Verwoeste huizen en rottende paardenlijken

In mei 1940 vielen Hitlers troepen Frankrijk binnen. De Duitse schrijver Ernst Jünger nam deel aan de oorlog. Aan het hoofd van een infanteriecompagnie zwierf hij tussen mei en juli door Noord-Frankrijk....

'Gloeiende hitte, ook in de stad', noteerde Ernst Jünger op 7 juni 1940 in zijn oorlogsdagboek.

'Snikheet', noteren wij 53 jaren later, op Quatorze Juillet, in ons reisdagboek.

De oude stad Laon heeft zich teruggetrokken achter dikke muren en hermetisch gesloten luiken. Een handjevol toeristen trotseert de schroeiende zon op het plein voor de kathedraal. Op de twee terrassen aan dit plein is rosé veruit de favoriete drank.

'De stad leeft in mijn herinnering voort als vooruitgeschoven Romeinse citadel en ik geloof niet dat mijn gevoel me bedriegt. Men bespeurt de geur die in oeroude heiligdommen hangt.'

Al tijdens een eerdere oorlog, die van 1914-'18, verbleef Jünger in Laon, ooit Frankrijks hoofdstad, hooggelegen en dus al van verre zichtbaar. Met het dichtst bij de hemel natuurlijk de kathedraal, een machtig gotisch bouwwerk dat als voorbeeld diende voor Chartres, voor Reims, voor Dijon. Vanaf zijn muren en torens hebben de chimaera's een duizelingwekkend uitzicht. Hersenschimmige beesten zijn het. 'Sommige in duidelijke samenhang met de zoölogische wereld zoals de vleermuis, de lynx, de wolf, de kat en bij het grote portaal links zelfs de pegasus waarvan de oren uiterst nauwkeurig zijn weergegeven',aldus Jünger. Piepkleine oren zijn het die de indruk wekken dat het om een nijlpaard gaat terwijl zijn tegenhanger bij het rechterportaal op een ezel lijkt die zijn gebit bloot lacht. Maar ook dit is een pegasus, een gevleugeld paard.

De Duitse schrijver Ernst Jünger (1895-1998) wordt vaak beschouwd als dé kroniekschrijver van de 20ste eeuw. In een niet aflatende stroom dagboeken, essays en romans bracht hij verslag uit van de wereld rondom hem, beschreef hij de mensen die hij ontmoette en gaf hij zijn visie op nagenoeg alles wat hij op zijn weg tegenkwam.

Tijdens twee wereldoorlogen vertoefde hij als militair in Frankrijk. Vier keer raakte hij gewond in de loopgravengevechten van 1914-'18. Hij was de laatste in de Duitse historie die onderscheiden werd met de prestigieuze Pour le Mérite. Over de Eerste Wereldoorlog schreef hij het nietsverhullende In Stahlgewittern, waarbij hij zijn dagboeknotities tot een lopend verhaal omboog.

Hoewel Jünger in de jaren dertig steeds meer afkeer van het nazisme kreeg en zich met schrijven en reizen probeerde te distantiëren, ontkwam hij niet aan WO II. In augustus 1939 werd hij opgeroepen en kreeg als kapitein het bevel over een infanteriecompagnie die van mei tot eind juli 1940 door noordoost-Frankrijk trok, achter een tankbataljon aan.

Gärten und Strassen heet het gedetailleerde dagboek dat Jünger van die expeditie bijhield. Afhankelijk van de grillen van de frontlijn zwierf hij met zijn manschappen kriskras door het Franse land. Nagenoeg ieder dorp of gehucht gaf hij een plaats in zijn dagboek, waardoor Jüngers omzwervingen goed te volgen zijn, mits men zich maar blijft realiseren dat in ruim zestig jaar veel is veranderd. Ook op het Franse platteland.

O

p 26 mei 1940 stak Jüngers compagnie de Frans-Belgische grens over na een doorsteek door Luxemburg en de Belgische Ardennen. Neufchâteau maakte op hem een wanordelijke indruk. In Bouillon was de weg bezaaid met glasscherven 'alsof het flessen heeft geregend'. Tegen een Duits leger is geen wijnvoorraad bestand, merkte Jünger ironisch op.

Givonne ligt net over de grens, een keurig aangeharkt dorp met wat herenhuizen, omringd door beboste heuvels en glooiende weilanden. Jünger sloeg er zijn kwartier op. 'Vaak waren op de plaatsen waar de huizen hadden gestaan, alleen enorme, met geel water gevulde kraters te zien.' In het hart van Givonne herinnert een zuil met een parmantige Franse haan aan de slachtoffers van '39-'45, à ses enfants morts pour la patrie.

Nog heel wat oorlogsmonumenten zullen we tegenkomen. De meeste verwijzen naar '14-'18, naar La Grande Guerre, een enkele gaat terug naar veldslagen in lang vervlogen tijden, naar de 18de, de 19de eeuw.

In de ochtend van 27 mei passeerde Jünger het zwaar verwoeste Sedan waar veel huizen van hun voorgevels waren beroofd zodat 'men het binnenste van kamers en luisterrijke zalen zag, ook wenteltrappen die in de lucht zweefden'. Over Sedans trots, Europa's grootste versterkte kasteel - 35 duizend vierkante meter - repte hij niet. Vanuit de puinhopen lieten soldaten aan gordijnkoorden flessen wijn naar beneden zakken. Jünger greep er in het voorbijgaan ook eentje: een Châteauneuf-du-Pape uit 1937.

Het kost enige moeite Sedan op dezelfde manier te verlaten als Jünger: via Donchery. We belanden op de Route des Fortifications (D764), maar het blijft bij één enkele bunker, langs de Maas. Jünger had het over een 'verbazingwekkend landschap', met populieren en olmen. Het doet anno 2003 wat haveloos, wat kaal aan, met industriestadjes zoals Dom-le-Mesnil en Flize. Pas richting Boulzicourt - waar Jünger zijn fles wijn leegdronk - nemen de bossen en korenvelden weer bezit van de heuvels.

Korenvelden, ze zullen ons tot de laatste kilometer begeleiden.

Poix-Terron, Montigny-sur-Vence, Launois-sur-Vence, Wagnon, Wasigny, provinciestadjes, niet moeders mooiste, maar wel gebed in veel groen. Jünger trok van dorp naar dorp door de velden, langs verwoeste huizen, rottende paardenlijken en krijsend vee. Hoe vredig doet nu het land aan: rustende koeien onder hoge, breed uitwaaierende bomen die bestookt worden door de zon, lege binnenweggetjes, graan en maïs, en vooral stilte.

Het marktplein van Chaumont-Porcien is veel te breed uitgevallen voor zo'n onooglijk plaatsje. Er is één terrasje, annex benzinepomp, een bakker, een gemeentehuis met vervaarlijke luidsprekers op het dak en uiteraard een oorlogsmonument: een soldaat in kledij van WO I, in de linkerhand een geweer, rechts een krans. Hij maakt zich klaar voor een sprong, de mond opengesperd. Later komen we dezelfde soldaat in Piney tegen, maar dan is hij blauw-grijs geverfd. Aan de lange rij namen van doden uit '14-'18 is er met gouden letters eentje uit '39-'45 toegevoegd: Camuzeaux, René.

In Adon, op een steenworp afstand, trof Jünger op het dorpsplein verse graven aan. Twee dagen eerder hadden bommen een Duitse veldkeuken bestookt met als gevolg 32 doden. Op dat pleintje - niet meer dan een grasveldje - staan nu lange tafels en de bevolking in zondagse kledij maakt zich op voor de viering van de 14de juli.

Wordt vervolgd

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden