Integriteitskwestie Bestuurders

Vier in opspraak geraakte bestuurders over hun leven na de val: ‘Dit heeft mijn leven getekend’

Beeld Eddo Hartmann

Bestuurders die moesten aftreden nadat ze in opspraak waren geraakt, zitten vaak nog jaren met heftige naweeën.

Bijna twintig jaar geleden is het, maar voor Bram Peper (78) zijn de gevolgen nog dagelijks voelbaar. Hij had er zestien jaar als burgemeester van Rotterdam opzitten toen hij door Wim Kok naar het kabinet werd gehaald: Peper, een man met een bovengemiddeld goed ontwikkelde antenne voor de tijdgeest, werd minister van Binnenlandse Zaken in Kok II.

Een jaar later kwamen de eerste berichten over onterechte declaraties. Er ontstond een ‘bonnetjesaffaire’; hij zou als burgemeester jarenlang op te grote voet hebben geleefd. Vijf maanden heeft hij gebungeld, een accountantsrapport gaf het laatste duwtje: Peper moest aftreden als minister en besteedde daarna al zijn energie aan rehabilitatie. Dat lukte, het accountantskantoor dat het onderzoek had gedaan, kreeg een berisping, de uiteindelijke rekening voor Peper bleef beperkt tot goed drieduizend euro. Maar Peper was een paria geworden: hij kwam nooit meer in aanmerking voor een politieke of openbare functie.

‘Ik was blijkbaar zo godvergeten besmet geraakt. Dat ik in de steek gelaten ben, is een understatement’, zegt Peper. ‘Het is een van de verschrikkelijkste dingen die je kunnen overkomen. Ik heb nadien nog wel eens een rapport gemaakt voor de Universiteit van Tilburg, ik zou een keer voorzitter van de Rotterdamse Persprijs worden – kleine dingen, maar ook die gingen niet zonder heibel.’

Zijn portret werd verwijderd uit de burgemeestersgalerij in het Rotterdamse stadhuis, na André van der Louw gaapte de leegte. Lubbers en Korthals Altes, beiden minister van Staat, moesten eraan te pas komen om het stadhuis tot een spijtbetuiging te bewegen. Van zijn eigen partij, de PvdA, heeft Peper zowel in die periode als erna weinig warmte ervaren. ‘Humor houdt me overeind, maar dit heeft mijn leven getekend’, zegt hij. ‘Ik was 60 en in goeden doen. Maar er kwam niets meer mijn kant op.’

Beeld Eddo Hartmann

In tranen

Het bericht dat het begin van het einde aankondigt, komt altijd onverwacht. Tjeerd Herrema (57) was juni vorig jaar als kersverse wethouder in Den Haag om kennis te maken met staatssecretaris Paul Blokhuis,  toen het nieuws hem bereikte: een verslaggever van weekblad Almere Deze Week (ADW) had een klacht ingediend wegens seksuele intimidatie. ‘Ik kon het niet plaatsen, maar begreep dat het heftig was’, zou hij later zeggen. Een paar dagen later stond hij in de raadszaal van Almere om, in tranen, zijn afscheidsbrief voor te lezen. Waarna de lange strijd om eerherstel kon beginnen.

Een door de gemeente ingesteld onderzoek pleitte hem vervolgens vrij: het zou om een ‘broekzakbelletje’ [vanaf het toilet] zijn gegaan, er was geen opzet in het spel. Een tweede rehabilitatie kreeg hij ruim een week geleden: de Raad voor de Journalistiek vindt dat ADW onzorgvuldig heeft gehandeld door over de zaak te publiceren voordat het onderzoek was afgerond. Er loopt nu een poging tot mediation met het weekblad. Herrema wil op dit moment niet praten over zijn zaak. Dat zou volgens zijn advocaat – dezelfde als die indertijd de Maastrichtse burgemeester Onno Hoes bijstond – averechts kunnen uitpakken. Wel staat vast dat een functie in het openbaar bestuur voor hem heeft afgedaan.

Voorzichtig met de media

Bestuurders die sneuvelden op integriteitskwesties zijn doorgaans voorzichtig met de media. Is de affaire recent, dan kan een interview de afwikkeling van de zaak schaden, of acht de bestuurder in kwestie zich nog niet tot een afgewogen oordeel in staat. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Frank van Liempdt, die in december moest aftreden als wethouder van Stichtse Vecht omdat hij de naam van een kennis zou hebben opgegeven als mogelijke huurder van een brugwachtershuisje in Maarssen-dorp. ‘Ik wil daar best eens over spreken’, zegt hij. ‘Maar dit komt te vroeg. Ik wil dit eerst voor mezelf goed op een rijtje zetten.’

Ligt de affaire wat verder in het verleden, dan is de ex-bestuurder juist gericht op een nieuw leven. Oprakelen werkt averechts en haalt de affaire weer omhoog op Google. Terwijl het cruciaal is dat de ophef uit de eerste tien zoekresultaten wegzakt. Pas dan kun je spreken van een min of meer schoon blazoen.

Online reputatiebeheerder White Canvas, die claimt de zoekresultaten op Google te kunnen beïnvloeden, is een van de hulpmiddelen die bedrijven inzetten die oud-politici bijstaan bij hun doorstart. Andere instrumenten: het oppoetsen van de eigen pagina op LinkedIn en het aanmaken van een persoonlijke website, die met positieve berichten kan worden geladen. Alles voor een beter zoekresultaat.

De trein valt stil, al je plannen voor de komende vier jaar gaan in de prullenmand; dat zeggen bestuurders die vanwege een integriteitskwestie moesten terugtreden. Ze blijven binnen, denken dat iedereen alles over hun zaak gelezen heeft en daarover opvattingen heeft. Ze vinden dat ze het echte, lelijke gezicht van de politiek hebben gezien en vragen zich af waarom dit uitgerekend hun moest overkomen. Ze zoeken eerherstel. ‘Je denkt dat iedereen je erop aankijkt’, zegt een Kamerlid dat in opspraak raakte, en voor anonimiteit kiest. ‘Dat doet pijn, ook al besef je dat het vooral in je eigen hoofd zit.’

En altijd is er die dwang tot rechtvaardiging. Van de Limburgse bestuurder René van der Linden, die in 1988 viel over de zogeheten paspoortaffaire, wordt gezegd dat hij jaren later nog altijd rondliep met een stapel papieren in zijn tas die moest aantonen dat hij het wel degelijk bij het rechte eind had gehad.

Beeld Eddo Hartmann

‘Bezinning is een vast onderdeel van ons traject’, zegt Roeland Doornbosch van LoopbaanNaPolitiek, een van de bedrijven die zich toeleggen op het begeleiden van politici die moesten aftreden. ‘Je kunt het vergelijken met rouwverwerking. Premier Rutte blijft lang achter zijn mensen staan als ze in opspraak raken. Dat is te prijzen. Lokaal kan dat heel anders gaan. Daar worden oordelen geveld voordat de feiten op tafel liggen, daar wordt dat geduld niet opgebracht.’ Leef de procedureafspraken zorgvuldiger na, zeggen veel politici die in opspraak raakten: ze geven je houvast.

Pas daarna kan aan een nieuwe loopbaan worden gewerkt. ‘Afgetreden politici moeten aan een positief beeld van zichzelf werken’, zegt Doornbosch. ‘Mensen denken van politici: joh, jij hebt zo weer twee andere banen. Maar werkgevers gaan googlen, zien wat er gebeurd is en durven dan het risico niet aan. De samenleving zit niet te wachten op gesneuvelde bestuurders.’

Achterkamertjespolitiek

Eerder bestuurder dan politicus – dat is hoe Erika Spil (51) zichzelf typeert. Haar affaire dateert van de zomer van 2016, en ze is er eigenlijk heel goed uit tevoorschijn gekomen. Dat blijkt al uit de locatie; de afspraak is in haar werkkamer op het gemeentehuis van Odijk, waar ze sinds begin 2017 wethouder is.

‘Achterkamertjespolitiek.’ Dat is haar typering voor de manier waarop ze als wethouder van de gemeente Ronde Venen aan de kant werd gezet. Ze was er vijf jaar wethouder, de gemeente leek gelukkig met haar. Totdat – voor haar uit het niets – het hele college werd weggestuurd vanwege een tekst over het functioneren van de gemeenteraad die de rekenkamer had genoteerd in een rapport en toeschreef aan het college. Een motie van wantrouwen volgde; Spil moest weg, samen met een andere wethouder. Een paar dagen later al was er een nieuw college met een nieuw akkoord. ‘Alles lag klaar, er is een coup gepleegd’, concludeert Spil. Integriteitskwestie of niet – voor de persoonlijke gevolgen maakt dat weinig verschil.

Later heeft ze haar oude coalitiegenoten gevraagd waarom die haar zo lieten vallen. ‘Omdat het kan, was hun antwoord. Het ging niet om mij persoonlijk, dat wil ik geloven. Maar je krijgt een ongelooflijke dreun.’

Een paar weken lag ze ’s avonds met wijn, chocola en chips uitgeteld op de bank. ‘Ik was volledig lamgeslagen, twijfelde aan alles. Ik was een alleenstaande moeder met twee kinderen, had zo hard gewerkt al die tijd. De grond valt onder je voeten weg. Gewoon omdat het kan, hadden ze gezegd. Je voelt je gepiepeld.’

Ze heeft zich herpakt, volgde het verplichte reïntegratietraject voor gesneuvelde bestuurders. ‘Uithuilsessies en groepsgesprekken wil ik niet, dat heb ik meteen gezegd. De begeleiding heeft me wel geholpen te bedenken hoe verder te gaan.’

Spil is opgeleid als cultureel antropoloog, ze werkte bij FairTrade en was vice-directeur van de Wereldwinkels. Ook na haar gedwongen aftreden was ze overal welkom, merkte ze. Maar toch: ‘Als er klussen in het sociale domein waren, was er altijd wel iemand die niet met een ex-wethouder in zee durfde. Omdat die te weinig kunnen, omdat die over het paard getild zijn. Omdat er toch ergens wel iets niet goed zal zijn gegaan.’ Intussen zag ze in Ronde Venen hoe opvolgers de credits kregen voor wat zij als wethouder op poten had gezet.

De episode heeft haar kijk op politiek veranderd. ‘Tien jaar geleden was er meer respect voor elkaar. De omgang is verschoven van feiten naar emoties en spelletjes. Met als gevolg dat mensen zeggen: wethouder worden, daar begin ik niet aan, dat is mij te kwetsbaar.’

Toch, toen ze eind 2016 telefoontjes van GroenLinks kreeg omdat er een wethoudersplek vrij kwam in Odijk-Bunnik (‘echt iets voor jou’), heeft ze niet lang geaarzeld. ‘Ik heb geleerd op mezelf te vertrouwen. En het is, na werken in ontwikkelingslanden, de baan die het best bij me past.’

Of ze zichzelf verwijten maakt? ‘Dat is de vraag die ik mezelf eindeloos gesteld heb. Had ik geweten dat er een coup werd voorbereid, dan had ik me er meer mee kunnen bemoeien. Maar ik ben daar niet van. En wil dat ook niet zijn.’

Traumatiserende tijd

Spil bepleit een betere screening van zowel wethouders als raadsleden. Voor Gerd Leers (67), die in 2010 moest aftreden als burgemeester van Maastricht wegens de aanschaf van een villa in Bulgarije waarbij hij zijn functie zou hebben misbruikt, is het vooral een kwestie van fatsoen. ‘Misbruik nooit integriteitsvragen als politiek wapen. Daar loopt voor mij de streep.’

Beeld Eddo Hartmann

Ook Leers beleefde de periode voorafgaand aan zijn gedwongen aftreden als een traumatiserende tijd. Hij had zich als burgemeester geliefd gemaakt, zijn succes klonk door tot ver buiten de stadsgrenzen. Totdat een privé-investering – hij typeert het tot op de dag van vandaag als ‘een onhandigheid’ – een middel voor zijn politieke tegenstanders werd om hem weg te krijgen.

Leers heeft een dagboek bijgehouden over die periode, die loopt van augustus 2009 – de onthulling in NRC Handelsblad – tot januari 2010; 165 pagina’s, compleet met aantekeningen, mailwisselingen en krantenknipsels. ‘Ik moet dit vastleggen, dacht ik. Dit geeft reflectie, ook op mijn eigen gevoelens.’ Leers is nu interim-burgemeester van Brunssum, een gemeente die een mooie casestudy zou vormen voor onderzoek naar politieke integriteit. Daarna hoopt hij de tijd te vinden dat dagboek te publiceren.

Een subtitel heeft hij al: ‘De ziel protesteert machteloos tegen de aantasting van de waardigheid.’ Dat is wat je ervaart, zegt hij. ‘Een beschuldiging van integriteitsfraude doet ook fysiek pijn. Je bent er onophoudelijk mee bezig. In mijn dagboek kan ik teruglezen hoe ik om half vijf ’s morgens wakker schrok en mails ging versturen. Het was een wisselbad van verzet en berusting. Je hebt geen greep in de kas gedaan, dit hoort bij de politiek, denk je dan. Maar moet het er wel bij horen?’

Vijf maanden lang bungelde Leers, een ongewoon lange periode. ‘Ik heb me niet zomaar naar de slachtbank laten leiden. Tot de laatste raadsvergadering heb ik geprobeerd mensen te overtuigen. Ik was niet brandschoon, maar in de kern was dit een politieke afrekening. Met de raad in een driedubbele rol: aanklager, beoordelaar en beul.’

Politici – denk aan Marleen Barth, Halbe Zijlstra, Mark Verheijen, Han ten Broeke, Henry Keizer, Loek Hermans – laten zich doorgaans niet verleiden over hun integriteitsaffaire te vertellen. Bij Leers is dat anders: hij wil dat de omgang met dergelijke onderwerpen op de agenda blijft, heeft zich een tijdje actief bemoeid met de arbeidsmarktpositie van afgetreden politici. Ook daar ging het in veel gevallen om ‘ontkleuren’: zorgen dat het partijprofiel afzwakt, doorgaans met kortlopende projecten. Waardoor op sociale media andere vaardigheden zwaarder gaan wegen.

Zijn fout is Leers niet lang nagedragen. Nog voor zijn aftreden lag er een onderzoeksrapport dat stelde dat hij weliswaar beoordelingsfouten had gemaakt, maar dat hem geen grote verwijten te maken waren. Leers kon door: hij werd minister in het kabinet Rutte 1. ‘Ik heb in Maastricht mijn grote compassieruimte verbrast door anderen te weinig tot leven te laten komen. Dat het nu in Brunssum lukt om bruggen te bouwen, komt door de lessen die ik toen heb geleerd.’

Lees verder

De Politieke Integriteitsindex: politici struikelen over drank, drugs, fraude of foute tweets
De VVD blijft de partij met de meeste en de ernstigste integriteitsaffaires, zo blijkt uit de zevende Politieke Integriteitsindex, het overzicht van alle politieke schandalen van het afgelopen jaar. Ook de PVV en lokale partijen hadden weer veel affaires. Wangedrag in de vrije tijd, zoals dronkenschap, fraude en foute tweets, blijft het grootste struikelblok in de Nederlandse politiek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden