Verzet Atjeh maakt dorp tot vesting

In het dorp S. heerst de drukte van een stad. Een auto, volgepakt met een stuk of twintig mannen stuift voorbij....

De enige weg naar S. loopt tussen groene rijstvelden die rijkelijk bevloeid worden dankzij een irrigatiesysteem waar ooit Nederlandse ingenieurs de basis voor hebben gelegd. Vlak voor de ingang van het dorp ligt het grote irrigatiekanaal, dat dezer dagen ook dient als tankgracht: de GAM heeft pal voor de enige brug over het kanaal de helft van de weg afgegraven. Personenauto's kunnen nog nèt over de brug, maar voor de vrachtwagens en pantserwagens van leger en politie is de toegang tot S. te smal geworden.

Vier maanden geleden zijn de Indonesische veiligheidstroepen hier voor het laatst geweest. 'Met duizend man' zijn ze binnengevallen, zegt Syaridin Paluh. De GAM trok zich terug, met bijna de hele bevolking, omdat het leger, zegt hij, geen onderscheid maakt tussen GAM-leden en burgers. 'Een GAM-soldaat heeft een geweer. Deze man hier, die ons koffie verkoopt, heeft er geen. Hij is een burger. Maar het leger beschouwt hem als de GAM omdat wij hier koffiedrinken', zegt hij. 'De GAM beschermt de bevolking', zegt Syaridin Paluh, 'divisiecommandant' van de GAM.

'Het leger is in Atjeh om de bevolking te beschermen tegen de misdaden van de GAM', zegt majoor Zaenal Mutaqin, woordvoerder van het Indonesische leger, in het nabije Lhokseumawe. 'Toen wij S. binnenvielen, vluchtte de bevolking het bos in. De GAM had ze verteld dat wij ze allemaal zouden doden. Wij vonden de mensen in de bossen en hebben ze netjes naar huis teruggebracht.'

De waarheid ligt zoals gewoonlijk in het midden. Talrijk zijn de meldingen van mishandelingen van Atjeeërs door Indonesische militairen. Talrijk zijn ook de meldingen van intimidatie en geweld door de GAM. Hulporganisaties schatten dat hoe dan ook 80 procent van alle slachtoffers die dagelijks in Atjeh vallen burgers zijn. Sinds het begin van de vrijheidsstrijd, 25 jaar geleden, zijn er meer dan twaalfduizend doden gevallen - dit jaar alleen al bijna negenhonderd.

Van de burgers in S. kom je niet te weten wat ze voelen en denken. Jongens met wapens zijn alomtegenwoordig, en overal zijn oren. Als ze al willen zeggen dat zij bang zijn voor de GAM, omdat alleen al de aanwezigheid van de GAM hun leven in gevaar brengt, zouden zij dat niet durven. Wel zeggen zij ongevraagd dat zij de GAM steunen, dat de wereld Atjeh moet helpen en dat Atjeh bevrijd moet worden van de onderdrukking door Indonesië. Aan niets valt te merken dat ze het niet menen. 'De GAM komt uit het volk, en leeft met het volk', citeert Paluh.

Het is in S. onmogelijk te zeggen wie wel en wie niet bij 'het leger' hoort - reden waarom Indonesische troepen doorgaans weerbare mannen uit S. en soortgelijke 'GAM-dorpen' bij voorbaat allemaal tot de rebellen rekenen. Als op het voetbalveld van S. appèl wordt afgenomen, presenteren GAM-soldaten in het gelid hun geweer, en drommen honderden nieuwsgierige bewoners samen om het schouwspel te bekijken.

Op en rond het voetbalveld zijn misschien honderd GAM-soldaten verzameld. Syaridin Paluh zegt dat zijn divisie in totaal vijftienhonderd man telt, en dat alleen in deze regio in Noord-Atjeh vier divisies opereren, wat zou neerkomen op zesduizend man. Het is niet onmogelijk, maar het strookt absoluut niet met de cijfers van majoor Zaenal Mutaqin, die zegt dat heel de GAM uit niet meer dan drieduizend man bestaat, van wie er maar tweeduizend bewapend zijn. Ook dat is niet onmogelijk, maar evenmin te controleren.

Kinderen kijken met open mond naar de lange Syaridin Paluh. Uit zijn borstzak steekt de dikke antenne van een satelliettelefoon, aan zijn riem hangt een pistool. Hij is een charismatische commandant. Pas vijfendertig is hij, atletisch gebouwd, en broer van Rahman Palu, een 'held' van de GAM. Rahman was een van de mannen die eind jaren '80 in Libië zijn getraind. Hij is in 1988 doodgeschoten. Syaridin heeft zich in 1989 bij de GAM aangesloten, geinspireerd door zijn broer, en door 'geschiedenisboeken waarin beschreven werd hoe dapper de Atjeeërs tegen de Nederlanders hebben gevochten'.

Nu is hij de perfecte spreekbuis van zijn leger. Hij zegt wat hij moet zeggen en daarbij blijft het. Zoals over het vredesoverleg dat in Genève met tussenpozen op gang wordt gehouden. 'De GAM steunt wat er in Genève wordt afgesproken. De GAM wil dat de internationale gemeenschap komt om de problemen hier op te lossen.

'De mensen van Atjeh demonstreerden voor een referendum. GAM vraagt geen referendum. Maar als het volk dat wil staat de GAM daar achter. Zo'n referendum moet eerlijk zijn, en onder internationaal toezicht worden gehouden. Mocht het volk in zo'n referendum kiezen voor aansluiting van Atjeh bij Indonesië, dan zou de GAM ook dat accepteren, zegt hij. Maar dat verbetert hij snel: 'Dat wil zeggen: de reactie van de GAM hangt ook in dat geval af van wat onze leiders in Zweden beslissen.' (In Zweden woont Hassan Di Tiro, oprichter en hoogste leider van de GAM.)

De Indonesische regering heeft de GAM deze week een ultimatum gesteld: de rebellen kunnen tot december de autonomie accepteren die Indonesië Atjeh - tot nu toe alleen op papier - heeft gegund, of Indonesië zal 'harde militaire maatregelen nemen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden