Vijftig en dertig jaar

Wanneer bij Carmiggelt tijdens het schrijven een mooie uitspraak zijn hoofd kwam binnenvliegen, wist hij niet altijd van wie de woorden kwamen....

KEES FENS

Misschien zou een directe toeschrijving aan 'Goethe of Schiller' het beste zijn geweest. Beide schrijvers zijn in dit land voor een citeerder vrij gevaarloos. Hun werk is zeer omvangrijk en ook nog voor het allergrootste deel onbekend. Zeer oude erudieten ziet men nog wel eens citeren uit Faust, maar na hen is alleen Boudewijn Büch in staat Goethe te citeren en citaten uit zijn oeuvre thuis te brengen. (Dat geloven wij, niemand kan het meer controleren.)

Enkele citaten circuleren anoniem, zelfs in het Nederlands: de twee zielen in één borst, laatstelijk nog gebruikt om gespletenheid tussen de minister van Volksgezondheid en de lijstaanvoerder van D66 aan te geven, is een wat afgerond geraakte uitspraak van Goethe. 'Was sich liebt das neckt sich' (het omgekeerde is ook waar en zal dus ook wel bestaan) is als een Duits spreekwoord in de Nederlandse conversatie opgenomen. Laatst hoorde ik dat de uitspraak van Goethe is. (Het gezegde wordt overigens hier vaak verkeerd gebruikt. Dat 'neckt', dat 'plagen' betekent, wordt verstaan als het Nederlandse 'nekt', en dan wordt de uitspraak bij passiemoorden of zware echtelijke ruzies toegepast!)

Misschien is naamloosheid van uitspraken - de persoonlijke uitspraak wordt een soort spreekwoord - wel het hoogst bereikbare. 'Dichters liegen de waarheid.' Het is pasmunt geworden, maar het is een uitspraak van Bertus Aafjes. 'Alles van waarde is weerloos' begint de anonimiteit te bereiken. Wellicht is dit toch nog hoger: uitspraken toegedicht te krijgen die je nooit hebt gedaan. 'Engeland en Amerika zijn twee landen verdeeld door een gemeenschappelijke taal' van Shaw is er zo een (er bestaan nogal wat varianten van en dat is veelzeggend). Shaw heeft overigens zoveel spitsheden neergeschreven en uitgesproken dat hij ze niet alle zal hebben herkend als van hem afkomstig. Hij is waarschijnlijk de grootste aforismen-schrijver van deze eeuw, doordat voor zijn spotzieke geest alles omkeerbaar was.

De in Nederland beroemdste uitspraak, toegeschreven aan een dichter die het nooit heeft gezegd, is 'Als er weer een zondvloed losbreekt, ga ik naar Holland, want daar gebeurt alles vijftig jaar later.' En de dichter die er gelukkig mee werd gemaakt, is Heinrich Heine. De uitpraak wordt nog altijd veel geciteerd, vooral door mensen die hier nog altijd Gods molens zien malen of door geestigaards (die gebruiken altijd afgeleefde citaten).

Vorige maand was Heine tweehonderd jaar geleden geboren; hij is hier bescheiden herdacht. Maar rond de jaarwisseling kreeg hij zijn kleine Hollandse herdenking in het boekje Heine en Holland van Martin van Amerongen, waarschijnlijk de laatste Nederlandse Heine-kenner (vroeger waren er vele; Van Amerongen heeft in veel opzichten een vooroorlogse eruditie). Hij zal de laatste blijven, want al meteen aan het slot van het eerste stukje concludeert hij dat de tijd van Heine voorbij is. De dichter is bijgezet 'in het Pantheon der klassieken'.

Die opvatting krijgt versterking met een uitspraak van Jacques Presser, die een boekje over Heine schreef en hem zeker in Nederland het meest heeft geciteerd, maar hij heeft heel veel auteurs het meest geciteerd; hij was er een grootmeester in. Het voorlaatste stukje uit het boek stelt de vraag die in het eerste al is beantwoord: 'Is Heine dood?' heet het.

In het tweede stukje komt de geciteerde uitspraak over ons achterlopende land aan de orde. Voor alle zekerheid - zonder twijfel geen wetenschap - raadpleegde Van Amerongen de Heine-computer van het Heine-instituut in Düsseldorf. Dat 'Heine-computer' zal wel een grapje zijn. Heine heeft het niet gezegd, wees de computer uit. (Ik ken de uitspraak overigens met 'laatste oordeel', wat ik ook mooier vindt. Wie vlucht er nou voor de zondvloed naar Nederland?)

De eerste die op onderzoek ging naar de oorsprong van de uitspraak was Nico Scheepmaker, de grootste beoefenaar van de vrolijke wetenschap uit de Nederlandse journalistiek. Hij ging naar Isaac Kisch en Karel van het Reve, twee zeer grote Heine-kenners. Zij zeiden wat de Heine-computer jaren later aan Van Amerongen doorgaf. Maar wie heeft die bon mot dan bedacht? Hoe is ze in de Nederlandse taal terechtgekomen?

Scheepmaker begon een tweede speurtocht. Hij kwam bij de journalist Frits Kieft. En die antwoordde op de eerste vraag 'Ik, natuurlijk.' Hij had op een politieke vergadering in 1939 uitgeroepen dat in dat suffe Nederland alles een halve eeuw later gebeurde. En om zijn woorden gewicht te geven, voegde hij eraan toe: 'Zoals Heinrich Heine al gezegd heeft.'

Terecht stelt Van Amerongen de vraag hoe de uitspraak dan zo'n grote verspreiding heeft gekregen, want zo'n belangrijk journalist was Kieft niet. Er is nog een tweede vraag: hoe komt de uitspraak aan zijn zo mooie vorm, want wat Kieft riep was een kreet, wat Heine geacht werd te hebben gezegd is een aforisme. We zijn er nog lang niet, zals met 'Artis natura magistra', waarvan de oorsprong ook nog altijd een raadsel is.

Kieft was een Heine-kenner, Van Amerongen ook en hij weet een uitspraak van Heine te citeren waarvan de uitroep van Kieft wel eens het verdraaide resultaat kan zijn, zo verdraaid dat 'later', 'eerder' wordt. Dat geloof ik niet, en ook niet de door Van Ameringen geënsceneerde toepassing van een uitspraak van Heine over Göttingen op Holland. De laatste mogelijkheid is dat een ander het heeft gezegd. Heine krijgt de eer van de spitsheid van een ander. Is dat zo, dan hadden we de auteur allang gekend.

Alles begint opnieuw met een heel mooie vondst van Van Amerongen. Hij leest in The Independent een ingezonden brief over treinvertragingen. De auteur, die A. de Corral heet, schrijft: 'Als vreemdeling ken ik maar al te goed het beroemde gezegde waarin Heinrich Heine zei: On the day of the doom I hope I shall be in England, because in that country everything happens 30 years later.'

Ich weiss nicht, was soll es bedeuten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden