Verzet tegen Eritrea-missie kan op basis Brahimi-rapport

Nederlandse deelname aan de Eritra-missie kan niet worden gerechtvaardigd met een beroep op het Brahimi-rapport, zoals D66'er Hoekema deed (Forum, 26 oktober)....

Maxime Verhagen

DE CDA-fractie zou zich bij het debat over Nederlandse deelname aan de VN-vredesoperatie inzake Ethiopië/Eritrea (Unmee) bediend hebben van de verkeerde argumenten en het VN-rapport over vredesoperaties - het Brahimi-rapport - opzettelijk verdraaid hebben weergegeven.

Aldus D66-Tweede Kamerlid Jan Hoekema, die zich 'ernstig' afvraagt of het rapport wel gelezen is. Wat dat laatste betreft kan zijn zorg worden weggenomen, uiteraard is dit rapport uitgebreid bestudeerd. Bovendien zit Hoekema er volkomen naast waar hij betoogt dat de CDA-fractie voorgoed afscheid heeft genomen van het peace-keepingmodel en daarmee de VN heeft afgeschreven als organisatie voor vredesoperaties.

Onzin, maar het CDA meent wel dat VN-operaties geloofwaardig dienen te zijn om een werkelijke oplossing te kunnen bieden bij conflicten. Unmee is in de ogen van de CDA-fractie geen geloofwaardige vredesoperatie. Het is spijtig dat de heer Hoekema zich genoodzaakt zag een karikatuur van het standpunt van de CDA-fractie te maken. Voor alle fracties was de beslissing over Unmee een uiterst lastige afweging. De CDA-fractie heeft haar afweging gemaakt en dat dient Hoekema te respecteren. Het gaat niet aan om van een VN-vredesoperatie een partijpolitiek steekspel te maken.

Fractievoorzitter De Hoop Scheffer heeft tijdens het debat absoluut niet betoogd dat peace-keeping verleden tijd is en dat het CDA louter nog peace-enforcing operaties zou steunen. Wel heeft hij gesteld dat de klassieke vorm van peacekeeping, zonder robuust mandaat en adequate bewapening in gevaarlijke en onstabiele regio's, niet langer haalbaar is en dat in geval van Unmee de aard van het conflict een operatie onder hoofdstuk VII, peace-enforcing, noodzakelijk maakt.

VN-secretaris-generaal Kofi Annan verklaarde in mei in The Independent over peacekeeping: 'De VN zouden afstand moeten nemen van achterhaalde concepten van neutrale peacekeeping en hen moeten vervangen door krachtiger vormen van peace-enforcing.' Juist de te leren lessen die in de zelfkritische VN-rapporten over de mislukte VN-vredesoperaties in Rwanda en Srebrenica stonden, waren aanleiding voor Kofi Annan om een rapport over vredesoperaties te laten opstellen, het zogenaamde Brahimi-rapport.

En waar minister Van Aartsen in het debat Unmee nog aanduidde als 'een klassieke monitoringoperatie, vergelijkbaar met VN-operaties in de periode voor 1990, daar constateert het Brahimi-rapport dat dit concept niet langer toepasbaar is en dat het verstandig is van een 'worst case'-scenario uit te gaan.

'Het VN-secretariaat moet niet uitgaan van rooskleurige scenario's in een situatie waarbij de lokale partijen historisch gezien zich op de slechtst denkbare wijze hebben opgesteld. Dit betekent dat het mandaat de volmacht van de VN-missie tot het gebruik van geweld moet vastleggen. Het betekent een grotere militaire troepenmacht, beter uitgerust en duurder, maar in staat om een geloofwaardige afschrikking te vormen in tegenstelling tot de symbolische en niet afschrikkende aanwezigheid die karakteristiek is voor de traditionele peace-keeping' (paragraaf 51, van het Brahimi-rapport). Een veertigjarige burgeroorlog, schendingen van de wapenstilstandsovereenkomst en herbewapening geven alle aanleiding niet uit te gaan van rooskleurige scenario's, maar van een situatie waar conform het Brahimi-rapport uitgegaan moet worden van afschrikking in plaats van de traditionele peacekeeping.

Het is dus onzin dat de opvatting van het CDA haaks staat op de conclusies uit het Brahimi-rapport. Evenals collega Rosenmöller (de Volkskrant, 24 oktober) probeert Hoekema het CDA in de hoek te zetten als een partij die überhaupt niet meer aan vredesoperaties wil deelnemen, Afrika in de steek laat en de slagvaardigheid van de VN ondermijnt. Dat leidt de aandacht zo plezierig af van de eigen aarzelingen over de operatie en de vele vragen die nog openstaan.

Een peacekeeping-operatie is in het geval van Unmee ontoereikend vanwege de aanzienlijke risico's. Wij delen de opvatting van de regering niet dat het hier gaat om een operatie met een klein risico. Partijen hebben jaren oorlog gevoerd, nieuwe mijnen worden gelegd, herbewapening en remobilisatie zijn aan de orde van de dag en onenigheid bestaat over de uitvoering van de bestandsovereenkomst. Wij zijn nog niet zo overtuigd van een duurzame vredeswil van Ethiopië en Eritrea en dat zijn zij zelf evenmin. Want in hun overeenkomst is een passage opgenomen waarin de VN wordt opgeroepen in geval van schending van deze overeenkomst passende maatregelen te treffen onder Hoofdstuk VII. Men heeft er dus zelf om verzocht maar kennelijk wilde de Veiligheidsraad, inclusief het tijdelijk lid Nederland, hiermee niet instemmen.

Naast de noodzaak van een Hoofdstuk VII-operatie had de CDA-fractie nog een tweede randvoorwaarde, namelijk deelname van een permanent lid van de Veiligheidsraad, bij voorkeur de VS. Juist met het optreden van dit soort landen en een robuust mandaat kan door middel van afschrikking voorkomen worden dat partijen weer in conflict raken. Ook dit bleek geen haalbare kaart, Nederland is uiteindelijk zelf het leidende land geworden.

Het is overigens opmerkelijk dat Hoekema, die nota bene zelf stelt dat het Brahimi-rapport wel waardevolle aanbevelingen bevat zoals die over heldere bevelslijnen, sterk leiderschap van missies, en een systematische toepassing van geleerde lessen uit het verleden, meent dat op basis van het Brahimi-rapport 'ja' gezegd kan worden tegen Nederlandse deelname, terwijl op al deze punten gezondigd wordt.

Voor de formele instemming van de Kamer kon namelijk op deze belangrijke onderdelen van de vredesoperatie nog geen helderheid worden verschaft. Zo zijn de rules of engagement (gewelds instructies) nog onbekend, is onhelder hoe de commandostructuur in elkaar zit, is de exit-strategie niet duidelijk, is de Nederlandse betrokkenheid bij de verdere besluitvorming onhelder en is onbekend wie Nederland gaat aflossen.

Bovendien heeft de CDA-fractie er grote moeite mee dat Unmee geen mogelijkheden heeft om vluchtelingen te helpen. Minister De Grave stelde echter in het debat wel dat de soldaten naar 'eer en geweten moeten handelen', maar niemand zal hen iets verwijten als dat niet mogelijk is. Het CDA wil niet dat de militairen voor een dergelijk moreel dilemma worden gesteld. In het verleden zijn er diverse VN-operaties in Rwanda en Bosnië, waar de militairen niets konden en mochten doen op een moment dat het fout ging. Achteraf hebben ze echter wel de verwijten van de wereldgemeenschap over zich heen gekregen dat ze niets deden.

Maxime Verhagen is lid van het CDA-fractie in de Tweede Kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden