Verzakelijking tast vertrouwen tussen arts en patiënt aan

Met pogingen hun patiënten te dwingen van zorgverzekeraar te veranderen, bewijzen huisartsen zichzelf geen dienst. Een dergelijke verzakelijking schaadt het vertrouwen tussen arts en patiënt, constateert J.A.M....

HUISARTSEN in de regio's Utrecht en Zwolle manen hun verzekerden van zorgverzekeraar te veranderen (de Volkskrant, 15 januari). Ze willen nog maar met een beperkt aantal verzekeraars zaken doen. Patiënten die niet willen veranderen moeten maar een hoger tarief betalen. In het uiterste geval kan ook de behandelrelatie tussen huisarts en patiënt worden stopgezet. Huisartsen zetten deze stap omdat zij hun administratieve lasten willen verminderen.

Dat huisartsen paal en perk willen stellen aan de keuze van de verzekeraar door hun patiënten is natuurlijk de wereld op z'n kop. Daar gaan huisartsen helemaal niet over. Ziekenfondsverzekerden hebben sinds het begin van de jaren negentig het recht om hun zorgverzekeraar te kiezen. Voorheen moesten zij zich aansluiten bij het ziekenfonds dat in hun regio actief was. Het ziekenfonds fungeerde dus als monopolist en de verzekerde had niets te willen of te kiezen. Een dergelijk systeem dat natuurlijk wel gemakkelijk was voor de huisarts is echter niet meer van deze tijd. Wil men concurrentie tussen de verzekeraars, dan moeten verzekerden keuzevrijheid hebben. Net zoals zij over de vrijheid moeten beschikken om zelf hun huisarts te kiezen. Dat deze keuzevrijheid vanwege het gebrek aan huisartsen in sommige gebieden steeds meer wordt uitgehold, is al treurig genoeg.

Hebben de huisartsen dan geen punt? Natuurlijk wel. Als zij, zoals de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wil, met elke zorgverzekeraar een apart contract moeten afsluiten met ook nog eigen voorwaarden, blijft natuurlijk steeds minder tijd over voor patiënten. Als in die contracten nog allerlei specifieke voorwaarden worden opgenomen, moet de huisarts zich bij elke patiënt ook nog afvragen bij wie hij of zij verzekerd is. Zo neemt de administratieve last alleen maar toe.

Dat dit geen theorie is, leert de situatie in de Verenigde Staten. Daar zijn de zogeheten administratieve kosten in de gezondheidszorg mede vanwege dit soort toestanden torenhoog.

Het is zaak dat de administratieve lasten zo beperkt mogelijk blijven. Dat is niet alleen een belang van de huisarts maar ook van de zorgverzekeraar en, zeker niet in de laatste plaats, van de verzekerde. Want die betaalt, linksom of rechtsom, uiteindelijk de rekening.

Er bestaan verschillende mogelijkheden om de keuzevrijheid voor verzekerden te combineren met lage administratieve lasten. In de eerste plaats lijkt de markt voor de zorgverzekering ondanks alle fusies van de afgelopen jaren nog altijd overbevolkt. Het aantal verzekeraars moet verder verminderen waardoor ook de hoogte van de administratieve lasten kan worden beperkt. Dat is trouwens ook in het belang van de verzekerden, want hoe kan een verzekeraar met minimale marktmacht in de regio iets voor hen betekenen? Verzekerden lopen zelfs de kans helemaal geen huisarts te vinden omdat die geen trek heeft om met 'de kleintjes' in de regio zaken te doen. Overigens zal het aantal zorgverzekeraars in de nabije toekomst vermoedelijk vanzelf teruglopen.

In de tweede plaats moet er echter ook iets in de wereld van de huisartsen veranderen. Huisartsen zijn nu aangesloten bij de Districtshuisartsenvereniging. Dat is niets anders dan een monopolist die in het eigen district de lakens wil uitdelen. Waarom komen er niet meer landelijk opererende verenigingen van huisartsen tot stand die op collectief niveau een contract afsluiten met zorgverzekeraars? Zo komt er toch concurrentie, blijft de keuzevrijheid van de verzekerden onaangetast en kunnen ook de administratieve lasten worden beperkt.

In de derde plaats zou er ook nog eens kritisch naar de structuur van de administratieve organisatie in het verkeer tussen huisarts en zorgverzekeraar kunnen worden gekeken. Mogelijk dat hier ook nog winst te behalen valt.

De huidige strijd over de verzekerden moet niet als een op zichzelf staand verschijnsel worden beschouwd. Die past in een langere reeks van conflicten waarbij het op het eerste gezicht vooral gaat over vergoedingen. Maar er is meer aan de hand. De verhouding tussen zorgverzekeraars en huisartsen wordt gekenmerkt door fundamentele veranderingen. Het beleid van de overheid gericht op meer marktwerking in de gezondheidszorg leidt tot verdere verzakelijking van de relatie tussen zorgverzekeraars en huisartsen en andere hulpverleners zoals bijvoorbeeld fysiotherapeuten.

In dat proces trachten partijen hun zeggenschap in de regio te behouden of uit te breiden. Dat verloopt nooit pijnloos en roept verzet op, nu weer van de huisartsen. Maar huisartsen bewijzen zichzelf geen dienst door hun patiënten op te roepen zich bij een andere zorgverzekeraar aan te sluiten. En al helemaal niet door te dreigen de behandelrelatie stop te zetten. Dat is ongewenste verzakelijking die het vertrouwen tussen huisarts en patiënt schaadt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden