Journalisten Marieke Smits, Marloes Lemsom, Avinash Bhikhie en Rik Rutten op het Binnenhof in Den Haag.

INTERVIEW

Vier jonge verslaggevers over de verhouding tussen pers en politiek: te klef, of groeit de afstand juist?

Journalisten Marieke Smits, Marloes Lemsom, Avinash Bhikhie en Rik Rutten op het Binnenhof in Den Haag.Beeld Ivo van der Bent

In de jaren zeventig zaten journalisten op schoot bij politici. De jonge generatie verslaggevers heeft juist te maken met sturende perswoordvoerders van Kamerleden en met doortrapte charmeoffensieven van ministers. Vier jonge verslaggevers over de veranderende verhoudingen op het Binnenhof.

Daar komt Mark Rutte aan op zijn stevige stadsfiets. Een mutsje op tegen de kou en zijn gewatteerde jack aan. Als hij afstapt op het Frederik Hendrikplein in Den Haag, bungelen er direct microfoons van de NOS en RTL onder zijn neus en wordt de demissionair minister-president gevraagd naar zijn reactie op het bericht dat Gert-Jan Segers, fractievoorzitter van coalitiepartner ChristenUnie, geen plek voor zijn partij ziet in een toekomstig kabinet Rutte-IV.

Het is zaterdag 3 april. Rutte beleeft de meest tumultueuze dagen van zijn carrière. Nadat is gebleken dat hij in de verkenningsfase van een te vormen kabinet heeft gelogen over een ‘functie elders’ voor het kritische CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt hangt het premierschap van de VVD-leider aan een zijden draadje. Om in beeldtaal te communiceren dat hij uit onverzettelijke Nederlandse klei is getrokken, stapt Rutte op zijn fiets en trapt hij door weer en wind richting de tv-camera’s van de NOS en RTL. Die omroepen hadden, nadat zij de VVD om een reactie hadden gevraagd op het besluit van Segers, van de partij te horen gekregen dat Rutte ze om kwart voor zes bij het standbeeld Indische Tantes te woord zou staan.

Op sociale media klinkt kritiek op deze uitgekookte beeldregie. Journalist Eric Smit noemt het een ‘cynisch verbond’ tussen de parlementaire journalistiek en de ‘communicatiestrategen van de zittende macht’. NOS en RTL hadden duidelijker moeten maken dat dit interview niet plaatsvond na wat een spontane ontmoeting lijkt, vinden critici.

Klachten over te kleffe verhoudingen tussen de pers en politici zijn van alle tijden. In de jaren zeventig was de schoot van PvdA-premier Joop den Uyl ‘niet groot genoeg om alle journalisten te herbergen’, zei oud-CDA-politicus Hans Hillen ooit. De laatste maanden is de kritiek weer opgelaaid. Omtzigt sprak van een ‘innige band’ tussen het kabinet en de pers, waardoor de slachtoffers van de toeslagenaffaire lange tijd onzichtbaar bleven. Ook wordt journalisten verweten dat ze te veel aandacht besteden aan rechts-populistische politici als Thierry Baudet en Geert Wilders.

Wat vindt de nieuwe generatie politiek journalisten van deze kritiek? Hebben zij een andere werkopvatting dan oudere collega’s? We vragen het vier politiek verslaggevers die op het Binnenhof zijn gaan werken lange tijd na de moord op Pim Fortuyn − een gebeurtenis die volgens politicologen zoals Léonie de Jonge, die onderzoek heeft gedaan naar de mediaverslaggeving van populistisch-rechts, de politieke pers een trauma heeft bezorgd.

Marieke Smits (32) is namens WNL politiek redacteur en commentator van het praatprogramma Op1 en werkt sinds 2017 in Den Haag. Rik Rutten (27) is sinds 2019 politiek verslaggever voor NRC Handelsblad, waar hij onder meer schrijft over Forum voor Democratie. Avinash Bhikhie (34), voorheen nu.nl en sinds april de Volkskrant, loopt sinds 2014 rond op het Binnenhof. Marloes Lemsom (32) heeft sinds 2011 gewerkt voor Nieuwsuur, RTL Late Night met Twan Huys, Buitenhof en is nu verslaggever van EenVandaag.

Zouden jullie hebben meegewerkt aan het ‘charmeoffensief’ van Rutte?

Lemsom: ‘In deze situatie snap ik de afweging: je wilt toch een reactie van Rutte op het besluit van Segers. Ik zou er in dit geval wel bij vermelden dat Rutte maar al te graag wilde reageren.’

Smits: ‘Ik vond die transparantie niet nodig. Het was toch geen charmeoffensief? Het mutsje en de fiets kennen we langzamerhand wel. Bovendien was het geen zuiver pr-moment: NOS en RTL konden hem kritisch ondervragen.’

Rutten: ‘Ik denk dat ze duidelijk hadden moeten melden dat ze deze afspraak hadden gemaakt. Ik heb hem nog nooit zo vermoeid en vreugdeloos gezien als de dagen die aan dat interview voorafgingen. Er was hem alles aan gelegen om dat imago op te vijzelen door losjes en ontspannen aan te komen fietsen.’

Bhikhie: ‘Als je niet zegt hoe dit gesprek tot stand is gekomen, roept het bij kijkers vragen op. Natuurlijk is dit slim van Rutte: Nederlanders houden ervan als hun leiders normaal zijn.’

De journalisten moeten grinniken om het cliché van ‘de Haagse stolp’ − het idee dat het Binnenhof een afgesloten universum vormt waar politiek en journalistiek elkaar in een innige omhelzing vasthouden. Oudere collega’s willen nog wel eens verhalen over ‘hoe de drank verdween van het Binnenhof’ en hoe journalisten en politici in de jaren zeventig en tachtig omeletten met elkaar bakten. Maar, zo vertelt het viertal, in de loop der jaren is zowel de journalistiek als de politiek geprofessionaliseerd en is het wederzijds ongemak gegroeid. Borrels werden steeds saaier, al bleef de ‘Binnenhof-barbecue’ waarmee het zomerreces wordt ingeluid in trek. ‘Nog steeds staan Kamerleden, ministers en journalisten daar met elkaar te pilsen’, zegt Rutten. ‘Maar net als veel generatiegenoten voel ik me daar onwennig bij.’

Marieke Smits: ‘Er is veel doorloop onder Kamerleden. Daardoor hebben woordvoerders vaak meer ervaring − Kamerleden vragen hén wat ze moeten doen.’ Beeld Ivo van der Bent
Marieke Smits: ‘Er is veel doorloop onder Kamerleden. Daardoor hebben woordvoerders vaak meer ervaring − Kamerleden vragen hén wat ze moeten doen.’Beeld Ivo van der Bent

Volgens Rutten is ook in bredere zin de verhouding tussen journalisten en politici een ‘stuk minder vriendelijk’ dan vroeger. Dat uit zich niet alleen in de afstand die ze tot politici proberen te bewaren, maar ook in hun principiële houding over objectiviteit. Lemsom geeft als voorbeeld een voorgesprek dat ze hield met een fractievoorzitter. Nadat Lemsom hem met ‘u’ aansprak, zei de fractievoorzitter dat ze best mocht tutoyeren. ‘Maar dat doe ik niet. De afstand moet professioneel blijven.’ In tegenstelling tot oudere collega’s vertelt ze op haar redactie ook niet op welke partij ze stemt. ‘Ik merk dat veel collega’s van mijn generatie juist niet zeggen op wie ze stemmen omdat ze hun objectiviteit zo belangrijk vinden.’

Omgekeerd is er ook een groeiende afstand van politici tot journalisten, vertelt Rutten. Ook het politiek bedrijf is verder geprofessionaliseerd en ziet het omeletten bakken met journalisten als iets van een ver verleden. En dat is niet per se winst. Want in dat gat tussen politici en journalisten is de woordvoerder gedoken − een onbenoemde poortwachter die is aangesteld om volksvertegenwoordigers in het gareel te houden.

Rutte op de fiets

Marleen de Rooy van de NOS interviewde Rutte zaterdag over het besluit van Segers. ‘Hij wilde het interview per se op de fiets geven’, zegt De Rooy. ‘Over dat beeld zal hij heus hebben nagedacht, bovendien behoudt hij zo de regie en kan hij makkelijk wegfietsen. In de vlog Rondje Binnenhof laten we zien dat hij op zijn fiets wilde blijven, maar in het Journaal hebben we daarvoor geen tijd. Misschien hadden we moeten melden dat het interview vooraf afgesproken was, maar hoe groot is de kans dat je hem spontaan tegenkomt?’

Worden woordvoerders machtiger?

Rutten: ‘Inmiddels is het zover dat sommige Kamerleden niet met mij durven praten omdat ze bang zijn dat ze van hun woordvoerders op hun kop krijgen.’

Smits: ‘Er is veel doorloop onder Kamerleden. Daardoor hebben woordvoerders vaak meer ervaring − Kamerleden vragen hén wat ze moeten doen.’

Lemsom: ‘De VVD is hierin de extreemste partij. Soms heb ik een interview met een Kamerlid en dan merk ik dat die geïrriteerd is dat de woordvoerder macht probeert uit te oefenen. Dat Kamerlid moet ik de volgende keer even aanschieten als die alleen is, denk ik dan.’

Rutten: ‘Ik vind dat we op tafel moeten slaan als een VVD’er zegt dat die alleen met ons durft te praten als er een voorlichter bij is. Als wij dan braaf iedere keer die voorlichter bellen, kunnen we op het punt komen dat die voorlichter ook de macht heeft om te bepalen dat de politicus niet meer met ons praat. We hebben het de hele tijd gehad over de vorige generatie politiek verslaggevers, maar we moeten ook nadenken over wat we de volgende nalaten.’

Die oudere generatie wordt vaak in verband gebracht met een ‘Fortuyn-trauma’: na de onverwachte overwinning van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) in 2002 trokken journalisten ineens massaal de wijken in om de ‘vergeten’ boze burgers aan het woord te laten. Uit angst om deze politieke stroming opnieuw te missen zouden journalisten hier nog altijd onevenredig veel aandacht aan besteden.

Dit bleek ook uit recent onderzoek van de Vrije Universiteit. Daarin werd geconcludeerd dat Thierry Baudet, gezien de populariteit van zijn Forum voor Democratie (FvD), tijdens de campagne voor de afgelopen verkiezingen ruim was oververtegenwoordigd in de media.

Zijn ook journalisten die nog op school zaten tijdens de opkomst van en moord op Fortuyn, behept met dit ‘trauma’?

Welke invloed heeft Fortuyn gehad op jullie als parlementaire journalisten?

Lemsom: ‘Ik denk dat onze generatie politiek journalisten profiteert van lessen die geleerd zijn tijdens Fortuyn. Wij stellen ons nog altijd de vraag of we de stemmen van alle burgers wel genoeg laten horen. Besteden we aandacht aan thema’s die spelen in hun levens?’

Bhikhie: ‘Maar aan welke kant van het politieke spectrum zoeken we die stemmen?’

Lemsom: ‘Aan alle kanten, natuurlijk.’

Bhikhie: ‘Dat ben ik niet met je eens. De Partij voor de Dieren waarschuwt al jarenlang voor pandemieën, voor de gevaren van de bio-industrie, voor klimaatopwarming. En als je dan ziet hoeveel aandacht die partij krijgt vergeleken met FvD, dat minder zetels had in de Tweede Kamer, dan zou je dat uit balans kunnen noemen.’

Avinash Bhikhie: ‘Ik sprak ooit een collega die zei dat hij wel degelijk zijn verslaggeving heeft aangepast sinds Fortuyn.’ Beeld Ivo van der Bent
Avinash Bhikhie: ‘Ik sprak ooit een collega die zei dat hij wel degelijk zijn verslaggeving heeft aangepast sinds Fortuyn.’Beeld Ivo van der Bent

Spreken jullie wel eens met oudere verslaggevers over die Fortuyn-tijd?

Bhikhie: ‘Ja. Ik sprak ooit een collega, ik wil zijn naam niet noemen, die zei dat hij wel degelijk zijn verslaggeving heeft aangepast sinds Fortuyn.’

Rutten: ‘In welke zin?’

Bhikhie: ‘Dat hij, omdat de media verantwoordelijk zijn gehouden voor de moord, voorzichtiger is gaan schrijven over rechtse partijen.’

Lemsom: ‘Het wantrouwen in de media dat destijds met Fortuyn ontstond, speelt nog altijd een rol. Bij berichtgeving over de PVV en FvD vraag ik me constant af of het feitelijk te verantwoorden is wat ik doe.’

Welke gevolgen heeft dat voor je verslaggeving?

Lemsom: ‘We hadden tijdens de campagne een groot interview met Baudet voorbereid − uiteindelijk kwam hij niet opdagen, maar goed. Dan denk je wel na: hoe corrigeren we hem als hij onwaarheden vertelt? We moeten onze feiten altijd paraat hebben, maar zijn achterban is wantrouwender dan die van andere partijen.’

Rutten: ‘Verslag doen van FvD is tricky omdat Baudet af en toe een loopje neemt met de waarheid. Maar hij doet dat bijna altijd cryptisch − je krijgt niet vaak een glasharde leugen. Ik ben de afgelopen maanden mee geweest met de ‘vrijheidskaravaan’ − de FvD-bijeenkomsten in onder meer Appingedam en Roosendaal. Ik hoorde er allerlei insinuaties. ‘Het lijkt erop dat de wereldelites corona hebben gecreëerd.’ ‘Het lijkt erop dat de wereldelite een seizoensgriep tot crisis heeft verklaard.’ Als je vervolgens in je verslag ‘het lijkt erop’ weglaat, stel je ze meteen in de positie om te zeggen dat je hun woorden hebt verdraaid.’

Smits: ‘Terecht hebben jullie het over de achterban van Baudet, want die is eigenlijk altijd boos. Maar voor links doe je het ook niet vaak goed, zeker niet als je bij WNL werkt. Of we hadden Baudet überhaupt niet moeten uitnodigen, of we interrumperen hem te weinig.’

Marieke, wat vind jij van de kritiek die Op1 krijgt omdat FvD’er Wybren van Haga er de kans zou krijgen om onwaarheden over corona te verspreiden?

Smits: ‘We vragen ons altijd af of we iemand als hij moeten uitnodigen. Laatst deden we het toch, omdat hij bijna net zo veel voorkeursstemmen had gekregen als Baudet − en dat is nieuws. Maar als hij dan komt, bereiden we ons erop voor zodat we het nepnieuws dat hij eventueel verspreidt − dat coronavaccins vreselijke bijwerkingen hebben, dat corona slechts een griep is − kunnen weerleggen.’

Uit meerdere onderzoeken, waaronder dat van Alyt Damstra en Rens Vliegenthart van de Universiteit van Amsterdam, blijkt dat media-aandacht een partij legitimeert en populairder maakt. Toch werd die invloed vorige maand in de Volkskrant gerelativeerd door parlementair journalisten. In een artikel over de relatie tussen media en populistisch-rechts zeiden zij onder meer dat hun stukken PVV- en FvD-stemmers niet bereiken en wezen zij naar het grote bereik van Wilders en Baudet op sociale media.

Ook de jonge garde is niet helemaal overtuigd van de vermeende invloed van de media op de groei van populistisch-rechts. ‘Wybren van Haga van FvD heeft honderdduizenden voorkeursstemmen gekregen’, zegt Bhikhie, ‘terwijl hij niet vaak in de media is geweest. Die stemmen won hij vooral dankzij een campagne op sociale media.’

Maar helemaal ontkennen doen ze de gevolgen van hun verslaggeving ook niet. ‘Ik geloof wel dat wat je aandacht geeft, groeit’, zegt Smits. ‘De afgelopen verkiezingen zag je dat bij Volt. Nadat de lijsttrekker daarvan in Jinek, Op1 en Nieuwsuur had gezeten, steeg de partij in de peilingen.’ Bhikhie: ‘En uit die onderzoeken blijkt die invloed toch gewoon?’ Lemsom: ‘Precies. Wij kunnen daar dan wel wat van vinden, maar ja.’

Staan jullie stil bij die dynamiek?

Rutten: ‘Het maakt je bewust van een zekere macht die je hebt. En met macht komt verantwoordelijkheid: je kunt niet alleen een doorgeefluik zijn. Als PVV-stemmers tegen me zeggen dat zij geen sociale huurwoning kunnen krijgen en statushouders wel, moet ik dat niet als los citaat brengen, maar in context. Wat zijn de cijfers?’

Bhikhie: ‘Bij partijen op links en in het midden is veel frustratie. Zij stampen initiatiefwetten in elkaar, vragen advies aan bij de Raad van State, rekenen de effecten door en krijgen vervolgens nul aandacht. Wilders en Baudet gooien er een tweetje uit, waar iedereen achteraan gaat.’

Smits: ‘De aandacht voor het weglopen van Baudet bij Jinek (nadat cabaretier Martijn Koning een grap had gemaakt over de joodse achtergrond van zijn vriendin, red.) vond ik absurd. Dat duurde tien seconden en daar hebben we het nog dagen over gehad.’

Volgens critici bleek de media-obsessie met populistisch-rechts ook uit de lijsttrekkersdebatten. Als hoofdact daarvan lieten publieke omroepen Mark Rutte drie keer een-op-een met Geert Wilders debatteren. ‘Ik heb me daarover verbaasd’, zegt Bhikhie. ‘Als publieke omroep moet je daar denk ik toch een mate van toezicht op houden.’

Marloes Lemsom: ‘Ik vind dat de journalistiek vaak randstedelijk is.’ Beeld Ivo van der Bent
Marloes Lemsom: ‘Ik vind dat de journalistiek vaak randstedelijk is.’Beeld Ivo van der Bent

Marloes, jij hebt met EenVandaag zo’n debat georganiseerd.

Lemsom: ‘Ik heb dat debat niet inhoudelijk voorbereid. De volgende keer moeten we dit beter met elkaar afstemmen. Maar het is natuurlijk niet zo gek: Wilders was oppositieleider en stond tweede in de peilingen.’

Smits: ‘Met Op1 waren we betrokken bij de Pauw-debatten. Ik weet dat de medewerkers van Pauw deze koppeltjes al lang geleden hebben bedacht. En vlak voor de verkiezingen bleek dat ze niet de enige waren. Ik vond het vooral een probleem dat politici zelf hun stellingen en onderwerpen mochten bepalen.’

Bhikhie: ‘Dan geef je toch je journalistieke verantwoordelijkheid weg?’

Lemsom: ‘Klopt. Tot een jaar of zes geleden gingen journalisten − ik ook − bij partijen langs om te onderhandelen over die debatten. Stel dat de VVD toen met GroenLinks zou gaan debatteren over klimaat, formuleer je die de kant van de VVD op of de kant van GroenLinks? Dus: ‘De huidige klimaatdoelstellingen zijn voldoende.’ Of: ‘We willen een meer ambitieuze klimaatdoelstelling.’ Om van dat soort gedoe af te zijn, is besloten dat partijen zelf onderwerpen mogen aandragen. Maar ik vind dat de journalistiek daarmee de regie teveel uit handen gegeven heeft en merk dat partijen nu ook inzien dat dit onze taak hoort te zijn.’

Smits: ‘Rutte neemt dríe keer een stelling mee als ‘een leider moet impopulaire beslissingen durven nemen’. Dat is toch een minachting van de kijker?’

Ook een veelgehoorde kritiek op de parlementaire journalistiek is dat ze, net als het politieke establishment, losgezongen is van de rest van de samenleving. Het zou een hoogopgeleide, welgestelde bubbel zijn waar de problemen van de minder gefortuneerden nauwelijks tot doordringen. Dat zou met name blijken uit de toeslagenaffaire − de onterechte fraudeverdenking met kinderopvangtoeslagen waar Nederlanders met een migratieachtergrond onevenredig vaak het slachtoffer van zijn geworden. Volgens SP-Kamerlid Renske Leijten, een van de parlementariërs die de affaire aan het licht brachten, kon die plaatsvinden omdat de slachtoffers ervan zich buiten het blikveld bevinden van politici en journalisten. ‘Het is niet de trainer van het hockeyteam van je dochter, maar de schoonmaker van de club.’

Klopt de analyse van Renske Leijten?

Lemsom: ‘Je haalt als journalist ook verhalen uit je eigen omgeving. Als mijn nichtje te maken had gehad met de toeslagenaffaire, had ik het denk ik eerder opgepikt.’

Rutten: ‘Als ik dat hoor, trek ik me dat aan. In de Kamer en in het journaille is het opleidingsniveau hoog. We moeten ook goed kijken naar diversiteit daarin.’

Hoe staat het in journalistiek Den Haag met de diversiteit, in de breedste zin van het woord?

Bhikhie: ‘De man-vrouwverhouding is nog geen 50/50, maar wel veel beter dan toen ik acht jaar geleden begon. Op het gebied van migratieachtergrond vallen nog zeker stappen te zetten.’

Lemsom: ‘Dat denk ik ook. En ik vind dat de journalistiek vaak randstedelijk is.’

Rik Rutten:  ‘Verslag doen van FvD is tricky omdat Baudet af en toe een loopje neemt met de waarheid.’ Beeld Ivo van der Bent
Rik Rutten: ‘Verslag doen van FvD is tricky omdat Baudet af en toe een loopje neemt met de waarheid.’Beeld Ivo van der Bent

Heeft dat consequenties voor de verslaggeving?

Lemsom: ‘Diversiteit is goed omdat het voor een diversere selectie aan onderwerpen zorgt. Ik kom zelf uit Zeeland en merk dat er over onderwerpen als de Westerscheldetunnel lacherig wordt gedaan, terwijl de verbreding van de snelweg bij Amelisweerd (bij Utrecht, red.) alle aandacht krijgt.’

Bhikhie: ‘In 2017 schreef Mark Rutte een brief ‘aan alle Nederlanders’. Als het buitenstaanders niet bevalt in Nederland, schreef hij, kunnen ze wegwezen. Ik vond dat echt discriminerend. Dezelfde middag gaf de VVD een persconferentie. Ik vroeg me toen af of een journalist daar vragen over ging stellen. Maar uiteindelijk heb ik dat zelf maar gedaan. Ander voorbeeld: CDA-Kamerlid Chris van Dam zei vorig jaar in de Kamer dat Femke Halsema activistisch was door een button te dragen met 1873. Daar was nauwelijks ophef over, terwijl je er best vragen over kunt stellen. Waarom vindt een CDA-politicus 1873 een activistisch jaartal? Behalve dat de slavernij toen eindigde, is het ook het jaartal waarin de eerste Hindoestaanse contractarbeiders voet aan wal zetten in Suriname om onder valse voorwendselen en erbarmelijke omstandigheden hun goedkope arbeid voort te zetten. Zonder 1873 had ik hier niet gezeten.’

Rutten: ‘Ik hoop dat ik er een vraag over had gesteld als ik erbij was geweest, maar ik durf het niet te zeggen. Ik ben bang dat het een blinde vlek van me is.’

Smits: ‘Dit is toch precies waarom we divers moeten zijn? Zodat je elkaars blinde vlekken leert zien.’

Bhikhie: ‘Ook in de politiek is er op dat gebied nog winst te boeken. Ik sprak eens een spindoctor die zei dat hij een waarschuwing kreeg toen hij was aangehouden vanwege bellen op de fiets. Ik zei tegen hem dat ik altijd een boete had gekregen. Hij zei toen lacherig ‘dat jullie toch ook tweederangsburgers zijn’. Als er op dat niveau zo gedacht wordt, hebben we nog een lange weg te gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden