Vichy, lastig uit te wissen schandvlek

FRANKRIJK in de Tweede Wereldoorlog was een hoogst bijzonder geval. Geen enkel door de Duitsers verslagen land werd zo arbitrair uiteengetrokken tot een bezet en een onbezet gedeelte....

Vichy blijft voor de Fransen een pijnlijke historie. Officieel was Vichy neutraal, maar de regering van president Pétain en premier Laval sloofde zich uit om het Berlijn naar de zin te maken. Ze was in veel gevallen roomser dan de paus en verbaasde zelfs de Duitsers met soms overrigoureuze maatregelen, waarom niet eens, althans niet in die mate, gevraagd was. Zeer hard trad de gevreesde Milice op als jodenvervolger. De SNCF droeg er zorg voor dat de deportatietreinen keurig op tijd koers zetten naar Drancy, Frankrijks Westerbork.

Dat de nieuwe Franse regering na de Duitse inval in Vichy terechtkwam, had een platvloerse reden: er waren in dit slaperige provinceplaatsje, dat alleen bekend was van het gelijknamige mineraalwater, hotels en kantoren beschikbaar en het was dicht bij het buitenhuis van premier Laval. Na de oorlog zou in Duitsland Adenauer dezelfde truc toepassen. Hij koos Bonn als regeringszetel, vlak bij zijn villa in Rhöndorf.

De corporatieve staat van Vichy die de tegelijk met de wapenstilstand gestorven Derde Republiek opvolgde, verving meteen maar de traditionele slogans van de Franse revolutie (Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap) door nieuwe principes: Werk, Familie en Vaderland. Leuzen waartegen de nazi's geen enkel bezwaar hadden. Er zat ook een vleugje monarchaals in, of Führer-achtigs, zo men wil. President Pétain leidde nieuwe wetten in met het koninklijk klinkende: 'Nous, Philippe Pétain, Maréchal de France. . .' Pétain was voor de Fransen van die tijd niet zomaar iemand. Hij was dan wel 84 toen hij aan de macht kwam, maar lang niet aftands en bovendien gold hij als de 'Overwinnaar van Verdun'. In 1916 bracht Pétain de Fransen de ommekeer in de Eerste Wereldoorlog. Hij was een nationale held, alom gerespecteerd.

Het was niet alléén het Werk, Familie en Vaderland dat Vichy zou kenmerken. Ook de 'afwezigheid van ongewenste elementen' werd nagestreefd. Dat betekende in de praktijk dat het tot dan toe veelal sluimerende anti-semitisme van staatswege werd aangewakkerd en geformaliseerd in schandelijke wetgeving.

Gemakshalve is er lang van uitgegaan dat Frankrijk in de oorlog voor de helft bestond uit (slechte) 'vichisten' en voor de andere helft uit (goede) 'gaullisten'. Dat beeld snijdt Michael Curtis in zijn Verdict on Vichy genadeloos kapot. Het gemakzuchtige zwart-wit vervangt hij door vele tinten grijs, en maar al te vaak blijkt dat flink donkergrijs. Wat te denken van François Mitterrand, de latere president, die maandenlang op hoge posten meewerkte aan Vichy, zich pas tegen het eind van de oorlog aansloot bij het verzet en die daad nadien buiten alle proporties opblies. Mitterrand heeft lang effectief kunnen verdoezelen dat hij de hoogste burgerlijke orde van Vichy uit handen van Pétain persoonlijk had gekregen. Aan het eind van zijn leven gaf de Franse president toe dat hem dit als een 'foutieve beoordeling' mocht worden aangerekend.

Veel Fransen die later een toonbeeld van politieke onkreukbaarheid leken, leunden braaf op Vichy. De naoorlogse iconen Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir: geen verzetsdaad van bekend, behalve een paar minieme opportunistische teksten. Sartre volgde in 1942 met het grootste genoegen een joodse professor in de filosofie op die van de Sorbonne was verwijderd.

Het berechten van collaborateurs bleek na de oorlog uiterst moeilijk. Allereerst was daar het politiek realisme van de eerste naoorlogse leider, De Gaulle. Die vond bestuurlijke stabiliteit belangrijker dan het vervolgen van iedereen die iets met Vichy te maken had gehad. Dus werden alleen de allerhoogsten aangepakt. Pétain en Laval kregen de doodstraf. Maar De Gaulle zette het vonnis voor de oude maarschalk, zijn militaire leermeester, meteen om in levenslang, met als reden diens gevorderde leeftijd. Laval werd wel geëxecuteerd. In de meeste andere gevallen was de straf indignité nationale (letterlijk: nationale onwaardigheid), wat het tijdelijk verlies van burgerrechten inhield. Tussen 1947 en 1953 volgde een golf van amnestie, waarbij de onwaardigen hun rechten terugkregen. Mitterrand bleek een van de handigsten in het verdoezelen van zijn verleden. Zijn zaak werd zelfs nooit onderzocht.

Pas dertig jaar na de oorlog begon de jodenvervolging een rol te spelen bij de juridische overwegingen. Pas toen werden, niet in het minst dankzij de inspanningen van advocaat Serge Klarsfeld, namen als die van Klaus Barbie en Maurice Papon gemeengoed, ook buiten Frankrijk.

De ambtenaren van Vichy deden alles wat in een bezet land óók gebeurde, terwijl de noodzaak ertoe zeker minder was. Dat maakt hun vergrijpen, hoe 'legaal' ook volgens de toenmalige wetgeving, extra schrijnend. Daarom kan ook geen mens bezwaar maken tegen Curtis' laatste zin in wat alle trekken heeft van een toekomstig standaardwerk: het oordeel over Vichy moet schuldig luiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden