reportage

Vier maanden na de overstromingen ziet Pepinster in Wallonië er nog uit als rampgebied

In de hoofdstraat van Pepinster is vier maanden na de overstromingen elke winkel nog steeds gesloten.  Beeld Rebecca Fertinel
In de hoofdstraat van Pepinster is vier maanden na de overstromingen elke winkel nog steeds gesloten.Beeld Rebecca Fertinel

Woningen zijn leeg en zonder verwarming, winkels zijn nog dicht en het Rode Kruis deelt er maaltijden uit. Pepinster in Wallonië is nog lang niet hersteld van de overstromingen van afgelopen zomer.

Sacha Kester

Ze heeft heel even overwogen om alles achter zich te laten. Haar huis, waar het water vier maanden geleden ’s nachts woedend naar binnen stoof, om al haar meubilair weer mee naar buiten te sleuren. Haar straat, waar ook haar oude moeder woonde, die op dezelfde nacht door het water uit de armen van haar zus werd getrokken, en 14 kilometer verderop dood werd teruggevonden. Haar leven, dat zich altijd aan de oever van de rivier de Vesder heeft afgespeeld.

Maar Christiane Mathonet-Sluse (69) besloot toch in Pepinster te blijven. ‘Ik ben hier geboren, en het is de enige plek waar ik kan zijn.’

De vrouw staat op de drempel van haar huis, het enige in de straat waarvan de ramen niet zijn dichtgetimmerd. Binnen zijn werklui bezig: er wordt een nieuwe vloer aangelegd, en over een maand of drie, vier hoopt Mathonet-Sluse dat het pand weer bewoonbaar is. Tot die tijd logeert ze bij haar broer – net als tot voor kort haar zus met haar gezin. Het grootste deel van haar kleding en huisraad bewaart Mathonet-Sluse in haar volgepakte auto, die langs de kade staat geparkeerd. ‘Mijn drive-incloset’, giechelt ze ondeugend als ernaar wordt gevraagd.

De Vlaamse vrijwilliger Anneke Alderweireldt brengt nieuwe spullen om de slachtoffers van de overstroming te helpen. Inwoner Christiane Mathonet-Sluse staat in de deuropening Beeld Rebecca Fertinel
De Vlaamse vrijwilliger Anneke Alderweireldt brengt nieuwe spullen om de slachtoffers van de overstroming te helpen. Inwoner Christiane Mathonet-Sluse staat in de deuropeningBeeld Rebecca Fertinel

Je zou het niet zeggen, maar Mathonet-Sluse is een van de gelukkigen. Tijdens de overstromingen in juli werden in Wallonië ruim 38 duizend woningen beschadigd en zeker 642 volledig verwoest. Er zijn meer dan 71 duizend schadedossiers ingediend bij de Belgische verzekeringsmaatschappijen, maar sommige inwoners zitten nog steeds te wachten op een bezoekje van de verzekeringsexpert – laat staan dat het al tot een uitkering is gekomen. De regels zijn bovendien niet goed afgestemd op dergelijke rampen: vaak wordt gevraagd om bonnen die met het water zijn weggedreven.

‘Geen meubels, geen verwarming en nauwelijks hulp’

‘Het is ongelofelijk’, zegt Anneke Alderweireldt, een vrouw uit het Vlaamse Hoegaarden die een busje vol hulpgoederen leeghaalt en neerzet in een school die sinds de overstromingen niet meer wordt gebruikt. ‘Mensen wonen in lege huizen: hebben geen meubels, geen verwarming en nauwelijks hulp.’

Zelf had Alderweireldt voor 14 juli nog nooit van Pepinster gehoord – een gehucht in de Ardennen – maar toen ze op het nieuws over de ramp vernam, sprong ze in de auto om te kijken of ze kon helpen. Sindsdien rijdt ze elke week op en neer. Eerst om modder te ruimen, nu om spullen te brengen die zij in haar garage inzamelt: van speelgoed tot ijskasten tot voorraden soep. ‘Ik word constant door mensen aangeklampt’, vertelt ze. ‘Of we nog een kinderbedje voor hen hebben. Of dat we mensen kunnen regelen om in het weekeinde te ruimen.’

Het centrum van Pepinster ziet er nog steeds uit als een rampgebied. Op het plein staat een container waarin het Rode Kruis maaltijden uitdeelt: overdag sandwiches en ’s avonds een warme hap. Volgens een vrijwilliger komen hier nog dagelijks zo’n vierhonderd mensen hun avondeten halen. De opticien en de apotheek bedienen inwoners vanuit een container op hetzelfde plein, maar vrijwel alle andere winkels, het café en de snackbar, zijn nog gesloten. De straatverlichting werkt niet overal, maar boven de hoofdstraat bungelt wel kerstverlichting: in grote letters wordt de inwoners ‘Joyeuses Fêtes’, gelukkige feestdagen, toegewenst.

Een door het water weggeslagen gevel van een huis langs de rivier de Vesder in Pepinster. Beeld Rebecca Fertinel
Een door het water weggeslagen gevel van een huis langs de rivier de Vesder in Pepinster.Beeld Rebecca Fertinel

Vier maanden geleden had Chantal Syben hier een kapperszaak, nu rest er niets dan een lege, donkere ruimte, waar het ruikt naar natte kelder. ‘De eerste uren van de ramp waren wij alleen met onszelf bezig’, vertelt ze in haar bovenwoning, enkele deuren verderop. ‘Je wilt zeker weten dat je familie veilig is. Later ga je kijken wat er van je zaak over is.’ Ze zucht. ‘Er is nog één spiegel, maar verder? Geen stoel, geen schaar, geen kammetje.’

Syben logeert al vier maanden bij vrienden, maar om hen niet te veel te belasten, bivakkeert ze overdag in haar eigen huis. Er is nog geen verwarming, geen warm water en ze kan er niet koken. Ze vertelt wat vele anderen ook zeggen: het is lastig om aan een cv-ketel te komen, want er zijn niet genoeg installateurs en de onderdelen zijn uitverkocht. Ondertussen struinen er ’s nachts criminelen door de pikdonkere straten, die de laatste spullen uit de verlaten huizen plunderen.

De enige brandweerman was bijna verdronken

In Theux, een dorp verderop, laat burgemeester Pierre Lemarchand op zijn telefoon beelden zien van het centrale plein tijdens de overstromingen: een grote kolkende massa bruin water, waar auto’s in drijven. ‘De eerste dagen kwam er nauwelijks hulp van buiten’, vertelt Lemarchand in zijn werkkamer. ‘We kregen vier extra brandweermannen voor de hele gemeente. Zelf hadden we er één en die was bijna verdronken.’

Christiane Mathonet-Sluse in het schooltje in Pepinster dat wordt gebruikt als opslagplaats voor hulpgoederen.  Ze hoopt het gebouw samen met andere inwoners te kunnen kopen, om er een gemeenschapscentrum van te maken. Beeld Rebecca Fertinel
Christiane Mathonet-Sluse in het schooltje in Pepinster dat wordt gebruikt als opslagplaats voor hulpgoederen. Ze hoopt het gebouw samen met andere inwoners te kunnen kopen, om er een gemeenschapscentrum van te maken.Beeld Rebecca Fertinel

Er was volgens Lemarchand een totaal gebrek aan coördinatie tussen de provincie, de Waalse overheid en de federale regering, en alles werd opgevangen door ondernemers en boeren uit de gemeente, die met hun tractoren en vrachtwagens kwamen helpen.

Zijn verhaal wordt onderstreept door het onderzoek dat de Waalse regering heeft laten uitvoeren door een Zwitsers bureau. Hieruit bleek dat België totaal niet was voorbereid op de ramp en dat de hersteloperatie werd bemoeilijkt door de complexe Belgische bestuursstructuur: de federale en regionale overheid, de provincies en de gemeenten bleven constant naar elkaar wijzen. Inwoners botsten bovendien op een ‘administratieve muur van internetformulieren en antwoordapparaten’ en voelden zich in de steek gelaten.

Nu gaat het veel beter, zegt Lemarchand, maar het is nog een gigantische klus om zijn gemeente weer op poten te krijgen. De bibliotheek, het zwembad, de sportverenigingen, de brandweer: allemaal kapot. ‘Oevers en dijken moeten worden hersteld en veel stroompjes zitten nog verstopt door puin. Daar is veel tijd voor nodig, en de financiële gevolgen zullen we nog jaren voelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden