'Verzin mij maar opnieuw!'

De jury van de Erik Hazelhoff-prijs nomineerde drie biografieën van schrijvers: Vasalis, Elsschot, Hotz. Plus koning Leopold I en kunstverzamelaar Kröller-Müller. Anet Bleich, de biografe van Den Uyl, heeft een duidelijke voorkeur.

Een biograaf versmelt, als het goed is, een beetje met zijn of haar hoofdpersoon, kan zich verplaatsen in diens drijfveren, kent de kracht en zwakke plekken en voelt er ook iets bij, sympathie of ergernis. Die fascinatie is essentieel, die 'klik' moet ook op de lezer worden overgebracht, zodat die kan meeleven. De tweede voorwaarde waaraan een goede biografie moet voldoen, is dat het verhaal niet uitsluitend tot de held beperkt blijft, maar ook inzicht geeft in de tijd en omstandigheden waarin zij of hij leefde. Op zo'n manier kan een biografie een deel van het verleden, soms op een verrassende manier, weer onder de aandacht brengen.


Het genre van de levensbeschrijving was in Nederland lang een ondergeschoven kindje, maar komt de laatste tijd steeds meer tot bloei. De jury van de tweejaarlijkse Erik Hazelhoff Roelfzema-biografieprijs, die volgende week weer wordt uitgereikt, kan derhalve uit een rijke voorraad putten. Meer dan de vorige keer, toen Jolande Withuis met haar portret van de verzetsheld Pim Boellaard werd uitverkoren, is de keuze voor de shortlist nu vooral gevallen op personages uit de culturele sector: Vasalis, Elsschot, F.B. Hotz, Helene Kröller-Müller, met als enige uitzondering Leopold, de eerste koning der Belgen. De genomineerde boeken zijn stuk voor stuk de moeite waard, maar toch heb ik Piet Hagens buitengewone biografie van de Friese dichter en aartsvader van de Nederlandse sociaal-democratie Pieter Jelles Troelstra node gemist, net als het fraaie portret van criminoloog en schrijver Willem Nagel alias J.B.Charles van de hand van Kees Schuyt. Nu ja, hoe meer keuze, hoe meer ruimte voor smaak en subjectiviteit - zo hoort het.


Van de vijf boeken die op de shortlist staan, zijn er wat mij betreft twee niet favoriet. Helene Kröller-Müller, de naamgeefster van het Kröller-Müller Museum in Otterlo op de Veluwe, is ongetwijfeld een schilderachtige persoonlijkheid. Biografe Eva Rovers beschrijft in De eeuwigheid verzameld de vrouw die 'Picasso's en Mondriaans kocht, zoals andere dames zich hoeden en handtassen aanmaten' in haar hoedanigheid van dochter, echtgenote, moeder en fanatiek verzamelaar. Het is interessant hoe deze telg uit een 19de eeuws Duits zakenmilieu als serieus jong meisje haar eigen weg probeerde te gaan op religieus gebied om zich toen dat niet lukte toch maar bij de ouderlijke wensen neer te leggen. Ze had geluk met haar gearrangeerde huwelijk; Anton Kröller verdiende niet alleen heel veel geld met zijn onderneming, maar gunde zijn echtgenote ook ongebruikelijk veel vrijheid. Haar dochter wekte haar interesse voor moderne kunst en nadat ze een ernstige ziekte had overwonnen, besloot ze door het verzamelen en populariseren van schilderijen van Van Gogh, Renoir, Léger en andere vooral Franse meesters de onsterfelijkheid na te jagen. Rovers schetst de moeizame contacten tussen de autoritaire kunstliefhebster en top-architecten als Berlage en Mies van der Rohe en belicht zodoende waarschijnlijk onbedoeld de nadelen van het tegenwoordig weer zo aanbevolen particuliere mecenaat. En dan vatte Kröller-Müller in haar laatste jaren - ze stierf in 1939 - ondanks haar liefde voor kunst die door de nazi's entartet genoemd werd, ook nog sympathie voor Hitler op. Rovers noteert het, kundig en geroutineerd. Het resultaat is een goed gecomponeerde, interessante biografie, maar er springt geen vonkje over.


'In zijn hardheid gevoelen wij de zachte kern. In zijn zachtheid de harde pit.' Dat schreef Jan Greshoff in 1957 over Willem Elsschot, pseudoniem van zakenman Alfons de Ridder. Vic van de Reijt haalt het aan in zijn biografie waarvoor hij als eerste het hele zakelijke archief van De Ridder heeft kunnen uitpluizen. In Van de Reijts compacte boek - dat hij zich heeft weten te beperken tot de hoofdlijnen is een compliment waard - komt de tegenstelling tussen de zakenman zonder veel scrupules en diens betere ik Elsschot 'die aan de kant staat van de underdog, die partij kiest voor de verliezers' duidelijk uit de verf. Evenals het contrast tussen De Ridder als norsige, vaak afwezige vader en als liefdevolle, speelse grootvader. Maar op de vraag hoe dat zit, hoe De Ridder niet alleen in zijn schrijven, maar in zijn leven met deze tegenstellingen is omgegaan, heeft de biograaf geen antwoord. Ook komt hij niet met een bevredigende verklaring voor het feit dat Elsschot, vriend van Menno ter Braak, zich na 1945 opwierp als verdediger van Vlaamse collaborateurs zoals de ter dood veroordeelde dichter Borms, voor wie hij een fel omstreden gedicht schreef. Jammer. Al schenkt Van de Reijt ons wel een mooi citaat van Elsschot over deze kwestie: 'Ik heb niet kunnen voorzien dat bijna al mijn vrienden zich van mij zouden afkeeren voor een vers. En dan nog wel voor een goed vers.'


Wat Maaike Meijers biografie van M. Vasalis (Margaretha Leenmans, na haar huwelijk Drooglever Fortuyn-Leenmans) heel bijzonder maakt, is de grote hoeveelheid niet eerder gepubliceerde teksten van de dichteres. Meijer kreeg toegang tot de dagboeken die 'Kiek', zoals haar roepnaam luidde, bijna haar hele leven heeft bijgehouden en tot tal van ongepubliceerd gebleven gedichten en aanzetten tot verhalen. Veel is door de perfectioniste die Vasalis was tijdens haar leven verscheurd, maar gelukkig is er ook nog heel wat over. En zodra Meijer daaruit put, is het puur genieten. Wat schrijft Vasalis mooi! (vazal is een ander woord voor leenman, vandaar dat pseudoniem). Verrukkelijk, zo'n zin als: 'Alles is bekleed met verwondering'. Haar werk als psychotherapeute beschouwt ze als 'het helpen verwijderen van het struikgewas dat iemands glans verduistert'. Naar aanleiding van een bundel van de Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eybers schrijft Vasalis haar uitgever en vriend Van Oorschot met superieure ironie: 'De pers zal wel weer zeggen dat ze het typisch vrouwelijk over de kleine dingen des levens heeft en dat blijkt dan te zijn: heimwee, geboorte, dood, oud worden, pijn en het wel en wee van persoonlijke verhoudingen. Kleinigheidjes.'


Een biografie waarvoor zulk rijk, door de auteur geselecteerd en doorgewerkt materiaal voorhanden is, kan niet meer stuk, zou je denken. Maar Maaike Meijer doet haar best. Met uitvoerige, vaak overbodige interpretaties, naar het lijkt zo ingewikkeld mogelijk geformuleerd. Ze citeert bijvoorbeeld een gedicht waarin een man vanuit het donker weemoedig staat te kijken naar een feest aan zee en neemt dan zelf het woord: 'De dichter is de figuur die cultureel voorhanden is om een verstild isolement te belichamen. Het gedicht heeft weinig te maken met de uitwendige werkelijkheid (...) maar des te meer met een innerlijke realiteit die alleen maar langs de literaire omweg geraakt kan worden.' Als een poortwachter, een hogepriesteres van de literatuur gaat Meijer breeduit tussen haar hoofdpersoon en het publiek in staan. Precies het omgekeerde van wat een biograaf behoort te doen.


Nee, dan liever de Gentse hoogleraar sociale geschiedenis Gita Deneckere, die haar biografie van Leopold l begint met: 'Ik heb Leopold ongeveer twintig jaar geleden voor het eerst ontmoet (...) Hij heeft me sindsdien niet meer losgelaten.' De biografe stelt zich terughoudend op. 'Zijn brieven bieden voldoende materiaal om hem zelf aan het woord te laten (...) Zijn eigen discours 'opvoeren' in het verhaal geeft volgens mij meer inzicht in zijn psyche dan platte interpretaties die vaak slechts projecties zijn.' Misschien juist door die ingetogen houding en door haar eigen fascinatie voor de vorst die maar koning van België werd nadat het met Griekenland niets was geworden, slaagt ze er prima in de 'knappe, begaafde' prins 'die straatarm was en politiek niets voorstelde' voor het voetlicht te krijgen. Ook wordt de grote rol duidelijk die de familierelaties tussen diverse koningshuizen twee eeuwen geleden in de Europese politiek speelden. En het is spannend om te volgen hoe de Duitse prins Leopold die in Londen nog zat te treuren om de dood van zijn Britse prinses er niettemin in slaagde invulling te geven aan een constitutioneel koningschap in Brussel.


'Hotz trok mij zijn wereld binnen', bekent biografe Aleid Truijens in Geluk kun je alleen schilderen. Vanaf het moment dat ze als studente op een van zijn verhalen stuitte, was ze verkocht. Wat haar het meeste aanspreekt, is 'de verbluffende precisie waarmee Hotz emoties fileert en pretenties ontmaskert.' Ze schetst Hotz' levensloop in geuren en kleuren; het genot waarmee de kleuter 'de machtige mooie stoomtram naar Haarlem over de glanzende rails' zag rijden; zijn liefde voor auto's van het merk Chrysler en de muziek van de jaren twintig; de tuberculose die hem gevangen hield precies nadat hij ongeschonden uit de oorlog was gekomen; het huwelijk waarvoor hij als de dood was, gezien de ervaringen van ouders en grootouders en dat hij toch aanging. Truijens ontdekt het bestaan van twee Hotzen, de uitbundige trombonist en de eenzelvige, bij zijn zus wonende schrijver en ze achterhaalt de oorzaak van die cesuur: de zoveel mogelijk verdrongen moord op zijn beste vriend, jazzmusicus Serein Pfeiffer, door zijn ex-vrouw Barbara. Ze legt de tekst van sommige van zijn verhalen naast de gebeurtenissen waardoor ze zijn geïnspireerd, laat zien waar hij dramatiseert of juist afremt, want: 'Men moet het leven tot kalmte manen als men gaat schrijven.' Ze heeft deze meeslepende biografie kunnen schrijven, hoewel alle brieven, dagboeken en manuscripten die bij Hotz thuis lagen na zijn dood zijn vernietigd omdat hij dat wilde.


Truijens stelde zich voor hoe F.B. Hotz vanaf de rand van haar bureau spottend naar haar zat te kijken. 'Jij wilde toch zo nodig een biografie over mij schrijven? Valt niet mee, hè? (...) Verzin mij maar opnieuw. Het is jouw boek. Maar schrijf het een beetje behoorlijk op.' Dat is gelukt. En hoe!


Gita Deneckere: Leopold l - De eerste koning van Europa.

De Bezige Bij Antwerpen; 764 pagina's; € 39,95.


ISBN 978 90 8542 317 1.


Maaike Meijer: M. Vasalis - Een biografie.

Van Oorschot; 1008 pagina's; € 35,-.


ISBN 978 90 2824 149 7.


Vic van de Reijt: Elsschot - Leven en werken van Alfons de Ridder.

Athenaeum - Polak & Van Gennep; 414 pagina's; € 29,95.


ISBN 978 90 2536 812 8.


Eva Rovers: De eeuwigheid verzameld - Helene Kröller-Müller 1861-1939.

Bert Bakker; 602 pagina's; € 45,-.


ISBN 978 90 3513 551 2.


Aleid Truijens: Geluk kun je alleen schilderen - F.B. Hotz - Het leven.

De Arbeiderspers; 662 pagina's; € 39,95.


ISBN 978 90 2957 531 7.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden