Vertier voor de middenklasse

Bijna per ongeluk raakte Europa in 1914 verwikkeld in een massaslachting. Die mythe blijkt moeilijk uitroeibaar - in werkelijkheid had elk land goede redenen om oorlog te voeren.

In juli 1914, vlak na de moord in Sarajevo, ging iedereen die zich dat kon veroorloven met vakantie. De Duitse keizer Wilhelm II voer met zijn jacht Hohenzollern naar de Noorse fjorden - na de Oostenrijkse gezant in Berlijn terloops onvoorwaardelijke steun te hebben toegezegd bij strafmaatregelen tegen Servië. Franz Joseph - keizer van Oostenrijk, koning van Hongarije - bracht zijn vakantie door in zijn zomerresidentie, Slot Schönbrunn. Hij leed niet merkbaar onder de recente gebeurtenissen. Integendeel: de moord in Sarajevo had de weg vrijgemaakt voor zijn achterneef Karel, in wie hij een geschiktere troonopvolger zag.


Toen in augustus alsnog de oorlog uitbrak, leek niemand daar op te hebben gerekend. De Duitse historicus Sebastian Haffner (1907-1999) herinnerde zich naderhand vooral het onverhoedse einde van een lome vakantie in de donkere bossen van Pommeren. 'Dat was het ergste dat de oorlog mij persoonlijk had aangedaan.' Elias Canetti (1905-1994) bracht de zomer van 1914 met zijn familie door in het Oostenrijkse Kurort Baden, bij Wenen. Nadat Duitsland op 1 augustus de oorlog aan Rusland had verklaard, hieven omstanders het Heil dir im Siegerkranz aan - het volkslied van het Duitse keizerrijk op de melodie van God save the Queen/King. Canetti, die een aantal jaren in Groot-Brittannië had gewoond, zong gewoontegetrouw de Engelstalige versie. Tot onbegrepen woede van zijn nieuwe landgenoten.


De oorlog waarin Europa in de mooiste van alle zomers per ongeluk verwikkeld raakte: dat is een taai onderdeel van de mythologie rondom de Eerste Wereldoorlog - de 'oercatastrofe' van het oude continent. Onlangs werd dit beeld weer op meeslepende wijze opgeroepen door de Australische historicus Christopher Clark in Sleepwalkers (Slaapwandelaars).


Ook menen we te weten dat de oorlog in alle betrokken landen - het overweldigde België misschien uitgezonderd - louter patriottische geestdrift opriep. Haffner was deelgenoot van de jubel in de straten van Berlijn. Canetti verbaasde zich over de vreugde waarmee de oorlog werd begroet. Stefan Zweig (1881-1942) erkende in De wereld van gisteren 'dat in deze eerste demonstratie van de massa's iets groots, meeslepends en zelfs verleidelijks school, waaraan je je moeilijk kon onttrekken'.


Toch doen deze onwankelbare percepties van de Eerste Wereldoorlog slechts recht aan een deel van de werkelijkheid. Volgens de Franse historicus Jean-Jacques Becker werd buiten de hoofdsteden van de oorlogvoerende landen weinig gejuicht. Het was de middenklasse die de soldaten bloemen toewierp. De boeren zagen hun zonen in oogsttijd naar het front trekken. En dat Europa in een staat van bewusteloosheid naar de oorlog wankelde, werd in 1961 al door de Duitse historicus Fritz Fischer weersproken. Volgens hem had Duitsland stelselmatig de Griff nach der Weltmacht - de titel van zijn beroemdste boek - voorbereid. Daarmee beroofde hij zijn landgenoten meteen van de illusie dat Hitler een bedrijfsongeval was geweest: hij was de uitvoerder - zij het een radicale - van oud beleid.


En zo had elk deelnemend land wel een reden om oorlog te willen. Frankrijk had het smartelijk verlies van Elzas en Lotharingen, na de Frans-Duitse oorlog van 1870-'71, gecultiveerd: 'Praat er nooit over, maar denk er altijd aan', was de officieuze opdracht aan de Fransen. Rusland wilde zich ontdoen van de smaad van de verloren Russisch-Japanse oorlog. En de gefrustreerde grootmacht Oostenrijk-Hongarije wilde Servië mores leren. Minister van Buitenlandse Zaken Leopold Berchtold omschreef dit project dan ook als 'mein Krieg'.


Dat de oorlog van Berchtold zich ontwikkelde tot een massaslachting waarbij gemiddeld elke twee dagen evenveel doden vielen als tijdens de hele Frans-Duitse oorlog, kon niemand voorzien. En honderd jaar later is de exegese van de oercatastrofe nog lang niet ten einde. Volgens de krijgshistoricus Wim Klinkert waren de eerste boeken over de oorlog die na 1918 verschenen, apologieën van staatslieden of gewezen bevelhebbers die hun licht over de schuldvraag lieten schijnen - uiteraard ten faveure van zichzelf. De geschriften van 'gewone' militairen, zoals Le Feu van Henri Barbusse (1916) en Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque (1929), waren meestal pacifistisch van toonzetting. Maar niet altijd: oorlogsveteraan Ernst Jünger bejubelde - in de kenschets van historicus Rob Hartmans - 'de esthetiek van het trommelvuur en de roes van de stormaanval'. Maar het beeld dat uiteindelijk - ook in de 'officiële' oorlogshistoriografie - domineerde, was dat van de zinloze oorlog die niemand had gewild. Met name de Britten, die 'als leeuwen hebben gevochten, maar door ezels werden geleid', zijn hierdoor tot op heden geconditioneerd.


In de jaren vijftig werd de Eerste Wereldoorlog gereduceerd tot het voorspel van de Tweede Wereldoorlog, maar in de jaren zestig - na de opening van belangrijke archieven in de betrokken landen - herleefde de belangstelling voor deze episode: als contrapunt van de Cubacrisis (1962), toen slimme diplomatie het won van domme oorlogszucht, en als schrikbeeld van iedereen die tegen de oorlog in Vietnam opponeerde.


In het huidige herdenkingsjaar zullen de schoten die Gavrilo Princip op 28 juni 1914 afvuurde vooral het begin markeren van de 'Europese burgeroorlog' die op 9 november 1989 eindigde in Berlijn. Hierdoor krijgt de Eerste Wereldoorlog iets overzichtelijks. Maar begríjpen kunnen we de keten van rampzalige gebeurtenissen nog altijd niet. Ondanks het massatoerisme naar de slagvelden van Vlaanderen en ondanks alle boeken over de bedrieglijke rust van de laatste vredesmaand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden