Verzonnen staatsgrepen en vals bewijs

De ultranationalistische, terroristische organisatie Ergenekon is bedacht om critici de mond te snoeren, laat veiligheidsexpert zien. Voor Vonk deelt hij zijn bevindingen.

GARETH JENKINS

Het komt niet vaak voor dat rechters mensen straffen omdat zij een tijdmachine bezitten. Toch is dat precies wat afgelopen september lijkt te zijn gebeurd toen een Turkse rechtbank 331 leden van de Turkse krijgsmacht - sommigen nog in dienst, anderen gepensioneerd - tot lange gevangenisstraffen veroordeelde voor het beramen van een staatsgreep. Hun plan zouden ze volgens de officier van justitie op 5 maart 2003 op een cd-rom hebben gezet. Knap dat het was geschreven met de Word- versie die bij Microsoft Office 2007 hoort.

Dat is maar een van de absurditeiten die de laatste zes jaar het belangrijkste kenmerk zijn geworden van een reeks zwaar gepolitiseerde Turkse rechtszaken. Zo ook in het beruchte Ergenekon-onderzoek.

In de meeste landen zou zo'n voorval onmiddellijk leiden tot een sepot. In Turkije worden de zaken gewoon voortgezet. En achter deze komedie gaan honderden persoonlijke tragedies schuil. Tot nog toe zijn ruim duizend personen vervolgd. Niet alleen militairen, ook journalisten, artsen, wetenschappers, politici van de oppositie, advocaten, echtgenotes van rechters, vakbondsactivisten, schrijvers, actrices, liefdadigheidswerkers en een transseksuele concertpromotor.

Deze mensen zijn allemaal beschuldigd van poging tot ondermijning van de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) door het beramen van staatsgrepen, spionage of het vormen van uitgebreide terroristische organisaties. Er is geen enkel overtuigend bewijs geleverd om deze aanklachten te onderbouwen. In feite is het enige wat de aangeklaagden gemeen lijken te hebben het feit dat ze zich allemaal - daadwerkelijk of vermoedelijk - kritisch opstellen tegenover de islamistische stroming in Turkije, vooral tegenover de volgers van de in ballingschap levende islamitische prediker Fethullah Gülen.

De afgelopen weken zijn de 256 gedaagden in de grootste zaak in het langlopende Ergenekon-onderzoek begonnen aan hun slotpleidooi. Zes jaar na het begin is Ergenekon uitgegroeid tot een van de grootste en meest controversiële gerechtelijke onderzoeken in de Turkse geschiedenis. Het omvat een overvloed aan andere zaken en er zijn meer dan duizend arrestaties verricht op grond van aanklachten die variëren van het beramen van militaire staatsgrepen tot spionage en het lidmaatschap van een terroristische organisatie. Voor degenen die erachter staan, vormt het Ergenekon-onderzoek het bewijs van wat zij omschrijven als de 'democratisering' van Turkije sinds de AKP voor het eerst aan de macht kwam, in november 2002. Bij nader inzien lijkt er echter iets sinisters gaande te zijn dat vragen oproept over de onafhankelijkheid van de Turkse rechterlijke macht en over de rechtsstaat in Turkije.

Het Ergenekon-onderzoek zelf begon op 12 juni 2007 toen de politie na een anonieme tip een kist met granaten aantrof in een huis in een achterbuurt van Istanbul. In de daaropvolgende maanden breidde het onderzoek zich uit. In januari 2008 vertelden rechercheurs aan journalisten met wie ze op goede voet stonden dat ze een grote ultranationalistische, terroristische Turkse organisatie hadden ontdekt met de naam Ergenekon, genoemd naar een mythische vallei in midden-Azië. In juni 2009 waren al honderden mensen met onwaarschijnlijk uiteenlopende achtergronden - artsen, actrices, vakbondsmensen, militairen, wetenschappers, romanschrijvers, liefdadigheidswer- kers, bureaucraten, advocaten en journalisten - gearresteerd en ervan beschuldigd lid te zijn van Ergenekon. Het enige kenmerk dat de aangeklaagden gemeen leken te hebben, was dat ze allemaal bekend stonden als critici of rivalen van de AKP.

Het Openbaar Ministerie is op de proppen gekomen met drie enorme tenlasteleggingen, die samen bijna zesduizend pagina's beslaan. Daarin wordt gesteld dat Ergenekon niet alleen verantwoordelijk is voor elke daad van politiek en racistisch geweld in Turkije van de afgelopen twintig jaar, maar ook de regie voert over iedere terroristische organisatie die in Turkije actief is, en van plan is om kernwapens en chemische en biologische wapens te ontwikkelen. Al die beschuldigingen, die voornamelijk bestaan uit verslagen van onschuldige telefoongesprekken, bevatten echter geen enkel overtuigend bewijs dat Ergenekon überhaupt bestaat, laat staan dat de gedaagden enig misdrijf hebben gepleegd. Er zijn geen bekentenissen en alle aangeklaagden zeggen dat ze nog nooit van de organisatie hebben gehoord.

Toen er na Ergenekon nog meer zaken en arrestaties volgden, begon zich een duidelijk patroon af te tekenen. Het begon telkens met een anonieme tip, meestal via e-mail of een gewone brief, soms aangevuld met een verklaring van een anonieme 'geheime getuige'. Dan volgde een politie-inval waarbij het 'bewijsmateriaal' dat in de tip werd beschreven werd ontdekt. Verdachten die hun onschuld betuigden werden gearresteerd en met zeer uitvoerige aanklachten in staat van beschuldiging gesteld. Het meeste bewijsmateriaal bestond uit digitale documenten die werden aangetroffen op harde schijven en usb-sticks, zoals de tip had voorspeld. De politie ontdekte ook zogenaamde wapenvoorraden die bedoeld waren voor terroristische aanslagen om het land te destabiliseren en een militaire staatsgreep mogelijk te maken en zo de AKP omver te werpen.

Lastercampagnes

Naarmate er meer rechtszaken kwamen, doemde een tweede patroon op. Steeds vaker ging het om zaken tegen rivalen en critici van de volgers van Fethullah Gülen, die in 1999 in zelfverkozen verbanning naar de Verenigde Staten was gevlucht. Door de jaren heen hebben Gülens volgelingen een uitgebreid netwerk opgebouwd van bedrijven, media, goede doelen en scholen in zowel Turkije als de rest van de wereld, waaronder Nederland. De Gülenbeweging speelde een belangrijke rol bij het aan de macht komen van de AKP in november 2002 en steunde premier Tayyip Erdogan in diens pogingen om zijn secularistische critici uit te schakelen. Sinds die strijd is gewonnen, zijn Erdogan en Gülen weliswaar in een onderlinge machtsstrijd verwikkeld geraakt, maar zij hebben nog steeds dezelfde gemeenschappelijke vijanden buiten de islamistische beweging.

Vooral voor een buitenlands gehoor benadrukken de aanhangers van Gülen dat hun leider staat voor de dialoog tussen religies, voor tolerantie en geweldloosheid en uiten ze herhaaldelijk hun steun aan democratie en de rechtsstaat. Ongetwijfeld geloven veel volgelingen van Gülen oprecht in deze boodschap en zijn ze zich totaal niet bewust van de activiteiten van sommige andere leden van de beweging. Er is nu echter overstelpend bewijs dat sommigen van hen zich in Turkije met veel duistere zaken bezighouden.

De journalisten die met 'nieuws' over deze zaken kwamen, waren ook steevast sympathisanten van Gülen. Media die het eigendom zijn van aanhangers van Gülen hebben het voortouw genomen in lastercampagnes tegen hen die twijfel hebben geuit aan de geldigheid van de beweringen van het Openbaar Ministerie. Toen ik zelf na het lezen van de aanklachten over deze zaken ging schrijven, werd ik onmiddellijk het slachtoffer van een gecoördineerde campagne door journalisten die gelieerd waren aan de Gülenbeweging. Mijn foto werd gepubliceerd naast artikelen waarin ik werd beschuldigd van werken voor de CIA, MI6 en de Mossad en van het lidmaatschap van de vrijmetselaars. Hoewel de volgelingen van Gülen zelf niet gewelddadig zijn, schrikken veel van de lezers van deze publicaties niet terug voor geweld. Er volgden doodsbedreigingen en mijn foto en adres verschenen op jihadistische websites naast citaten uit de artikelen van de aanhangers van Gülen. Dat weerhield de Gülenmedia er niet van om mij af te schilderen als een tweede Anders Breivik, de Noor die in juli 2011 77 mensen vermoordde. Dat leidde tot een nieuwe stroom van doodsbedreigingen van mensen die wilden voorkomen dat ik ook tot een dergelijke slachting zou overgaan.

Alle rechtszaken worden aangezwengeld door een klein aantal mensen binnen de politie en de rechterlijke macht, voornamelijk in Istanbul. In augustus 2010 heeft Hanefi Avci, een rechts georiënteerde politiecommissaris en voormalig sympathisant van Gülen, in een boek uitgebreid beschreven hoe zaken als Ergenekon werden gerund door een samenspannende groep van Gülenaanhangers binnen de politie en de rechterlijke macht. In september van hetzelfde jaar werd hij zelf gearresteerd en beschuldigd van lidmaatschap van Ergenekon. Hij zit nog steeds gevangen.

In maart 2011 werd Ahmet ¿¿k gearresteerd. Hij was bezig met een boek met de titel Het leger van de imam, waarin hij uitgebreid beschreef hoe de politie en de rechterlijke macht zijn geïnfiltreerd door aanhangers van Gülen. Na een gecoördineerde internationale campagne werd ¿¿k na een jaar gevangenschap weer vrijgelaten. Hij blijft echter verdacht van lidmaatschap van Ergenekon, evenals zestien andere journalisten die allemaal uitgesproken kritisch zijn over de Gülenbeweging.

Sommige van de 'ontdekte' bewijzen roepen allerlei vragen op. Zo lagen wapens in de veronderstelde wapenopslagplaatsen van Ergenekon alleen in kranten gewikkeld in natte grond begraven. Ook lijken die opslagplaatsen niet erg in overeenstemming met hun zogenaamde doel. Er lagen bijvoorbeeld wapens zonder munitie of munitie zonder wapen. In één geval werden vier luchtafweergranaten 'aangetroffen', maar geen granaatwerper.

Nog verontrustender zijn de talrijke gevallen waarbij het bewijsmateriaal duidelijk is gefabriceerd en vervolgens neergelegd op plaatsen die verband houden met de verdachten. Dat het gebeurt, weten we omdat het soms misgaat en adressen of personen worden verwisseld. Zo viel de politie op 4 augustus 2010 na een anonieme tip een appartement in Istanbul binnen waar de marineofficier Emrah Küçükakça woonde. Daarbij zouden harde schijven en usb-sticks zijn gevonden met daarop bewijzen van spionage. Eén probleem: alle digitale documenten stonden op naam van een andere marineofficier, genaamd Emrah Karaça. Het 'bewijs' was in het verkeerde appartement gelegd en de verkeerde officier werd gearresteerd. De ongelukkige Küçükakça werd elf maanden gevangengezet tot hij zijn identiteit kon aantonen en werd vrijgelaten. Tegen de politiemensen die in de fout gingen, werden geen maatregelen genomen.

Gesjoemel met data

En zo zijn er nog veel meer voorbeelden. Het meest flagrante daarvan is de poging tot staatsgreep onder de zogenaamde codenaam 'Sloophamer', waarbij het OM beweert dat het plan daarvoor voor het laatst is opgeslagen op een cd-rom op 5 maart 2003. Toen uit een forensische analyse bleek dat het document was geschreven met de tekstverwerker in Microsoft Office 2007, waarvan zelfs de betaversie niet eerder was uitgebracht dan medio 2006, vertrokken de rechters geen spier. In de uitleg van hun vonnis waarbij 331 mensen uitsluitend op basis van het bewijs van een enkele cd-rom naar de gevangenis werden gestuurd, volgden de rechters de redenering dat telkens als met Microsoft Office een document wordt geopend dat in een oudere versie is geschreven, er automatisch een update volgt naar de meest recente versie. Niet alleen verklaart dit niet hoe het veronderstelde plan tot de staatsgreep nog steeds voor het laatst opgeslagen was op vijf maart 2003, maar zoals iedere gebruiker van Microsoft Office weet, is het domweg niet waar.

In maart 2009 werd een jonge officier betrapt toen hij probeerde vervalste documenten vanaf een usb-stick over te zetten op een computer van een luchtmachtbasis bij de centraal gelegen stad Kayseri. Deze officier werd ondervraagd door de militaire aanklager, genaamd kolonel Ahmet Üçok. De officier bekende. Én hij vertelde uitgebreid hoe hij al als student door de Gülenbeweging was gerekruteerd en opdracht had gekregen om bij de krijgsmacht te gaan en af te wachten tot er contact met hem werd opgenomen. In februari 2009 werd hij benaderd door twee leden van de Gülenbeweging, die hem de usb-stick overhandigden en opdracht gaven de inhoud ervan over te zetten naar een computer op de luchtmachtbasis.

Toen het nieuws van de arrestatie van deze officier bekend werd, lanceerden de media van de Gülenaanhangers een lastercampagne tegen Üçok door te beweren dat deze de bekentenis door marteling had verkregen. Toen duidelijk werd dat het lichaam van de officier geen enkel spoor van marteling vertoonde, beweerden ze dat Üçok hem had gehypnotiseerd. Het was uiteindelijk Üçok die werd aangeklaagd. Op 30 april 2010 kwam de openbare aanklager met een forensisch rapport waarin stond dat er geen bewijs was dat de officier niet was gehypnotiseerd. Op 17 april 2012 werd Üçok tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens het verkrijgen van een bekentenis door middel van hypnose.

De officier die bekend had, is niet aangeklaagd.

Doodseskaders

Nu is het rechtssysteem in Turkije nooit helemaal vrij geweest van politieke beïnvloeding. Voordat de AKP aan de macht kwam, gebruikte het vorige, door seculiere Turken gedomineerde, regime geregeld zijn invloed om critici via de rechtspraak de mond te snoeren. Maar de schaal van overduidelijk schandelijke zaken als Ergenekon kent geen precedent. Vooral de onmiskenbare absurditeit van zo veel 'bewijzen' heeft een verwoestend effect. Er worden nota bene verdachten vervolgd voor het samenzweren met doden. Welke kans hebben de levenden dan om hun onschuld aan te tonen? Daarbij gaan achter elke persoon die in deze zaken is vervolgd, waarschijnlijk vele anderen schuil die door intimidatie het zwijgen is opgelegd.

Deze rechtszaken hebben ook gevolgen voor toekomstige generaties. Neem nu een seculiere ngo die door middel van beurzen en kostscholen meisjes uit arme, conservatieve milieus in staat stelt een opleiding te volgen: het 'Genootschap voor de Ondersteuning van het Hedendaags Leven', bekend als CYDD. De organisatie concurreert met de onderwijsactiviteiten van de Gülenbeweging, die hiermee de meeste zieltjes wint. De bestuurders van CYDD zijn ervan beschuldigd lid te zijn van Ergenekon en de CYDD namens Ergenekon te runnen. Met als gevolg dat iedereen die iets doneert aan CYDD nu in principe kan worden aangeklaagd wegens financiering van een terroristische organisatie.

Dergelijke vormen van misbruik boren in feite het laatste restje hoop de grond in dat de AKP democratisch gezind is. In plaats daarvan lijkt Turkije het ene autoritaire bewind voor het andere te hebben ingeruild. En ze roepen vragen op over de Gülenbeweging, die met haar retoriek van tolerantie en dialoog een fraai imago van zichzelf heeft geschapen: de werkelijkheid blijkt heel anders te zijn.

Wat eigenlijk nog verderfelijker is: er is geen enkele poging ondernomen om onderzoek te doen naar échte misdaden in de recente geschiedenis van Turkije. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig hebben doodseskaders met banden met de Turkse veiligheidsdiensten het overwegend Koerdische zuidoosten van het land geterroriseerd. Naar wordt aangenomen, zijn daarbij duizenden mensen vermoord. Dáár zijn stapels bewijzen voor, inclusief honderden ooggetuigenverslagen.

Maar in plaats van daar iets mee te doen is een fictieve organisatie genaamd Ergenekon bedacht, zijn er plannen tot staatsgrepen gefabriceerd en is er bewijsmateriaal geplaatst bij onschuldige mensen. Dat alles in een poging om politieke doelen te bereiken, critici het zwijgen op te leggen en rivalen uit te schakelen. Intussen wachten de families van de slachtoffers van de doodseskaders nog steeds op gerechtigheid en worden hun oproepen tot een alomvattend onderzoek naar de werkelijke gruweldaden nog steeds genegeerd.

Slachtoffer=leider

In de eerste tenlastelegging in de Ergenekon-zaak staat de naam van een ex-generaal op een lijst van mensen die volgens het OM door Ergenekon zouden worden vermoord. In de tweede tenlastelegging wordt diezelfde generaal ervan beschuldigd een Ergenekon-leider te zijn.

Broodje mag al niet

Het voormalige hoofd van de Kamer van Koophandel van Ankara (ATO) is beschuldigd van lidmaatschap van Ergenekon op grond van het feit dat de ATO een keer broodjes heeft gekocht voor een conferentie van een seculiere ngo.

Journalisten opgepakt

Toen journalisten van OdaTV, een televisiekanaal op internet, een video publiceerden waarop te zien was hoe de politie besprak waar ze een wapenopslag hadden gefabriceerd, werden die journalisten allemaal gearresteerd en beschuldigd van lidmaatschap van Ergenekon.

Dode samenzweerder

Een van de verdachten in wat bekend is komen te staan als het Sloophamercomplot voor een staatsgreep werd ervan beschuldigd dat hij in januari 2003 twee van zijn collega's had proberen over te halen om de regering omver te werpen. De ene collega was echter in 2000 overleden en de andere al in 1998.

Kritiek bestraft

Toen AKP-afgevaardigde Turhan Comez zich openlijk beklaagde over de autoritaire stijl van leiderschap van minister-president Erdogan, werd hij ervan beschuldigd dat hij voor Ergenekon werkte en dat hij probeerde verdeeldheid te zaaien in een politieke partij om daarmee binnenlandse instabiliteit te veroorzaken. Comez geniet thans politiek asiel in Groot-Brittannië.

Olielamp=granaat

Tuncay Özkan, eigenaar van een seculiere televisiezender, heeft ruim vijf jaar in de gevangenis gezeten terwijl hij terechtstond wegens lidmaatschap van Ergenekon. Toen hij zijn zaak voorlegde aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens probeerde de Turkse minister van Justitie zijn detentie te rechtvaardigen door te beweren dat er granaten bij hem waren gevonden. Deze 'granaten' waren in werkelijkheid olielampen.

GARETH JENKINS

Gareth Jenkins (1958) woont en werkt sinds 1989 in Turkije. Hij schreef als correspondent onder meer voor The Sunday Times en publiceerde boeken over het Turkse leger en de politieke islam in Turkije. Op dit moment werkt hij voor meerdere instituten en is hij verbonden aan het Silk Road Studies Program van de John Hopkins Universiteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden