'Verveling en angst bepalen ons leven'

Boekenweekgeschenk-auteur Van Kooten over zijn vader, jeugdsentiment en deze tijd. 'Het klinkt eng, maar we hebben een begeesterde politicus nodig.'

De uitnodiging van de CPNB stond al jaren, om een keer het Boekenweekgeschenk te schrijven. 'Maar ik had nooit tijd', zegt Kees van Kooten (71), die in een nis van de Amsterdamse bodega Keijzer achter zijn jus d'orange en krant zit. Tussen 1963 en 1998 maakte hij radio en tv met Wim de Bie, daarnaast schreef hij columns die gebundeld werden in boeken als Treitertrends (1969), Modermismen (1984) en Tijdelijk nieuw (2003), tot en met de stukken over beeldend kunstenaars in Hartstochtjes (2012).


Vorig jaar was de tijd er wel. 'En ik kon iets doen met het thema van de komende Boekenweek: 'Gouden tijden, zwarte bladzijden'. Tot en met mijn titel aan toe: De verrekijker, immers het symbool van terugkijken en van de geschiedenis. Alles wilde ik, in dit boekje, alles wat ik hoop te kunnen: amuseren, satire bedrijven, kankeren als grumpy old man over uitwassen, herinneringen. En als ik niet genoeg gegevens kan terugvinden, dwing ik mij tot fantaseren, terwijl ik het nooit zo van verzinnen moest hebben.


'Vijf maanden heb ik er over gedaan. Bij het opruimen van mijn boeken vorig jaar stuitte ik op het mobilisatie- en oorlogsdagboek van mijn vader, die in de oorlog sergeant was. Daarna werd hij vertegenwoordiger in agenda's van de Haagse firma Ryam. Zelf gebruikte hij die agenda's levenslang als een soort logboek, 53 zijn het er, ik heb de hele rij geërfd.


'Die twee gegevens brachten mij op een idee, en daarmee durfde ik op het verzoek van CPNB in te gaan: een verhaal over mijn vader, met langs de bovenrand van het geschenk een agenda die loopt van maart 2013 tot 2014.' Daar staan aankondigingen in van literaire festivals. Maar ook vermaningen als 'zeggen noch schrijven dat een heel aantal media ontzettend cliché klinkt en geen urgentie meer heeft'. Teksten die doen denken aan de Bescheurkalender, die Van Kooten en Wim de Bie tussen 1972 en 1986 jaarlijks publiceerden. 'Inderdaad, daar heeft het iets van. Maar mijn uitgangspunt was mijn vader op deze manier een groet te brengen. En ik noem ook de sterfdagen van een aantal schrijvers. Harry Mulisch, Herman Franke, Karel Glastra van Loon, Kees Fens, Gerrit Komrij, Doeschka Meijsing.


'En Simon Carmiggelt ja, 30 november 1987. Die moest erbij. Carmiggelt was mijn kennismaking met de humor in het geschrevene. Zijn met 'Kronkel' ondertekende column stond in het Haags Dagblad dat wij thuis hadden. Na het lezen van Carmiggelt holde ik naar mijn kamertje en schreef dan in een uur tijd ook vier Kronkels.


'Op mijn 10de nam mijn vader me mee naar de Boekenmarkt in de Haagse Bijenkorf. Daar signeerde Carmiggelt. Mijn vader sprak hem joviaal aan en begon mij onmiddellijk voor te stellen. Ik probeerde me met een rood hoofd achter mijn vader te verbergen. Carmiggelt thuis lezen was één ding, maar dat de schrijver van die stukken daar gewoon in een stalletje stond, dat hij ook als méns bestond, het was te groot voor mij.'


Een kroontjespen en een loep, meer heb je niet voor schrijven nodig: goed kijken, nauwkeurig werken. Dat herkende Van Kooten, toen hij een paar jaar geleden in Zuid-Frankrijk in de voormalige werkkamer stond van Jean-Henri Fabre (1823-1915), tekenaar en insectenkundige, auteur van de fabelachtige Souvenirs entomologiques. Tweeëneenhalfduizend pagina's. 'In Koot droomt zich af uit 1978 heb ik ook van die kleine pentekeningetjes gezet, een beetje klungelig. Maar Fabre, dat is het toppunt van niet-digitaal arbeidzaam schrijven en tekenen. Hij heeft me ook echt goed naar die insecten leren kijken.'


Dat klopt, Van Kooten heeft zijn bedenkingen bij het gemak van even iets op het onbetrouwbare Wikipedia zoeken, van lukraak foto's maken en ze oppimpen of achteloos weer weggooien terwijl vroeger over- of onderbelichte foto's tóch in het album werden geplakt (dan pende zijn vader er een goedpraatonderschrift bij als '...in Apeldoorn viel soms 's middags al de nacht'), van e-books die geen uiterlijk meer hebben, boekenkasten die in een tablet verdwijnen, handschriften die je bijna nergens meer tegenkomt.


'Al mijn werk gaat in rook op, verzucht Fabre in zijn herinneringen. Voor mij de aansporing om te gaan opruimen, en toen ben ik mijn vaders album eindelijk goed gaan lezen.' Over de dood van vader Cornelis Reinier van Kooten (1909-1979), roepnaam Bill, had hij geschreven in Koot graaft zich autobio (1979), en in andere boeken komt vader af en toe langs, maar hij had hem nog niet genoeg recht gedaan. 'Altijd gewapend met verrekijker en fotocamera, als we eropuit gingen. Dat waren twee statussymbolen. Daarmee nam je deel aan de moderne wereld. En dat album van hem was een embleem van het huis. Wat ik zeer heb gewaardeerd, is dat mijn vader mij nooit heeft lastiggevallen met zijn oorlogsverhalen. Mijn pacifistische moeder moest er ook niets van hebben, ongeveer zoals koningin Juliana dat van prins Bernhard niet moest hebben.


'Voor die mannen was het de tijd van hun leven. Ik las het nu allemaal pas: de kameraadschap, het al marcherend samen liederen zingen: 'De li la luitenant, de ki ka kapitein.' In oorlogstijd. Zo naïef. Met z'n allen in de dienstpyjama gezellig samen rond één getekende pin-up zitten, en die dan 'Hare Majesteit de Vrouw' noemen. Na een jeugd vol eenzaamheid moet dat geweldig zijn geweest voor mijn vader.


'Ik wil hem laten weten dat ik het album nu tóch heb gelezen, en daarna naar het NIOD heb gebracht. Hij zou niks mooier hebben gevonden. Dan is het maken van dat oorlogsverslag dus echt nuttig geweest.'


Door vaders verslag aan te vullen met zijn eigen fantasie heeft de zoon hem zelfs grotere avonturen gegund dan hij feitelijk heeft beleefd. 'Vader droeg een lintje, was gezagsgetrouw en vond dat je een insigne verdiende als je zo veel jaar schadevrij had gereden.


'Eigenlijk ben ik dat met hem eens. De huidige tijd is vreemd, en mijn vaders generatie heeft die zien aankomen. Ik bedoel: we wéten wat wielrenners doen, bankiers, voetbalmatchfixers, priesters. Overal zijn schandalen, maar er verandert niks. Dat verbaast mij.


'De kleeftijd, de leeftijd waar ik steeds naar terugkeer, dat zijn de jaren vijftig en zestig. Op het Dalton Lyceum in Den Haag, waar Wim en ik op zaten, werd een meisje dat met rode rock-'n-rollkousen naar school was gekomen terug naar huis gestuurd. De vrijste school van Den Haag!


'Wij zitten hier nu goed. Maar ik ga vanavond geen glas wijn in een restaurant bestellen, want de kans is groot dat ik dan eerst de putlucht van de afwasmachine ruik. Verschrikkelijk. En niemand zegt daar iets van.


'Ik kom uit een tijd waarin de dingen nog niet wezenlijk verschoven. De tijd van nog niet gebotoxte kleuren. Wim de Bie en ik hebben altijd dat jeugdsentiment gehad, een woord dat onze generatiegenoot en radioman Wim Noordhoek heeft uitgevonden. Meteen hadden we het al. Omdat het een tijd van schaarste was: je had één stripheld, Ketelbinkie, en één voetbalalbum, Goal. Eén pin-up, Barbara Stanwick, en dat was het. Die dingen wilde je koesteren en bewaren.


'Lulligheid ook wel. Tegen elkaar zeggen: weet je nog, dat we met een kartonnetje tussen de spaken van je fiets het geluid van een brommer konden maken? Dat soort dingen. Daar genotterden wij van.


'Ik ben redelijk tevreden, maar ook lichtelijk wanhopig. Om de zaak recht te trekken of op de rails te houden, hebben we geen andere helden dan onze politici. Dat is het enige dat tussen ons en de rotzooi van multinationale oplichterijen enzovoorts zit. En het niveau van onze politici is erbármelijk. Ik zou willen dat er een begeesterd iemand opstond, die Lucebert citeert. Om te beginnen. Heel gevaarlijk wat ik nu zeg, maar er móet iemand opstaan.


'De eerste helft van je leven is verveling, de tweede helft is angst, laten we het zo maar samenvatten. Als je in een angstperiode komt, waar we nu allemaal in zitten, begrijp je niet meer dat je je ooit verveeld hebt. De tijd dat je op een regenachtige zondag, geen tv en niks op de radio, in een bui van verveling je postzegelalbum maar weer opensloeg. Het zuiver zintuiglijke genoegen had van de kleuren op zo'n vel. Niemand maakt mij wijs dat díe zuivere kleuren nog bestaan.'


In een beschouwing over zijn werk suggereerde Gerrit Komrij ooit dat Van Kooten vluchtgedrag vertoont, dat hij een zwarte kant heeft die hij met geestig gekakel overstemt. 'Een moeilijk stuk vond ik dat, van Gerrit. Zou ik iets verbergen? Ik weet écht niet wat.'


Voor het eerst valt de watervlugge en goedlachse spreker even stil. Zou dit op vluchtgedrag wijzen?


'Hè? Nu? Dat zal wel. Gerrit citeert mijn enige gedicht 'Aan het werk', uit 1980. Daarin noem ik het mijn streven om 'de slagen der stomheid/ zien te verslaan'. Ik bedoelde dat er dingen zijn waarvan je zegt: ik ben met stomheid geslagen. Het is toch te gek! Weet je wat? Ik plak een snor voor en ga die man eens nadoen. Dat was het in de praktijk, bij mij.


'Dat is mijn reactie wanneer ik met stomheid geslagen ben: er iets mee doen, de angel eruit halen, relativeren, zodat er een lach ontstaat. Ik zet alles op de humor. Alle grappen zíjn er al, maar als je in je eentje iets zit te maken en dan zelf een paar keer in de lach schiet, voelt dat als geluk.


'Het gevoel voor humor komt, denk ik, van mijn moeder. Fantastische ouders had ik. In eigen beheer heb ik in 1987 de haiku, de gedichtjes uitgegeven die mijn moeder na mijn vaders dood was begonnen te schrijven. Het bundeltje Waarlangs streek de wind? van Annie van Kooten ligt in een vitrine in een haiku-museum in Tokio, hoorde ze op een feestje. En mijn vaders logboek ligt nu dan bij het NIOD. Zo heb ik beide ouders eer willen bewijzen.


'Toen ik 12 was, namen mijn ouders mij mee uit. Ik in mijn hobbyjack van C & A dat, weet ik nog goed, 12 gulden en 99 cents kostte. Dat deden ze dus zeventig jaar geleden al, die onzin met die 99 cent. Gék word je ervan! Maar goed, ik mocht mee naar theater Diligentia: het ABC cabaret van Wim Kan. En die zei daar: 'Als iedereen één ander mens gelukkig maakt, zijn we allemaal gelukkig.' Daarna pauzeerde Kan even, en toen ging hij verder: 'Tenzij we een oneven aantal mensen hebben.'


'Die humor: iets ongewoons beweren, pauzeren, en het dán relativeren door de mogelijkheden van de taal te benutten. Met dat ene zinnetje wordt het idealisme van dat visioen finaal op zijn kop gezet. Eeuwig dankbaar voor.'


Kees van Kooten: De verrekijker.

CPNB; 95 pagina's; gratis bij aanschaf van € 15,- aan Nederlandstalige boeken, van 16 tot en met 24 maart (www.boekenweek.nl/mediaroom). Bij De Bezige Bij verschenen zes Van Kooten-pockets.


Morgen vervolgt Arjan Peters zijn gesprek met Kees van Kooten in de Rode Hoed, Amsterdam, 16 uur (Volkskrant op Zondag, uitverkocht).


CV

1941 Geboren op 10 augustus in Den Haag


1963 Radiodebuut met Wim de Bie in het VARA-jongerenprogramma Uitlaat


1969 Treitertrends


1972 Eerste Bescheurkalender


1974 Oprichting van Het Simplisties Verbond (VPRO)


1979 Koot graaft zich autobio


1982 Veertig


1984 Modermismen


1998 Laatste tv-optreden met Wim de Bie


2000 Annie


2003 Tijdelijk nieuw


2003 Letterlust


2009 Tijdloos ouderwets


2012 Hartstochtjes


2013 De verrekijker


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden