Vertrouwd en bevreemdend

De Amsterdamse bankier Adriaan van der Hoop bracht in de negentiende eeuw een omvangrijke verzameling schilderijen bijeen die nu wordt getoond in het Amsterdams Historisch Museum....

Nu het slechts in vleugel bestaat, leent het Rijksmuseum zo gemakkelijk uit dat een aantal van zijn topstukken even de weg terug mochten vinden naar hun bijna vergeten leven als zelfstandige collectie, naar hun Amsterdamse herkomst ook. In het Amsterdams Historisch Museum hangt het grootste deel van de 224 schilderijen die de bankier Adriaan van der Hoop in de negentiende eeuw, in een betrekkelijk korte tijd, bijeenbracht. Een groot deel ervan is zeventiende-eeuws (Nederlands en Vlaams), veel minder achttiende-eeuws; hij verzamelde echter ook en vrij veel van tijdgenoten en dat vooral van schilders die in de geest van de zeventiende eeuw werkten. De Gouden Eeuw was in de kunsten, ook in de literatuur, voorbeeldig.

Van der Hoops grootheid is, dat hij bij zijn overlijden, in 1854, zijn collectie aan de gemeente Amsterdam schonk. De tentoonstelling van nu heet dan ook Het geschenk. Wat bij hem thuis, een riant huis op de Keizersgracht, hing en wat hij op zijn buitengoed Spaarnberg in Santpoort een plaats had gegeven, kwam na zijn dood in een eigen museum in het Oudemannenhuis. Bij de opening van het Rijksmuseum, in 1885, ging de collectie daarheen; ze werd in een aparte, naar Van der Hoop genoemde zaal ondergebracht. De beroemde Schmidt Degener gaf uitvoering aan een al eerder bestaand idee: de collectie Van der Hoop en die van het Rijksmuseum samen te voegen. Het eigendom bleef bij de gemeente Amsterdam. De eigenaar heeft de verzameling nu dus weer tijdelijk onder eigen dak.

De binnenkomst heeft iets vertrouwds en bevreemdends: daar hangen de zeventiendeeeuwse stukken, met als toppen Vermeers Brieflezende vrouw in het blauw, de twee beroemdste De Hoochs, De Molen bij Wijk van Duurstede van Ruisdael, de Odulphuskerk in Assendelft van Saenredam. Het nu beroemdste stuk uit de collectie, Het joodse bruidje van Rembrandt, bleef op een kleine Van der Hoop-tentoonstelling in het Rijksmuseum. De bezoeker kent alle schilderijen, maar hij ziet ze in een heel andere 'opstelling' dan de uit het oude Rijksmuseum vertrouwde.

Er is terstond deze onvermijdelijke vaststelling: zonder de zeventiende-eeuwse stukken uit de collectie Van der Hoop zou het Rijksmuseum aanzienlijk minder belangrijk zijn. De tweede vaststelling is meer een historische sensatie: de gedachte dat Van der Hoop al die schilderijen stuk voor stuk heeft gekocht, in de hand gehad heeft, zich erover heeft laten adviseren, kunsthandelaren bij zijn aankoop heeft betrokken. De 'museum-collectie' wordt ineens een heel persoonlijke collectie, met voorkeuren voor landschappen en interieurs. En dat brengt tot de derde vaststelling: die collectie zeventiende eeuw weerspiegelt de negentiende-eeuwse visie op de schilderkunst van de Gouden Eeuw. Dat de Vermeer bij de taxatie in 1854 op honderd gulden werd geschat, is veelzeggend; dat Van der Hoop de Assendelftse Kerk van Saenredam min of meer tegen zijn zin kocht, is dat evenzeer. Dat Italiaans landschap met tekenaar van Jan Both zijn duurste aankoop was 17 duizend gulden herinnert eraan, dat niet Jan Steen (van zijn werk moet Van der Hoop gehouden hebben), Vermeer, De Hoogh, Ruisdael door verzamelaars gezocht werden, maar Both en met hem Nicolaas Berchem. De prijzen wijzen het uit.

Na de eerste zalen wordt de tentoonstelling persoonlijk, na het museale volgt het historische. Men heeft, op niet veel aanwijzingen overigens, de pronkzaal uit Van der Hoops grachtenhuis nagemaakt. Hier hangen de schilderijen voornamelijk negentiende-eeuwse heel dicht opeen, de pronkkamer is ook een stouwkamer; de muren zijn volle prentenboeken. (In de musea hing men de stukken niet minder dicht op elkaar; in sommige buitenlandse musea nu nog).

De overladenheid moet de indruk van grandeur en rijkdom hebben gegeven die werd ook beoogd: in de verzameling exposeerde de collectioneur ook zijn eigen grootheid en voornaamheid. Van der Hoop leidde er ook gasten rond, met ogen stralend van vreugde, zoals een tijdgenoot opmerkte.

De hele collectie is in twintig jaar bijeengebracht! Misschien is dit het mooiste; heel veel Nederlandse kunst van de zeventiende eeuw is naar Engeland verkocht; welk een ongelooflijke verzameling Nederland zeventiende eeuw heeft alleen de National Gallery in Londen niet. Van der Hoop bracht, via een Engelse kunsthandelaar, John Smith, veel Nederlande kunst terug naar hier. Ook Het joodse bruidje kwam door bemiddeling van Smith (die een heel goede smaak moet hebben gehad) in Van der Hoops bezit. Hij betaalde er in 1833 6825 gulden voor. Bij de taxatie na zijn overlijden werd de waarde van het schilderij op 9500 gulden vastgesteld. (Het is te betreuren dat in alle publicaties bij de tentoonstelling de bedragen niet naar huidige waarden zijn omgerekend).

Van der Hoop had ook zijn adviseurs naar mijn smaak legt men dat nu en dan te zeer als een zwakte uit; men lijkt te twijfelen aan zijn smaak, alsof die geringe smaak van eigentijdse kunst inzicht in de zeventiende-eeuwse uitsluit. Zijn collectie kreeg een als het ware bevlogen geestelijke vader in de Franse kunsthistoricus en kunsthandelaar Thhile Thorwiens inzichten, met een bijna visionair karakter, een nieuwe visie en een nieuwe canon aankondigen. Hij loopt als een zeer fascinerende en geestrijke figuur door de levensgeschiedenis van Van der Hoop heen.

Op het portret dat Jan Adam Kruseman van Van der Hoop schilderde, staat een vitale mooie man, die zo vooruit lijkt te willen stappen om een nieuwe ambitie te vervullen. Met zijn rechterhand houdt hij zijn hond bij de kop. Van der Hoop was naast een echt stadsmens hij was bij heel veel in Amsterdam betrokken ook een buitenman. De Engelse adel moet hem hebben gepireerd. Op zijn buiten hield hij paarden (die liet hij, ook in de Engelse traditie, portretteren). Daarbij had hij, superieure amateur (ook al Engels), een heel grote botanische kennis. En op zijn buiten (dat hij door Zocher, de architect van de mislukte Amsterdamse beurs, liet ontwerpen) had hij een omvangrijke botanische bibliotheek (zeldzame exemplaren eruit zijn tot 11 november te zien in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek, die Van der Hoops bibliotheek in bezit heeft).

Hij was een ongewoon veelzijdig man. En daarbij ook nog een heel groot bankier, die met de grootsten financi zaken deed. Hij was een van de rijkste Amsterdammers van zijn tijd. Hij moet ook een sociaal man zijn geweest. Testamentair bepaalde hij dat het toegangsgeld tot 'zijn' museum in het Oudemannenhuis naar de armen moest gaan.

In het Rijksmuseum zijn de schilderijen uit Van der Hoops collectie kunst geworden, eeuwige kunst, met alleen een 'kunstgeschiedenis'. Het Amsterdams Historisch Museum heeft met de expositie een historische tentoonstellling gemaakt: over de man Van der Hoop, over zijn tijd (te weinig), over zijn schilderijen die hier nog hun persoonlijke geschiedenis hebben en nog gewoon in de tijd horen. In de titel van de tentoonstelling, Het geschenk, ligt de nadruk op het legaat. Te weinig op de schenker zelf.

De tentoonstelling kreeg een schitterend boek mee, De Hollandse meesters van een Amsterdamse bankier De verzameling van Adriaan van der Hoop (1778-1854). Drie uitvoerige studies zijn erin opgenomen, tachtig schilderijen zijn in kleur gereproduceerd en worden afzonderlijk besproken en er is een meesterstuk van wetenschappelijk monnikenwerk een catalogus van de schilderijen; van elk wordt de geschiedenis tot de datum van aankoop door Van der Hoop beschreven.

Misschien had een hoofdstuk 'sociale geschiedenis' het boek nog boeiender gemaakt. De tentoonstelling trouwens ook. Die blijft nu toch enigszins buiten de negentiende eeuw, als een totaal zelfstandig project. Van der Hoop was geen regel, maar ook geen absolute uitzondering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden