Vijfmiljoen vierkante kilometer nuttige planten

Onderzoekers van de Landbouwuniversiteit werken aan een handzame bundeling van de kennis over bruikbare Zuidoostaziatische planten. Binnenkort verschijnt deel acht van dit post-koloniale project....

IN zuidoost-Azië komen duizenden plantesoorten voor die door de bevolking - voor eigen gebruik of voor handelsdoeleinden - worden benut als voedsel, medicijn, brandstof en voor vele andere toepassingen. Over deze planten bestaat wereldwijd een zo overweldigende hoeveelheid wetenschappelijke informatie, dat die vrijwel ontoegankelijk is geworden.

Voor informatie over teelt en verwerking van nuttige planten, wordt daarom in Indonesië nog steeds voornamelijk gebruik gemaakt van het driedelige handboek De nuttige planten van Nederlandsch Indië van de Nederlander Karel Heyne. Het stamt, zoals de titel al doet vermoeden, uit het koloniale tijdperk. De laatste druk verscheen in 1927.

Het werk van Heyne is dringend aan herziening toe, vindt de Indonesische regering. In de jaren zeventig verzocht zij Nederland daarom herhaaldelijk bij te dragen aan een nieuwe bewerking van dit standaardwerk. Het oude, Nederlandstalige boek is niet alleen tekstueel en inhoudelijk achterhaald, het afnemende aantal Indonesiërs dat Nederlands spreekt en leest, maakt de informatie bovendien steeds minder toegankelijk voor de lokale bevolking.

De Landbouwuniversiteit Wageningen wilde wel meewerken aan een nieuw standaardwerk over de zuidoost-Aziatische flora, maar de eerste projectvoorstellen liepen stuk op een gebrek aan financiers. 'Omdat er aanvankelijk nauwelijks geldschieters voor dit project te vinden waren, werden in Indonesië voorbereidingen getroffen om het werk van Heyne dan maar letterlijk in het Indonesisch te vertalen', zegt dr J. Siemonsma van de vakgroep Agronomie van de Landbouwuniversiteit (LU).

In 1989 rolde in Jakarta de letterlijke vertaling van het oude boek van de persen. 'Dat geeft wel aan dat er echt behoefte bestaat aan een nieuw standaardwerk over de voor de mens nuttige plantesoorten in zuidoost-Azië', zegt Siemonsma. 'En zo'n nieuw encyclopedisch werk komt er ook.

Terwijl in Indonesië het boek van Heyne werd vertaald, vond de Landbouwuniversiteit toch nog financiers voor de samenstelling van een nieuw 'handboek'. Zo ontstond in 1986 het Prosea-project (Plant Resources of South-East Asia), een samenwerkingsverband tussen acht zuidoost-Aziatische onderzoeksinstellingen en de LU. De eindredactie van het boek, waarvan het achtste van de uiteindelijk twintig delen binnenkort moet verschijnen, wordt verricht in Nederland. Acht medewerkers van de Landbouwuniversiteit zijn verantwoordelijk voor het resultaat.

'We vonden dat we ons dit keer niet moesten beperken tot Indonesië', zegt dr P. Jansen van de vakgroep plantentaxonomie. Vanwege de floristische en klimatologische overeenkomsten in zuidoost-Azië werd besloten, de plant resources van een groter gebied in kaart te brengen. Het kerngebied bestaat daarom uit Indonesië, Maleisië, de Filipijnen, Papoea-Nieuw-Guinea, Brunei en Singapore; het randgebied wordt gevormd door de tropische gedeelten van Thailand, Birma, Laos, Cambodja en Vietnam. Daarmee beslaat het Prosea-boek een gebied van een kleine vijf miljoen vierkante kilometer.

Om informatie over de nuttige planten in zo'n uitgestrekt gebied te inventariseren, heeft de Prosea-stichting kantoortjes opgezet in de deelnemende landen in het gebied. Het hoofdkantoor is gevestigd in Bogor, Indonesië, en het publikatiekantoor in Wageningen.

De landenkantoortjes zijn verantwoordelijk voor het veldwerk: het opsporen van actuele gegevens over gebruikte planten en het controleren van bestaande gegevens. Voor verschillende groepen planten worden bovendien specialisten uit de hele wereld uitgenodigd om een bijdrage aan het project te leveren.

'Over veel plantesoorten is voldoende bekend en dan kan er worden volstaan met het verwerken en controleren van bestaande gegevens. Voor andere soorten gaat dat in mindere mate op en moet veel literatuuronderzoek en zo mogelijk veldonderzoek worden verricht om aan actuele gegevens te komen', aldus Jansen.

