Veteranen krijgen duizend gulden voor vijf jaar vaderlandsliefde

Oorlogsveteraan F. Pörteners (71) uit Kerkrade wil vandaag niet terugdenken aan de oeverloze discussies over het 'veteranenduizendje'. 'Die tijd is gelukkig voorbij', zegt de man die in twee oorlogen diende, maar daarna nooit een oorlogsuitkering mocht ontvangen....

Van onze verslaggever

Stieven Ramdharie

AMSTERDAM

Duizend gulden voor getoonde vaderlandsliefde gedurende vijf jaar: Pörteners ziet het niet als een belediging. Meer als een meevaller, zeker wanneer je net als hij van een pensioen moet leven. Maar nogmaals, het gaat hem niet om het geld.

'Het is belangrijk dat de waardering waarop we al jaren recht hebben, ons eindelijk toekomt', zegt de oud-verzetsstrijder en Nederlands-Indiëganger. Vandaag mag hij samen met een handvol anderen in Kerkrade de eerste veteranenduizendjes ontvangen. 'Dit is een erkenning voor wat wij in al die jaren van strijd hebben moeten missen. En dat is natuurlijk nooit in geld uit te drukken.'

Na een kleine tien jaar vol discussies en gesteggel, vooral over de hoogte van het bedrag, kan staatssecretaris Gmelich Meijling van Defensie eindelijk het startsein geven voor een genoegdoenings-operatie die zo'n 135 miljoen gulden gaat kosten. Naar schatting 120 duizend ex-dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers, zo verwacht het departement, zullen in de komende jaren de eenmalige uitkering ontvangen.

Het duizendje is bedoeld voor een speciale groep veteranen die tussen de twee en vijf jaar in dienst zijn geweest en over deze periode nooit een pensioen hebben ontvangen. Het betreft militairen die tussen 1938 en 1962 actief waren tijdens de Tweede Wereldoorlog, in Nederlands-Indië, Korea of Nieuw-Guinea.

Zo'n vijftigduizend van hen zijn inmiddels bekend bij Defensie. De rest zal binnenkort in een campagne worden opgeroepen zich te melden.

Met de uitkering hoopt Defensie een fikse stap te hebben gezet op weg naar een veteranenbeleid. Landen als de Verenigde Staten en Duitsland hebben een dergelijk beleid al decennialang. Door het ontbreken ervan in Nederland kon het gebeuren dat grote groepen veteranen, onder wie veel voormalige KNIL-militairen en oud-Indië-gangers, zich bekocht voelden door de overheid.

Veel militairen begrijpen niet dat ze ondanks hun toenmalige inzet nog steeds zo weinig waardering krijgen. Pörteners, die zich in de Tweede Wereldoorlog als 16-jarige bij het verzet aansloot, was betrokken bij allerlei sabotageacties. Als lid van het regiment Stoottroepen vocht hij samen met de Amerikanen tot in Berlijn. Na de Duitse capitulatie diende hij tot 1948 in Nederlands-Indië. Over de uitreiking morgen in het stadhuis van Kerkrade zegt hij: 'Ik prijs me gelukkig dat ik deze dag nog mag meemaken.'

De overheid is rijkelijk laat begonnen met de toewijzing van erkenningsuitkeringen. Pas in 1981 werd de 'ereschuld' tegenover de oud-KNIL-militairen ingelost. Militairen die tussen 1942 en 1945 in de Japanse kampen vastzaten en nooit hun salaris kregen, ontvingen toen een belastingvrije uitkering van 7500 gulden.

Het zou tien jaar duren voordat een soortgelijke regeling werd getroffen voor militairen die tussen 1936 en 1963 meer dan vijf jaar in dienst zijn geweest en over deze periode nooit een pensioen hebben ontvangen. Zij kregen als goedmakertje een pensioenvervangende uitkering van 7500 gulden netto.

De groep van Pörteners viel echter steeds buiten de boot. Het Veteranen Platform maakt zich al sinds eind jaren tachtig sterk voor een uitkering voor deze veteranen. Pas in januari vorig jaar ging het kabinet, gedwongen door een motie van het PvdA-Kamerlid Zijlstra, akkoord met het veteranenduizendje. Maar ook de manier waarop deze uitkering tot stand is gekomen, is geen voorbeeldige.

Zo wilde Defensie de duizend gulden bruto uitkeren. Na protesten van onder anderen veteranen werd het een nettobedrag. Gmelich Meijling zag er evenmin weinig in om de weduwen van de veteranen het duizendje ook te geven. De 22 miljoen gulden extra die deze maatregel zou kosten, werd na druk uit het parlement gevonden in een vertraagde invoering van het Shorad-rakettensysteem.

Luitenant-generaal b.d. T. Meines (76), voorzitter van het Veteranen Platform, wil deze jaren het liefst achter zich laten. 'Natuurlijk komt dit alles veel te laat. Maar we moeten onze zegeningen tellen. Eindelijk is er een duurzaam veteranenbeleid, gericht op waardering en erkenning, waar ook de jonge veteranen van kunnen profiteren. Dit beleid had er moeten zijn toen we terugkwamen.'

Meines noemt het bedrag van duizend gulden 'prima'. Toch zijn er genoeg veteranen die er moeite mee hebben. Een schijntje, zegt veteraan J. Enninga (79), die twee keer in Korea diende. 'Maar beter laat dan nooit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden