Verwerken Vici-aanvragen kost miljoenen, en dat is zonde

Vorige week maakte de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek bekend welke geluksvogels een Vici-subsidie van 1,5 miljoen euro krijgen. Waar ik geluksvogels zei, bedoel ik natuurlijk topwetenschappers. De lijst met 32 gehonoreerden is indrukwekkend, met bijvoorbeeld sterrenkundige Gijs Nelemans die rekende aan de zwaartekrachtgolven waarvan de opwinding over de ontdekking deze week nog narimpelde. Als elk jaar kijk ik welke wiskundigen er op de lijst staan en zoals altijd knikte ik instemmend. Het zijn steeds geweldige mensen die de subsidie krijgen. Er zit nooit één of andere prutser tussen.

Wetenschapper Prof Gijs Nelemans.Beeld ANP

Daar zorgt de selectie ook wel voor. Elk ingediend voorstel gaat eerst naar een reeks vakgenoten die het inhoudelijk beoordelen. De aanvrager mag vervolgens een weerwoord geven op hun commentaar, waarna een commissie van wetenschappers besluit welke voorstellen doorgaan naar de interviewronde. Daarin presenteren onderzoekers hun voorstel voor een commissie en beantwoorden ze vragen over hun plannen.

Dit jaar kwamen er 215 voorstellen binnen en met 32 uiteindelijke 'winnaars' lag het succespercentage onder de 15. Er waren dus 183 onderzoekers die ploeterden op een voorstel en met lege handen achterbleven. Hoeveel namen zouden daartussen zitten waarbij ook iedereen instemmend had geknikt als zíj de subsidie hadden gekregen?

De impliciete aanname bij dit hele systeem is dat een betere onderzoeker ook een beter voorstel schrijft. En dat experts dat kunnen herkennen. Maar wat als een iets minder sterke onderzoeker meer tijd uittrekt om de aanvraag te perfectioneren? Is het verschil dan nog te zien? Het is de 'tragedie van de meent': voor een individuele wetenschapper loont het om veel tijd in een voorstel te steken, maar voor de groep als geheel zou het beter zijn als iedereen niet al te veel tijd besteedde aan die aanvragen (dan kunnen ze namelijk meer onderzoek doen).

Want mijn hemel, dit kóst een tijd. Volgens een kleine rondvraag vergt het schrijven van een voorstel pakweg tien weken fulltime (geen wetenschappelijk onderbouwde hoeveelheid, maar gelukkig is dit een column en geen subsidieaanvraag). Doen we er nog een week bij voor het weerwoord en voor degenen die doorgaan naar het interview nog een week extra.

De 215 voorstellen dit jaar waren 2.150 weken werk, oftewel ruim 41 jaar. Daarna 215 weerwoorden: nog eens vier jaar schrijfwerk. Er volgden 122 interviews: iets meer dan twee jaar werk. En dit is alleen nog de tijd van de aanvragers. Want de hele boel moet ook nog beoordeeld worden. Een grove schatting op de achterkant van een envelop: eerste beoordelingen à vier uur per voorstel, maal drie experts, hoppa, weer meer dan een jaar werk. Dan nog vergaderingen en interviews in commissies: zeker een half jaar aan manuren.

Alles bij elkaar kosten die Vici-aanvragen zo'n 2.600 weken werk. Neem voor alle betrokken, ervaren wetenschappers een uurtarief van 120 euro en de totale kosten zijn ruim 12 miljoen euro. Daarmee zou de wetenschap heel wat andere dingen kunnen doen.

Er zijn allerlei voorstellen om onderzoeksgeld efficiënter te verdelen: lees bijvoorbeeld de stukken over kleinere subsidies en lotingen op https://omslag.nu/onderzoeksfinanciering. Als u iets met wetenschap doet tenminste. Anders kunt u nu lachend het hoofd schudden dat zulke slimme mensen dingen zó onhandig aanpakken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden