Verzot op het gefrunnik met haar

Elke keer als Hugo van Molen van Christiaan Kappers een advertentie plaatst voor nieuwe medewerkers, krijgt hij een horde meisjes op zich af....

Van Molen was de schamele opbrengst van zijn personeelsadvertenties zat en schreef vorige week kunstopleidingen in de Haagse regio aan om kunstenaars en kunststudenten warm te maken voor het kappersvak. Na een assistentschap dat ongeveer een jaar duurt, kunnen ze in zijn zaak doorgroeien tot zelfstandig kapper. 'Een heel wat zekerder bestaan dan het ongewisse kunstenaarsleven', verzekert de coiffeur, 'en zeker zo creatief.'

Dat de mensen die hij op die manier binnenhaalt wellicht nog nooit een schaar in handen hebben gehad, vindt hij geen bezwaar. Knippen leren ze zo. Het gaat er volgens Van Molen vooral om dat ze een visie hebben. Dat ze een beeld in hun hoofd tot uitdrukking kunnen brengen. Of dat nu in steen is, op schildersdoek, of met haar. Want de trucjes die op de kappersscholen worden bijgebracht, zijn volgens Van Molen dodelijk. 'Die leiden allemaal tot dezelfde kapsels. Zonder dat iemand zich afvraagt of dat wel past bij de persoon die de zaak uitloopt.'

De vraag is of de doorgaans wat in zichzelf gekeerde kunstenaars wel gedijen in een bij uitstek sociaal vak als dat van de kapper. Maar volgens Van Molen stoelt die vraag op twee valse vooronderstellingen. 'Kappers zijn niet per definitie kwebbelzieke lieden die de hele dag hun cliëntèle onderhouden over de nieuwste mode, het laatste wasmiddel of de jongste verwikkelingen bij The Bold and the Beautiful. En kunstenaars zijn niet allemaal introverte mensen die alleen in uiterste rust hun ideeën gestalte kunnen geven.'

Bovendien: de sfeer van zijn zaak heeft meer weg van een atelier dan van een kapsalon. Iedere kapper heeft zijn eigen, min of meer besloten, werkplek. De klanten zien alleen zichzelf. De muziek staat zachtjes en omdat de zaak gehuisvest is op de derde verdieping van een groot pand, vallen er ook niet voortdurend mensen binen om te kijken of er nog een plek vrij is in de agenda. In betrekkelijke stilte boetseren Van Molens mensen hun levende kunstwerken.

Na dertig jaar voelt Van Molen zich nog altijd thuis in het vak. Het waren de Beatles en de Stones die hem en zijn vriendjes begin jaren zestig de ogen openden. Je bleek veel meer te kunnen doen met haar dan alleen de tondeuse erin zetten. Je kon het ook lang laten groeien en vet laten worden. Dat besef bleek een bevrijding en op zijn kamer in het ouderlijk huis ontpopte hij zich al snel tot de kapper van de buurt. Sindsdien is hij er nooit meer mee opgehouden.

Al die tijd vond hij zijn drijfveer in het scheppende karakter van het werk. Het in samenspraak met de klant een beeld ontwikkelen en dat vervolgens zo goed mogelijk gestalte geven. Hij heeft zich eveneens beziggehouden met keramiek, mode en fotografie, maar zijn belangrijkste discipline is onmiskenbaar haar.

Voor al die gebieden geldt wel dat visie er voor de techniek gaat. En visie ontwikkel je volgens Van Molen niet een paar jaar na het verlaten van de lagere school. Hij vindt het onbegrijpelijk dat er nog altijd geen kappersopleiding op HBO-niveau is, een soort kunstacademie waar het vak knippen gedoceerd wordt.

'Haar is zo belangrijk voor een mens. Dat laat je toch niet verzorgen door een bakvisje van 17 dat net een paar trucjes heeft geleerd?'

Ad Tissink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden