Postuum Loek Caspers (1924 - 2019)

Verzetsvrouw Loek Caspers (95) overleden

In de nadagen van de Duitse bezetting waren zo’n 13 duizend mensen betrokken bij het werk van de LO-LKP, de belangrijkste verzetsorganisatie. ‘Weet je hoeveel er nog van leven?, vroeg voormalig verzetsvrouw Loek Caspers vorig jaar in een interview met het vakblad van de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen – een beroepsgroep waartoe zij zelf behoorde. ‘Precies zeven. En de meesten zijn ook nog ziek of dementerend.’ Kort daarop werd zijzelf door een ernstige ziekte getroffen. Donderdag overleed zij op 95-jarige leeftijd overleed in haar woonplaats Den Haag.

Loek Caspers in 2018. Beeld Linelle Deunk

Dat Caspers na voltooiing van het avondlyceum in Utrecht bij het verzet betrokken raakte, lag – gezien de gezindheid van haar ouders en haarzelf – alleszins voor de hand. Haar vader, hoofd van een christelijke basisschool in Driebergen, had een leerling naar huis gestuurd die in uniform van de NSB-Jeugdstorm op school was verschenen. Loek zelf was behept met een rechtvaardigheidsgevoel dat door de nazi’s werd getart.

Zij bracht Joodse kinderen naar onderduikadressen – ‘een brug of spoorlijn opblazen was makkelijker’, zei ze zelf – en zij verrichtte hand en spandiensten voor de Landelijke Knokploegen op de Utrechtse heuvelrug. Zij verzamelde notities van zogenoemde ‘breidames’ – vrouwen die, met een breiwerkje op schoot, bewegingen van Duitse militairen registreerden. En met de fiets – waarover zij als kraamverpleegster mocht beschikken – vervoerde zij vuurwapens en handgranaten. Over het nut van haar verzetswerk maakte zij zich geen illusies. ‘Ik weet niet of het ooit iets geholpen heeft. Maar goed, we deden ons best’, zei ze in 2016 in Andere Tijden.

De bevrijding had voor Loek Caspers een brede rouwrand. Op 5 mei 1945 werden in Leersum, haar toenmalige woonplaats, zes mensen doodgeschoten. ‘Voor de lol’, liet een betrokken Duitser haar desgevraagd weten. ‘Drie van de slachtoffers kende ik goed’, zei ze vorig jaar in de Volkskrant. ‘Ik ging bij een van de weduwes, de moeder van een pasgeboren baby, op bezoek met een vlag die over zijn kist zou worden gedrapeerd. Na dat droevige bezoek kwam ik buiten in het feestgedruis terecht. Een onwerkelijke ervaring was dat.’

Na de oorlog studeerde Caspers geneeskunde in Utrecht, waarna zij zich specialiseerde in de anesthesiologie. Zij was jarenlang secretaris van de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet Nederland (NFR) en van de Stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945 (SSV). Ook schreef ze boeken over de Utrechtse Heuvelrug tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 31 augustus 2016, de Dag van het Verzet, kwamen de laatste overgebleven verzetslieden voor het laatst bijeen.

‘Na de oorlog was er geen enkele reden meer om over het verzet te praten’

Na de oorlog zwegen ze, want Nederland zat niet te wachten op hun verhalen. Vier verzetsstrijders van toen vertelden vorig jaar in de Volkskrant over hun angst voor ontdekking, de vrees voor Duitse represailles en de onlosmakelijke band met geredde geallieerde piloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden