Verwaandheid ontpopt zich als commentaar

Kenny Garrett..

Tim Sprangers

* * *

Amsterdam Het Bimhuis is losgeslagen. Iedereen danst, op en naast de stoelen, schreeuwend, idolaat. Met zijn rug naar het publiek, één hand op de sax en één hand laf opjuttend in de richting van de zaal, brengt Kenny Garrett de vaak nuchtere, statische jazzruimte in vervoering. ‘Do you want some more?’ vraagt hij tientallen keren. Wat is hier in hemelsnaam aan de hand?

Eerder op de avond waren bezoekers, na enkele nummers al, weggelopen. De gehele eerste set was een geestdodende, ongeïnspireerde bedoeling.

De opkomst was al lachwekkend. Een kwartier te laat sloft het arrogant aandoende kwartet naar de instrumenten. Johnny Mercier (hammond, keyboard, rhodes, piano) geeft een misplaatste act als clown door gekke bekken te trekken en rare poses aan te nemen. Wat volgt is een reeks catchy tunes die de grens van kitsch zonder moeite voorbijraast. Japanse volksdeuntjes verraden Garretts liefde voor het eiland. In plaats van deze op brullende wijze aan te pakken, zoals alleen Garrett dit kan, speelt hij ze letterlijk na. De alt- en sopraansaxofonist is vooral bezig met zichzelf, onderbreekt zijn solo’s door cool zijn mond af te vegen en weigert contact met de toeschouwers. Elektrisch bassist Kona Khasu is niet bezig met muziek, maar vooral in de weer met zijn geluid.

Na de pauze volgt het zoveelste funky wijsje. Stoer loopt Garrett naar de Rhodes, speelt wat noten, kijkt wat om zich heen en pakt de sax weer op. En dan, vanuit het niets, toont hij zijn liefde voor Coltrane: hij gaat in gesprek met drummer Nathan Webb, die – zij het lichtelijk lomp – meegaat in een akkoordverhogend verhaal dat gefundeerd is op spacende keyboardklanken. Garrett blèrt en gaat onbezonnen tekeer als in zijn periode bij Miles Davis.

Was de eerste set dan een grote grap? Daar lijkt het wel op.

De grote popaffiniteit krijgt een orgastisch vervolg in het laatste nummer, waarvan het meezingthema een keer of honderd wordt herhaald. Alles komt bij elkaar: de verwaande houding, de karakteristieke persoonlijkheden en de afschrikwekkend foute tunes. Als popsterren laten zij zich terugroepen door bulderend applaus en voetengestamp. Het is duidelijk: Kenny Garrett geeft commentaar op muziek, hij persifleert.

Tim Sprangers

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden