de gids Broodfonds

Vertrouwen is het belangrijkste ingrediënt van een broodfonds. Maar waar houdt het op?

Beeld Monique Bröring

Als je zegt dat je ziek bent, bèn je ziek: dat is het beginsel van een broodfonds, de onderlinge arbeidsongeschiktheidsvoorziening van zzp’ers. Toch verschillen broodfondsleden weleens van mening over hoe ziek zijn eruitziet en hoe lang het mag duren. Waar ligt de grens van hun vertrouwen? 

‘Als je een wantrouwig type bent, dan is daar het gat van de deur’ – zo werd het gezegd bij de oprichting van mijn Broodfonds, afgelopen december in een bescheiden buurtcafé. Nou mocht ik mezelf graag zien als iemand die uitgaat van het goede in de mens – ik laat mijn laptop weleens aan het toezicht van een vreemde over als ik naar de wc ga. Ik bleef dus zitten. We waren bijna allemaal vreemden voor elkaar, maar als ik rondkeek, zag ik mensen die ik best als buren had willen hebben. Daarnaast nam ik aan: mensen die mij willen vertrouwen, zijn zelf vast ook betrouwbaar. 

Nou zat ik daar niet in de eerste plaats om mijn menslievende idealen in praktijk te brengen: net als de helft van de 1,9 miljoen ondernemende Nederlanders, liep ik al een tijd onverzekerd rond. Ik wilde iets geregeld hebben voor als mijn eerste burn-out zou komen en een broodfonds was veruit de voordeligste optie. Bij een gewone verzekeraar zou ik makkelijk 250 à 300 euro per maand kwijt zijn, waar ik bij een broodfonds met een maandelijkse inleg van 78 euro al verzekerd ben van een inkomen van 1.750 euro. En: ongebruikte inleg hou je zelf. Pas als er iemand ziek wordt, schenkt iedereen uit de kring aan de zieke. Klonk simpel, schrijf mij maar in.

Twee maanden later zaten we er weer. Zelfde café, zelfde papieren koffiebekertjes, alleen dit keer met een pijnlijke aanleiding. Twee weken na de oprichting bleek Tessa een burn-out te hebben. Dat dat wel heel snel was, schoot ook door mijn hoofd – bij de oprichting hadden we verklaard gezond te zijn – maar ik slikte die argwaan weg. Een van de beginselen van het Broodfonds is immers dat niemand er arbo-artsje gaat spelen. Waar bij bedrijven of klassieke verzekeraars een dokter zal moeten bevestigen dat je ziek bent, ben je bij een Broodfonds ziek als jij het zegt, zo lang je dat zegt. 

Een ander lid, Marijke, was wél op onderzoek uitgegaan: ze had Tessa niet herkend op haar Facebookprofiel, want Tessa bleek nog geen van onze bijeenkomsten te hebben bezocht. Daarnaast bleek uit een Facebookpost dat ze een opleiding tot yogalerares volgde: Marijke kreeg het idee dat wij Tessa’s carrièreswitch financierden en had de groep gemaild. Het wantrouwen bleek besmettelijk: verontruste vragen, allemaal met Tessa in cc, volgden elkaar op. ‘Een burn-out komt niet uit de lucht vallen’, schreef iemand. 

En zo opende ook ik in Alberto Stegeman-modus Tessa’s Instagrampagina, klaar om deze frauderende yogi te ontmaskeren. Leken deze levenslustige foto’s op de foto’s van iemand met een burn-out? Ik dacht het niet – wacht eens even, dit was niet dat warme, menslievende principe dat ik zo volmondig had omarmd. En: wie ziet er nou opgebrand uit op Instagramfoto’s? Waarom zou Tessa geen nieuw beroep mogen verkennen, met haar burn-out als keerpunt? Zo belandde ik ongewild in een gratis karaktertest: was ik wel zo vol vertrouwen, of was dat vooral een ideaal dat in praktijk bij het eerste zuchtje tegenwind al overboord sloeg? 

Vertrouwenskwestie

We bleken niet het enige broodfonds te zijn met vertrouwenskwestie: door een rondvraag en een oproepje hoorde ik al gauw van zeven andere twistgevallen. Toen ik contact zocht, bleken sommige kwesties te gevoelig te liggen om erover te vertellen in dit magazine. Het onderwerp riep bij sommige broodfondsers ook irritatie op: ze zijn trots op hun ideaal en willen zich liever op het jonge succes richten, dan op strubbelingen die daaraan afdoen. Het fonds is een vertrouwenskring – daarom zijn de verhalen in dit artikel geanonimiseerd. Deze drie ervaringsdeskundigen werden ook verrast door de vraag: hoe werkt vertrouwen in een broodfonds eigenlijk en waar houdt het op? 

‘Een gebroken been is ideaal’, zegt grafisch ontwerper Sjors (33), ‘maar bij psychische klachten ligt het lastiger.’  Sjors wilde graag zijn steentje bijdragen aan zijn broodfonds en bood zich daarom aan als bestuurslid. Dat bleek niet altijd makkelijk: in 2017 verloor hun lid Laura een kind bij een ongeluk, waarop ze zich ziek meldde. ‘Na een paar maanden kwam er al wat discussie’, zegt Sjors. ‘Mensen vroegen me na de vergadering: wat vind jij er nou van dat zij nog steeds niet aan het werk is? Als haar contactpersoon wist ik goed wat Laura deed om te herstellen en ik vertelde daarover, maar ik merkte dat het bij veel leden toch schuurde. Ze vonden dat zij aan het werk moest gaan.’ 

Sjors ziet dat broodfondsleden al gauw teruggrijpen op de vergelijking met het vertrouwde bedrijfsleven. ‘Mensen zeiden dat een bedrijfsarts na drie maanden zou zeggen: je moet weer aan het werk’, zegt Sjors. Dat is niet per se het geval, zegt Truus van Amerongen, bedrijfsarts en medisch directeur van ArboNed: ‘Het verschilt. Mensen die zich bij rouw ziek melden zijn gemiddeld een half jaar ziek, met uitschieters naar boven en beneden.’ Anders dan broodfondsleden worden werknemers op weg geholpen, zegt Van Amerongen: ‘Met goede begeleiding – zo blijkt uit onderzoek – kunnen we dat met gemiddeld 47 dagen bekorten. Als iemand lamgeslagen is, kan het helpen om te zeggen: misschien is het goed om weer te gaan werken, dan heb je afleiding. Vaak zeggen mensen achteraf: dat is goed geweest.’

Dat soort bemoeienis is natuurlijk juist niet des broodfonds. Toch konden Laura’s broodfondsleden de verleiding niet weerstaan een béétje voor arbo-artsje te spelen. Zo vonden sommige kritische leden het maar niks dat ze zich wendde tot alternatieve therapieën, zoals dans- en lachtherapie; ze kon beter in reguliere therapie gaan. En moesten er niet tóch wat regels voor langdurige ziekmeldingen komen? ‘We hebben die regels samen gemaakt’, zegt Sjors, ‘alleen als iedereen het erover eens is, kunnen we een nieuwe regel opnemen. Het lastige is: hoe zou je één regel voor alle overlijdensgevallen moeten verzinnen?’

Aannemer Tim (39) kreeg als zieke te maken met het wantrouwen van zijn broodfondsleden. Tim, 2 meter lang, 125 kilo, type ruwe bolster blanke pit, nam in 2017 met zijn vrouw het initiatief om een broodfonds op te richten. Het najaar daarop kreeg hij een burn-out en daarna onder meer een hernia – in totaal werd hij vijf keer geopereerd. Vorig jaar begon hij zijn werkplaats weer af en toe te bezoeken. ‘Je voelt je waardeloos, dus ik ging maar wat rommelen’, zegt Tim, die wéér boos wordt nu hij erover vertelt. ‘Doosjes omkeren, schroeven uitzoeken. Iemand die ook in de loods een ruimte huurde zag mij daar en vond dat als ik hier kon zijn, ik mijn ziektepercentage naar beneden moest bijstellen.’ Als Tim zich voor 50 procent beter zou melden, zou ook zijn schenking worden gehalveerd. ‘Maar ik kon nog niks.’ 

Beeld Monique Bröring

Aannames

Volgens Biba Schoenmaker van de Broodfondsmakers, de organisatie waarbij alle broodfondsen zijn aangesloten, is dit typisch voor vertrouwenskwesties: ‘Ze beginnen vaak met aannames. Soms is dat begrijpelijk: een lid ziet dat de zieke geleidelijk weer begint of op therapeutische basis aan het werk gaat – dus zonder daarvoor betaald te krijgen. Dat kan onderdeel zijn van het herstelproces. Als een lid dat niet weet, is het makkelijk om verkeerde conclusies te trekken.’

Zijn bestuur vindt dat Tim meer had kunnen doen om de leden op de hoogte te houden. Dat vindt hij achteraf ook: ‘Ik heb hen niet opgezocht of ze uitgenodigd voor een bakkie koffie.’ Zo kon het wantrouwen overslaan op enkele andere leden. ‘In maart dit jaar zijn ze bij de voorzitter terechtgekomen met de harde woorden: ik twijfel. Ze vonden het wel érg lang duren. Ja, dat vind ik ook, maar wat doe ik eraan?’ 

Tim wil het gesprek aangaan, op hun volgende bijeenkomst in september. ‘Dat wordt een hele leuke. Ongemakkelijk? Jazeker. Maar hell yes dat ik daarheen ga. Kijk, ik wéét dat ik niet in staat was om te werken. Iedereen die iets anders vindt, moet dat dan maar zeggen. Ik kan iedereen recht in de ogen aankijken.’ Het bestuur steunt Tim en toch is hij zwaar teleurgesteld in sommige leden: ‘Ik dacht: we zijn like-minded, maar dat bleek verre van het geval. In al die tijd is er maar één lid op bezoek geweest, en diegene kende ik voor het fonds al. Het is een gebroken spiegel: je kunt hem wel lijmen, maar de barst zie je nog steeds.’ 

‘Wantrouwen kun je alleen per geval ter sprake brengen’, zegt socioloog Eva Vriens, die aan de Universiteit Utrecht promoveert op samenwerking en vertrouwen in alternatieve verzekeringsvormen. ‘Dat maakt het meteen aanvallend.’ In de gevallen van Tim en Laura werd geen recherchewerk gedaan om de ziekmeldingen te onderzoeken: het vertrouwensprincipe gaat boven alles. ‘Je kunt daardoor eigenlijk niet weten of er misbruik van broodfondsen wordt gemaakt’, zegt Vriens. ‘Toch blijkt uit onderzoek dat het een enorm succesvol initiatief is.’

Het ziektepercentage bij broodfondsen ligt iets onder de 2 procent, een stuk lager dan onder werknemers in loondienst (4,4 procent). Volgens Vriens is dat logisch omdat ondernemers zich minder snel ziek melden, maar het is ook een teken dat er weinig misbruik is. Er is dan ook geen geval van bekend bij de Broodfondsmakers. ‘Het gaat om mensen die ondernemer zijn, die met veel moeite een bedrijf hebben opgezet’, zegt Biba Schoenmaker. ‘Als hun bedrijf stil ligt, lopen hun klanten weg. Dat is nogal wat.’ Vriens: ‘Het is eerder zo dat mensen zich niet snel ziek melden, omdat ze denken: dan moet de rest voor mij betalen.’

Nuances

Tim werd verdacht van kwade opzet, maar een probleem in het broodfonds kan ook in nuances liggen: hoe ziek is ziek genoeg? Zo moet Jasper, een drukbezette 36-jarige developer en vader van twee, geregeld lachen om de berichten van zieke broodfondsleden. ‘Neem Rianne, ze heeft elke maand iets anders en ze is nu al een jaar ziek’, vertelt hij aan de telefoon terwijl op de achtergrond een kind om zijn aandacht roept. ‘Het begon met een burn-out. Nu schrijft ze de ene maand in haar maandelijkse bericht dat ze ziek is wegens een getrokken verstandskies, de volgende maand is het een heftige ruzie met haar kantoorgenoten: het valt al lang niet meer terug te leiden tot haar eerste ziekmelding. Soms weet je niet; is dit echt, of is dit iemand die van ons profiteert?’ 

Zelf meldde Jasper zich niet ziek toen hij laatst longontsteking had. ‘Het is natuurlijk subjectief’, zegt hij. ‘De een vindt eerder dat hij niet kan werken dan de ander. Ik denk dat Rianne écht denkt dat ze niet kan werken. Begrijp me niet verkeerd, ik heb ook een burn-out gehad; als je eraf ligt, lig je eraf. Maar dan zou ik een ander verhaal vertellen.’ 

Jasper kaart de ‘dramaverhalen’ niet aan in vergaderingen: daar komt hij niet. Hij is de eerste om te erkennen dat hij niet erg betrokken is bij zijn fonds. ‘Mijn prioriteiten liggen anders, met een gezin met twee jonge kinderen. Misschien dat als ik op de borrels kwam, ik haar blind zou vertrouwen.’

Dat zou kunnen: socioloog Eva Vriens ziet in haar onderzoek dat leden vatbaarder zijn voor wantrouwen als ze weinig tijd in de groep steken. Het vertrouwen in broodfondsen, dat ze peilde onder 5.192 leden, is over het algemeen hoog: gemiddeld geven leden dat een 7,7 en 9 procent deelt een onvoldoende uit.

‘De kracht van het broodfonds is dat het persoonlijk is en transparant’, zegt Vriens. ‘Je ziet wat er met je geld gebeurt, je helpt elkaar ermee. Maar het betekent ook dat je het direct voelt als je voor anderen betaalt. Precies dat maakt het ook fragieler.’ Anders dan bij een gewone verzekeraar, zie je in een broodfonds waar je geld heengaat: als Rianne bijvoorbeeld een schenkingsniveau van 2.000 euro heeft, wordt bij Jasper en 35 anderen een bedrag afgeschreven. ‘Je moet dus veel met elkaar delen om het vertrouwen hoog te houden’, zegt Vriens.

Fondsen hebben daarom de regel dat je minimaal eens per jaar een bijeenkomst moet bezoeken. Regelmatig worden lidmaatschappen opgezegd omdat leden dat niet halen. Niet iedereen heeft zin en tijd om een nieuw netwerk op te bouwen; sommige leden willen gewoon ‘iets geregeld hebben’. Ook Jasper wil om die reden graag lid blijven: ‘Een gewone verzekering is een te grote hap uit mijn inkomen. Wat de reden ook is dat mensen schenkingen krijgen, als het fonds verder gezond is kan ik twee jaar aanspraak maken op een schenking. Dan zeg ik: prima, laat die rare ziekmeldingen er maar zijn. Als ik een alternatief had, zou ik weggaan, maar ik ga mijn schoenen niet weggooien voor ik nieuwe heb gekocht.’ 

Beeld Monique Bröring

Alternatieven

Alternatieven voor de wat argwanender medemens bestaan trouwens wél: de afgelopen jaren zijn meerdere zogeheten schenkkringen opgericht waarbij wél een arbo-arts komt kijken, zoals Share People en Samsamkring. Een soort broodfonds-min-vertrouwen, eigenlijk.

Ondernemer Jacqueline Blaauw begon Samsamkring onder meer omdat ze ‘helemaal flauw’ werd van haar broodfonds: ‘De betrokkenheid die zo belangrijk was voor het fonds was er niet. Er was ook discussie over ziektegevallen. Mensen zeiden: ben je met een ontstoken kies nou écht zo lang uit de running? Tegelijk denk je: waarom ben ik daar nou zo kritisch op? Kennelijk is het toch menselijk jezelf als voorbeeld te nemen en te denken: zou ik hiervoor thuisblijven?, maar ik wilde die discussie helemaal niet voeren.’

Biba Schoenmaker van de Broodfondsmakers vindt deze schenkkringen nieuwe stijl een achteruitgang, juist omdat ze teruggrijpen naar de aanpak van klassieke verzekeraars. ‘Wij draaien het om: je hoeft niet te bewijzen dat je ziek bent. Werken op basis van vertrouwen is voor veel mensen vreemd omdat we uit een maatschappij komen waar je alle afspraken in beton moet gieten. Terwijl het zonder ook prima werkt.’ 

Uit de wereld van betonnen afspraken stappen lukt niet iedereen: een aantal leden uit het fonds van Sjors stapte op vanwege de ziekmelding van Laura. ‘We zijn daardoor een sterkere groep geworden’, zegt Sjors, ‘de rotte appels zijn er nu wel uit.’ Zelf heeft hij nooit vraagtekens gezet bij Laura, die inmiddels bijna twee jaar een schenking krijgt: ‘Ze bezoekt psychologen, heeft een coach en ze gaat naar een vereniging waar ouders samenkomen van wie een kind is gestorven. Dat vind ik moedige stappen.’

Aannemer Tim zit bijna aan de maximale schenkingsperiode van twee jaar. Hij is nog niet helemaal beter, maar is sinds een paar weken voorzichtig weer aan de slag. ‘De markt is gelukkig goed’, zegt hij lachend. ‘Toch kijk ik nu wel uit met wat ik doe: stel je toch voor dat ze me drie keer in een week zien rijden met mijn busje. Misschien ben ik wel boodschappen aan het doen, dat zie je aan de buitenkant niet, maar ik denk er wel aan.’ Tegelijk is Tim dankbaar naar zijn broodfondsleden, van wie hij 2.500 euro per maand kreeg: ‘Zonder mijn broodfonds was ik failliet gegaan, had ik met mijn gezin ons huis uit gemoeten. Ik had alles moeten verkopen.’ 

Andere normen en waarden

Na de spoedbijeenkomst is in ons fonds de rust teruggekeerd. Het bestuur predikte vertrouwen en Tessa kreeg geen verhoor, maar een bloemetje. ‘Natuurlijk begrepen we het wantrouwen ook’, zegt onze voorzitter Robert nu. ‘Toch hebben we nooit overwogen om bij Tessa de duimschroeven aan te draaien. Als je vraagtekens bij iemand gaat zetten, is het einde zoek. Wat er ook maar in je achterhoofd speelt, niet naar luisteren. Vertrouwen is de enige manier waarop je zo’n organisatie kunt hebben. Ik heb liever een keer te veel vertrouwen, dan te weinig.’ 

Maar één lid is opgestapt: Marijke. Ze vond dat er ‘te politiek correct’ werd gehandeld. Aanvankelijk werd Tessa boos en gefrustreerd, omdat ze het gevoel kreeg dat ze zich moest verdedigen. Maar ze stuurde trouw updates over haar toestand, waardoor mijn argwaan verdween. Aan een reactie op dit artikel is Tessa nog niet toe, maar we gaan binnenkort koffiedrinken. Als ik dat aan vrienden vertel, noemen ze mij een hippie, en het broodfonds fundamentalistisch. ‘Wanhopig modern’, verzuchtte mijn zus.

De buitenwereld kijkt soms met verbazing naar het broodfonds, merkt ook Sjors: ‘Als ik mensen die dertig jaar bij een bedrijf werken het voorbeeld van Laura geef, zeggen ze: jullie zijn gek. Dan zeg ik: nee, we werken met andere normen en waarden, dat is belangrijk voor ons. Dan kijken ze me aan alsof ik niet van deze planeet ben.’ 

Misschien ís het fonds ook wel een beetje buitenaards. Toch vind ik mezelf niet naïef. Je kunt ook kiezen voor vertrouwen, omdat je dat de beste optie lijkt. Ik vond inspiratie op een onverwachte plek. In een interview met New York Magazine zei de steenrijke erfgename Abigail Disney dat ze nooit wantrouwig was geworden omdat mensen uit zouden kunnen zijn op haar geld: ‘Als ik bedrogen word, zie ik dat gewoon als de huur die ik betaal om niet op Planeet Paranoia te hoeven wonen.’

De broodfondsleden in dit verhaal zijn geanonimiseerd. Hun namen zijn bij de redactie bekend. 

In een eerdere versie van dit artikel stond dat iedereen evenveel bijdraagt aan de schenking van een zieke. Dit klopt niet, de deelnemers schenken naar rato.

Beeld Monique Bröring

Wat is een broodfonds?

Een broodfonds is een club van twintig tot vijftig ondernemers die elkaar steunen bij arbeidsongeschiktheid. Daarvoor zetten ze elke maand geld op een individuele broodfondsrekening; wie langer dan een maand ziek is, ontvangt van iedereen uit de kring tot twee jaar schenkingen. De hoogte van de schenking hangt samen met de maandelijkse inleg die je kiest.

Het broodfonds gaat uit van vertrouwen; als je je ziek meldt, is er niemand die controleert of je wel ziek bent. Daarom is het belangrijk dat iedereen elkaar kent en contact houdt. Nieuwe leden worden via leden geworven en voorgedragen aan de anderen en er zijn regelmatig bijeenkomsten. Ondernemers die in Nederland een broodfonds willen beginnen, kunnen dat doen via de centrale organisatie van de Broodfondsmakers. Al sinds de oprichting van het eerste broodfonds in 2006 groeit het initiatief hard: momenteel zijn er 527 groepen met in totaal 23.500 ondernemers.

De Volkskrant zzp-gids

Als zzp’er of freelancer sta je er vaak alleen voor. Met deze handige gids voor (beginnende) zzp’ers staan wij je bij. Loop je zelf rond met een vraag? Stel hem aan ons, en we zoeken het voor je uit.

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden