Vicepresident

Piet Hein Donner mag van de oppositie geen vicevoorzitter worden van de Raad van State. Volgens Job Cohen wordt hij dan de slager die zijn eigen vlees gaat keuren, en dat kan niet de bedoeling zijn. CDA, VVD en PVV hebben geen bezwaar tegen de zelfkeurende vleesmeester.

Zelf vermoed ik dat, wat je er formeel ook op tegen kunt hebben, de benoeming van Donner allang rond is en dat er dus niks meer aan is te doen. Er komt nog een open sollicitatieprocedure, zodat u en ik ook nog een kansje mogen wagen, maar de uitkomst staat vast. Het wordt Donner.

Dat willen de regering, Donner en de Voorzienigheid.

Het zou mij niet verbazen als de vader van Piet Hein Donner, in de winter van 1948, al het sterke vermoeden heeft gehad dat hij doende was met de conceptie van de toekomende vice-voorzitter van de Raad van State. Aan hem, André Donner, president van de Hoge Raad, de taak om het vaderland de parel in kroon van de Donner-dynastie te schenken.

De Donners: generaties van juristen, dominees en bestuurders die hun beste beentje voorzetten om de juridische, bestuurlijke en religieuze structuren te stutten. Dat moest op zeker moment wel leiden tot het hoogste dat ons land zulke steunpilaren heeft te bieden: baas van de Raad van State.

Met de benoeming van Piet Hein is straks de eeuwenoude queeste van de Donners voltooid.

Niet de vraag of hij wel vicevoorzitter moet worden doet ter zake, maar de vraag waarom hij in 2002 afweek van het rechte pad naar de Kneuterdijk en de kronkelweg naar het Binnenhof insloeg. Donner was op dat moment lid van de Raad van State, maar werd informateur en later minister van Justitie in het brokkenkabinet Balkenende I.

Je zag meteen dat hij geen geboren minister was - anders was hij het ook wel eerder geworden. Donner stond, als de raadsheer in hart en nieren die hij is, Balkenende voor te zeggen in de Tweede Kamer. Toen de politieke clown Hilbrand Nawijn (LPF) zich ongelukkig uitliet over de doodstraf, kwam Donner naar het spreekgestoelte, en gaf in een magistraal rechtscollege en met een satanisch genoegen aan waar Nawijn had misgekleund.

Eigenlijk had onderkoning Herman Tjeenk Willink toen al een functieruil moeten voorstellen.

Donner is nooit een politicus geweest. Veel te rechtlijnig en te zeer van zijn eigen gelijk overtuigd om goed te functioneren in de Haagse compromiscultuur. Toen hem in een radio-interview werd gevraagd waarom hij toch zo slecht was in het toegeven van zijn ongelijk, antwoordde hij dat daarvan geen sprake was. Hij was juist de soepelheid zelve. Waarom we daar dan zo weinig van merkten, vroeg de interviewster. 'Dat', zei Donner, 'is het probleem van mijn gelijk'.

Donner weet dat beleid wordt gemaakt achter de schermen, en dat politici er zijn om het te verkopen. In dat laatste was hij nooit zo goed.

Toen vorig jaar een paar dissidenten in het CDA gingen dwarsliggen omdat ze de PVV niet zagen zitten, ging Donner over tot genadeloze intimidatie: rechter en beul zonder twijfels, geen tactische masseur. Als de duimschroeven juridisch nog hadden gemogen, had hij ze met genoegen aangelegd.

Piet Hein Donner, op zijn zwarte Gazelle-herenrijwiel op weg naar het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk. Op de een of andere manier kan ik mij geen beeld voorstellen dat beter illustreert dat er in dit land minder verandert dan we wel eens geneigd zijn te denken. Dat kun je zorgwekkend vinden, maar het heeft ook iets geruststellends.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden