Verzetsvrouw, diplomaat, socioloog

Hilda Verwey-Jonker schreef geschiedenis als sociaal-democraat, feministe en wetenschapper.

Een van de hoogtepunten in haar leven moet voor Hilda Verwey-Jonker de vergadering van de Verenigde Naties in Parijs zijn geweest, die ze in 1948 bijwoonde als lid van de Nederlandse delegatie. Ze sprak er met Eleanor Roosevelt, weduwe van de beroemde Amerikaanse president en moeder van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die tijdens deze bijeenkomst zou worden aangenomen. Daaraan leverde Verwey-Jonker zelf nog een bescheiden bijdrage; haar katholieke delegatiegenoot pater De Beaufort had groot bezwaar tegen een passage uit de Verklaring waarin vrouwen ook na een scheiding gelijke rechten worden toegekend. De Nederlandse sociaal-democrate wist het obstakel uit de weg te ruimen door voor te stellen het weerstand wekkende begrip 'scheiding' te vervangen door 'ontbinding van het huwelijk'.


Het was helemaal 'een wilde tijd', daar in Parijs. 'Je werd geacht iedere keer andere jurken te dragen, maar die hadden we helemaal niet. Marga (Klompé) en ik droegen daarom elkaars blouses, op een zwarte rok.'


Of wellicht was een nog mooier moment haar ontmoeting in Londen met koningin Wilhelmina in februari 1945. Daar was ze met een afvaardiging politieke vernieuwers uit het bevrijde zuiden van Nederland. Verwey-Jonkers biografe, de historica Margit van der Steen, doet de interessante suggestie dat zij kans maakte de eerste vrouwelijke minister ooit te worden; een vrouw in de regering paste in het toenmalige vernieuwingsstreven en enkele anderen uit de delegatie die Wilhelmina bezocht, werden vlak daarop bewindsman in het laatste oorlogskabinet. Van der Steen vermoedt dat partijgenoten Verwey-Jonker de voet hebben dwars gezet. Maar met Wilhelmina klikte het, en Verwey-Jonker zou er nog vaak over vertellen. 'Ze had iets ijdels en tegelijkertijd iets bescheidens', observeerde een goede vriendin.


Het is onmogelijk om bij het lezen van Drift & Koers niet vervuld te raken van bewondering voor de 'intelligente en moedige vechtjas', zoals Van der Steen haar hoofdpersoon noemt. Die waardering komt niet doordat de biografe - die tevens promoveerde op dit boek, wat gek genoeg slechts uit één zinnetje in het dankwoord valt op te maken - er een hagiografie van heeft gemaakt, want dat is niet zo. Maar Van der Steen slaagt erin de veelzijdigheid van Hilda Verwey-Jonker voor het voetlicht te brengen zonder de lezer te laten verdwalen in de wirwar van activiteiten waar de onvermoeibare Hilda zich in de loop van haar leven in stortte.


Die onblusbare energie wordt goed geïllustreerd door Verwey-Jonkers bezigheden tijdens de oorlogsjaren. Al sinds de Kristallnacht (november 1938) was ze nauw betrokken bij de opvang van Joodse vluchtelingen in haar woonplaats Eindhoven, waar ze tevens voor de SDAP lid was van de gemeenteraad. Na de bezetting gingen zij en haar man Evert Verwey in het verzet en zorgde ze voor geld, distributiebonnen en onderduikadressen voor vervolgde Joden. Ze zou er later een onderscheiding van het Israëlische Yad Vashem voor krijgen, als 'Rechtvaardige onder de volkeren', maar dit was iets waarover ze niet opschepte - haar eigen kinderen wisten het niet eens.


Naast het verzetswerk schreef Verwey-Jonker tussen 1940 en 1943 een dissertatie over de tien procent Eindhovenaren die (in het peiljaar 1938) beneden de armoedegrens leefden, een term die door haar werd geïntroduceerd. Net als trouwens het begrip 'allochtoon', (in een rapport uit 1971) voor iemand die buiten Nederland geboren is en de term 'verzorgingsstaat' in een artikel in Socialisme & Democratie uit 1960. Het meisje dat als eerste in Nederland aan een studie sociologie was begonnen, promoveerde in 1945 cum laude. In de bezettingsjaren kreeg ze verder nog twee kinderen en nam ze deel aan gespreksgroepen waarin katholieken en socialisten nadachten over een naoorlogse tweedeling tussen progressief en conservatief.


De rode draad in Verwey-Jonkers bestaan is haar voorliefde voor emancipatie. Het op 20 mei 1908 geboren meisje was genoemd naar de heldin uit een feministische bestseller uit die tijd, Hilda van Suylenburg. Zij maakte zich, net als de ouders van de jonggeborene, sterk voor het vrouwenkiesrecht, dat pas ruim tien jaar later zou worden ingevoerd. Margit van der Steen maakt duidelijk dat Hilda Verwey-Jonker als de positie van vrouwen tussen de jaren dertig en zeventig van de vorige eeuw ook maar enigszins vergelijkbaar zou zijn geweest met die van vandaag, ongetwijfeld Tweede Kamerlid, minister of hoogleraar zou zijn geweest, of misschien wel alle drie. Ze had de pech dat haar volwassen leven zich afspeelde tussen de eerste en de tweede feministische golf in.


Dat betekende dat ze als getrouwde vrouw die bovendien al snel moeder werd, geen schijn van kans maakte op een betaalde baan als sociologe of als journaliste. In Eindhoven, om een door Van der Steen aangehaald voorbeeld te noemen, verrichtten eind jaren veertig in totaal vijftien gehuwde vrouwen betaalde arbeid. Verwey-Jonker zat echter niet bij de pakken neer, ze werd actief in de SDAP en verrichtte heel haar leven slecht of niet betaalde maatschappelijke functies, waarmee ze wel invloed kon uitoefenen. Ze schreef mee aan beginselprogramma's van de SDAP en de PvdA en publiceerde in tal van bladen. Als diplomate was ze in de jaren veertig betrokken bij het vluchtelingenwerk van de Verenigde Naties - ook dit grotendeels van huis uit, waar ze wel kon steunen op huishoudelijke hulpen.


Viel ze tot 1940 vooral op als publiciste, vanaf de jaren vijftig maakte ze zich een zakelijke bestuursstijl eigen en wist al polderend in de Sociaal-Economische Raad het een en ander te bereiken, zoals de afschaffing van het gebod om huwende ambtenaressen te ontslaan en een SER-advies ten gunste van deeltijdwerk. Van der Steen beschrijft helder hoe al dat geven en nemen in z'n werk ging en hoe Verwey-Jonker slim gebruik maakte van cijfers en sociologisch jargon.


Het is een beetje tragisch dat haar succes als pragmatisch bestuurder zich later enigszins tegen haar keerde; door de protagonistes van de tweede feministische golf werd ze niet of hoogstens mondjesmaat erkend als een belangrijk voorloopster, terwijl ze dat zeker is geweest. Veel vrouwen uit die tweede golf prefereerden echter de tuinbroek boven haar mantelpak en hadden weinig op met het 'gelijke-rechten-feminisme'.


Ook hierdoor liet de keurige vechtjas zich echter niet uit het veld slaan; haar eerste betaalde baan - als wetenschappelijk hoofdmedewerker - aanvaardde ze op haar 65ste, als 'grijze panter' kwam ze op voor de rechten van ouderen en in 2000, vier jaar voor haar dood, kreeg ze eindelijk de Aletta Jacobsprijs. Intussen had ze nog weer een nieuw thema ontdekt: het gevaar van 'islamisering' en een 'allochtone onderklasse'. Haar verzwakte gezondheid hinderde haar een voorgenomen boek hierover onder de titel De tijdbom af te maken.


Een fascinerende persoonlijkheid, goed dat ze aan de vergetelheid ontrukt wordt.


Margit van der Steen: Drift & koers - De levens van Hilda Verwey-Jonker (1908-2004).


Bert Bakker; 597 pagina's; € 49,95.


ISBN 978 90 351 3379 2


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden