘barstte ze in tranen uit.’

Nia en Takuma kwamen niet alleen. In Jackson was een nieuwe burgemeester aangetreden, Chokwe Lumumba, een zwarte activist van de Malcolm X Grassroots Movement, die met medestanders in Mississippi een door zwarten geleide gemeenschap wilde stichten. Lumumba zag in coöperaties het middel om banen te creëren en het geld eerlijker te verdelen. ‘We waren zo enthousiast’, zegt Nia. Ze stichtten met buurtbewoners de Cooperative Community of New West Jackson, zo’n 120 huishoudens in acht blokken, en gingen daar middenin wonen.

De eerste dag werden hun luchtbedden gestolen. Daarna hun gereedschappen. Een inspecteur die langskwam om te kijken of hun huis niet zou instorten zei: ‘Jullie zien eruit als een leuke familie. Geef dit stuk grond aan de eerste nigger die voorbij loopt en ga in een voorstad wonen.’

‘Wij zijn gebleven’, zegt Nia. ‘We wisten waar we gingen zitten, tussen de dieven en de hoeren en de crackverslaafden. De mensen hier zijn de mensen die niet weg konden komen. Ze hadden zich aangepast. Ze zaten in een overlevingsmodus. En ja, dan moeten mensen hosselen. Niemand praatte tegen elkaar, behalve via de politie.’

Het idee van de coöperatie was om mensen uit die individuele overlevingsmodus te halen en als buurt te laten overleven. Nia en Takuma vroegen wat de buurtbewoners nodig hadden. Geld, een grote schoonmaak, en iets voor de jeugd, zeiden ze. ‘Maar ze zeiden ook: het gaat jullie nooit lukken. You niggers aint gonna do shit. Alleen witte mensen kunnen dit veranderen, en witte mensen komen hier niet.’

Zo diep zit de slavernij, in zwart Mississippi. Zonder witte bazen gebeurt er niets, denken ze.

En toen ging ook Lumumba nog dood, een half jaar na zijn aantreden. Verschillende idealisten verlieten Jackson weer, met de staart tussen de benen.

Vaardigheden leren

Maar Takuma en Nia bleven. De coöperatie kreeg een ton subsidie en heeft inmiddels 65 stukken grond gekocht, plus een aantal van de huizen erop. In sommige huizen wonen buurtbewoners, anderen moeten nog worden opgeknapt. Een van de huizen is een gemeenschapsruimte, in een andere moet een restaurant komen, er zijn plannen voor een boekhandel, een is een kleurige Airbnb. ‘We gebruiken deze huizen om de buurtbewoners weer vaardigheden te leren’, zegt Nia. Er zijn vijftien jongens die via dit project leren timmeren en schilderen. De meesten konden nog geen meetlint lezen.

Ze haalden de bejaarde Maxine uit haar lekkende en half ingestorte bouwval en verhuisden haar naar een opgeknapte woning aan de overkant. Ze repareerden de wc van Charles, die maandenlang in een emmertje poepte en de inhoud in de tuin begroef. Buurtbewoners die wat willen verdienen, werken vier uur mee en krijgen 50 dollar – een wezenlijk bedrag, op een plek waar mensen de losse dollarbiljetten tellen om het einde van de maand te halen.

‘Het was een vuilnisbelt hier’, zegt TJ Jackson, die achter een schuttinkje aan zijn pick-uptruck staat te werken. ‘Je kon hier niet eens komen, zoveel troep lag er voor de poort. Ik dacht dat de mensen die dat deden uit andere buurten kwamen, maar ze kwamen gewoon van twee straten verderop. En stinken. Man. Eén keer vonden we er een dode baby tussen.’

Nu kijkt TJ uit op een groen veldje met een kleurig kippenhok. Er staan grote houten bakken waarin groente wordt geteeld. Buurtbewoners kunnen voor 5 dollar elke twee weken tomaten, uien, vijgen, bessen, kool, paprika’s, spruiten en zoete aardappelen krijgen. 'Telen en Delen van Overvloed', heet dit programma van de coöperatie, waar vijftig buurtbewoners aan meedoen. Wie in de moestuin werkt, hoeft niet te betalen. Eeuwenlang werkten de slaven en hun afstammelingen voor witte landeigenaren. Hier werken ze voor zichzelf, en voor elkaar.

‘We dachten dat Nia en Takuma geen verschil konden maken hier’, zegt TJ. ‘Maar ze gingen gewoon aan de slag. Ze pakten dingen aan, dat waren we niet gewend. Het was besmettelijk. Mensen gingen het nadoen. ’

Zelf is hij net een oude hijskraan in de bak van zijn oude pickup aan het lassen. ‘Zo kan ik auto’s ophalen die gestrand zijn’, zegt hij. ‘Veel mensen raken hun auto kwijt. Ze krijgen panne of er breekt een as, de gaten in de wegen zijn genadeloos, en dan zetten ze hem langs de kant van de weg. Het kost zo’n 150 dollar om hem weg te laten slepen, dat geld hebben we niet. En dan haalt de gemeente hem weg, en kost het 50 dollar per dag aan stallingkosten. Dan ben je dus je auto kwijt.’

Zelf gaat hij 30 dollar vragen, denkt hij. Of een wederdienst. ‘We doen veel aan ruilhandel. Dat is hoe je het voor elkaar bokst, in het getto. Wij paupers moeten voor elkaar opkomen. Ik kan je auto wel repareren, maar ik help je toch nog steeds niet als ik al je geld afpak?’

‘We willen een intern systeem creëren zodat mensen minder afhankelijk worden van de buitenwereld’, zegt Nia. ‘Er heerste hier een cultuur van afhankelijkheid, van de kerk, of de stad, of de staat. Al die mensen die op hun uitkering wachten! Ze zijn er goed in, ze kennen de mogelijkheden, ze kennen de sociale werkers, de nummers die ze moeten bellen. Maar de verzorgingsstaat maakt je medeplichtig. Hoe kun je tegen het systeem vechten dat je voedt?’

In de moestuin is Xavier bezig een kanaaltje te graven om het water weg te krijgen, na de regen van de afgelopen weken. Hij is 17, zit in de vierde klas van de middelbare school. Hij komt hier bijna elke dag. Soms werkt hij op de akker, soms helpt hij Takuma met een klusje, of maait ergens het gras. Later wil hij iets met zijn handen doen – als monteur, of iets met dieren. I wanna be my own man, zegt hij.

Monteur, dat is de droombaan hier. Drie kwartier naar het noorden heeft Nissan vijftien jaar geleden een grote assemblagefabriek neergezet waar zesduizend mensen werken. Xaviers broer Greg kreeg er ook een baan, twee jaar geleden. Hij had alleen geen vervoer. Een auto heeft hij niet en bussen rijden er niet heen. Greg kon een tijdje carpoolen, maar dat stopte toen die auto het begaf. Toen overviel hij een automobilist om bij de autofabriek te komen. Hij kreeg vijf jaar gevangenisstraf.

Nog twee jaar, zegt Xavier, en dan is Greg terug. Hij is de oudere broer tegen wie hij opkeek. Zijn vader is er niet meer, zijn moeder is aan de crack. ‘We hebben hier weinig mensen die een voorbeeld geven’, zegt hij. ‘We moeten onze eigen weg zoeken. En wanneer we zien dat het de verkeerde weg is, is het te laat.’

Dreigende gentrificatie

Jackson worstelt intussen verder. Wit en conservatief Mississippi heeft de stad in een houdgreep, met toezicht op scholen en financiën, en maakt verbeteringen in onderwijs en infrastructuur lastig. Ook probeert de staat het vliegveld, een zeldzame bron van inkomsten voor Jackson, te annexeren. De arme zwarte stad moet zo arm mogelijk blijven.

Mississippi is nog steeds Mississippi. Er worden nog steeds zwarten gelyncht, denkt Nia. Vorig jaar werd hier in de buurt een zwarte man opgehangen aan een boom gevonden. Zelfmoord, zei de politie. In februari werd ten oosten van Jackson een zwarte man opgehangen aan een boom gevonden, na een ruzie met zijn witte ex. Zelfmoord, zei de lokale sheriff. Het onderzoek is onlangs heropend. ‘De witte terreur bestaat nog’, zegt Nia.

Haar eerste enthousiasme is iets getemperd. Sinds vorig jaar zit er een nieuwe Lumumba op de burgemeesterstroon, de zoon van de overleden revolutionair. Deze Chokwe Antar Lumumba wil van Jackson ‘de meest radicale stad van de planeet’ maken. Progressieve media liggen aan zijn voeten. Maar de zoon is niet de vader. Hij woont in een gated community in het betere deel van de stad, ver weg van de probleemwijken. Zijn revolutie is er vooral een van verbale vergezichten – en intussen lekken de leidingen nog steeds.

Wel krijgt Jackson door Lumumba meer aandacht. Er rijden geblindeerde busjes door West-Jackson, met investeerders en ‘do-gooders’ die kijken of ze iets kunnen doen. Meestal komen ze niet eens de bus uit. Nia wantrouwt ze. ‘Dan mogen onze jongens straks tegen een minimumloon gaan afwassen in een hip restaurant. Wat leren ze daar? Ze worden geëxploiteerd.’

Ook de Landrovers en Mercedessen die door de buurt rijden vormen een bedreiging. Makelaars. Zelfs in West-Jackson, nu het iets beter gaat, dreigt gentrificatie, van hippe witte mensen met hun baarden en koffietentjes die de huren gaan opdrijven en de oorspronkelijke bewoners verdrijven. Juist daarom koopt de coöperatie de grond in de wijk. ‘Dit is nu ons land. Ze krijgen ons niet weg.’

Aanvalsplan

Takuma loopt door de wijk, en wijst naar de huizen in verschillende staat van ontbinding, en wat hij daarmee van plan is. Een werkplaats. Een restaurant. In het gemeenschapshuis staat op een whiteboard een aanvalsplan. Op een kleed staat een spreuk van Martin Luther King: ‘Zelfs als ik zou weten dat de wereld morgen in stukken zou breken, dan nog zou ik een appelboom planten.’

Takuma was een vechter (in zijn zij zit nog het litteken van de Engelse bajonet, die op hem instak tijdens de vrijheidsstrijd van Guyana), nu noemt hij zich een bouwer. Zo’n wc voor Charles: dat is waardigheid. ‘Black power? Toilet power! Als ik alleen maar moet vechten, wanneer moet ik dan bouwen?’

Hij gaat het huis binnen waarin hij bouwspullen opslaat. Deuren uit gesloopte panden, glas-in-loodramen, dikke houten planken – alle dingen die ze tegenwoordig niet meer zo maken. Hij praat met liefde over de Duitse immigranten die deze huizen ooit bouwden en de kwaliteit van hun houtverbindingen.

Hm. Er is een deur verdwenen. De deur die hij had bedacht voor het volgende pand dat hij aan het opknappen is. Hij zucht. Gestolen. Door een van die jongens die hier met winkelwagens door de wijk lopen. Nou ja: iemand anders heeft er wat aan. Er is altijd een andere kant van de medaille, zegt Takuma. ‘Ik maak het meeste van wat komt, en het minste van wat gaat. Je moet een beetje flexibel zijn.’

Een jongen in een verwaarloosde woning in West-Jackson. De meerderheid van de inwoners van de wijk is werkloos. Foto He-myong Woo
T.J. Jackson: ‘Wij paupers moeten voor elkaar opkomen.’ Foto He-myong Woo
Jongeren uit West-Jackson die onder meer meehelpen in de gezamenlijke moestuin. Foto He-myong Woo
Een huis in West-Jackson na de opknapbeurt door buurtgenoten Foto He-myong Woo
Een huis in West-Jackson voor de opknapbeurt. Foto He-myong Woo
Jongeren in West-Jackson Foto He-myong Woo

12 Afro-Amerikanen in de voetsporen van Martin Luther King

Jordan Peele (39)

Komiek, filmmaker. Scoorde megahit met geestige en confronterende horrorfilm over verborgen racisme van goedbedoelende linkse liberalen. Toont hoe het is om zwart te zijn in een witte wereld. Oscar voor Beste script.

Quote: 'Racisme is een monster dat niet alleen op de voor de hand liggende plekken opduikt.’

Colin Kaepernick (30)

Voormalig quarterback, nu activist. Knielde in 2016 voor het Amerikaanse volkslied bij American Football wedstrijd uit protest tegen doden onder Afro-Amerikanen door politiegeweld. Tot afgrijzen van Donald Trump. Zette een trend, verloor zijn baan. Eretitel: ‘De Muhammed Ali van zijn generatie’.

Quote: ‘Ik sta niet op uit eerbied voor een vlag van een land dat zwarte en gekleurde mensen onderdrukt.’

Beyoncé (36)

Zangeres. Vercommercialiseerde Black Empowerment en/of bracht het naar de massa’s – net hoe je ertegenaan kijkt. Vooral album Lemonade is dwingende lofzang op zwarte cultuur, zelfacceptatie en sisterhood. Met referenties naar Malcolm X en Martin Luther King. Maakte van haar optreden tijdens de Superbowl van 2016 een hommage aan Black Lives Matter.

Quote:

I like my baby hair, with baby hair and afros

I like my negro nose with Jackson Five nostrils

(Formation, Lemonade)

Okay, ladies, now let’s get in formation

(Formation, Lemonade)

Ava DuVernay (45)

Filmmaker. Voert in documentaire 13th steekhoudende argumenten aan om de massale opsluiting van zwarte Amerikanen te begrijpen als voortzetting van slavernij. Eyeopener, vooral voor witte kijkers. Leverde onlangs de multiraciale Disney-film A Wrinkle in Time af - eerste 100 miljoen-dollarfilm geregisseerd door een Afro-Amerikaanse vrouw.

Quote: ‘Diversiteit is niet één in de kamer. Diversiteit is niet twee in de kamer. Diversiteit is niet drie in de kamer. Echte diversiteit is de helft van de kamer.’

Benjamin Crump (48)

Advocaat. Strijdt onvermoeibaar tegen het straffeloos blijven van politiegeweld jegens Afro-Amerikanen. Vertegenwoordigt de zaak van de 22-jarige Stephon Clark die vorige week in Sacramento stierf na een melding van vandalisme in zijn buurt. De politie zag zijn mobiele telefoon aan voor een pistool en vuurde twintig kogels op hem af. Ziet zichzelf in één lijn met advocaten van de Civil Rights Movement, die in de jaren zestig streden tegen de apartheid in de Zuidelijke staten.

Quote: ‘Binnen de zwarte gemeenschap bestaat een oud gezegde dat iedereen wordt beschermd en geholpen, maar dat wij worden gecontroleerd. Wij willen niet worden gecontroleerd. Wij willen worden beschermd en geholpen zoals elke Amerikaanse burger.'

Kendrick Lamar (30)

Rapper. Maker van de soundtrack van zwartesuperheldenfilm Black Panther en van hiphopmeesterwerk To Pimp A Butterfly, waarop zwarte identiteit en cultuur zelfbewust, bijtend en nietsontziend worden geanalyseerd. Zei tegen Rolling Stone dat die plaat op een dag ‘gedoceerd zal worden in collegezalen’. Heeft daar een punt.

Quote: 'I want you to recognize I'm a proud monkey.' (The Blacker The Berry, To Pimp A Butterfly)

Ta Nehisi Coates (42)

Schrijver, journalist, stripboekmaker. Schreef het veel gelezen Between The World And Me, waarin hij (in de vorm van een brief aan zijn tienerzoon) beschrijft wat het betekent om een zwart lichaam te hebben in Amerika - een lichaam dat afwisselend als werktuig, bedreiging en doelwit wordt gezien. Leverde kritiek op Obama, die in zijn ogen als president te weinig deed voor Afro-Amerikanen, en schreef de Marvel Comics-serie Black Panther.

Quote: ‘Ras is het kind van racisme, niet de vader.’

Michelle Alexander (50)

Schrijver, activist. Schreef acht jaar oude, maar nog steeds urgente bestseller The New Jim Crow, over het hoge aantal zwarte mensen in Amerikaanse gevangenissen. Betoogt dat het strafrecht in de VS een voortzetting is van de apartheid uit de jaren vijftig en zestig: honderdduizenden Afro-Amerikanen zitten vaak lange tijd opgesloten voor soms relatief kleine vergrijpen, een gevolg van vooral Bill Clintons Three Strike Out-wet (die levenslang voorschrijft voor mensen die drie misdrijven hebben begaan). Riep zwarte vrouwen tijdens de presidentsverkiezingen van 2016 op daarom niet voor Hillary te stemmen.

Quote: ‘De Verenigde Staten nemen een groter percentage van de zwarte bevolking gevangen dan Zuid-Afrika deed op het hoogtepunt van de apartheid.’

Alicia Garza (37)

Activist, schrijver. Bedenker van Black Lives Matter, eerst alleen een leus en hashtag, nu een nieuwe zwarte burgerrechtenbeweging met kantoren in meer dan dertig Amerikaanse steden. De beweging brak door gedurende de golf van dodelijk politieoptreden tegen zwarte verdachten door heel Amerika. De ruchtbaarheid die de organisatie hieraan gaf leidde er onder meer toe dat agenten in een aantal steden verplicht camera’s moeten dragen.

Quote: ‘Black Lives Matter’.

Michelle Obama (54)

Voormalige FLOTUS die meer nog dan voormalige POTUS besefte dat zij, als eerste zwarte presidentsfamilie, de belangrijkste Afro-Amerikaanse rolmodellen waren, in de VS en daarbuiten. Greep die kans om zwarte mensen een perspectief te bieden en de diversiteit van Amerika te vieren ook binnen het Witte Huis. Nodigde zwarte schoolklassen en CEO’s met hoofddoekjes uit, Afro-Amerikaanse popmuzikanten en veteranen die tot voor kort dakloos waren. Laat niemand je tegenhouden, was haar mantra. Kijk naar mij, het kán!

Quote: ‘Education is power.’

Barack Obama (56)

44ste Amerikaanse president. Was de eerste zwarte president, maar kreeg pas laat door dat hij ook de president was van Afro-Amerikanen. Blijft wel de grootste verworvenheid van de burgerrechtenstrijd tot nog toe. Is nu met My Brothers Keeper actief in de zwarte achterbuurten.

Quote: ‘Laten we niet vergeten dat we allemaal deel uitmaken van één Amerikaanse familie.’

Cory Booker (48)

Democratisch senator uit New Jersey. Doet hoogstwaarschijnlijk een gooi naar het presidentschap in 2020. Heeft hervorming van het onderwijs en strafsysteem als belangrijkste speerpunten.

Quote: ‘Generaties heroïsche Amerikanen hebben Amerika inclusiever, ruimdenkender en rechtvaardiger gemaakt.’

Martin Luther King Jr. (39)

Dominee, activist. Bekendste leider van de burgerrechtenbeweging tussen 1954 en 1968. Predikte geweldloosheid en burgerlijke ongehoorzaamheid in de strijd voor gelijke rechten voor de zwarte bevolking. Begenadigd spreker. Werd op 4 april 1968 in Memphis in zijn nek geschoten.

Quote: ‘I have a dream.’ 

Meer over