Het Prosea-handboek kan bijdragen aan een verantwoord landgebruik in zuidoost-Azië, menen de samenstellers. 'Voor iedereen toegankelijke kennis van planten is daarbij immers een eerste vereiste. Zo wordt in het handboek uitdrukkelijk aandacht besteed aan nog niet in cultuur gebrachte soorten. Kennis van het potentieel nuttig gebruik daarvan kan bijvoorbeeld bijdragen tot het vinden van alternatieven voor de huidige exploitatie van tropisch regenwoud, de houtkap. Een exploitatiewijze die het ecosysteem intact laat, zoals het verzamelen van bosprodukten als harsen, gommen, kleurstoffen, wassen en latex, is op lange termijn altijd voordeliger.'

Ook aan inheemse medicinale planten wordt in de Prosea-serie aandacht besteed. De alternatieven die deze planten bieden voor synthetische geneesmiddelen kunnen, zo luidt de redenering, zowel de volksgezondheid als de economieën van de zuidoost-Aziatische landen ten goede komen. Kennis van wilde varianten van cultuurgewassen kan bovendien eigenschappen voor ziekteresistentie opleveren die vervolgens weer in cultuurgewassen kunnen worden ingekruist. 'Zo kunnen ook andere dan de zuidoost-Aziatische landen van de gebundelde informatie profiteren', meent Siemonsma.

Veel plantesoorten zijn voor verschillende doeleinden te gebruiken. Zo levert de stam van de nog relatief weinig in cultuur gebrachte sago-palm een zetmeel dat op Nieuw-Guinea als voedsel dient, maar dat ook industriële toepassingen kent. De overige delen van deze plant kunnen eveneens worden gebruikt: het groeipunt als groente, de bladeren als dakbedekking en de geoogste stam als timmerhout en brandstof.

Plantesoorten waaraan wat informatie betreft weinig aan kan worden toegevoegd, zoals rijst, koffie, thee en suikerriet, worden eveneens in de boeken opgenomen, om het werk zo compleet mogelijk te maken en het niet te ontdoen van de economisch meest belangrijke gewassen.

'In het westen is men meer geneigd zich druk te maken over biodiversiteit dan in zuidoost-Azië', meent Siemonsma. 'Het is min of meer een luxe-probleem. Wij hebben ons eigen leefmilieu geweld aangedaan en stellen nu middelen beschikbaar om de Derde Wereld niet dezelfde fouten te laten maken. Onderzoekers in Indonesië, Maleisië of de Filipijnen hebben vaak niet de mogelijkheid om zich op zo'n kostbaar en ambitieus regionaal onderzoek te richten. Daarom, en omdat de Indonesische regering erom vroeg, heeft de Landbouwuniversiteit dit initiatief genomen.'

Aanvankelijk werd er volgens Siemonsma door met name Maleisië terughoudend gereageerd op het Nederlandse initiatief. De bedenkingen over deze vorm van 'westerse bemoeizucht' met betrekking tot de exploitatie van regenwoudgebieden waren echter van korte duur: 'Nu worden gegevens uit de Prosea-boeken over timmerhoutleverende planten gehanteerd in de discussie over de exploitatie van al dan niet met uitsterven bedreigde tropische houtsoorten. Bovendien is het initiatief voor het project weliswaar uit Nederland gekomen, het zwaartepunt ervan ligt in Zuidoost-Azië.'

De in de Prosea-serie gepresenteerde informatie is bedoeld voor alle geïnteresseerden. 'Onderwijs, voorlichting, land-en tuinbouwkundig onderzoek, maar ook voor producenten en handelaars. We zijn nu bijna halverwege het project en de reacties op de eerste zeven delen zijn positief', aldus Siemonsma. 'In Indonesië en de Filipijnen hebben die boeken inmiddels gediend als basis voor nieuw voorlichtingsmateriaal.'

Het laatste deel van de Prosea-boeken moet in het jaar 2000 verschijnen. Tegen die tijd moet het 6400 pagina's tellende werk gegevens bevatten over ruim vijfduizend zuidoost-Aziatische plantesoorten.

De verzamelde gegevens komen beschikbaar in een dure en een goedkope engelstalige editie en in Indonesië en Vietnam is men begonnen de serie in de eigen taal te vertalen. Daarnaast verschijnen ze op een cd-rom, die in de toekomst wellicht via bijvoorbeeld Internet kan worden geraadpleegd. Het voordeel hiervan is dat de bestanden regelmatig kunnen worden aangevuld met nieuwe onderzoeksgegevens, zodat Prosea over zeventig jaar niet net zo achterhaald hoeft te zijn als het boek van Heyne nu.

Frans Eggermont

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden