Verzetsheld Rudi Hemmes (94) in gesprek met basisschoolklas: Als er oorlog is, heb je geen mallemoer'

Op vijfduizend scholen kregen kinderen van groep 7 en 8 het 'Denkboek' uitgereikt

Na het bombardement op Rotterdam haatte hij de Duitsers. Daarom kwam Engelandvaarder Rudi Hemmes (94) in verzet. Verzet is dit jaar het thema van 4 en 5 mei.

De 94-jarige Engelandvaarder Rudi Hemmes tussen de kinderen op de Schmidtschool in Den Haag. Hemmes overhandigde het eerste exemplaar van het Denkboek 2018. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De eerste verzetsdaad van Rudi Hemmes tijdens de Tweede Wereldoorlog? Hij gooit suiker in de benzinetanks van alle Duitse voertuigen die hij maar ziet. ‘Dan stonden de auto’s stil. Ik vond het prachtig. Dat heb ik gedaan tot de suiker op de bon ging. Toen was het afgelopen.’

De leerlingen van groep zeven en acht van de Annie M.G. Schmidtschool in Den Haag lachen als Rudi Hemmes het verhaal vertelt. Maar in de gymzaal kan je een speld horen vallen als de 94-jarige verzetsheld met een borstkas vol hoge onderscheidingen uitlegt waarom hij in verzet kwam. ‘Ik haatte de Duitsers. Ik wilde alles doen wat ik kon om die schoften tegen te houden.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft 2018 uitgeroepen tot het Jaar van Verzet. Het is de rode draad voor de herdenking van de oorlog en de viering van de bevrijding. Op vijfduizend scholen kregen dinsdag 218 duizend kinderen van groep 7 en 8 het ‘Denkboek’ uitgereikt. Aan de hand van teksten, strips, interviews en vragen worden ze uitgedaagd na te denken over herdenken en vieren, vrijheid en democratie.  Er is ook een speciaal Caribisch Denkboek uitgebracht.

Op de Haagse basisschool is Engelandvaarder Rudi Hemmes de boeken persoonlijk komen uitdelen. Hij is zestien als hij in mei 1940 de Duitse luchtlandingstroepen ziet. ‘Ze probeerden de koningin te pakken te krijgen. Dat vond ik een rotstreek. Gelukkig is dat niet gelukt.’ 

Hij vertelt dat Nederland vier dagen na het uitbreken van de oorlog capituleert. ‘De Duitsers zeiden dat ze Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Amsterdam zouden bombarderen. Daarom zei de regering: we geven ons over, jullie hebben gewonnen. Toch hebben de Duitsers die middag Rotterdam gebombardeerd. Dat vond ik zon ontzettende schurkenstreek.

Weten jullie wat hier in Den Haag is gebeurd, vraagt hij. De Duitsers hebben van Kijkduin tot Madurodam een strook huizen van tweehonderd meter breed gebombardeerd en afgebroken. Ze hebben een tankgracht gegraven. Ook de Vogelwijk, waar ik woonde, is geëvacueerd. Wisten jullie dat?

Nee’, zeggen de leerlingen.

Als er oorlog is, heb je geen mallemoer... heb je niks meer te vertellen. Ik dacht: daar moet iets aan gebeuren. Er MOET iets gebeuren.

Hemmes gaat in Utrecht studeren, maar stuit vooral op argwanende reacties als hij oproept tot verzet. Ze dachten: wat een rare vent! Misschien wil hij ons wel verraden. s Avonds ziet hij Engelse vliegtuigen overkomen. Hij besluit met een vriend naar Engeland te gaan - een reis van mei 1943 tot februari 1944 via België, Frankrijk, Spanje en het neutrale Portugal. Dan pas kan hij zich als soldaat aansluiten bij de Irenebrigade.

De kinderen zitten vol vragen. Heeft hij zijn ouders na de oorlog teruggezien? Hoe is het na de oorlog verder gegaan? Waar staan al die spelden (medailles) voor? Haat hij de Duitsers nog steeds?

‘Later heb ik me gerealiseerd dat ik geen Duitsers haat, maar onrecht’, zegt Rudi Hemmes. Hij vertelt hoe in de oorlog een miljoen Nederlanders zich hebben verweerd tegen de Duitsers - door actief in het verzet te gaan, onderduikers in huis te nemen of illegaal naar de Engelse radio te luisteren - terwijl anderzijds een miljoen Nederlanders met de Duitsers hebben geheuld.

‘Er waren toen acht miljoen Nederlanders. Dus hoeveel mensen deden niks?’

‘Zes miljoen’, antwoorden de kinderen.

‘Die mag je niets verwijten, want als je opgepakt werd, kon je je baan, je gezin, je leven verliezen. Daar moet je wel aan denken.’ Zo was het ook met de Duitsers. Ze waren allemaal dolgelukkig toen Hitler aan de macht kwam. Hij bouwde het land weer op na de Eerste Wereldoorlog. Toen hij slechte dingen ging doen, hebben veel Duitsers niets gedaan. Maar ze waren het echt niet meer allemaal met Hitler eens.

Hemmes vertelt over een gevecht tegen Duitse soldaten. ‘Toen hun commandant werd doodgeschoten, hebben ze zich overgegeven. We heb nooit geweten wie de commandant heeft gedood: een Nederlander of een Duitser. Er waren ook veel vriendelijke Duitsers, óók in het leger.’

De leerlingen vinden Hemmes stoer en dapper, vragen hem om een handtekening in hun Denkboek. De 11-jarige Catlín heeft nog een waslijst aan vragen op haar briefje die ze de Engelandvaarder stelt. ‘Ik stond de hele tijd te stotteren’, zegt ze. Ik wilde weten welke talen hij sprak toen hij naar Engeland ging, of hij vaak bang is geweest, wat voor spelletjes hij deed om zich te vermaken. Hij is best al oud, maar hij herinnert zich nog alles.

De Tweede Wereldoorlog begon 78 jaar geleden, dus er zijn steeds minder mensen die er uit eigen ervaring over kunnen getuigen. Ik zie een nieuw soort gesprek ontstaan tussen de huidige generatie grootouders en kleinkinderen’, zegt Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. ‘De babyboomers hebben zelf de oorlog niet meegemaakt, maar hebben wel tijd voor reflectie met hun kleinkinderen. Ze vinden het belangrijk de verhalen over te brengen. En de boodschap, dat je moet opkomen voor je vrijheid en de rechtstaat. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.