Via het Woonhotel weer naar het normale leven

DoorSterre Lindhout

Vanuit haar woonkamer op de twaalfde verdieping van het Best Western ART Hotel strekt Rotterdam-Zuid, het stadsdeel waar Mandy Daubinet geboren en getogen is, zich aan haar voeten uit. De tramrails schitteren in de morgenlicht. 'Kijk, daar achter dat pleintje, het tweede rijtje, daar woonde ik in bij m'n ex-schoonmoeder, vorig jaar nog.' Dan met een berouwvol trekje rond de mond: 'Tot het niet meer ging.'


Na een hoog opgelopen ruzie stond Daubinet, voor de zoveelste keer in haar 31-jarige leven, op straat. Na bemiddeling van de deelgemeente kwam ze terecht in het Woonhotel, het voor 'sociale bewoning' gereserveerde gedeelte van het ART Hotel. Nu, bijna een jaar later, staat ze op het punt om die kamer weer te verlaten: er is een plek voor haar vrijgekomen in een begeleidwonenproject in de buurt.


In het ART Hotel weet je het nooit: achter de identieke kamerdeuren kan een hiphop-artiest zitten, een Amerikaanse zakenman, een Zeeuws koppel dat zijn zoveelste trouwdag viert, maar evengoed een ex-gedetineerde, ex-prostituee of iemand van wie de thuissituatie onhoudbaar is geworden, zoals die van Daubinet.


De formule is gewaagd en zeldzaam, maar vooral verrassend eenvoudig: op 140 commerciële hotelkamers - het ART Hotel heeft vier sterren - verhuurt het 80 'structureel verliesgevende' sociale kamers aan Rotterdammers met een tijdelijk woonprobleem.


'Het moet rond de eeuwwisseling geweest zijn dat ze erover begonnen na te denken', gist manager Hans Mataheru. Ze, dat waren in eerste instantie de woningbouwcorporaties Woonbron en Woonstad, die commerciële exploitatie en sociale huisvesting op een creatieve manier wilden combineren.


Ze besloten tot de bouw van een ranke hoteltoren in het toen nog niemandsland tussen Rotterdam-Zuid, een notoire probleemwijk, en het op dat moment in opkomst zijnde havengebied met trekpleisters als Hotel New York, de grote concurrent als het om kamerverhuur gaat, het Luxortheater en vergaderlocaties voor zakenmensen.


De corporaties trokken sociaal ondernemer Roel Rol aan om hun vermetele plan te realiseren. Rol, van oorsprong hotelier, nam in de jaren negentig tijdelijk een leidinggevende functie in een opvanghuis voor zwerfjongeren op zich. Sindsdien heeft het sociaal ondernemen hem niet meer losgelaten.


Rol werkte het idee van een woonhotel uit tot een werkbare formule en vroeg zijn hotelschoolvriend Mataheru of die het concept voor hem 'ter plekke wilde uitrollen'. Dat doet hij nu al vijf jaar. Sinds een jaar werkt hij twee dagen per week in Rotterdam en drie in Eindhoven, waar eind 2009 het tweede ART- en Woon-hotel met 35 sociale kamers haar deuren opende.


Wie Mataheru vraagt naar de doelstelling van zijn hotel, krijgt de vraag teruggekaatst: welk hotel? Bedoelt diegene het ART Hotel, dan staat voorop dat hij een 'prachtig hotelproduct' wil bieden tegen een marktconforme prijs. Gaat het om het Woonhotel, dan wil Mataheru de bewoners 'in een hoogwaardige omgeving een stukje rust bieden, zodat ze sneller recupereren en zich constructief met hun toekomst bezig kunnen houden'.


De naam hotel zegt eigenlijk al genoeg: ook voor de sociale gasten is het woonhotel een woonplaats van tijdelijke aard. In de tussentijd gaat Mataheru met gemeentelijke instanties of zorginstellingen op zoek naar een definitieve woonplaats: meestal een sociale huurwoning, soms een begeleidwonenproject of een instelling. In het Woonhotel mogen ze in ieder geval niet langer dan zes maanden blijven.


En zo zijn er meer regels. Niet iedere dak- of thuisloze komt in aanmerking voor een hotelsuite. De belangrijkste voorwaarde: de bewoner moet uit Rotterdam komen. 'Anders krijgt het hotel een aanzuigende werking. Ik heb zelfs wel eens een telefoontje uit Hoogeveen gehad, van iemand die op zoek was naar tijdelijk onderdak. Zoiets kan natuurlijk niet.'


Verder moeten de bewoner en de instantie die hem binnenbrengt, kunnen aantonen dat de situatie inderdaad zo nijpend is als hij wordt voorgedaan. Daar is Mataheru hard in: 'Dat kan dus betekenen dat ik bij een kennismakingsgesprek ontslagpapieren of andere gevoelige documenten wil zien.'


Woonhotelbewoners betalen overigens ook gewoon huur, al is het niet veel. De 80 procent die in de WW zit, betaalt maandelijks 450 euro, de rest iets meer. Het precieze bedrag is afhankelijk van hun financiële situatie. Huursubsidie krijgen de bewoners sinds vorig jaar niet meer, omdat dat in strijd was met de wet voor tijdelijke bewoning.


Als aspirantbewoners kampen met psychische problemen, wil Mataheru zwart op wit hebben dat ze in de laatste fase van hun behandeling zitten en zelfstandig kunnen functioneren. Daubinet is borderliner en krijgt ambulante begeleiding van een psychiater. Samenwonen met mensen is moeilijk voor haar, zegt ze. 'Mijn moeder en ik hebben elkaar meerdere keren met een mes bedreigd. Ik wil zulke dingen helemaal niet, maar ze gebeuren wel.' Een keer heeft ze haar moeder daadwerkelijk gestoken. Daarna besloot Justitie dat moeder en dochter niet meer bij elkaar in huis mogen wonen.


Ondanks deze voorbehouden is het vechten om de kamers. Heel vreemd is dat niet, want Mataheru heeft meer dan vijftig 'toeleveranciers', Rotterdamse instellingen die mensen doorverwijzen naar het Woonhotel, variërend van woningbouwcorporaties tot zorginstellingen.


Zonder die contacten was hij nergens, weet Mataheru. 'Stel dat mensen hier gewoon aan kwamen lopen met de boodschap dat ze een huis zochten, dat zou niet te doen zijn. Die ketenaanpak is dus van levensbelang. Omdat ik met alle partners goed contact onderhoud, weten zij in welke gevallen ze kunnen doorverwijzen naar het Woonhotel.' Andersom helpen die partners Mataheru et het organiseren van wat hij 'de uitstroom' noemt.


Wie op een doordeweekse middag in de lobby om zich heen kijkt kan niet anders concluderen dan dat de formule werkt. Hotelgasten cruisen in en uit met tasjes van de Bijenkorf, alvast wuivend naar de op het trottoir geparkeerde taxi. Voor een oplettend of geoefend oog zijn sommige sociale gasten herkenbaar, zoals de jonge, buitenlands ogende vrouw met een kind op de arm, of de oudere man met volle boodschappentassen van C1000.


Van sommige gasten is de status onduidelijk. Mataheru heeft er een mooie anekdote over. Ooit zag ik bij de balie twee vrijwel identieke donkere mannen staan: spijkerbroek, leren jasje, diamantje in het oor. De een was een bewoner van het woonhotel, de ander sterspeler van Feyenoord. 'Ja, het is een unieke constructie.'


Mataheru is er best trots op: 'Hoeveel delegaties ik hier al niet heb rondgeleid. Van over heel de wereld komen gemeentebesturen en ondernemers naar het hotel kijken.' Toch zijn de twee Woonhotels zelfs in Nederland niet overdreven bekend. Natuurlijk, ten tijde van de opening was er wel pers, maar vooral lokale.


Bewust beleid, zegt Mataheru. Terwijl het juist zo voor de hand lijkt te liggen om een dergelijk barmhartig initiatief aan de grote klok te hangen. Maar Mataheru wilde de eerste jaren zo min mogelijk gedoe. Hij wilde vooral zijn hotel goed in de markt zetten. Immers: zonder commerciële exploitatie ook geen woonhotel.


Na de vraag of de commerciële hotelgasten eigenlijk wel weten dat er ook sociale gasten in het hotel logeren, stelt Mataheru een wedervraag: 'Heeft een Amerikaanse zakenman die een paar dagen in Rotterdam moet zijn er belang bij te weten dat het hotel waar hij logeert ook een woonhotel is?'


Die kennis is ballast, denkt Mataheru. Bovendien wil hij de woonhotelbewoners niet bijvoorbaat het stigma van 'zielig geval' op het hoofd plakken. De dubbelfunctie valt veel gasten helemaal niet op, denkt hij. En met een knipoog: 'De sociale gasten zijn immers net gewone mensen.'


Vragen beantwoorden doet hij wel regelmatig: bijvoorbeeld als mensen zich afvragen waarom op het bord voor de deur niet ART Hotel staat, de naam waarbij ze hebben geboekt, maar Woonhotel. En een enkele keer komt het ook voor dat mensen vraagtekens plaatsen bij de mannen en vrouwen die met goedgevulde draagtassen van een goedkope supermarkt in de lift staan. 'Dan geef ik natuurlijk eerlijk antwoord, dat heeft nog nooit een probleem opgeleverd.'


Wel spreekt hij met de sociale bewoners af dat ze er zo representatief mogelijk uitzien en in principe niet langer dan nodig is rondhangen in de lobby. Ze hebben immers hun eigen huiskamer.


Daubinet vindt het niet erg. Ze kijkt liever vanuit haar leunstoel naar het uitzicht, dan dat ze beneden tussen de vreemden zit. Haar eenvoudig, maar compleet gemeubileerde appartement oogt wat kaal. Op het bed ligt een netjes opgevouwen slaapshirt en op het bijzettafeltje staat een opengeklapte laptop. Verder is er, op de etenswaren in het keukentje na, niet veel van Daubinet zelf. Ze vond het wel even rustig, zonder haar eigen spullen. 'Andere mensen nemen veel meer mee', weet ze . 'Foto's enzo.' Zij zet die pas weer neer als ze een eigen woning heeft. 'Volgende week, als het goed is.'


Haar verblijf in het Woonhotel noemt Daubinet een uitkomst. 'Als je niet verslaafd bent maar wel opvang nodig hebt, is dit ideaal. Ik ben hier helemaal tot rust gekomen. Ook wil ze voor ze weggaat meneer Mataheru nog hartelijk bedanken voor alle hulp bij het zoeken naar een vaste woonplaats. 'Hij doet tenminste iets. Als het via de gemeente had gemoeten, was dit nooit gebeurd. Dat zeg ik je.'


De intakegesprekken, het bijhouden van de dossiers, het zoeken naar permanente huisvesting, Mataheru doet het grotendeels alleen, zowel in Rotterdam als in Eindhoven. De economische crisis heeft ook het ART Hotel geraakt. Vooral een jaar geleden was de bezetting mager. Inmiddels gaat het beter, maar het houdt nog niet over. Toch maakt hij zich weinig zorgen. 'Voor de crisis heeft deze constructie enorm goed gewerkt en heeft de commerciële tak genoeg winst opgeleverd om de sociale te onderhouden.'


Waarom zo'n gouden formule dan niet meer navolging krijgt? Hij heeft het vaak genoeg zien gebeuren: 'Als mensen hier komen kijken zijn ze laaiend enthousiast, maar de meesten durven het niet aan. Je hebt een maatschappelijk ondernemer nodig die het sociale en commerciële kan combineren. Maar het belangrijkst is dat hij lef heeft. Mensen die aan al deze eigenschappen voldoen zijn zeldzaam, blijkbaar.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden