Veto Rusland en China uit vrees dat Westen VN-handvest 'misbruikt'

AMSTERDAM - De escalatie van het geweld in Damascus heeft geen verandering gebracht in het verzet van Rusland en China tegen dwangmaatregelen tegen Syrië. Een door het Westen gesteunde resolutie werd donderdag in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties getroffen door een veto van beide landen. De Amerikaanse ambassadeur Susan Rice sprak van 'een zwarte dag'.


In de resolutie wordt de verantwoordelijkheid voor het geweld in Syrië in de eerste plaats gelegd bij de Syrische regering. Volgens de ontwerptekst kan het bewind van president Assad niet-militaire strafmaatregelen verwachten, als het niet binnen tien dagen de troepen en zware wapens terugtrekt uit bevolkingscentra. In de tekst wordt verwezen naar hoofdstuk VII van het VN-Handvest.


Dat laatste was voor Moskou een doorslaggevend bezwaar. De Russen hadden al aangekondigd elke resolutie te zullen vetoën waarin hoofdstuk VII wordt genoemd. Dit deel van het Handvest bepaalt welke maatregelen de Veiligheidsraad kan nemen om de vrede te handhaven. De artikelen 40-42 bevatten een scala aan opties, oplopend in kracht.


Als eerdere stappen geen resultaat hebben gehad, kan de Veiligheidsraad volgens artikel 42 'overgaan tot zulk optreden door middel van lucht-, zee- of landstrijdkrachten' als nodig is voor handhaving of herstel van de vrede. Hoofdstuk VII, artikel 42, is de hefboom voor het gebruik van geweld op basis van een VN-mandaat. Militaire interventies (Libië 2011, Koeweit 1991) en een reeks vredesoperaties vonden plaats in het kader van hoofdstuk VII.


Rusland en China vrezen dat het Westen een verwijzing hiernaar zal aangrijpen om de marges voor ingrijpen maximaal op te rekken, zoals in Libië is gebeurd. Het bezoek van secretaris-generaal Ban Ki-moon donderdag aan Peking heeft geen merkbare invloed gehad op de opstelling van de Chinese regering.


China en Rusland spraken al tweemaal een veto uit tegen VN-resoluties die bedoeld waren om de druk op het Syrische regime te verhogen. Ze stemden in april wel in met resolutie 2042, waarin steun wordt uitgesproken voor het werk van Kofi Annan, speciaal gezant voor Syrië van de VN en de Arabische Liga; en een week later met resolutie 2043, waarin de VN-waarnemersmissie UNSMIS in het leven werd geroepen.


In beide resoluties wordt opgeroepen een eind te maken aan het geweld en wordt het schenden van de mensenrechten door beide partijen in het conflict veroordeeld. Alleen voor de Syrische regering wordt het woord 'grootschalige' (schendingen) gebruikt.


Het mandaat van de waarnemersmissie loopt vandaag af. De gisteren door een veto getroffen resolutie beoogde ook het mandaat met 45 dagen te verlengen. Daartoe zal de Veiligheidsraad vandaag mogelijk een afzonderlijk besluit nemen.


Het hoofd van UNSMIS, de Noorse generaal Robert Mood, vindt dat de missie 'irrelevant' is zonder politiek proces dat moet leiden tot beëindiging van het geweld. Hij zei dit donderdag tegen verslaggevers in Damascus, vlak voor zijn vertrek naar Genève.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden