Vier jongens misbruikt door hulpbisschop

Jan Niënhaus, de voormalige hulpbisschop van Utrecht, pleegde ontucht met vier jongens. De r.k. kerk wist dit al sinds 2011, maar hield het stil totdat de Volkskrant het bisdom confronteerde met het nieuws.

UTRECHT - Het aartsbisdom Utrecht wist al eind 2011 dat zijn voormalige hulpbisschop Jan Niënhaus van midden jaren vijftig tot begin jaren zeventig minstens vier jongens heeft misbruikt, maar heeft daarover tot gisteren gezwegen. Pas na vragen van de Volkskrant gaf het vrijdagmiddag een officiële persverklaring uit: 'Kardinaal Eijk is verdrietig dat dit misbruik heeft plaatsgevonden.'


De klachtencommissie van het Meldpunt misbruik RKK verklaarde in december 2011 een klacht van een nu 65-jarige man gegrond. Hij werd in 1955 en 1956 als 7-jarige misdienaar in opleiding misbruikt door Niënhaus, die toen kapelaan in Schalkwijk was. Het misbruik vond plaats in de zijruimte van de sacristie in de parochiekerk. De jongen werd door de kapelaan 'op schoot genomen en al kietelend betast', staat in het vonnis van de klachtencommissie, dat formeel 'advies' wordt genoemd. Niënhuis overleed in 2000.


'Aangeklaagde heeft tijdens deze bijeenkomsten ontuchtelijke handelingen verricht bij klager in de vorm van het onzedelijk betasten van de penis', aldus de commissie. 'Klager moest ook ontuchtelijke handelingen bij aangeklaagde verrichten. Naast kussen en knuffelen wilde aangeklaagde dat ook zijn geslachtsorgaan betast werd.'


De klachtencommissie noemt het 'zeer aannemelijk' dat het misbruik heeft plaatsgevonden, 'gelet op het aanwezige steunbewijs'. Tegen Niënhaus waren andere klachten binnengekomen. Meerdere mannen zeggen te zijn misbruikt toen Niënhaus kapelaan in Amersfoort was en achtereenvolgens docent, conrector en rector van het kleinseminarie in Apeldoorn.


De klachtencommissie verklaarde de klachten van drie andere slachtoffers gegrond. Kardinaal Wim Eijk bood de slachtoffers twee jaar geleden schriftelijk excuses aan. Er is een schadevergoeding uitgekeerd. Eijk heeft verder geen ruchtbaarheid gegeven aan het misbruik van de overleden Utrechtse kerkleider, tussen 1982 en 1999 de op één na hoogste baas van het aartsbisdom.


Daarmee laadt de katholieke kerk opnieuw de verdenking op zich het misbruikschandaal niet serieus te nemen en haar kerkleiders postuum te willen beschermen voor reputatieschade. Eerder deze maand bekende het bisdom Roermond pas publiekelijk spijt voor het misbruik door oud-bisschop Gijsen, nadat het Katholiek Nieuwsblad daarover vragen had gesteld.


'De r.k. kerk zegt schoon schip te willen maken en maximale openheid te betrachten', zegt Guido Klabbers, voorzitter van de koepel van slachtoffergroepen Klokk. 'Als het erop aankomt blijven ze misbruikzaken in de doofpot stoppen, vooral als daarbij hooggeplaatsten zijn betrokken.'


Dat wordt ontkend door Hans Zuijdwijk, secretaris-generaal van het aartsbisdom en de rechterhand van Eijk. Volgens hem kan en mag het aartsbisdom zelf niets bekendmaken. 'Zo is dat in de procedure van de klachtencommissie afgesproken. Het bisdom zoekt niet zelf de publiciteit, ter bescherming van slachtoffers en nabestaanden van daders. Anders zouden we kunnen worden aangeklaagd wegens smaad door de nabestaanden van de hulpbisschop.'


Volgens Zuijdwijk verzet ook het kerkelijk recht zich tegen meer openheid. 'Dat stelt dat we de eer en goede naam van prelaten niet te schande mogen maken. Hoe hoger je op de ladder zit, des te gevoeliger ligt dat. Over bisschoppen mogen we al helemaal niet diffamerend bezig zijn', aldus Zuijdwijk.


Die kille, vooral door de procedure ingegeven houding van de kerk valt slecht bij de slachtoffers van seksueel misbruik. 'Ze hebben meer oog voor het imago van de kerk dan voor het leed van de slachtoffers', vindt Klokk-voorzitter Klabbers.


Ook de 65-jarige man die als 7-jarige werd misbruikt door kapelaan Niënhaus maakt zich boos. 'Eijk heeft in een brief aan mij zijn spijt betuigd en excuses aangeboden. Naar buiten toe is het oorverdovend stil gebleven', verzucht hij. 'De buitenwereld mag niet weten dat deze kerkleider zijn handjes niet kon thuishouden.'


Zuijdwijk kan zich 'levendig voorstellen dat dit als slachtoffer buitengewoon onbevredigend is. Maar als kerk mogen we er geen ruchtbaarheid aan geven. Pas als het via de media naar buiten komt, gaan we geen verstoppertje spelen.'


Peter Nissen, hoogleraar cultuurgeschiedenis van de religiositeit aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, vindt dat een merkwaardige reflex. 'Daaruit blijkt dat de zorg om het eigen imago nog steeds een heel groot punt is', aldus de kerkhistoricus. 'De primaire zorg van de kerk moet bij de slachtoffers liggen, niet bij de imagoschade voor het instituut. Die moet je maar incasseren als straf.'


Het bisdom Roermond kreeg veel kritiek voor het 'onder de pet houden' van de misbruikpraktijken van Gijsen. Pas toen journalisten die kwestie aankaartten, gaf bisschop Frans Wiertz een persverklaring uit. 'De bisdomwoordvoerder gaf zelfs toe dat de persverklaring al een paar maanden klaarlag', aldus Nissen. 'Dat gebrek aan openheid is een gemiste kans. Door zelf naar buiten te treden, kweek je veel meer moreel krediet bij het publiek.'


Nissen bekritiseert ook het argument dat het kerkelijk recht die openheid niet zou toestaan. 'Het maakt nogal een verschil of het misbruik is gepleegd door een eenvoudige kapelaan of door een bisschop. Amerikaanse bisdommen hebben wel openheid van zaken gegeven over bisschoppen die zich schuldig hebben gemaakt aan misbruik. Die zijn naar mijn weten niet op de vingers getikt omdat het in strijd zou zijn met het kerkelijk recht.'


Bij de commissie-Deetman, die onderzoek deed naar seksueel misbruik in de katholieke kerk, waren meldingen tegen Niënhaus binnengekomen. Ze worden beschreven in het eindrapport. Over de meldingen van misbruik op het kleinseminarie in Apeldoorn schrijft Deetman: 'Ze delen een vast patroon. Stoeipartijen waarbij de leerling op de grond lag met een been omhoog en de leraar tegen dat been reed.'


Een koepel van twintig scholen in Groningen en Drenthe heeft in 2012 zijn naam Mgr. Niënhausstichting wegens de meldingen over misbruik veranderd in Fidarda. Daarvoor sprak de stichting in een biografie op de website nog lovend over 'de bezieling van de bisschop, aanstekelijk voor andere mensen omdat hij hen op een open, uitnodigende wijze tegemoet trad'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden