Vervelend boek, grote literatuur

Wanneer is een goed boek gewoon een goed boek en wanneer is een goed boek literatuur? De discussie hierover is opgelaaid naar aanleiding van De waarheid over de zaak Harry Quebert van Joël Dicker. Het boek, hoewel volgens de critici geen literatuur, werd bekroond door de Académie Française, is in Frankrijk een beststeller en sinds deze week ook in Nederland. De Volkskrant vroeg zes jonge schrijvers wat het verschil is tussen een goed boek en literatuur - als dat verschil al bestaat.

JOOST DE VRIES

Literatuur is niet every time a good time

Vergeet Joël Dicker. Is het nieuwste boek van Haruki Murakami wel literatuur? Gebeurt er ook maar iets op de pagina's van De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren dat het verhaal overstijgt, weet Murakami ook maar drie zinnen te bedenken die je in het dagelijks taalgebruik niet zou gebruiken, mijdt hij taalkundige clichés, gebeurt er iets met de personages dat zich niet simpel psychologisch laat verklaren? Nee. Het boek heeft een duidelijk begin en een afgerond einde en in de tussentijd leert de hoofdpersoon iets over zichzelf en het leven. Prima. Als boek is het goed, als literatuur niet echt.


Is Lolita een goed boek? (Serieus: breek me de bek niet open over Nabokov. Wat schrijft die man vervelend. 'Lolita, mijn levenslicht, mijn lendevuur. Mijn zonde, mijn ziel.' Vent, stel je niet zo aan.) Op tweederde van het boek wordt de idylle van Humbert Humbert en zijn nimfijntje Lolita doorbroken, zij vlucht, en het boek strompelt nog ruim tachtig bladzijdes achter haar aan, op weg naar een gezocht, opgerekt, onbevredigend einde. Het is geen goed boek, maar het is grote literatuur. Hoe vervelend ik hem kan vinden, zijn stijl is uniek, zijn woorden zijn alleen van hem, de manier waarop hij de begeerte van zijn hoofdpersoon invoelbaar maakt, is niet na te vertellen.


In de wedstrijd 'goede boeken' versus literatuur is het belangrijk om te beseffen dat met een 'goed boek' een 'good read' wordt bedoeld. Kortom, een verhaal dat je leest, dat je begrijpt, dat je spannend of verdrietig vindt, waarmee je kunt meeleven. Het argument, zoals gegeven in De Wereld Draait Door, dat het doorslaggevende kenmerk van een goed boek is dat als je het boek uit hebt, en je ziet die laatste lege bladzijde, je ervan baalt. Fair enough. Ik baal altijd als ik mijn laatste frietje bij McDonald's op heb, maar dat betekent niet dat ik ook maar een seconde het idee heb dat ik iets verheffends heb gegeten, dat ik inspirerende haute cuisine heb geproefd.


Literatuur is niet everytime a good time, literatuur is niet I'm lovin'it. Literatuur is wat Kanye West zichzelf op zijn nieuwste album laat toezingen door een kinderkoortje: He'll give us what we need/ It may not be what we want.


Bij iets wat alleen 'een goed boek' is, is dat omgekeerd. Dan krijg je wat je wilt: er is een checklist, de schrijver vinkt af. Literatuur heeft die checklist niet. Er zijn geen regels voor, er wordt geen handleiding bij geleverd. Het is altijd nieuw, het is onontdekt gebied.


Joost de Vries (30) schreef Clausewitz en De Republiek.


JAMAL OUARIACHI

Anno 2014 is iedereen zijn eigen expert

Laatst was ik bij de heropening van de Kunsthal. Onder de noemer MaakMee mochten bezoekers van tevoren bepalen wat de openingstentoonstelling zou worden, en meedenken over zaken als de inrichting en het affiche. Het leverde SHOES op, een overzicht van de damesschoen sinds 1900.


Terwijl ik me een weg probeerde te banen door het massaal toegestroomde en opvallend onmuseale publiek, schoot het misantroopje in mij in de volgende reflex: 't is weer zover... museum gezwicht voor populisme... totale infantilisering om maar zo veel mogelijk kaartjes te verkopen... expertise stelt niks meer voor, je hoeft geen opleiding te hebben gevolgd om een tentoonstelling in elkaar te flansen... en wat krijgen de bezoekers voorgeschoteld? Precies hetzelfde wat ze elk weekend tóch al krijgen voorgeschoteld in de koopgoot: schoenen.


Het is hetzelfde misantroopje dat zich al te gemakkelijk laat meeslepen in het gehuil om de ondergang van de literatuur. Kort samengevat: boekhandelaren zijn gezwicht voor bestselleritis en maken de échte literatuur kapot; critici verspeelden hun autoriteit met steeds kortere recensies en simplistische sterrensysteempjes; het onderwijs lapt de canon aan z'n laars - nu ja, vette kans dat u als lezer van deze boekenbijlage het rijtje zonder moeite kunt aanvullen.


De autoriteit van expertise is verdampt.


Maar wat behelsde die expertise eigenlijk? Er heeft nooit werkelijk overeenstemming bestaan over wat literatuur nu precies is. Iemand kon roepen: echte literatuur vermijdt het cliché. Toch bestaan er thrillers zonder clichés, terwijl veel van wat voor literatuur doorgaat, in clichés grossiert. Misschien deze dan: echte literatuur is méér dan louter entertainment. Maar wanneer ik een briljante formulering lees of een scherpzinnig inzicht tegenkom, dan is dat voor mij net zo goed een vorm van entertainment.


Voor elke stelregel zijn uitzonderingen te bedenken. Dus waarom de teloorgang van die zogenaamde expertise bewenen? Expertise is getransformeerd van een privilege tot een vrij beschikbaar goedje. In de loop van de 20ste eeuw kwamen er steeds meer nieuw-geletterden bij, die zich in eerste instantie wat onwennig door oude autoriteiten de weg lieten wijzen. Tegenwoordig heeft iedereen een vrije mening: wie laat zich nog iets door een literair criticus vertellen? De vraag wat literatuur is, is een puur individuele aangelegenheid geworden.


Dat kun je beangstigend vinden, maar waarom zou je de huidige tijd niet juist omarmen? De kunst profiteert. Mensen die nooit in een museum komen, worden er via schoenen binnengelokt - top! Mensen die drie keer per jaar een boek lezen, beginnen een weblog en schrijven recensies. Wat een rijkdom! Een boek dat door critici wordt afgekraakt, krijgt in De Wereld Draait Door een tweede kans ('Zo'n recensie is ook maar een mening').


Zo is onze tijd en je daarover beklagen is pathetisch.


Anno 2014 is iedereen zijn eigen expert. Niets houdt de individuele lezer tegen zijn eigen leesgeschiedenis vorm te geven. Zijn eigen canon op te bouwen. Te schakelen tussen de klassiekers van toen en de bestsellers van nu, tussen onversneden thrillers en plotloze romans over de zoektocht naar zingeving.


Literatuur is vrijheid.


Jamal Ouariachi (35) schreef De Vernietiging van Prosper Morèl, Vertedering en 25.


MAARTJE WORTEL

Literatuur is een vraagteken

Op de Rietveld Academie kregen we tijdens de eerste lesweek een boekje mee naar huis met de titel: Maar is het kunst? Het boekje heb ik niet gelezen, toch kreeg ik de titel nooit uit mijn hoofd. Al jaren zit hij daar en denk ik op de vreemdste momenten: maar is het kunst? Op zichzelf is dat een interessant gedachte-experiment, want meestal denk ik: waarom niet? Als ik geloof dat het kunst is, dan is het kunst, ook als het geen kunst is, maar bijvoorbeeld gewoon mijn vriendin.


Om greep te krijgen op de werkelijkheid stelt men af en toe de nieuwe oeroude vraag: wanneer is een goed boek een goed boek en wanneer is een goed boek kunst, oftewel: literatuur? Op deze vraag is geen eenduidig antwoord te geven, en dat hoeft ook niet. Stel, je zet voor het woord 'boek' een ander woord in de plaats, bijvoorbeeld 'leven'. Wanneer is een goed leven een goed leven? En wanneer is een goed leven kunst? Buiten het feit dat dit een zeer opmerkelijke vraag is, zal het antwoord - laat ik de open deur eens intrappen - voor iedereen verschillend zijn. Mijn goede leven is misschien uw hel, uw hel is mijn paradijs.


Dan is er nog iets: begrijpt een mens als hij leeft wat het leven is? Weet hij, als hij leest of schrijft, wat literatuur is? Soms. Misschien. Al ligt het doorgronden van literatuur dichter in de buurt van het gevoel dan van het weten. Zoals sommige mensen tijdens hun leven doorkrijgen: dit is niet echt leven, wat ik doe, kun je evenzogoed tijdens het lezen ervaren: dit is (geen) literatuur wat ik lees.


Slechte boeken zijn in zorgwekkend veel gevallen nog wel van goede boeken te onderscheiden, maar hoe zit dat met literatuur? Is literatuur vandaag de dag wel onderscheidend genoeg om het als zodanig te herkennen? Romans lijken niet meer te mogen ontwrichten, een boek mag niet te veel vragen oproepen, het geschreven woord is zo langzamerhand een uitroepteken geworden.


Oké, zult u zich afvragen. En wat is dan jouw idee van literatuur? Jij bent toch de schrijver, je hoort je obsessief met dit soort zaken bezig te houden, het is jouw vak, jouw toekomst, jouw lot. Ik zal u heel voorzichtig zeggen: literatuur is alles wat er overblijft wanneer je denkt dat je het begrijpt. Het is een vraagteken. En meestal geen goed boek.


Maartje Wortel (31) is schrijver van IJstijd, Dit is jouw huis en Half mens.


Thomas Heerma van Voss

Ik moet een emotionele band krijgen

Het waren geen personages, het waren echte mensen. Die zin vormde, geparafraseerd, een van de meest beklijvende momenten uit de vorig jaar verschenen filmdocumentaire Salinger. Een voormalig soldaat, die samen met J.D. Salinger diende tijdens de Tweede Wereldoorlog, herinnert zich hoe de auteur eens, in het nog half bezette Frankrijk, sprak over de verhalen die hij wilde schrijven. Geen moment gebruikte Salinger daarbij de woorden roman of personage. Nee, nog voor hij een letter op papier had, zag hij zijn hoofdpersonen als mensen, net zo echt als zijn medesoldaten; figuren die zomaar konden aanschuiven, met een eigen verhaal, een duidelijke stem, een herkenbaar gezicht.


Elk geslaagd boek moet zo'n gevoel oproepen. Of er nu geschreven wordt over de staat van de wereld, over een wandeling naar de supermarkt of over een man die honderden pagina's lang zijn kamer niet uitkomt, uiteindelijk moet je al lezende overtuigd raken dat je te maken hebt met echte mensen; geen verzinsels, maar mannen en vrouwen die je kunt herkennen bij ieder ommetje door de stad.


Er zijn boeken volgeschreven over de eisen waaraan literatuur zou moeten voldoen, over de mooiste metaforen, over tijdsgewrichten die worden gevangen in weldadige dialogen. Maar als een boek niet enige emotie oproept, een vorm van betrokkenheid, dan is elke beeldspraak en structuur verder overbodig. Het voornaamste criterium waarmee ik bepaal of ik een boek de moeite waard vind: dat ik het uit wil krijgen. De pagina's moeten me dwingen door te lezen, steeds weer, er dient iets van een emotionele band te ontstaan tussen mij en het personage - niet per se sympathie, graag ook weerzin en afkeer, zolang ik maar geen onverschilligheid voel.


Zelf lees ik, naast romans, graag thrillers en (sport)biografieën. Toch dwaalt mijn aandacht daarbij regelmatig af: te veel herhalingen, de taal wordt gauw eentonig, niet prikkelend. Het komt ook voor dat ik een dergelijk werk met veel belangstelling van de eerste tot de laatste bladzijde lees. 'Goed in zijn soort', zegt men dan vaak - een vreemde zin, want wordt een geslaagd boek juist niet gekenmerkt doordat het buiten zijn soort goed is, doordat het los van welk genre dan ook overeind blijft?


De vraag blijft waarin een geslaagde roman zich onderscheidt van een geslaagde sportbiografie. Soms is die grens lastig te stellen, er zijn genoeg thrillers die indringender zijn dan allerlei literaire werken. Anderzijds: als ik naga wat mijn favoriete romans met elkaar verbindt, de verbeeldingskracht, de suggestiviteit, het gevoel dat dit alleen voor mij is geschreven, zijn dat elementen die ik bij andere boeken niet tegenkom.


Het moet over mensen gaan, ja, niet over personages. Maar bij een echt geslaagd literair werk word ik die mensen vervolgens even, in al hun tekortkomingen en emoties - en dat is iets wat voor andere boeken niet geldt. Daar blijf ik, hoe geraffineerd ze ook zijn geschreven of gecomponeerd, altijd een toeschouwer.


Thomas Heerma van Voss (23) is schrijver van De Allestafel en Stem.


WALTER VAN DEN BERG

Ook slechte boeken kunnen literatuur zijn

Ik ben The Stand van Stephen King aan het herlezen en ik weet dat er een moment in het boek komt dat ik kwaad word op de schrijver omdat hij er een deus ex machina ingooit, en dan vrij letterlijk: de hand van God komt uit de hemel en verricht een beslissende handeling.


Gelukkig schrijft Stephen King geen literatuur. Hij zegt zelf dat hij genre-fiction schrijft. Hij heeft literatuur in zich - hij heeft het vermogen literaire boeken te schrijven, met diepgang, lagen, vervreemding, catharsis, noem maar op, maar hij kiest ervoor handen van God uit de lucht te laten komen, buitenaardse wezens koepels over stadjes heen laten stralen; het kan niet op. Zijn Kings boeken goed? Jawel, soms zijn ze stinkend goed (The Shining) en vaak zijn ze bij vlagen goed en vliegen ze verder gierend uit de bocht. Het is genre-fictie, dus het kan.


Op feestjes en partijen kom je altijd bij het punt dat mensen elkaar gaan vragen wat ze doen. Ik probeer het boeken schrijven vaak te vermijden, want de volgende vraag is heel vaak: wat voor genre schrijf je dan? Ik zeg dan meestal dat ik psychologische romans schrijf, omdat dat het stickertje is dat de bibliotheek op mijn boeken plakt, maar ik denk dat ik zou moeten zeggen dat ik literatuur schrijf (maar natuurlijk doe ik dat niet wegens de pompeusheid die aan die bewering hangt).


Bij het woord 'Literatuur' denkt de gemiddelde lezer aan kwaliteit, maar dat klopt niet. Een literair boek hoeft geen goed boek te zijn. In de boekenbijlages van deze week staan vast ook weer een paar boeken die één of twee sterren/ballen krijgen. Slechte boeken dus, maar de schrijver heeft het niet bedoeld als SF, fantasy of kasteelroman. De schrijver heeft het bedoeld als literatuur en de uitgever heeft het zo uitgegeven. Schrijvers over wie we het collectief eens zijn dat ze literatuur schrijven, schrijven ook wel eens een slecht boek, maar ze bedoelen het als literatuur. Dus ook slechte boeken kunnen literatuur zijn.


Literatuur moet voldoen aan een aantal genre-eisen, en wat die eisen zijn, daar verschillen de meningen over, net zoals er bij fantasy vast discussie is over bijvoorbeeld de hoeveelheid technologie die je naast de obligate draken kan laten bestaan; maar het zijn genre-eisen. Diepgang, lagen, vervreemding, catharsis, noem maar op. Die dingen kunnen allemaal in een slecht boek zitten.


Het enige verschil met andere genres: een kasteelroman kan literatuur worden als de schrijver het boek laat voldoen aan de eisen van beide genres (en erbij zegt dat hij inderdaad literatuur heeft bedreven), maar een boek van een erkend literair schrijver wordt op die manier nooit zomaar een kasteelroman, want wij vinden in dat geval dat de schrijver een knap literair spelletje heeft gespeeld. In die zin is literatuur genre-overstijgend. Maar 'goed' maakt een boek geen literatuur.


Ik denk dat een boek literatuur is als de schrijver zegt dat het literatuur is.


Walter van den Berg (43) schreef De hondenkoning, West en Van dode mannen win je niet.


JANNIE REGNERUS

Een klein blokje hout, perfect gelakt

Een goed boek, literatuur, is een feest van taal, stijl en verbeelding en ontsluit werelden met personages en vergezichten die ik terug wil zien, net zoals sommige kunstwerken om wederbezoek vragen.


Anders dan in de letteren bestaat er in de kunsten geen hiërarchie die gebaseerd is op de fysieke afmetingen van een werk. Zo is voor het kleine blokje hout, dat door Ger van Elk - indachtig de Chinese traditie - op open zee werd afgelakt, omdat de lucht daar de minste stofdeeltjes bevat, een even royale plek in de museumzaal ingeruimd als voor een pasteus geschilderd, metersbreed paneel van Anselm Kiefer.


In de kunsten is het de kwaliteit van het werk die ruimte vraagt, krijgt toebedeeld en moeiteloos inneemt. In de letteren zou het toch niet anders moeten zijn?


Op gezette tijden zuiver ik mijn boekenkast van eendagsvliegen en wat blijft, zijn de boeken die ik wil herlezen, boeken die ongeacht hun volume ruimte innemen door stijl, door de schoonheid van een vertelling, door een diepte die veel verder reikt dan de breedte van de rug.


Soms keer ik terug naar de wereld van Ivan Iljitsj, een groots boek van Lev Tolstoj waarin hij niet meer dan 109 pagina's nodig heeft om de lezer te laten delen in de inzichten van een zieke man die op zijn sterfbed voor het eerst iets van zuiverheid ervaart. Het maakt zijn lijden alleen maar groter, hij kan zich in de korte tijd die hem rest niet meer met zijn schijnbestaan verzoenen.


Een ander boek in mijn boekenkast verschaft toegang tot het kleine kamertje in het slaaphuis, het decor van De schone slaapsters van Yasunari Kawabata, - 118 pagina's. Daar, in het slaaphuis, mag de oude heer Eguchi zich tegen betaling naast een jonge, in slaap gebrachte vrouw op een futon neervlijen. Het slaaphuis kent strikte regels, penetratie is uit den boze, maar de zinnelijke warmte die van het naakte meisjeslichaam uitgaat, evoceert een stroom van herinneringen aan het voorbije leven van de oude man. In het halfduister van het slaapvertrek en bovendien met beide handen op de rug, rest Eguchi niet veel anders dan zijn verbeeldingskracht aan te spreken.


Daarmee heeft Kawabata zijn personage Eguchi in dezelfde, passieve rol gemanoeuvreerd als de lezer die met het boek in handen in het halfduister bij een leeslamp zit en net als de oude man is aangewezen op zijn of haar verbeelding.


Dit is wat literatuur vermag, met dit meesterlijke droste-effect heeft dit boek een diepte die veel verder reikt dan de smalle rug.


Trouwens, zou ooit iemand Ger van Elk hebben gevraagd of dat blokje hout niet wat groter had gekund?


Jannie Regnerus (42) schreef Het lam, De ent, Het geluid van vallende sneeuw en De volle maan als beste vriend.




Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden