INTERVIEW

'Verwilderd was ik na Afghanistan'

Korporaal Michel (29, niet zijn echte naam), werd tussen 2006 en 2008 twee keer uitgezonden naar Afghanistan als verkenner. Hij hield er agressiestoornissen aan over. 'Hoe defensie mij heeft behandeld: schandalig.'

Beeld Guus Dubbelman

'Met twee helikopters werden we afgezet, ergens in Kandahar. Wij hadden geen voertuigen, niks, alleen onze rugzak. We hebben een verlaten school ingenomen waarvan de Taliban de leraren hadden opgehangen. Vanuit dat gebouw, zo'n typisch Afghaanse kleihut met lemen muren eromheen, draaiden we onze missie. Daar zaten we met een man of veertig: ons peloton aangevuld met Schutters Lange Afstand en mortieren. 's Nachts vroor het 14, 15 graden. We sliepen in de openlucht op de binnenplaats, zij aan zij, groep aan groep, altijd op je hoede; je hebt nooit het gevoel dat je veilig bent - je weet dat ze raketten hebben. Ik kan aan een burger niet uitleggen hoe dat voelt. Wel is er een heel sterk verbroederingsproces met de mensen om je heen.

Wij moesten patrouilleren. 's Morgens en 's avonds maakten we veel kilometers met bepakking, om inlichtingen in te winnen over de Taliban. Je trekt de dorpen in, legt contact met de burgerbevolking en onderzoekt of er hoofdpersonen in het gebied zitten.

Geregeld werden we onder vuur genomen met mortieren en raketten. Daar kun je zelf niet op reageren. We waren wel bewapend - we hadden Glocks, machinegeweren en een granaatlanceerder, maar daar kun je niets mee; zij zaten buiten het bereik van onze wapens en schoten met mortieren en 107mm-raketten op ons. Dat doet wat met je. Op bepaalde uren kregen we luchtsteun van Apaches en gevechtsvliegtuigen. Je realiseert je: jouw lot ligt in handen van die piloten daarboven. Het is misschien raar om te horen, maar je wilt zelf het gevecht kunnen aangaan, jezelf kunnen beschermen, maar dat kun je niet. Je voelt je constant heel machteloos. Dat gevoel, daar spraken we niet over. Je praat in het leger sowieso niet over je emoties. Daar heerst een machocultuur. Vanuit onze opleiding leerden we: pijn is slechts een emotie en emoties kun je uitschakelen.

Driftbuien

Na vierenhalve maand zat onze missie erop. Thuis had ik een kort lontje. Ik ging veel drinken, kreeg driftbuien. Ik gooide telefoontjes stuk en trapte deuren in. Alles wat me ergerde, maakte ik kapot. Ik woonde nog thuis en reageerde mijn frustraties af op mijn ouders. Als mijn ma zei: 'Jouw gedrag is niet normaal', begon ik tegen haar te vloeken. Ze vond dat ik naar de huisarts moest, maar dat kwam niet aan. Ik vond mezelf normaal en mijn ma een zeur.

Ruim een jaar later, in 2008, werd ik weer uitgezonden. Ik had er zin in. Ik was wraakzuchtig en hoopte dat ik nu wel direct vuurcontact kon krijgen. Ik wilde die Taliban doodschieten. Ik was boos op die gasten. Ik heb nog steeds problemen met radicale extremisten.

Inmiddels was ik korporaal geworden en dus medeverantwoordelijk voor de hele groep. Deze tweede missie was met voertuigen. Patria's, Bushmasters, jeeps. Met drie volledige pelotons plus de compagniestaf, zo'n 90 man in totaal, werden we in Deh Rawod gestationeerd. Mijn peloton bevond zich op de vooruitgeschoven post Phoenix op de westoever van de rivier de Helmand. We trokken daar in een Afghaanse compound die door onze voorgangers al helemaal was verstevigd met prikkeldraad, versperringen, lichtseinen en struikeldraad.

Angsten en frustraties

Ook nu sliepen we weer in de openlucht en moesten we patrouilles lopen en inlichtingen verzamelen. We kregen informatie over Taliban in een iets zuidelijker operatiegebied, maar daar mochten we van hogerhand niet naartoe. Wij konden dat niet begrijpen - wij waren verantwoordelijk voor de veiligheid in het gebied en als wij ons gezicht lieten zien bleven de Taliban weg. Maar de leiding zei: we sturen de Amerikanen eropaf.

Ik had het idee dat ze ons niet serieus namen. Onze luchtsteun was een enorm gedoe: als wij een oproep deden werd dat doorgegeven aan onze basis, camp Hadrian, zij gaven het door aan kamp Holland in Tarin Kowt, en daar moesten ze ja of nee zeggen. Dat duurde allemaal veel te lang en dat was voor ons, als infanteriegroep, heel lastig. De Amerikanen gingen erheen en kwamen in een gigantisch vuurgevecht terecht. Ik weet zeker dat wij dat hadden kunnen voorkomen.

Als grondtroepen kregen we inlichtingen van burgers die hun leven voor ons waagden, maar daar werd niks mee gedaan. Als je niet serieus wordt genomen, als je hoort hoe het aantal Taliban in een gebied toeneemt en dat je Amerikaanse collega's in een zwaar vuurgevecht komen, geeft dat je een nog machtelozer gevoel. Je vraagt je af: wat doen we hier eigenlijk, als er toch niet naar je wordt geluisterd? Iedereen had die frustraties en daar praatten we onderling wel over. We vloekten en tierden op de leiding. Overal om je heen zijn mensen die jou en je collega's dood proberen te maken, overal liggen bermbommen, en je kunt daar niets tegen doen. De angsten en frustraties waren groter dan bij de eerste missie.

Disfunctioneren

Weer thuis was ik verwilderd. Ik had inmiddels een vriendin, die zei dat ik was veranderd. Ik was agressief, zag alles als gezeik. Ik maakte dingen kapot in haar bijzijn - gooide met een Playstation, telefoons, stoelen, sloeg kastdeuren stuk en trapte deuren in elkaar. De relatie ging uit; ik vond dat ze constant liep te zeiken. Pas toen het veel te laat was, realiseerde ik me dat ik hulp nodig had.

Op mijn werk ging alles goed. Als korporaal kwam ik in een peloton waar alles top draaide. We hebben zelfs meegedaan aan de Bartelsbeker voor het beste infanteriepeloton van Nederland. Wij werden tweede.

Plotseling kregen wij een nieuwe luitenant op ons peloton. Wat ik je nu ga vertellen, daar gaan je oren van klapperen. Die luitenant kon helemaal niks, hij deed echt alles fout. Ik kwam erachter dat hij van de onderofficiersopleiding was geschopt wegens disfunctioneren. Hij bracht ons daadwerkelijk in levensgevaarlijke situaties, waarbij ik zelfs een keer op de schietbaan 'Stopstopstop' moest roepen - een acute noodsituatie.

Hij gaf een groep voortijdig de opdracht zich weer bij de patrouille te voegen, waardoor ze in mijn schootsveld kwamen. We hebben speciaal trainingsmateriaal, met een laser op het wapen en een speciaal vest dat registreert wanneer er op je wordt geschoten. Hij bracht ons meerdere malen in friendly fire-situaties, waarbij je je eigen mensen doodschiet. Opnieuw bekroop mij dat machteloze, gefrustreerde gevoel dat ik kende van mijn missies. Iedereen had een bloedhekel aan die luitenant. Wij deden ons beklag bij de legerleiding, maar werden ook nu weer niet serieus genomen. Intussen waren we van beste tot slechtste peloton van onze compagnie gedegradeerd.

Hulp

Ik reageerde alles weer af op mijn ouders. Ma zei: 'Jongen, je moet hulp gaan zoeken.' Ik dacht: als die luitenant weg is, zijn mijn problemen opgelost. Maar zo simpel zat het dus niet. Op militaire training in Amerika haalden we onze doelen niet. Ik confronteerde de luit met z'n slechte beleid, maar er veranderde niks. Na vijf weken kwam ik stuiterballend terug. Mijn moeder belde en ik schold haar verrot. Ze zei: het spijt me heel erg, maar nu even niet, jongen. Nu gaat het even over mij. Bij haar waren verdachte vlekken op haar klieren ontdekt na een darmonderzoek. Ik flipte.

Daarna ging ik naar een dancefeest met maten die dezelfde frustraties hadden als ik. We gingen los. We dronken ons helemaal van de wereld en snoven cocaïne. Later bleek dat degene die met wie we dat spul gebruikten, verdachte was in een drugshandelzaak. Zijn telefoon werd afgetapt door de marechaussee. Toen ik hem daags erna belde en vertelde over de drugs, stonden er ineens marechaussees voor m'n deur. Ik ben ondervraagd en heb ik eerlijk gezegd dat ik had gesnoven.

Ik werd geschorst, bijna een jaar. Je krijgt diverse verhoren door diverse commandanten. Ik heb de hele situatie verteld: over de problemen met de luitenant, de machteloze situaties in Afghanistan, dat ik gefrustreerd was, heel veel vernielde en zat te schelden op alles en iedereen. Ze hebben er niks mee gedaan. Het enige dat telde was: je hebt drugs gebruikt. Wegwezen.

Slapeloze nachten

Ik kreeg nergens gehoor en zakte steeds dieper in de put. Een oud-commandant hoorde van de situatie en zocht contact met me. Hij mailde me, Ik vertelde hem dat ik slapeloze nachten had, al heel lang. Hij stuurde me naar de bedrijfsarts. Die heeft me twee keer gesproken en doorverwezen naar Militair Geestelijke Gezondheidszorg. Dat was in de zomer van vorig jaar. Ik heb tests ondergaan en kreeg behandeling van verschillende specialisten op het gebied van agressie, aanpassingsstoornissen en depressie, onder leiding van een psychiater. Pas toen die zei dat mijn gedrag direct verband hield met de missies en de luitenant, viel bij mij het kwartje. Ma en mijn vriendin hadden gelijk. Ik realiseerde me dat ik diepgewortelde problemen had die ik niet onder ogen wilde zien.

Toen het behandelplan begon, ging het aanvankelijk nog slechter. Ik vond het heel confronterend dat dingen die je dwarszitten, ergens in je lijf zitten geparkeerd, blijven doorbroeien zolang je er niks mee doet. Daar had ik moeite mee. Ik heb sowieso moeite met iets aannemen van een ander. Ik werd depressief, stond op het randje om uit het leven te willen stappen. Ze schreven me antidepressiva voor.

Vier maanden nadat ik naar de bedrijfsarts was gegaan, kreeg ik ineens een brief van defensie. De grond zakte onder mijn voeten vandaan. Ik kreeg meteen een voorgevoel: dit is mis. Het was m'n ontslag. Ik sloeg een gat in de deur en heb een deurtje van de keukenkast getrokken. Die brief maakte alles nog erger. Ik sprak erover met de behandelaars en zij verhoogden de medicatie. Het was een ongelofelijk machteloze kutsituatie.

Herkennen

Mijn behandelaars hielden stug vol en leerden me kijken naar de kleine dingen die wel goed gaan. Ze leren je het herkennen van je gedrag, van gevoelens en gedachten die boven komen op het moment van agressie en verdriet. Als je dat herkent, als je leert inzien waar het vandaan komt, dan weet je dat die gedachten niet altijd terecht zijn en kun je ze omzetten in iets positiefs. Zo leerde ik met mijn problemen omgaan.


Onlangs kreeg ik van mijn behandelaars te horen dat ze een behandeling altijd een jaar na ontslag bij defensie moeten stopzetten. Ook dat kwam weer heel abrupt. Ik zat wel in de beterende fase, maar ik had opnieuw het gevoel dat ik weer aan mijn lot werd overgelaten, dat ik werd bedankt en op straat werd gezet. Ze zeiden dat ze liever meer tijd voor me hadden gehad, maar dat ik het aankan.


Ik durf niet te zeggen hoe het met me gaat. Wel redelijk, denk ik. Ik heb nieuw werk gevonden in de beveiliging, ben voor de eerste week weer aan het werk. Het helpt dat ik weer regelmaat krijg in het leven, en weer aan een toekomst kan gaan bouwen.


Ik heb altijd alles gedaan voor defensie, maar hoe ze mij hebben behandeld vind ik echt schandalig. Niet luisteren, problemen negeren, de makkelijkste weg kiezen: hup, ontslag. Het stomme is: toch mis ik mijn oude werk. Ik zou het liefst vandaag nog mijn groene pak weer aantrekken. Ik ben honderd procent militair, met hart en ziel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden