Vet, vuig, donker

North Sea Jazz leek dit jaar geïnjecteerd met een stofje dat ego's deed verdampen en eerlijke improvisatie op een voetstuk plaatste.

Het is zondagmiddag al behoorlijk vol in de tot Maaszaal omgedoopte Ahoy. Colin Benders weet inmiddels wat het is om zo'n grote zaal naar zijn hand te zetten. Een dag eerder had hij met trompettist Eric Vloeimans en de band Kytecrash dezelfde zaal haast tot ontploffen gebracht. De belangstelling was zo groot dat de tweede ring in de tribune open moest.


Het publiek op North Sea Jazz heeft Benders sinds hij er met zijn Hip Hop Orkest twee jaar geleden speelde in de harten gesloten. Hij kreeg dit jaar een carte blanche en stond drie keer geprogrammeerd. Zondagmiddag met Kyteman The Jamsessions. Het was zijn vorig jaar ontbonden Orkest dat hem begeleidde en, zoals Benders zei: 'We hebben geen idee wat we aan het doen zijn.'


Riskant in zo'n grote zaal. Of in Benders' woorden: 'Een nachtmerrie voor elke muzikant.' Maar het publiek van North Sea Jazz kan wel wat hebben. Sterker nog, als er op een festival ruimte mag bestaan voor improvisatie, dan is dat hier.


Benders dirigeerde zijn orkest van het ene crescendo naar het andere, wat effectief was, maar niet heel spannend. Maar wie mocht denken dat het bij deze eenmalige reünie van Kyteman met zijn Hip Hop Orkest blijft; er komt volgend jaar een nieuw album, waarvan North Sea Jazz een primeur kreeg.


Benders optreden en ontvangst waren typerend voor de laatste jaren waarin scheidslijnen tussen pop en jazz steeds meer lijken te vervagen. Zalen liepen gemakkelijk vol voor niet gemakkelijke muziek. Natuurlijk waren er vooral zaterdag de hap-slik-wegoptredens in de categorie pop-soul. Ben L'Oncle Soul bracht een melige mengeling van cabaret met fletse soul, precies waar het publiek rond dinertijd blijkbaar zin in had. Seal bouwde zijn tergend gezapige bleke soulset keurig rond een paar grote hits en Chaka Kahn liet weten nog net zoveel van ons te houden als ieder ander jaar dat ze hier stond.


Verrassend was het succes van de Vlaamse Selah Sue, die de grote Maaszaal moeiteloos naar haar hand zette, maar het echte avontuur vond in de aanpalende kleinere zalen plaats.


Zo was er een spannende botsing tussen de fusionspierballen van Bill Evans (sax) en Randy Brecker (trompet) met de ranzige funk-dudes Medeski, Martin & Wood.


Oudgedienden Pharoah Sanders, die twee maal speelde, en Charles Lloyd konden eveneens overtuigen in de Hudson. De vette sound van Sanders (1940, avant-gardist die speelde met Sun Ra en Cecil Taylor) is wat ingedikt, maar zijn versies van Coltranes Giant Steps waren virtuoos. En wat te zeggen van multi-intrumentalist Lloyd (1938, post-bopper/freejazzer) met zijn jonge all-star band (onder anderen pianist Jason Moran): felle uithalen, ronde tonen en vooral spannende improvisaties.


Een absoluut hoogtepunt was de Noor Arve Henriksen, die de Paul Acket Award (Artist Deserving Wider Recognition) kreeg uitgereikt. Samen met live-sampler Jan Bang en percussionist Ingar Zach creërden zij een intense sfeer die de zaal in zeldzame vervoering bracht. Vrijwel iedereen bleef zitten, pas bij de staande ovatie werden de stoelen verlaten. Het trio, voor de eerste keer samen, behandelde de instrumenten menselijk en toegewijd. Sputterende trompetresonanties, hartkloppende beats, vuige ruizen of een donkere trom: elk geluid binnen de vaak heftige geluidslandschappen kwam aan als mokerslag.


Artiesten kregen alle ruimte, ook technische problemen als bij Portico Quartet werden gelaten ondergaan. Alsof het festival was geïnjecteerd met een stof die ego's aan de kant zette en eerlijke improvisatie op een voetstuk plaatste. Er heerste een grote losheid en ongedwongen sfeer, zelfs in grotere zalen die moeilijker te bespelen zijn.


Zo blonk vrijdag het Yuri Honing Acoustic Quartet in de grote zaal Hudson uit in subtiele interacties waarvoor het publiek muisstil moest zijn om ze te waarderen. Dat gebeurde. En hoe moeilijk de aanstormende popster Janelle Monáe het ook had zich in de voor haar te grote Maas in het galmende geluid te bewijzen: ze kreeg de hele zaal zittend op de koude vloer toen ze daar om vroeg.


Fraai was ook de ruimte die werd gegeven aan de jonge Ruben Samama, die met zijn loopstation een indrukwekkende dimensie gaf aan zijn contrabas. Indruk maakten ook de duetten van saxofonist Joshua Redman en pianist Brad Mehldau op zaterdag, twee helden die bebop een moderne saus geven. Hun muziek karakteriseerde zich door perfect op elkaar afgestelde ideeën, die Mehldau en Redman nooit al te bedacht lieten klinken.


Zondag was het in dezelfde Hudsonzaal al direkt goed toeven met een warme combinatie van contrabas (Dave Holland), aoud - een luit uit het Midden-Oosten - (Anouar Brahem) en basklarinet (John Surman). Vooral de combinatie van zwoele basklarinetklanken met de Arabische, fel gespeelde toonladders op de aoud nodigden uit tot meer onalledaagse geluiden.


Die kwamen volop tijdens de avontuurlijkste dag op North Sea Jazz, waarin verder nog veel ruimte was voor de kruisbestuiving tussen elektronica en jazz en er zoveel goede soul viel te beluisteren dat het pubiek lastige keuzes moest maken. Tussen Mavis Staples en Raphael Saadiq bijvoorbeeld. Terwijl Snoop Dogg de afwezigheid van hiphop (op een mislukte gastrol van de als rapper aangekondigde dj Pete Rock bij Roy Ayers na) goedmaakte.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden