Verzet Frans spoorwegpersoneel gaat treinverkeer ontregelen

Peter Giesen

Marle-sur-Serre

29 maart 2018, Vervins, Frankrijk. Vervins is een een onbemand station aan de regionale spoorlijn Laon-Hirson, in de "Hauts de France" regio.

Marle-sur-Serre oogt als een stationnetje in een ouderwetse Franse film waarin de verloren zoon uit de trein stapt, met een bruine koffer in de hand, moederziel alleen op het perron. Als de trein van half tien uit Laon aankomt, is er zelfs geen verloren zoon te bekennen. Niemand stapt uit, niemand stapt in. De stationschef komt even naar buiten, waarop de dieseltrein onverstoorbaar zijn route naar Hirson herneemt.

‘Deze lijn is een catastrofe’, zegt hotelier Nicolas, even verderop in Vervins. ‘Er zit bijna niemand in die trein, alleen paar schoolkinderen. De lijn wordt zwaar gesubsidieerd door de regio, dus door ons als belastingbetalers.’ Op 45 procent van het Franse spoor wordt slechts 2 procent van de reizigers vervoerd, constateerde de voormalige Air France-topman Jean-Cyril Spinetta onlangs in een rapport. Aan die 2 procent wordt 17 procent van het budget besteed.

Dat is veel geld voor een spoorbedrijf dat lijdt onder een enorme schuldenlast van 54,5 miljard euro. De Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF) heeft de afgelopen decennia veel geïnvesteerd in een formidabel tgv-net waardoor je in een paar uur van Parijs naar de grote provinciesteden reist. Dat ging ten koste van het onderhoud van het netwerk. In Duitsland is het spoor gemiddeld 17 jaar oud, in Frankrijk 30 jaar. Vooral de kleine lijnen zijn slecht onderhouden. Tussen Laon en Hirson rijdt de trein op sommige baanvakken slechts 90 kilometer per uur. Harder is te gevaarlijk. De SNCF is een uitgemergeld bedrijf, maar politici deinsden terug voor impopulaire maatregelen als het sluiten van lijnen of het verhogen van de prijs voor de kaartjes.

De rekening kan niet langer worden doorgeschoven, stelde Spinetta. De SNCF moet financieel gezond worden, ook omdat het Franse spoor vanaf 2019 opengesteld werd voor concurrentie, een Europese richtlijn die elders allang is ingevoerd. President Macron wil daarom de relatief gunstige arbeidsvoorwaarden voor het spoorwegpersoneel versoberen (zie inzet). De spoorwegbonden hebben voor de komende maanden een grote staking aangekondigd.

Een ander voorstel van Spinetta ging Macron te ver. Spinetta adviseerde 9.000 kilometer aan kleine lijnen op te heffen, zodat de SNCF zich kan concentreren op lijnen die veel reizigers vervoeren, zoals de tgv’s of het transport in de regio Parijs. Daarmee raakte hij een Frans taboe. De Republiek is een en ondeelbaar. Een boer in de dun bevolkte Aisne heeft even veel recht op de trein als een inwoner van de Parijse banlieue. In de 19de eeuw was de spoorlijn de levensader die de verste uithoeken van het grote land met elkaar verbond. Tot in de jaren vijftig vond 60 procent van het reizigersvervoer per trein plaats, nu is dat nog maar 9,2 procent. Juist op het leeggelopen platteland gebruiken de meeste mensen liever de auto.

De ideologie is echter gebleven. ‘De Fransen maken weinig gebruik van de publieke dienstverlening. Maar als je erop wilt bezuinigen, worden ze boos. Dan zeggen ze: stop, de service public is in gevaar!’, zegt hotelier Nicolas in Vervins. Daarom heeft Macron besloten de kleine lijnen te sparen, in elk geval voorlopig. Bij zijn keiharde aanval op de spoorwegbonden kan hij geen tweede front gebruiken van lokale en regionale politici die de handhaving van ‘hun’ spoorlijn eisen. Aan de president kleeft toch al het imago van een stadse technocraat die niets begrijpt van la France profonde, het ‘echte’ Frankrijk ver van Parijs.

Op het station van Marle-sur-Serre wordt de trein van zes uur naar Laon verwacht. In de wachtkamer zitten twee mensen. Ze zijn verdeeld over de spoorwegstaking. ‘Ik begrijp dat de spoorwegarbeiders opkomen voor hun rechten. Maar ze zouden er wel voor kunnen zorgen dat de reizigers er wat minder last van zouden hebben’, zegt scholier Noémie Boulay (18). ‘De cheminots staken om hun voorrechten te houden’, zegt Florian Broux (25), hovenier. ‘Als de arbeiders staken omdat hun fabriek gaat sluiten, krijgen ze nooit hun zin. Waarom zouden de cheminots wel hun zin krijgen?’

De trein stopt. Noémie en Florian stappen in. Vier mensen stappen uit, van wie drie schoolkinderen. De spits in Marle-sur-Serre is voorbij.

KADER/TWEEDE STUK:

Frankrijk zal de komende maanden regelmatig lamgelegd worden door een grote staking bij de spoorwegen. Tot eind juni zal het spoorwegpersoneel afwisselend twee dagen staken en drie dagen werken. Naar verwachting zal het treinverkeer zwaar ontregeld worden. Zo zal dinsdag slechts 1 op de 8 tgv’s rijden.

Afgelopen najaar bleef het verzet tegen de liberale hervormingen van president Macron ver achter bij de verwachtingen. Maar de lente lijkt onrustig te worden. Naast de spoorwegarbeiders staken ook vuilnisophalers en het personeel van Air France. Studenten houden verscheidene faculteiten bezet uit protest tegen een plan voor een strengere selectie aan de poort van de universiteit.

Inzet van het conflict bij de spoorwegen is het statuut van het spoorwegpersoneel, waarin de rechten en plichten van de werknemers zijn geregeld. De regering wil dat nieuwe werknemers van de nationale spoorwegmaatschappij SNCF niet langer onder dat statuut vallen. Zij zullen worden beschouwd als gewone werknemers in het bedrijfsleven.

Het statuut geeft een baan voor het leven, automatische promotie en gratis reizen voor personeelsleden en hun familieleden. Het voorziet ook in een lage pensioenleeftijd: 52 jaar voor het rijdend personeel, 57 jaar voor de rest (voor een volledig pensioen moet overigens wel 40 jaar premie worden betaald). De pensioenen blijven buiten beschouwing in de huidige plannen van de regering. Ze komen pas aan de orde bij de algehele pensioenhervorming die later wordt verwacht.

Het conflict gaat om veel meer dan materiële voordelen. ‘Het statuut is onze identiteit’, zegt Julien Talliez (39), ex-machinist en bestuurder van de gematigde vakbond CFDT in zijn kantoor in Lille. Dankzij het statuut is de conducteur of de stationschef niet zomaar een werknemer, maar een cheminot, lid van een beroepsgroep met haar eigen tradities en trots.

De aanval van Emmanuel Macron op het statuut heeft een grote politieke en symbolische betekenis. Het statuut van de cheminots stamt oorspronkelijk uit de jaren twintig en is uitgegroeid tot een heilige koe van de Franse arbeidersbeweging. Talloze politici hebben er zich de tanden op stuk gebeten. Als het Macron wel lukt om het statuut af te schaffen, schrijft hij geschiedenis en wordt de weg naar verdere hervormingen geopend.

De president beschouwt het statuut als een symbool van de oude wereld, waarin werknemers beschermd werden door een dichtgetimmerde rechtspositie. Dat botst volgens de president met een nieuwe wereld die veel meer flexibiliteit vereist.

Vanaf 2019 wordt het Franse spoor opengesteld voor concurrentie. ‘De staat wil van het statuut af omdat er personeel zal worden overgeplaatst van de SNCF naar nieuwe private bedrijven. Het statuut kan dat blokkeren’, zegt Talliez.

De strijd om het spoor zal ook worden uitgevochten in de publieke opinie. Veel Fransen vinden dat de cheminots hun privileges verdedigen over de ruggen van de reizigers. ‘Vlak na de aankondiging van de hervormingen heb ik twee weken lang veel SNCF-bashing gezien’, zegt vakbondsman Taillez. ‘Veel cheminots waren het zat om als luilakken te worden afgeschilderd. Ze hebben zich geweerd in de sociale media. Ik voel dat de publieke opinie is gaan draaien.’ Volgens een peiling voor de Journal du Dimanche vindt nu 53 procent van de Fransen de staking ongerechtvaardigd, tegenover 58 procent twee weken geleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden