Viezaazjie

In de zomer drie weken door Turkije gereisd. Prachtig landschap, hoffelijke mensen, heerlijk eten. Op de valreep naar Istanbul. Overdag blootsvoets getrippeld op de tapijten van formidabele moskeeën, 's avonds zwetend kopje onder gegaan in het uitgaansleven....

Wèg zoete Turkse droom. Afkeurende blikken, lonkende blikken, niks geen hoffelijkheid, maar afgemeten service aan de bar. Spierballen dankzij sportschoolbezoek, strakke shirtjes, kortgeknipte koppen, tattoos die als een ringband om de bovenarmen kronkelen. Op afroep meedeinen op Britney Spears en de Turkse Willeke Alberti. Ik raak uit mijn humeur. Istanbul, Brighton, Parijs, Stockholm: allemaal geweest dit jaar, maar in de homoscene lossen cultuurverschillen ogenblikkelijk op. Inwisselbare gesprekken, inwisselbare mise-en-scènes. Op honderden homo-gezichten staat honderden keren geschreven: 'Denk maar niet dat...' (Ik, dertiger al en spierballoos, ben misschien jaloers dat ik geen blikken vang.)

Terug in Amsterdam ga ik gewoontegetrouw toch weer uit in homokroeg of homodisco. Om de vage herinnering aan de jaren van jagen, misschien. Wel zo makkelijk ook. 's Avonds laat, als ik eindelijk mijn dagelijkse tv-stukje naar de krant heb gestuurd en klaar ben met werken, zijn de meeste vrienden niet meer beschikbaar. Zal ik dus wel alleen moeten. Durf ik niet naar de hetero-kroeg op Leidse- of Rembrandtplein, maar kies ik voor de Amsterdamse versie van Disco Neo. Nergens wordt zoveel geloerd, maar ik waan me er toch minder bekeken. Café Soho, dat zich - spiegelwand, meubels-in-leer, donkerbruine wanden - gedraagt als een donkerbruin café. Disco Exit waar de dansende jongens de camp voorbij zijn en pavlov-achtig het podiumpje opschieten als Dancing queen weer eens uit de speakers schalt.

Homo's vooruitstrevend en hip? Is een misvatting, mompel ik bij mezelf, van goedbedoelende hetero's die zich een keer per jaar zand in de ogen laten strooien door de grachtentocht tijdens Gay Pride. Toe Willeke, zíng nog een keer!

Hipper is het, droom ik, vast bij de hetero's. De voorhoede van party-crashers zit, denk ik dankzij een enkel bezoek te weten, in trendy muziek- en lounge-café's. In fabriekshallen die tijdelijk tot house-paleizen zijn getransformeerd. Of in muziektempel Paradiso. Daar komen hetero-jongens die volkomen vanzelfsprekend je blik beantwoorden. Die met groot gemak aan elkaars lijven plukken. Die desnoods hun sigaret, achteloos en enigszins vrouwelijk, achterwaarts over de linkerschouder laten bungelen. Hoe hetero ze ook zijn.

Ik zie ze alleen op straat. Niet in de cafe's waar zij niet komen opdagen. In de homokroeg verschijnen op mijn netvlies vooral de bewijzen van veelvuldig bezoek aan de sportschool. Het fysieke machtsvertoon correspondeert soms nauwelijks met de hoge toon waarop gesnept wordt.

Had ik vorige week een vriend eindelijk zover dat hij weer eens meeging - hij houdt het homo-uitgaansleven eigenlijk voor gezien -, werd hij tegengehouden door de portier. Mijn vriend heeft spierballen van bescheiden formaat, draagt geen strak shirtje, heeft geen kaalgeschoren kop. De veters van zijn schoenen zitten soms los. 'Jij bent dronken', zei de portier, de blik op de losse veters gericht. 'Nee', zei mijn vriend naar waarheid, 'ik drink alleen nog spa.' De portier, smalend: 'Dan heb ik het zeker verkeerd gezien.' Mijn vriend, beleefd: 'Kennelijk wel.' De portier: 'Nou moet jij je grote mond houden!' Ik explodeerde en maakte rechtsomkeert.

Was ik er deze week toch weer. Alleen. En ik wil alleen blijven, en anoniem. Maar beland via een vage kennis in een groepje druk gesticulerende cafébezoekers. Veel verhalen over televisieproductie en style & beauty. Assistenten van productie-assistenten van de televisie zijn de helden in het gezelschap. Het gaat over visagie. 'En wat doe jij?', vraagt een van hen plotseling aan mij. Ik zet me schrap, slik en slik in (de tijd dat homocafé April boeken in een vitrine legde is allang vervlogen tijd), mompel tenslotte dat ik schrijf, ik zeg er al niet eens bij dat het voor de Volkskrant is. 'Voor de televisie?', vraagt de jongen dus hoopvol. 'Ik schrijf', zeg ik nog maar eens bedeesd, en dan toch: 'Voor de Volkskrant.' 'Ach, heb ik ook gehad, kom je wel overheen', zegt de jongen - gespierd, zonnebankbruin, hoge toon. 'Toen ik net in de viezaazjie zat heb ik er ook wel eens het knuppeltje bij neer willen gooien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden