AnalyseVN-klimaattop

Vijf jaar na Parijs maakt de EU een goede beurt met emissiedeal

De wereld kan dankzij een zwaarbevochten klimaatbesluit van de Europese Unie vandaag het eerste lustrum vieren van het akkoord van Parijs. De voortgang is moeizaam, maar onmiskenbaar.

Bosbrand in Bobin, Australië in november 2019.  Beeld AFP
Bosbrand in Bobin, Australië in november 2019.Beeld AFP

Vijf jaar geleden was het optimisme groot en leek de wereld even één. Op 12 december 2015 sloten 196 landen in Parijs een historisch akkoord om de klimaatverandering aan te pakken en de opwarming eind deze eeuw te beperken tot 2 graden Celsius (en liever nog 1,5 graad) boven pre-industrieel niveau.

Vandaag, nu de Verenigde Naties met een virtuele Climate Action Summit het eerste lustrum van ‘Parijs’ vieren, is dat optimisme grotendeels verdampt. En niet alleen omdat multilaterale samenwerking uit de gratie raakte, en een drijvende kracht achter Parijs, de Verenigde Staten, onder president Trump uit het akkoord stapte.

De uitstoot van broeikasgassen groeit ondanks de Parijse afspraken nog altijd door (even afgezien van de tijdelijke coronadip dit jaar), en de gevolgen van de opwarming worden elk jaar zichtbaarder. De planeet is al 1,2 graad warmer geworden. Met de huidige klimaatplannen stevenen we af op een opwarming van zeker 3 graden eind deze eeuw. Het is volgens de VN cruciaal om de emissies voor 2030 minstens te halveren.

EU-deal

Juist daarom is het besluit van de Europese Unie om haar klimaatplan fors aan te scherpen zo belangrijk. De EU besloot vrijdagochtend, na een lange nacht doorvergaderen, haar netto-uitstoot van CO2 in de komende tien jaar met minstens 55 procent te verminderen (in plaats van de oude 40 procent, vergeleken met 1990). Al had het Europees Parlement, dat de deal nog moet goedkeuren, een min van 65 procent gewild.

Het is een zwaar bevochten strijd. Oost-Europese landen met een grote fossiele energiesector zoals Polen, Hongarije en Tsjechië lagen dwars. Ze wilden compensatie omdat ze hun steenkool en gas zouden moeten uitbannen. Om het conflict te lijmen werd besloten 30 procent van de – ook deze week overeengekomen – meerjarenbegroting van 1,82 biljoen euro in te zetten voor de transitie. Ook werd afgesproken dat de min 55 procent een doel is van de EU als gehéél, niet afzonderlijke landen, dat ook ‘negatieve emissies’ zoals het aanplanten van bossen meetellen, en dat armere lidstaten meer profiteren van het emissiehandelssysteem ETS.

De EU-lidstaten voorkwamen met hun akkoord een internationale blamage aan de vooravond van de VN-top van vandaag, zeker gezien de EU-ambitie een wereldleider te zijn op klimaatgebied. Want vandaag moeten landen laten zien of ze hun klimaatambities willen opschroeven. Dat moet volgens Parijs elke vijf jaar, voor het eerst op de (wegens de coronacrisis uitgestelde) klimaattop van Glasgow (COP26) eind 2021.

Netto nul

Het grote doel moet volgens de VN zijn dat alle landen zich vastleggen op een netto nul uitstoot van broeikasgassen in 2050, enkele jaren geleden nog een radicaal idee. Het Verenigd Koninkrijk en de EU committeerden zich hier vorig jaar al aan, China (de grootste uitstoter) beloofde in september op 2060 te mikken, en Japan en Zuid-Korea sloten zich ook aan, alles bijeen al meer dan 50 procent van de wereldwijde emissies. Als de VS onder de nieuwe president Biden volgen zou het al meer dan 60 procent zijn.

Die mooie plannen stellen natuurlijk alleen wat voor als landen ook bereid zijn tot concrete reducties voor de komende tien jaar, zoals de EU vrijdag gedaan heeft en eerder ook het VK, dat zich als Glasgow-gastheer vastlegde op een uitstootvermindering van 68 procent in 2030. VN-topman António Guterres hoopt dat een aantal van de 70 wereldleiders die vandaag meedoen zich aansluiten. En hij hoopt dat rijke landen de portemonnee zullen trekken om het nog angstwekkend lege VN-klimaatfonds voor hulp aan arme landen te vullen.

Volgens het World Resources Institute hebben tot nu toe pas twintig landen daadwerkelijk al ambitieuzere klimaatplannen ingediend, zoals Brazilië, Jamaica, Mongolië, Noorwegen en Rwanda; samen nog geen 8 procent van de wereldemissies. Maar zeker 125 regeringen zouden dit in aanloop naar Glasgow ook van plan zijn. En 1.000 bedrijven beloofden al fossiele brandstoffen uit hun productieketens te zullen bannen.

De klimaatbeweging is niettemin teleurgesteld over wat zij ziet als een gebrek aan ambitie. ‘Alweer zo’n klimaat-jamboree van lege beloften en tekortschietende plannen stelt weinig voor terwijl in elke hoek van de planeet fatale overstromingen, droogtes en hongersnoden levens verwoesten van mensen die zelf part noch deel hebben aan de oorzaken van deze crisis’, aldus de COP26 Coalitie van milieuorganisaties en ngo’s.

Toch kan de VN-top een vitale aftrap zijn voor het cruciale klimaatjaar 2021, net zoals in januari het aantreden van Biden dat kan zijn – hij wil de VS terugbrengen in Parijs. De top kan ook een extra aansporing zijn om de biljoenen euro’s die landen nu wereldwijd uittrekken voor coronasteunpakketten klimaatvriendelijk in te zetten. 

Als de wereld zich een beetje inspant kan de opwarming in 2100 volgens de rekenaars van Carbon Action Tracker beperkt blijven tot 2,1 graad. Halen we Parijs toch bijna.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden