Reportage Lauwersmeer

Vijftig jaar Lauwersmeer:Zelfs Zoutkamp is gewend aan het zoet

De Lauwerszee werd vandaag vijftig jaar geleden het Lauwersmeer. Onbedoeld is er een dynamisch natuurgebied ontstaan. En Zoutkamp, het vissersdorp dat zich fel verzette, is er ook bovenop gekomen – al blijft de zeelucht lonken. ‘Als ik op de dijk sta, kan ik de zeelucht nog ruiken.’

Om de verbossing van het Lauwersmeergebied tegen te gaan, grazen er 250 konikpaarden. Beeld Harry Cock

Eigenlijk was de afsluiting van de Lauwerszee een rekensom: 32 kilometer dijk rondom de binnenzee verhogen, of eb en vloed buiten de deur houden met een 13 kilometer lange waterkering?

In 1611 werd er al gefilosofeerd over het afzetten van de zeearm die rond het jaar 800 ontstond door een inbraak van de zee in het land. In de 19de eeuw werden de plannen serieuzer. Tot de bouw van de grote sluis bij Zoutkamp in 1877 kwamen eb en vloed via het Reitdiep tot in de stad Groningen.

De watersnoodramp van 1953 beslechtte het pleit. Ook Friesland kreeg bijna natte voeten, bij Ezumazijl siepelde het water door de dijk. ‘De Lauwerssé moat ticht!’, klonk het. In 1960 nam de regering het Besluit tot droogmaking van de Lauwerszee. Het werkeiland Lauwersoog werd opgespoten, de Nederlandse kust 19 kilometer korter gemaakt, 9.000 hectare land gewonnen. ‘Holland bedwingt weer de zee’, schreef De Tijd een dag voor 23 mei 1969. Vissersdorp Zoutkamp treurde, nieuwe natuur ontlook. Wat is de balans, een halve eeuw Lauwersmeer later?

1. Hoe de natuur bij toeval opleefde …

Zelf heeft hij het niet meegemaakt, maar als boswachter Jaap Kloosterhuis van Staatsbosbeheer de overlevering mag geloven, stonk het Lauwersmeer de eerste jaren na de afsluiting ‘als de hel’. Van de ene op de andere dag verdween het tij. Stilstaand zout water werd verdreven door invloeiend zoet water. ‘En zoet water is als vergif voor zout bodemleven. Alle mossels, kokkels en nonnetjes en wadslakjes rotten weg.’

‘Zie je wel’, zeiden de tegenstanders, ‘dat krijg je ervan: stinkende prut’. Kloosterhuis: ‘Een binnenzee afsluiten, dat zou nu nooit meer gebeuren.’

Een kale zandbak, dat was het Lauwersmeer de eerste jaren. Maar de natuur toonde zich weerbaar. Het eerste dat begon te groeien waren de kwelderplanten, zoals zeekraal, lamsoor, zeeaster. Met de ontzilting en afzetting van sediment en zand kwam er steeds meer concurrentie. Allerlei orchideeën, parnassia, wintergroen. ‘Als in een mooie duinvallei.’

De ironie: natuurontwikkeling speelde aanvankelijk geen enkele rol in de plannenmakerij rond de indijking van de Lauwerszee. Ingenieurs predikten waterveiligheid. Bestuurders stonden in de stand van recreatie. Defensie zag ruimte voor een oefenterrein. De eerste die doorkreeg dat als onbedoeld neveneffect een boeiende flora ontstond was een bioloog van Rijkswaterstaat, Alie Koridon. ‘Die zei: dit moeten we koesteren.’

Er werden proefbossen geplant, met de wilg als onbetwiste kampioen. Wat ooit een woest en ledig gebied was, werd ‘een vogelparadijs op vroegere zeebodem’. Met vijf landschappen en bijhorende soorten: open diep water (futen en aalscholvers), ondiep water en slik (steltlopers en lepelaars), ruigten (veldleeuwerik, blauwborst), rietvelden (ral, baardmannetje, rietzanger, karekiet, koekoek) en bos (wielewaal, nachtegaal). ‘De houtduif heeft geen natuurgebied nodig.’

Voormalige vissershuisjes in Zoutkamp. Beeld Harry Cock

Sinds 2003 heeft het Lauwersmeergebied de status van nationaal park. Maar vraag boswachter Kloosterhuis niet of de ruim 6.000 hectare die tot bloei kwamen na een tekentafelingreep echte natuur is. ‘Vraag dat maar aan de vogels die hier verblijven.’ Of aan de vogelaars. ‘Bij Ezumakeeg zie je alle kentekens van Europa.’

Hoe bewaak je het evenwicht tussen het behouden en laten beleven van natuur, zeker nu de recreatie rond het Lauwersmeer toeneemt? Het salomonsoordeel: geen waterskibaan, wel jeepsafari’s door oeverbosschage. ‘De tendens is naar mijn idee nu weleens iets te ruimhartig’, zegt Kloosterhuis. Al heeft het gebied het voordeel van schaal – voor Nederlandse begrippen dan. ‘Als we mensen ergens toelaten, zijn er andere plekken waar vogels ongestoord blijven.’

Een koppel zeearenden, roerdompen en otters hebben er hun plek gevonden. Maar, weet Kloosterhuis, het Lauwersmeer is niet zoals het geweest is en het blijft niet zoals het nu is. Het gebied heeft een sterke drang naar verbossing. Daarom grazen er vijfhonderd Schotse hooglanders en 250 konikpaarden. ‘Als we niets doen, wordt dit een soort Biesbosch en houden we nog maar twee landschappen over.’

De scheiding tussen zout en zoet is bovendien wel erg strikt. Het waterpeil verhogen ligt gevoelig bij akkerbouwers. De tijd voorzichtig terugdraaien dan, door de sluis af en toe te openen voor gedempt tij? Wie weet, zegt Kloosterhuis. ‘Als de ervaringen bij het Haringvliet positief zijn, zou dat plan zomaar weer uit de la kunnen komen.’

2 …. en vissersdorp Zoutkamp zich herpakte

Als de kotters ’s middags terugkeerden in Zoutkamp, liepen schooljongens als Henk Buitjes naar de sluis. Daar werd het kleine spul gelost, ‘lutje vis’. Sprongen ze bij pa aan boord. Met de vloot kwam de bedrijvigheid naar het Noord-Groningse vissersdorp. Met de afsluiting van de Lauwerszee was dat plots voorbij, herinnert Buitjes (59) zich. ‘Toen het tij verdween, werd het in Zoutkamp stil.’

Bijna iedereen was blij met de afsluiting van de Lauwerszee. Behalve de vissers van Zoutkamp. Die zagen hun beste visgronden met zoet water weggespoeld. De vloot week gedwongen uit naar Lauwersoog, het kunstmatig opgespoten werkeiland zonder ziel of verleden. ‘Rouwen in Zoutkamp om afsluiting Lauwerszee’, kopte De Tijd. ‘Vissers bedreigd in broodwinning.’ Toen koningin Juliana langskwam op 23 mei 1969 hingen de vlaggen halfstok.

‘Alleen de Zoutkampers waren tegen, maar die werden niet gehoord’, zegt Buitjes. Zijn vader Aldert ging voorop in de protestmarsen – tevergeefs. Met de haven werd het hart van Zoutkamp naar Lauwersoog getransplanteerd. ‘Het leven was eruit. Zoutkamp lag als een aangeslagen bokser in de hoek.’

Voormalige vissershuisjes in Zoutkamp Beeld Harry Cock

De Zoutkamper vloot halveerde, van dertig naar vijftien kotters. De frustratie over het gebrek aan compensatie was groot. Oudere vissers weigerden voorbij de nieuwe sluis te vissen. De hartslag van het dorp veranderde, dagvisserij werd weekvisserij. Het herstellen van de netten, de reuring op de kades verdween. ‘Alles werd verplaatst naar Lauwersoog’, zegt Buitjes. ‘Je zag het dorp vervallen.’ De Friezen aan de overkant, die voor afsluiting hadden gepleit, kregen nieuwe wegen. ‘Zij wel.’

De registratieletters ‘ZK’ op de kotters moesten vervangen worden door ‘LO’ – met pijn in het hart. Toen dat later teruggedraaid mocht, deden de Zoutkamper vissers dat nagenoeg allemaal onmiddellijk, al kostte het een paar honderd gulden.

Aldert Buitjes ging op het nieuwe meer op paling vissen, die floreerde in de overgang van zout naar zoet. Henk volgde zijn vader op, week later uit naar zee en garnalen, deed nog even iets anders. Maar werken tussen vier muren is niks voor een man uit een eeuwenoud Zoutkamper vissersgeslacht.

Opgestuwd door betere prijzen bloeide halverwege jaren tachtig de visserij weer op, ook in Zoutkamp. De redding is misschien wel geweest dat garnalenverwerker Heiploeg het dorp trouw bleef. De techniek ontwikkelde, zie de moderne kotters met spotters en automatische verwerkingslijn aan boord. Henk Buitjes kocht in 2000 de ZK 37.

Waar het Lauwersmeer voor de generatie van zijn vader symbool stond voor wat Zoutkamp was afgenomen, was het voor Henks zoon Alfred Buitjes en diens leeftijdsgenoten het avontuur. ‘Iedereen had een bootje. Wij praatten altijd over vissen, we deden niks anders.’

Voormalige vissershuisjes in Zoutkamp. Beeld Harry Cock

Alfred, 33 inmiddels, wilde altijd al visser worden. Sinds zijn 18de is hij het, nu op de ZK 21. Al zijn vrienden vissen of ‘zitten in de garnalen’, als chauffeur of afslagdirecteur. De Zoutkamper vloot is weer dertig schepen groot. En het dorp is zichtbaar opgeknapt, met de gekleurde panden langs de trotse binnenhaven aan een glinsterend Reitdiep. Toerisme glorieert. ‘Zoutkamp heeft zichzelf weer opgericht’, zegt Buitjes senior.

Alfred Buitjes is realistisch. Misschien was een buitendijkse haven onvermijdelijk geworden met steeds grotere schepen. In Zoutkamp is geen plaats voor de faciliteiten die de moderne haven van Lauwersoog biedt. Maar hij weet ook: met schepen in de haven komt het leven in het dorp. Hij zag het in Duitsland, in Greetsiel. ‘Toen wist ik wat mijn vader bedoelde als hij vertelde hoe het vroeger in Zoutkamp was.’

Voor de oude garde is de wond nooit geheeld. Donderdagmiddag vaart de Zoutkamper vloot met de vlag halfstok naar de plaats waar de laatste caisson het einde van de Lauwerszee bezegelde. Daar zal een krans in het water worden gegooid. ‘Velen weten niet dat het meer ooit een zee was’, zegt Buitjes senior. ‘Maar als ik op de dijk sta, kan ik de zeelucht nog ruiken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden