Vijanden maken plezier in Monrovia's volle nachtclubs

De bevolking van Monrovia is er slecht aan toe, maar ondanks dat, of misschien wel juist daardoor, heeft de Liberiaanse hoofdstad een bruisend nachtleven....

The Guardian

MONROVIA

Na zeven jaar burgeroorlog, een strijd die in april uitliep in een rampzalige golf van factie-strijd en plunderingen, lijkt Monrovia op het eerste gezicht een even uitgestorven als uitgestrekte dodenstad.

Kantoren en restaurants waarvan niet meer over is dan een uitgebrand geraamte en hopen afval; vervallen huizen doorzeefd met kogelgaten, de meeste geplunderd en verlaten; half-afgebouwde flatgebouwen naast werkloze kranen en kapotte bouwmachines; kapotgeschoten telegraafpalen die onder merkwaardige hoeken voorover buigen, en waarvan een wirwar van draden als spaghetti naar beneden hangt - het zijn misschien de kenmerken van iedere door oorlog verwoeste stad.

Maar deze troosteloze buitenkant verhult een spectaculair vertoon van 'laissez-aller', van losbandigheid bijna. Monrovia heeft een overvloed aan 'uitgaanscentra', variërend van morsige bars en disco's, tot Chicago-achtige snookercentra en videozalen waar Indiase soap-opera's en Kung Fu thrillers worden vertoond en af en toe eens een Zweedse film.

Vanwege de avondklok, ingesteld door de West-Afrikaanse vredesmacht Ecomog, doen deze gelegenheden goede zaken tot een uur of zes 's avonds, wanneer iedereen taxi's probeert te vinden om zo snel mogelijk thuis te komen.

Een bepaalde 'nachtclub' in het centrum van de hoofdstad belichaamt zo'n beetje alles dat opmerkelijk is aan Monrovia. Tegen drie uur op een woensdagmiddag is de donkere club volgepakt met minstens driehonderd bezoekers. Er hangt een weeë stank, de lucht is vol van vocht en zweet en de dansvloer is een krioelende masse van lichamen die ronddraaien en tegen elkaar opbotsen op een zware reggae-beat.

De clientèle bestaat uit Liberianen en buitenlanders, tijdelijk verenigd in hun jacht op plezier. Vrouwen in strakke kleren en in het donker oplichtende lippenstiften wachten met nauw verholen ongeduld aan de bar op een man - maakt niet uit welke - die hun een pilsje aanbiedt. Meestal hoeven ze niet lang te wachten.

Onder de mannen - sommigen 'op zijn Amerikaans' gekleed, in spijkerbroek, een leren vest, en Ray-Ban-zonnebril balancerend in hun haar - zijn zowel rebellen als West-Afrikaanse vredessoldaten.

De zeer weinige blanken, deel van Monravia's sterk geslonken buitenlandse gemeenschap, zijn meestal duidelijk herkenbaar als 'zakenmannen' of medewerkers van de Verenigde Naties. De sfeer is joviaal, op het randje van hysterisch, terwijl het bier in grote hoeveelheden verdwijnt en nieuwe verhoudingen even snel tot stand komen als oude worden ontbonden.

'Hier zie je wat deze oorlog zolang in stand heeft gehouden', zegt een plaatselijke journalist. 'Die hele zaak ging altijd alleen maar om zelfverrijking. Soldaten pakken wat ze krijgen kunnen, met een wapen in hun hand. Ecomog plundert met het excuus dat ze de vrede in stand houden. En de Verenigde Naties hebben er geen behoefte aan die situatie te veranderen. Sommigen van die kerels maken een fortuin.'

De situatie kan net zo schrijnend zijn als verontrustend. Stel je twee goedgeklede jonge mannen voor, de ene met zijn haar in korte dreadlocks, hij draagt gouden armbanden en kettingen, een oorbel; de andere heeft kunstige dessins geschoren in zijn haar. Ze zitten aan de bar, drinken bier en tappen moppen, lachen er luidruchtig om.

Dat lijkt allemaal zo volkomen normaal dat je er niet van opkijkt. Tot je, van de clubeigenaar, hoort dat de ene een soldaat is van Charles Taylors Nationale Patriottische Front van Liberia en de ander zijn tegenstander, aanhanger van George Boley's Liberiaanse Vredesraad. De twee facties strijden nog steeds, ondanks een staakt-het-vuren, en onlangs nog hebben deze twee 'rebellen' misschien wel tegenover elkaar gestaan in een gevecht.

'Als de mensen hier komen om plezier te maken, geeft het niet wie ze zijn. Iedereen gaat met iedereen om. Hier kunnen ze tenminste voor een poosje die idiote oorlog vergeten, die trouwens toch niemand begrijpt', zegt de eigenaar. Veel Liberianen zijn te bang, of in ieder geval te voorzichtig, voor voorbarig optimisme.

Als de avondklok nadert en de clubgasten tevoorschijn komen in de ondergaande zon, zijn de scheidslijnen meteen weer terug tussen soldaten en burgers, tussen de ene factie en de andere.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.