Vertalers wijzen complottheorieën rond Dode-Zeerollen fel af

Na decennia lang geharrewar rond het onderzoek van de Dode-Zeerollen zijn nu eindelijk vertalingen verschenen. Jammer genoeg ontbreekt nogal eens uitleg, maar toch kan nu worden onderzocht of de joodse of christelijke geloofstraditie door de inhoud van de rollen aan het wankelen wordt gebracht....

HET WETENSCHAPPELIJK onderzoek naar de Dode-Zeerollen, die worden gerekend tot de belangrijkse archeologische vondsten van deze eeuw, is nu bijna een halve eeuw met horten en stoten gaande. Met de belangrijkste onderzoekers was altijd wel iets aan de hand. De een raakte aan de drank, een ander werd gek, een derde viel van zijn geloof, een vierde (een priester) besloot te gaan trouwen. Ze hadden met elkaar gemeen dat ze maar moeilijk aan publiceren toekwamen.

De Dode-Zeerollen werden eind 1946 in het huidige Israël gevonden door de jonge herder Mohammed edh-Dhib. Hij deed zijn ontdekking toen hij een weggelopen geit achterna was geklommen en in een grot terecht was gekomen waarin aarden potten stonden. Sommige waren leeg, in andere vond hij zeven oude manuscripten, zes in het Hebreeuws en een in het Aramees, de taal die ten tijde van Jezus in Palestina werd gesproken.

De herdersjongen wilde niet vertellen waar de grot precies lag, maar een Belgische officier van de Verenigde Naties, kapitein Ph. Lippens, wist de plek uiteindelijk in 1949 te lokaliseren. Hij haalde de Franse bijbelgeleerde en archeoloog pater Roland de Vaux erbij. Deze dominicaan zou tijdens het latere onderzoek een grote rol spelen. Hij was een van de eersten die de grot onderzochten. Hij vond er honderden fragmenten.

Intussen had de herdersjongen samen met twee vriendjes al pogingen gedaan de gevonden rollen te verkopen. Later zou blijken dat de beroemde Jesaja-rol daar ook bij was. Die wordt nu tentoongesteld in het Heiligdom van het Boek in Jeruzalem. De jongens hadden de Arabische metropoliet aartsbisschop Mar Athanasius van het het Syrisch-orthodox St Markus-klooster in Jeruzalem benaderd.

De bisschop had belangstelling en op zijn verzoek moesten de jongens zich aan de kloosterpoort komen melden. Maar de portier vond ze te haveloos en stuurde ze weg. De drie besloten daarop rollen te verkopen aan de joodse antiquair Kando, die er vier voor honderdzestig gulden aan de bisschop doorverkocht.

Prof. E Sukenik, hoogleraar joodse archeologie in Jeruzalem, wist de overgebleven drie vrijwel intacte rollen te kopen van een Arabische handelaar. Hij trof meteen voorbereidingen om ze te publiceren. Intussen was De Vaux op aandringen van het Vaticaan bezig het onderzoek naar de rollen in goede banen te leiden. Dat was geen overbodige luxe.

Een bont gezelschap Syrische monniken, joodse en Arabische antiquairs, archeologen, soldaten en bedoeïenen trok de woestijn in op zoek naar meer grotten met meer rollen erin. Een woeste jacht was het gevolg, waarbij sommige gelukzoekers weinig zachtzinnig met de inhoud van de grotten omsprongen. Er gingen nogal wat geschriften verloren.

Een enkele keer was een archeoloog de gelukkige vinder, maar meestal ontdekten de bedoeïenen de grotten met fragmenten. Tussen 1951 en 1956 stuitten zij op nog tien andere grotten. Het meeste materiaal vonden ze in de grotten die werden aangeduid met de nummers 4 en 11. Ondertussen deed De Vaux in de buurt van de grotten archeologisch graafwerk en hij legde de overblijfselen van een plaatsje bloot dat Qumran heette. Al snel werden de grotten, alsmede het materiaal dat daar was gevonden, in verband gebracht met deze nederzetting.

Er werden achthonderd teksten en legio fragmenten en snippers met slechts enkele woorden of letters ontdekt. De best bewaarde en langste teksten kwamen uit grot 1. Acht boekrollen uit die grot zijn nu in het Heiligdom voor het Boek te zien. Wie destijds een tekst wilde bemachtigen, moest daarvoor betalen.

De rollen en snippers dateren uit de periode tussen de derde en tweede eeuw voor Christus en 70 na Christus. Ze zijn geschreven door leden die zich afsplitsten van de Esseense stroming in het jodendom van die tijd, een stroming waarover weinig bekend was. Deze 'afgescheidenen' woonden in Qumran. In 70 ging de sekte te gronde. Een Romeinse invasie maakte een einde aan haar bestaan.

De Amerikanen kochten grot 4 met de meeste en belangrijkste teksten. Nederland wilde niet achterblijven en liet de Koninklijke Academie voor Wetenschappen bieden. Veel mocht het niet kosten. Nederland kreeg vondsten uit grot 11, de enige die nog niet was verkocht. Er waren maar enkele teksten gevonden. In 1961 kreeg Nederland het recht de teksten te vertalen en uit te geven.

Toezichthouder De Vaux had er inmiddels voor gezorgd dat alle teksten naar het Rockefeller-museum in Jeruzalem werden gebracht. Destijds stond het museum in het deel van Jeruzalem dat onder Jordaans gezag stond. Waren de eerste rollen nog vrij goedkoop, voor de latere ontdekkingen moest steeds meer worden betaald. Daarom verkocht de Franse pater de publikatie en bewerkingsrechten van de rollen aan de meest biedende.

In Nederland was een jaar voor de aankoop van de inhoud van grot 11 in Groningen het Qumran-instituut opgericht, dat de teksten zou gaan vertalen. Aan het hoofd daarvan stond de Groningse oudtestamenticus dr A. van der Woude. In vrij korte tijd vertaalde hij de belangrijkste teksten, twintig jaar later bijgestaan door de Spaanse wetenschappelijk onderzoeker L. García Martínez.

In Jeruzalem was De Vaux langzamerhand een beetje in paniek geraakt. De langere, duidelijke teksten waren vrij snel vertaald, maar het werk aan de berg snippers stagneerde. Daarom besloot hij een klein team van zeven man te formeren. Het ploegje werkte in Jeruzalem onder zijn patriarchale leiding. De medewerkers kregen geheimhouding opgelegd. Alle leden van de Ecole Biblique in Jeruzalem - de meeste onderzoekers behoorden daartoe - vielen rechtstreeks onder de Vaticaanse Congregatie voor de Geloofsleer.

Het heeft het groepje onderzoekers niet meegezeten. Tegenslagen op het persoonlijke vlak bemoeilijkten het werk en na 1967 zat er totaal geen schot meer in het onderzoek. In dat jaar nam Israël het gezag in het voormalige Jordaanse deel van Jeruzalem over. De Vaux meende dat Israël in dat stadsdeel niets te zoeken had. Voor de Israëlische archeoloog Y. Yadin, zoon van Sukenik, was de machtswisseling evenwel een buitenkansje. Hij wist dat de antiquair Kando al die jaren de 'tempelrol', een van de fraaiste exemplaren, verborgen hield in zijn huis in het oude centrum van de stad. Tijdens de Zesdaagse Oorlog liet hij Kando door soldaten gevangen nemen. De rol werd gevonden, Kando kreeg er honderdduizend dollar voor en werd vervolgens vrijgelaten.

DE POLITIEKE veranderingen na de Zesdaagse Oorlog stonden De Vaux niet aan en uit protest legde hij het onderzoek min of meer stil. Ook zijn opvolger, P. Benoit, ontplooide weinig activiteiten. Vijftien jaar lang, van 1971 tot 1986, leek het of hij het als een verdienste beschouwde zo weinig mogelijk te publiceren. Dat werd er niet beter op onder de Britse geleerde J. Strugnell, die in de 33 jaar dat hij lid was van het team geen enkele publikatie het licht deed zien. Hij had een hekel aan het Israëlische gezag en noemde de joodse religie in een afscheidsinterview 'gruwelijk'.

In 1990 hadden de Israëlische autoriteiten er genoeg van. Ze benoemden prof. E. Tov tot leider van het team dat uiteindelijk alle teksten moest vertalen en uitgeven. Tov breidde het team uit tot zestig man en kondigde strikte geheimhouding aan. Kort daarna brak een ware oorlog uit over de Dode-Zeerollen. Doorgaans rustige geleerden als de historicus Geza Vermes uit Oxford spraken zelfs van 'het wetenschappelijke schandaal van deze eeuw'. Bijna 45 jaar na de ontdekking van de rollen waren grote gedeelten nog steeds niet gepubliceerd.

Intussen circuleerden wel clandestien gemaakte foto's van de rollen. Niemand wist precies wie de opnamen van de nog niet gepubliceerde teksten had gemaakt en niemand maakte zich daar veel zorgen over. De opvolgers van De Vaux dreigden de deskundigen die op basis van de foto's artikelen schreven, met processen. Tegelijkertijd werd in Israël geprocedeerd tegen de onderzoekers die weigerden de bronnen voor zo'n belangrijke periode uit de joodse geschiedenis voor wetenschappelijk onderzoek toegankelijk te maken. Hadden ze soms iets te verbergen?

De oorlog was fel, maar duurde kort. Geheel onverwacht besloot de Huntington-bibliotheek in San Marino, Californië, alle foto's die zij op geheimzinnige wijze in haar bezit had gekregen, beschikbaar te stellen voor serieuze onderzoekers. Het monopolie van Tov en de zijnen was doorbroken.

Intussen deden allerlei geruchten de ronde over de nog niet vertaalde teksten. Zo wezen sommigen erop dat de Ecole Biblique niet voor niets onder de gevreesde Congregatie voor de Geloofsleer viel. Het Vaticaan zou publikatie van grote gedeelten van de teksten willen tegenhouden omdat daaruit zou blijken dat Jezus niet uniek was, dat hij ook geen nieuwe religie zou hebben gesticht en dus ook niet aan het begin kon hebben gestaan van de christelijke kerk.

Met The Dead Sea Scrolls Translated, een Engelse vertaling van een oorspronkelijk Spaanse vertaling van driehonderd rollen, biedt García Martínez (hij is inmiddels directeur van het Qumran-instituut) eindelijk de mogelijkheid de teksten te lezen. Hij vertaalde de belangrijkste niet-bijbelse teksten die in de grotten zijn gevonden.

Doordat de bijbelse teksten vrijwel niet van de reeds bekende afwijken, vond hij het terecht weinig zinvol ze in het fraai uitgegeven boek op te nemen. Daarmee vielen 225 van de achthonderd manuscripten af. Verder heeft García Martínez nog een paar honderd manuscripten terzijde gelegd omdat ze te fragmentarisch zijn. Een nadeel van het boek is dat de teksten nauwelijks worden uitgelegd. Geïnteresseerde lezers zullen moeten wachten op een nog te verschijnen deel dat die uitleg wèl geeft.

Dat bezwaar wordt gedeeltelijk ondervangen in De rollen van de Dode Zee van García Martínez en Van der Woude. Deze vertaling heeft de Engelse editie als basis en verschijnt in twee delen. In het voorwoord schrijven de auteurs te hopen dat hun boek lezers in staat zal stellen zelf tot het oordeel te komen dat geen joodse of christelijke tradities door de inhoud van rollen aan het wankelen worden gebracht. Zij wijzen alles wat zweemt naar complottheorieën, fel af. Na lezing kun je volgens hen niets anders concluderen dan dat het Nieuwe Testament een heel andere sfeer ademt dan de rollen.

Misschien is hier de wens de vader van de gedachte want er zijn, zoals de theoloog Berger heel voorzichtig in zijn boekje De Dode-Zeerollen en Jezus aangeeft, wel degelijk opvallende parallellen. Net als de volgelingen van Jezus zag de sekte zichzelf als een bekeringsbeweging binnen de joodse traditie. Ook de sekte-leden van Qumran noemden zich 'kinderen van het licht' en voorzagen een spoedig einde der tijden.

Daarbij was een doorslaggevende rol weggelegd voor de twaalf stammen van Israël. Voor Jezus symboliseerden de twaalf apostelen de twaalf stammen. De sekteleden dachten dat het einde der tijden een militair treffen zou zijn tussen de uitverkorenen en de heidenen. Jezus dacht niet in militaire termen, maar verwachtte dat de 'Zoon des Mensen' zou neerdalen en dat engelen de uitverkorenen van de verdoemden zouden scheiden.

GEEN VAN DE drie boeken gaat duidelijk in op de vraag wat de rol was van de Messias-figuur die in de rollen voorkomt en die zou moeten lijden en sterven. De Messias-gedachte was zeker niet uniek. Ook spreken de rollen van de 'Zoon van God'. De vraag rijst of, en zo ja in hoeverre, nieuwtestamentische begrippen een parallel hebben in de Dode-Zeerollen.

Het is mooi dat lezers die geïnteresseerd zijn in een voor de westerse beschaving cruciale periode, nu de belangrijkste teksten uit Qumran zelf kunnen lezen. Maar deze, ook in vertaling moeilijk toegankelijke teksten bieden op zichzelf nauwelijks inzicht in de achtergronden en de denkwereld van deze joodse stroming.

De belangrijkste teksten mogen dan zijn gepubliceerd, daarmee zijn nog lang niet alle raadsels opgelost. Neem 'de Koperen Rol'. Niemand weet waarom de rol van koper was en wat de Griekse letters daarop doen. In de Engelse vertaling staan ze keurig afgedrukt. De rol is ontdekt in een grot met Griekse snippers, die volgens sommigen fragmenten van het Nieuwe Testament zijn.

Sommige wetenschappers vermoeden dat de rol van koper is omdat de sekteleden wilden dat de tekst niet verloren zou gaan. De tekst geeft mogelijk de plaatsen aan waar de schatten zijn verstopt die uit de tempel in Jeruzalem zijn verdwenen. Deze tempel stond op de plek die nu de Tempelberg heet. De schatten zijn nooit gevonden.

Henk Müller

F. García Martínez: The Dead Sea Scrolls Translated.

E.J. Brill; ¿ 55,65.

ISBN 90 04 10048 2.

F. García Martínez & A.S. van der Woude: De rollen van de Dode Zee, deel 1.

Kok/Lannoo; ¿ 49,50.

ISBN 90 242 6303 4.

K. Berger: De Dode-Zeerollen en Jezus.

Kok; ¿ 27,50.

ISBN 90 242 8228 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.