Verstrikt in woorden tussen rottende kiwi's

Doodrijp van Peer Wittenbols door De Federatie. Regie: Rob Ligthert. In: Frascati, Amsterdam t/m 1 april. Tournee...

De hele nacht zijn ze in rep en roer. Moeder Zwaan drentelt rond in haar nachtgoed en stapelt gedwee alle kiwi-kratjes op die door de kamer zijn geslingerd bij de zoveelste zelfmoordpoging van haar man. Zelf filosofeert hij er nog lustig op los, intussen alweer met een scheef oog kijkend naar zijn voorraadje vergif.

Hun troosteloze huiskamer heeft met een spoelbak en een kantoortje de gezelligheid van een tochtige opslagplaats. Deze oerhollandse glastuindersfamilie heeft zich op de teelt van kiwi's gestort toen die dingen nog goed verkochten. Nu liggen de kiwi's te rijpen en te rotten in akelig schel groen licht. Hun financieën zijn zorgwekkend, maar de onderlinge verhoudingen staan er nog veel beroerder voor.

De kinderen, Maria en Rocky, onderhouden als broer en zus een moeizame incestueuze relatie. Het gezin is door de bodem van zijn bestaan gezakt en met een stortvloed van woorden zoeken ze wanhopig de draad in het doolhof dat hun leven is geworden. Maar met hun pogingen neemt de warboel nog toe. Zoals Zwaan het verwoordt: 'Er wordt in een mensenleven met praten veel onoverzichtelijk gemaakt. We bevinden ons nu in een voorbeeld daarvan.'

Doodrijp is de nieuwe produktie van de jonge, veelbelovende theatergroep De Federatie die vorig seizoen opviel met de prachtige voorstelling Zeestuk. Daar keken we door de ogen van een kind dat zijn idool, een zeeman, zag veranderen in de banale minnaar van zijn moeder. En opnieuw is hun beeld van het familieleven bepaald niet opwekkend.

Allemaal willen ze weg uit deze hel. Zoon Rocky zou het liefst helemaal verzinken in zijn zusters welvingen; de dochter stort regelmatig in, maar blijft toch overeind. Moeder probeert te communiceren met een merkwaardig taaltje dat een onbeholpen verhaspeling is van steriel ambtelijk jargon. En intussen jaagt de vader daar zijn ratelende volzinnen doorheen.

Peer Wittenbols leverde opnieuw prachtig materiaal, het zijn wonderlijk cabareteske zinnen die vaak onweerstaanbaar geestig zijn. Met zo'n schrijver heeft De Federatie een onmiskenbaar talent in huis. Maar ditmaal is zijn tekst zo overvol dat de stortvloed aan taal tegen het eind nauwelijks nog te verwerken is. Zeker in het hoge tempo waarmee de familie de woorden op ons afvuurt.

De acteurs valt niets te verwijten, Juul Vrijdag maakt van de moeder een monument. Ze pakt haar boeltje en wil vertrekken met de wens dat haar man 'niet haar laatste herinnering mag zijn'. Ook de anderen weten raad met hun tekst: Monic Hendrix als de dochter, Romijn Coomen als de hitsige zoon en Herman Wijdeven die de vader speelt ('Ik heb een voorkant en een achterkant en daartussen zit een hoop verdriet').

Regisseur Rob Ligthert voert het tempo tegen het slot zo ondraaglijk op dat de zintuigen van de kijker overbelast raken. Daar doet het lamentabele slot nog een schep bovenop: vader valt dood, zoonlief maakt rigoreus een eind aan zijn hunkering. Het is te veel, te veel. De toeschouwer is dan al net zo verstrikt geraakt in de woorden als de gezinsleden zelf.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.