Vijf vragen bij de omroepplannen van Van der Laan

Voor welke problemen in het omroepbestel zijn de plannen van Van der Laan eigenlijk een oplossing, willen Job Cohen en Herman Wijffels weten....

Job Cohen en Herman Wijffels

Deze maand hervat de Kamer de behandeling van de omroepplannen vanstaatssecretaris Van der Laan, om te beginnen met een hoorzitting op devijfde. Er zal veel aandacht zijn voor de positie van de NPS en als destaatssecretaris een list verzint om die omroep of zijn programma's tecontinueren, kan het gevoel ontstaan dat een belangrijke verandering isafgeblazen. Maar met of zonder NPS, als de rest van de plannen van hetkabinet onverkort wordt uitgevoerd, zal de publieke omroep onherkenbaarveranderen.

Het is daarom zinvol aan het begin van het politieke seizoen het helepakket nog eens na te lopen, met als kernvraag wat eigenlijk het probleemis dat de regering wil aanpakken en in hoeverre de voorgestelde maatregelenuitvoerbaar zijn. Met name bij de financiering zijn intussen door velenvraagtekens geplaatst. Door van de rijksbijdrage een vast bedrag te makenen een daling van STER-inkomsten niet te compenseren, wordt een deel vande programma's, met name die over cultuur, volledig afhankelijk vanreclameopbrengsten.

Tegelijk wordt het kijkpubliek, zoals uit een Motivaction-onderzoekblijkt, door de voorgestelde ingrepen aanmerkelijk kleiner. Dat leidt toteen dalende STER-opbrengst, en het onvermijdelijke slachtoffer daarvan zijnde cultuurprogramma's. Dat was natuurlijk niet de bedoeling van deregering, maar het is wel het voorzienbare effect.

Overigens is ook de vraag nog niet echt beantwoord wat nu wel debedoeling is. Wat wil men eigenlijk precies oplossen? Er wordt wel verwezennaar het rapport van de commissie-Rinnooy Kan, maar dat geeft eenevenwichtig beeld: de programma's van de omroepen zijn prima, anderzijdsis er te weinig samenwerking, coördinatie en toekomstgerichtheid. Hetkijkpubliek neemt af en allochtonen en jongeren kijken helemaal niet.

Dat zijn geen kleinigheden en daar moet beslist wat aan worden gedaan.Maar het is moeilijk een relatie te ontdekken tussen wat de regering nu vanplan is en de problemen die Rinnooy Kan signaleert. Zijn voornaamsteremedie, bevordering van de samenwerking tussen de omroepen, is in iedergeval in geen velden of wegen meer te bekennen.

Hoe nu op een geordende manier de door de regering voorgeschoteldespaghetti van analyses, problemen en maatregelen te beoordelen? De Raadvoor de Maatschappelijke Ontwikkeling heeft vorig jaar een rapportuitgebracht waaraan vijf criteria kunnen worden ontleend omverbeteringsplannen aan te toetsen. Komen er meer garanties tegen directebeïnvloeding door de politiek? Wordt de onafhankelijkheid van commerciëleinvloeden groter? Garanderen de plannen dat de veelzijdigheid van hetprogramma-aanbod gehandhaafd blijft? Vormen de plannen een stimulans voormeer samenwerking? Versterken de plannen de rol van de burgers in hetmedebestuur van de omroep?

De regering zal er geen bezwaar tegen hebben langs die meetlat gelegdte worden, want het desbetreffende rapport van de RMO is destijds door deregering met instemming ontvangen en de conclusies zijn overgenomen.

Komen er meer garanties tegen directe beïnvloeding door de politiek?

Bij de huidige publieke omroep is de overheidsinvloed op de inhoud vande programma's gering. Kleiner dan in alle andere Europese landen, de BBCinbegrepen. Het is niet zo verwonderlijk dat overheden greep op met namede publieke televisie willen hebben, want tv is een machtsfactor. De BBCkritiseerde het Irak-beleid van Blair en moest dat bekopen met een extracontroleorgaan. Het Nederlandse kabinet leeft soms in onmin met de tv, maardaar hoeft Hilversum niet wakker van te liggen. Wij hebben eenpubliek/privaat bestel met ingebouwde beveiliging tegen inhoudelijkeoverheidsinmenging. Bij het beoordelen van de huidige plannen zou dat eenbelangrijk criterium moeten zijn: wordt niet (bedoeld of onbedoeld) deoverheidsinvloed groter?

Op een aantal terreinen komt de feitelijke, inhoudelijke, macht over wathet publieke bestel aan programma's gaat brengen, in handen van driedirecteuren, benoemd door de minister. Die zullen, net als in anderelanden, te maken krijgen met de mening van politieke gezagsdragers. Diezullen niet komen aanzetten met verboden en commando's, maar ze zullenbedroefd zijn en het hoofd schudden, waarna de omroepbazen bij deprogrammamakers zullen aandringen op matiging.

Zo ontstaat een klimaat waarin gedurfde of exceptionele programma's'vanzelf' niet meer ontstaan. Het programma-aanbod in Nederland is opopmerkelijk veel interessanter dan dat in de meeste ons omringende landen,en dat is niet omdat elders officiële verbodsbepalingen zouden bestaan,maar dat komt door subtiel gestimuleerde zelfcensuur.

Garanderen de plannen dat de veelzijdigheid van het programma-aanbodgehandhaafd blijft?

De publieke omroep is nu een belangrijke factor in de vorming van depublieke opinie. Niet de enige factor, maar een belangrijke. Nederland 1,2 en 3 hebben samen tussen 30 en 40 procent van de kijkers en Nederland 2is bijna iedere week de zender met het grootste kijkerspubliek. In hetzeldzame geval dat commerciële zenders en Nederland 2 hetzelfde programmauitzenden, zoals bij de tsunami-inzamelingsactie, kijken de meesteNederlanders naar Nederland 2. Dus op momenten dat gemeenschapsgevoel inhet geding is, schaart men zich kennelijk liever rond een publieke zenderdan rond een commerciële. De geloofwaardigheid van de publieke zenderswordt door de kijkers trouwens ook hoger geschat.

Al die factoren maken dat de publieke omroep een rol kan blijven spelenbij de vorming van de publieke opinie. In hoeverre is dat ook gegarandeerdals de plannen van Van der Laan worden uitgevoerd? Zijzelf zegt dat zekijkdichtheid niet zo'n relevant criterium vindt voor een publieke omroep,en die visie vinden we weerspiegeld in de bepaling dat de publieke omroepgeen puur amusement meer mag uitzenden.

Een onderzoek van het bureau Motivaction laat zien wat de gevolgendaarvan zijn voor de kijkdichtheid: een kleine 50 procent van de huidigekijkers verwacht minder naar Nederland 1, 2 en 3 te gaan kijken. Depublieke omroep blijft dan in eerste instantie achter met zo'n 20 procentvan de kijkers. Maar dat aantal neemt snel af, want de programma'sverschralen, doordat de STER-inkomsten afnemen. En de overheid gaat, zegtze, die daling niet compenseren.

Waar wordt de publieke opinie dan gevormd? Waar zullen inverkiezingstijd de lijsttrekkers dan hun debatten voeren? De commerciëlenkrijgen in zo'n medialandschap vanzelf bijna een informatiemonopolie. Desituatie gaat lijken op die in de VS: heel veel commerciële omroepen diesterk op elkaar lijken en allemaal de meerderheid der kijkers aan zichwillen binden door de meerderheid te vertellen wat de meerderheid wilhoren. Ergens daartussen nog een of twee noodlijdende publieke zenderszonder publiek.

Vormen de plannen een stimulans voor meer samenwerking?

In de plannen worden de omroepverenigingen gedwongen programma's temaken voor hun eigen achterban, en binnen die verplichting zijn zeautonoom. Dat wil zeggen dat de door de overheid benoemde directie er nietsover te vertellen heeft en dient te zorgen dat die programma's wordenuitgezonden. Buiten dat eigen territorium mogen de omroepen ook welprogramma's maken, maar daar komen ze ook andere aanbieders tegen. De drieNOS-directeuren maken dan uit wat er wordt uitgezonden en wat niet.

De omroepverenigingen worden dus gestimuleerd zich meer te profileren,ofwel zich meer specifiek te richten op een eigen achterban. Is dat eengoed idee? Het levert in ieder geval geen stimulans op voor samenwerking.En het gaat problemen opleveren, want achterbannen zijn niet meer wat zegeweest zijn. Ongeveer de helft van de omroepen is ontstaan na deverzuiling of heeft geen band meer met zijn komaf: BNN, TROS, NPS en VPRO.De AVRO is een geval apart, die heeft altijd een 'algemeen' alternatiefvoor de zuilen willen zijn. Blijven over: EO, VARA, NCRV en KRO. Die hebben een relatie met een in de bevolking levende identiteit.

Maar het zuilenstelsel met zijn in compartimenten levendebevolkingsgroepen is verleden tijd. Er zijn identiteiten voor in de plaatsgekomen en omroepen maken programma's waarin mensen hun identiteitherkennen. De KRO slaagt er bij voorbeeld in mensen aan te spreken voor wiehet spirituele verweven is met het alledaagse. Misschien is dit ook de kernvan de rooms-katholieke identiteit, maar de mensen waar het om gaat, zullenzich lang niet allemaal rooms-katholiek noemen. Het concretiseren van zo'nongeformuleerde identiteit waarin (zie de kijkcijfers) honderdduizendenzich herkennen, is een formidabele prestatie van de KRO.

Op dezelfde manier zijn ook de VARA en de NCRV, en zelfs de EO, gedurfden succesvol bezig buiten hun oorspronkelijke oevers. In een tijd waarinzingevende verbanden in de samenleving schaars worden, scheppen zesamenhang. Dat doen ze door de grenzen van hun oorspronkelijke domein teverleggen en door te experimenteren met samenwerkingsvormen.

Nu moeten ze weer in hun eigen hok, terug naar de zuilentijd. Einde vande plannen voor vergaande samenwerking per net, plannen voor een fusietussen VARA, VPRO en NPS. Dit lijkt geen verstandig beleid. Het geeft ookaan dat de ontwikkeling van bij de bevolking levende identiteiten niet goedwordt begrepen.

Wordt de onafhankelijkheid van commerciële invloeden groter?

Ook bij de voorgestelde maatregel omroepen de ruimte te geven omprogramma's voor de markt te produceren en andere commerciële activiteitente ontwikkelen, zijn vraagtekens te plaatsen. Bij de omroepen werken,volgens een berekening van de financieel NOS-directeur Cees Vis, ongeveerduizend mensen meer dan de omroep straks zal kunnen betalen. Die mensenzullen door hun omroepen niet worden ontslagen als er ook een kans is zeaan het werk te houden.

De omroepen zullen dus voor de vrije markt gaan produceren, en omdat depublieke omroep weinig geld heeft en onaantrekkelijk is geworden voor eengroot publiek, zullen de attractiefste programma's van de omroepenterechtkomen bij de commerciëlen. Deze voorspelling is zo bizar dat hetde moeite lijkt om 'm te checken. Een zegsman uit het Hilversumse reageertnuchter: dit is geen bizar scenario, deze ontwikkeling is al aan de gang.De vervlechting van het publieke en het commerciële domein is daarmeebegonnen.

Versterken de plannen de rol van de burgers in het medebestuur van deomroep?

Ten slotte de vraag welke opvatting over democratische participatieschuilgaat achter het terugdringen van de verenigingen en het vergroten vande sturingsbevoegdheid van drie door de minister te benoemen directeuren.Is dat wel logisch te noemen in een tijd dat zo ongeveer alle politiekepartijen vinden dat de burgers hun burgemeester moeten kunnen kiezen.

Misschien dat in Den Haag nog wordt gedacht dat omroepverenigingeneigenlijk geen verenigingen zijn maar constructies rondom eenprogrammablad. Dat is zo vaak gezegd dat het bijna een feit lijkt. Maar menzou de moeite kunnen nemen om na te gaan wat daarvan klopt. Een onderzoekin juni 2004 geeft aan dat de VARA 17 procent van zijn abonnees kwijtraaktals de weekprogramma's ook gewoon in de krant te vinden zijn. Voor de AVROen de TROS ligt het verlies wat hoger, maar geen enkele vereniging wordtweggevaagd als de omroepgegevens vrijkomen.

Nergens is de meerderheid van de abonnees puur uit toeval bij een omroepbeland. En de omroepen zijn al jaren bezig hun verenigingen te vitaliseren.Er is iedere week wel ergens een bijeenkomst, via internet of live, waaraanniet zelden honderden leden meedoen. De politieke partijen, die zelf qualedental en vitaliteit een noodlijdende sector zijn in verenigingsland,tonen hier weinig respect voor. Is het wijs aan de omroepverenigingenzodanige beperkingen op te leggen dat de ruimte voor zeggenschap van ledenvermindert? Zo wordt op termijn wáár wat sommige politici schijnen tedenken: de verenigingen zullen algauw weinig meer voorstellen.

Deze vragen en kanttekeningen bedoelen niet te suggereren dat er geenproblemen zouden zijn in het huidige bestel. Rinnooy Kan en de WRR hebbenze goed in kaart gebracht. Er is nu geen duidelijk onderscheid tussen dedrie tv-netten. Het lukt nu niet goed voor de drie tv-netten eenaansprekend programma te maken met een eigen karakter. Een deel van deomroepen is meer bezig met de eigen identiteit dan met die van het net, watonder andere leidt tot het kwijtraken van jeugdige kijkers. Maar wat is derelatie tussen deze problemen en de huidige plannen, dat is de kernvraag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden