Victoriaanse tijd herleeft in Engeland

RUIM EEN eeuw lang zijn de puriteinen van de Victoriaanse tijd in Groot-Brittannië verguisd: de vrouwen wier seksuele beleving erop neer kwam dat je 'op je rug ging liggen en aan Engeland dacht', de mannen die strijdend andere volkeren hun wil oplegden....

Maar het land beleeft op dit moment een opmerkelijke wedergeboorte van het Victoriaanse tijdperk. Het imperialisme is in een nieuw jasje gestoken met een internationale variant van Blairs Derde Weg, waarbij de barbaren van de negentiende eeuw zijn vervangen door de Taliban, Al-Qa'ida en andere despoten en tirannen die net als toen moeten worden vervangen door in Oxford en Cambridge in de westerse beschaving geschoolde leiders.

Niet alleen Tony Blair heeft met zijn 'christelijk socialisme' en zijn missie voor een nieuwe wereldorde de negentiende eeuw doen herleven, maar heel veel Britten kijken tegenwoordig met nostalgie terug naar de Victoriaanse tijd.

De normen en waarden uit die tijd worden opnieuw gewikt en gewogen en blijken ineens minder zedenprekerig en preuts te zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Een onthullende tentoonstelling van Victoriaans bloot (inclusief obscene foto's en heuse pornofilms) in Tate Britain is momenteel een van Londens belangrijkste publiekstrekkers. Op de televisie worden in de serie What the Victorians Did for Us de talrijke uitvindingen uit de negentiende eeuw herontdekt en de Victoriaanse creativiteit en vernieuwingsdrift geprezen. Spoorwegstations worden gerenoveerd in neo-Victoriaanse stijl. Een andere Victoriaanse erfenis - de particuliere kostschool - is na een eeuw van continue terugloop bezig met een hernieuwde opmars.

Behalve exposities en televisieseries zijn de laatste tijd ook opvallend veel boeken verschenen waarin de laatdunkendheid over de Victoriaanse tijd plaats heeft moeten maken voor mateloze bewondering. 'We hebben de Victorianen een eeuw lang niet begrepen. In de eeuw die in 1901 begon (het jaar van het overlijden van koningin Victoria) hebben we hun cultuur, hun historie en hun levenswijze verkeerd geïnterpreteerd', suggereert Matthew Sweet in zijn provocerende boek Inventing the Victorians. 'Misschien hebben we het bewust gedaan: om onszelf op de borst te kunnen kloppen als bevrijde modernisten.'

In de twintigste eeuw is volgens hem onterecht een vloek uitgesproken over de 'Victorianen'. 'We hebben ze neergesabeld als mensen met andere gevoeligheden als die van ons; als mensen die niet goed waren in bed en niet leuk op feestjes; als mensen die moreel inferieur waren - kortom: als onze vijanden.'

In werkelijkheid is al onze hedendaagse pret volgens Sweet juist gebaseerd op Victoriaanse festiviteiten. 'Zij vonden voor ons de speeltuin uit, het winkelcentrum, de bioscoop, de achtbaan, de misdaadroman, de pin-up, de geestverruimende middelen zoals opium, de voetbalcompetitie, de auto en de sensatiekrant. (. . .) Als koningin Victoria hierdoor zelf niet werd vermaakt, dan behoorde ze tot een hele kleine minderheid.'

Sweet rekent af met alle vooroordelen over de Victoriaanse tijd. De Britten van toen zijn te makkelijk als racisten afgeschilderd, terwijl 'ze niet zoals wij immigratiebeperkende wetten invoerden, maar wel de eerste Aziatische leden van het Lagerhuis kozen'. Ze waren ook geen godsdienstfanatici, want 'in de negentiende eeuw liep het kerkbezoek nog spectaculairder terug dan in de twintigste eeuw'. Noch waren ze gewelddadiger, want 'de misdaadcijfers waren in de Victoriaanse tijd juist lager dan nu'.

'We moeten de Victorianen juist de eer geven voor de huizen waarin we wonen, de treinen waarmee we naar ons werk reizen, de pubs waarin we drinken en de musea en galerieën waarin we ons op zondagmiddag vermaken.'

Grote Victorianen (Jane Austen, Charles Darwin, David Livingstone, Florence Nightingale en onderwijspedagoog Thomas Arnold) worden op dit moment op een nieuw voetstuk geplaatst. De leden van de Bloomsbury Groep - de club van schrijvers en intellectuelen die in het begin van de twintigste eeuw met de bekrompen Victorianen afrekenden - worden daarentegen gehekeld als hypocriet. Virginia Woolf - de bekendste Bloomsbury - haalde volgens Sweet haar neus op voor 'het stoffige eersteklas-passagiersgedrag van de Victorianen, terwijl ze tegelijkertijd haar ongenoegen uitte over het feit dat ze in eenzelfde coupé met de arbeidersklasse moest reizen'. Ze noemde fascisme een 'mutatie van Victoriaans patriarchaat', terwijl haar vriendin Vita Sackville-West de tuinrubriek in een fascistoïde blad schreef.

In veel opzichten week het Victoriaanse leven niet wezenlijk af van dat onder New Labour - toen keken de mensen naar dwergen, reuzen en vrouwen met baarden, nu kijken ze naar de freaks bij Jerry Springer. Toen waren het koorddansers die met hun waaghalzerij tienduizenden mensen vermaakten, nu zijn het de formule 1-coureurs en de filmsterren.

Victorianen zijn afgeschilderd als vervelend, moralistisch en onverteerbaar. Maar hun maaltijden waren gevarieerder, hun boeken beter en de inrichting van hun huis was, ondanks alle sarcasme waarmee Virginia Woolf die in Orlando beschreef, smaakvoller dan die van ons, zo tracht Sweet aan de hand van historisch onderzoek te bewijzen.

Zelfs hun seksleven was niet minder avontuurlijk, terwijl ze in elke geschiedschrijving als 'de vijanden van de seksualiteit' worden afgeschilderd. Maar pornografie is juist een Victoriaanse 'verworvenheid'. Prostitutie nam in die periode een ongekend hoge vlucht. 'Niet alleen beroemdheden, maar ook het overgrote deel van de werkende klasse ging in de negentiende eeuw op pragmatische wijze om met huwelijk en geslachtsgemeenschap', zo betoogt hij.

Veel van de overdreven Victoriaanse preutsheid is meer gebaseerd op twintigste eeuwse mythes dan op de werkelijkheid. 'De grootste parabel van Victoriaanse intolerantie is sinds de jaren zestig die van de val en het martelaarschap van Oscar Wilde - vereeuwigd in toneelstukken, boeken, films en zelfs op ansichtkaarten en theedoeken. Maar of hij zijn iconische status verdient, is zeer de vraag: niet alleen omdat hij ook nu zou kunnen worden gearresteerd om wat hij toen met jonge jongens deed, maar ook omdat de vrijheden die hij genoot, in het post-Victoriaanse tijdperk niet mogelijk waren.'

Sweet doet de Victoriaanse kuisheid af als een andere Bloomsbury-mythe. 'Volgens Virginia Woolf begon de moderne wereld in 1908 toen zij met haar vrienden ''voor het eerst'' vrijuit over seks als iets gewoons praatte, maar in zijn vijftig jaar later verschenen autobiografie vertelt Leonard Woolf niets over de partnerruil onder de Bloomsbury's. En in de in 1951 verschenen biografie van John Maynard Keynes wordt niets gezegd over diens homoseksualiteit.'

In geen enkel opzicht - technisch, economisch en moreel - is de mensheid er sinds de Victoriaanse tijd veel op vooruit gegaan. Ons technisch kunnen is nog Victoriaans. Adam Hart-Davis somt in zijn zeer vermakelijke boek What the Victorians Did for Us de uitvindingen uit de negentiende eeuw op. Ze zijn soms even verbazingwekkend als mallotig: van de anesthesie, de rubberen band en de navigatie-apparatuur tot de stoomploeg en het elektrische korset ter bevordering van de gezondheid. De Victorianen hadden dankzij Wheatstone en Cooke zelfs al een eigen, op de telegraaf gebaseerd soort internet dat het Reuters mogelijk maakte in 1858 op elektronische wijze nieuws aan de Britse kranten te leveren.

Ook in economisch opzicht is de vooruitgang minder groot dan iedereen denkt. Blairs huidige pleidooien voor globalisering klinken bijna gedateerd. 'Tussen 1870 en 1901 vormden de Britse buitenlandse handel en kapitaalvlucht - de beste indicatoren van globalisering - een groter deel van het BNP dan vandaag de dag', aldus Sweet. Ook de ambities van de Britten lijken nog opvallend veel op die van de negentiende eeuw: de obsessie met aristocratie en monarchie (zelfs Mick Jagger gaf vorige week te kennen ridder te willen worden) en het hevig verlangen naar een huis op het platteland - 'ook als men al op het platteland woont'.

Tot nu toe werden de Victorianen vooral in de harten gesloten van ultraconservatieve en neorechtse fatsoensrakkers zoals Newt Gingrich (de voormalige leider van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden) en Gertrude Himmelfarb (schrijfster van The Demoralization of Society). Eigenlijk zouden ze volgens Sweet juist een lichtend voorbeeld moeten zijn voor ruimdenkenden, liberalen en Blairites.

Misschien komen de Victorianen ooit van hun imago als 'reactionairen' af, misschien heelt de tijd de diepe wonden, zo schrijft hij bijna hoopgevend. 'De volgende generatie zal de Victorianen niet langer meer nodig hebben om zich ergens tegen af te kunnen zetten, maar kiest mogelijk de generatie van het einde van de twintigste eeuw als het nieuwe stereotype van behoudzucht.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden