Verstikkende D-marken

Sinds de val van de Muur in 1989 is bijna tweeduizend miljard gulden geïnvesteerd in de voormalige DDR. Het kan niet op, maar of het helpt?...

Waar is het vliegveld van Leipzig gebleven? Geen spoor van terug te vinden. Waar tot 1990 kleine vliegtuigjes hun gif laadden voor het besproeien van akkers en af en toe een partijbons uit Oost-Berlijn landde, bevindt zich thans het Europese verdeelcentrum van een postorderbedrijf. Het gebouw kostte twee miljard gulden.

In de tuin van het postorderbedrijf staat nog een gedeelte van het kantoor waar buitenlandse bezoekers van de Leipziger Messe zich bij de volkspolitie moesten melden. Altijd een deprimerende procedure. Wie met de trein of de auto kwam, moest naar het vliegveld voor registratie en werd onbeschoft behandeld.

De beurs zelf is ook verdwenen, althans de bedrijvigheid. De oude gebouwen werden eerder dit jaar door de burgemeester persoonlijk geveild op de internationale makelaarsbeurs in het Franse Cannes. Tevergeefs, de oude beurs van Leipzig, in desolate toestand, staat nog steeds te koop. Niet langer de binnenstad, moet een nieuw futuristisch complex in het weiland aan de rand van de stad de meer dan acht eeuwen oude traditie van Leipzig als draaischijf tussen Oost en West voortzetten.

De nieuwe beurshallen kostten anderhalf miljard gulden. Hoogtepunt tot nu toe: niet de gebruikelijke high-tech uit de Sovjet-Unie, maar een optreden van Tina Turner.

Voor een kleine twee miljard is enkele kilometers verderop een nieuwe luchthaven neergelegd. Daarnaast een vrachtcentrum voor tweeënhalf miljard. Het geheel is voor vijf miljard ontsloten met een modern netwerk van brede autosnelwegen. De telecommunicatie, voor pakweg zes miljard in no time aangelegd, is de modernste ter wereld. Soms schuift er nog een Trabant tussen het dure blik voorbij; de bestuurder beschikt in elk geval over mobiele telefoon.

In de regio rondom Leipzig is binnen zeven jaar honderd miljard D-mark geïnvesteerd, een slordige 112 miljard gulden. Het bedrag komt overeen met de jaaromzet van Daimler-Benz, Europa's grootste industrieconcern. Vergeleken met wat zich in en rondom Leipzig afspeelt, valt het Nederlandse 'bouwwerk van de eeuw', de Deltawerken, inclusief de laatste stormvloedkering van hooguit veertien miljard, in het niet.

Toch meent de regionale Kamer van Koophandel: 'De toestand is dramatisch.' De directeur: 'Heel, heel ernstig. Als we niet snel iets verzinnen, gaat het hier helemaal mis.'

Wat is honderd miljard. Bedragen in deze orde van grootte overtreffen de kredieten waarover het IMF onderhandelt met potentiële krachtpatsers als Rusland en Zuid-Amerikaanse naties. De voormalige DDR - officieel: de vijf nieuwe Duitse deelstaten - kreeg het in de schoot geworpen. Schreef deze maand The New York Times op de voorpagina: 'Oost-Duitsland straalt, West-Duitsland betaalt.'

Niet de West-Duitsers, maar alle Duitsers betalen een fiscale toeslag van 7,5 procent, solidariteitstoeslag ('Soli') genaamd. De opbrengst, jaarlijks circa veertig miljard, gaat exclusief in de Oost-Duitse infrastructuur. Tot ver in de volgende eeuw zal elke particuliere huishouding zijn belast met deze unieke heffing, die binnenkort weliswaar iets wordt verlaagd, maar in elk geval blijft.

In totaal, en eerlijk gezegd wordt het inmiddels tamelijk abstract, investeerde de federale overheid sinds de Duitse vereniging meer dan duizend miljard mark in het voormalige arbeiders- en boerenparadijs.

Wat volgens menig westers bankier tot in 1990 gerekend moest worden tot een van de sterkste industrienaties ter wereld, was in werkelijkheid in alle opzichten failliet, een Derde Wereldland. Het saldo van de kosten van de Duitse vereniging, al of niet in euro gerekend, moet voor de volgende generatie duizelingwekkend zijn, en de tussenstand geeft nu al aan hoe surrealistisch de discussie is of Duitsland een procent of twee tekort komt voor de introductie van de euro.

In het kielzog van de overheidssubsidies kwamen de particuliere investeerders: 700 miljard mark tot op heden, een bedrag waarmee moeiteloos de topvijf van Wall Street kan worden opgekocht. Het betreft overigens vooral investeringen waarvan de opbrengst terugvloeit richting Westen.

De werkelijk gigantische woningbouwsanering - aan de rand van Leipzig zijn en worden meerdere Almeres gebouwd - wordt hoofdzakelijk gefinancierd door Wessis, die gebruik maken van de tijdelijk extreem gunstige afschrijvingsmogelijkheden. Geen wonder dat de Ossis dergelijke geldinjecties aftrekken van het totaal.

'We betalen onze huurwoning dubbel', rekent Reiner voor. Hij is directeur van een schoonmaakbedrijfje en is een geboren en getogen Leipziger. Zijn tachtig vierkante meter woonruimte in zo'n nieuw Almere bij Leipzig kost per maand achttienhonderd mark, tweeduizend gulden. De eigenaar van de woning was slechts bereid tot investeren als hij de kosten fiscaal kon verrekenen tot hij het huis binnen tien jaar schuldenvrij kon overnemen. Dat de huur voor een vergelijkbare ruimte inmiddels naar twaalfhonderd mark is gezakt, zal deze investeerder voorlopig een zorg zijn. Reiner háát zijn tot 1999 lopende huurcontract.

Zeventienhonderd miljard mark, bijna tweeduizend miljard gulden, is sinds 1990 in Oost-Duitsland gestoken, en toch is het er nog steeds een puinhoop. Geen lijn te ontdekken, werkloosheid tot veertig procent. Polen, Tsjechië, Hongarije en alle Baltische landen samen zouden met deze geldbuidel uit de brand zijn geholpen. De voormalige DDR niet. Hoe kan dat.

Een rondtocht door de regio Leipzig, intensief begeleid door 'hooggeplaatsen' en onbekende kleine ondernemers, geeft het antwoord: in het oosten van de Duitse bondsrepubliek heeft het idee postgevat dat met harde marken de welvaart vanzelf komt. In alle opzichten is het postmoderne West-Duitse welvaartsmodel overgenomen; geld zat, veel regels en voorschiften, en de rest komt vanzelf. Beter, zo lijkt het wel, had men alle zeventien miljoen Ossis het geld cash kunnen geven - op papier waren alle ex-communisten multi-miljonair geweest.

Leipzig zelf is het bewijs dat blind vertrouwen in geld en bureaucratie ellende tot gevolg heeft. Als gevolg van de boom naar model van het wilde westen, is het hart uit de stad verdwenen. 'Het bloed stroomt niet meer op normale manier door de aderen', erkent de directeur van de nieuwe Leipziger Messe. In zijn ijver kapitaal naar de stad te halen, heeft het stadsbestuur complete woonblokken weggegeven aan West-Duitse ondernemers, die er bureaus en kantoren vestigden. Meer dan de helft staat leeg. De huidige bezettingsgraad van de nieuwe hotels: gemiddeld dertig procent.

Buiten de stad werden vergunningen verstrekt voor de bouw van enorme inkoopcentra, die de afgelopen jaren in voorspelbaar tempo de middenstand van Leipzig kapot hebben gemaakt. Inkooppark nummer tien ('Stadtpark 2000') is in aanbouw. De bloemenverkoopster in de oude wijk Mockau (twee maal per week van verse waren voorzien door een vrachtwagen uit Nederland) bevestigt: 'Ik ben hier nog de enige middenstander. Ook de bevolking trekt weg. Volgende maand zijn we failliet.'

Het inwonertal van Leipzig, de 'heldenstad' waar de geweldloze revolutie van herfst 1989 begon, is inmiddels gedaald van 650 duizend (1990) tot onder het half miljoen. Hetgeen weer negatieve gevolgen heeft voor de subsidieverlening uit de deelstaat Saksen en de federale overheid in Bonn. De stad zaagt, timmert en graaft echter gewoon door.

In Bachs Thomaskerk - ook het standbeeld van de componist staat in de steigers - heeft iemand op de bidmuur zijn hartenwens geprikt: 'Oh Heer, verlos ons van de christen-democraten en als het kan ook van Helmut Kohl.' Kennelijk zijn er wanhopige gelovigen die de kanselier zien als vader van al het ongemak.

Maar wat zou Kohl kunnen veranderen aan de consequentie van ieders nadrukkelijke wens dat in elk geval nabij Leipzig een deel van de Oost-Duitse industrie zou worden gehandhaafd? De industrie volgde de oproep (en vooral de unieke investeringssubsidies) en toverde in de zogenoemde 'chemiedriehoek' ten westen van Leipzig fabrieken te voorschijn waarvan het westen van de republiek slechts kan dromen.

Probleem: het levert geen banen op, althans geen banen waarop de Duitser gek is die wil meetellen als Mallocher, iemand die produceert tot hij erbij neervalt.

Illustratief zijn de activiteiten in Bitterfeld, tot de Wende Europa's grootste Dreck-Schleuder, gifstrooier. Wie overdag het chemiecentrum van de DDR naderde, moest z'n lichten en ruitenwissers inschakelen. Kort na de Wende reisden de internationale tv-teams af en aan om de apocalyps in beeld te brengen. Jane Fonda liep huilend door de stad, waar deels nog fabrieken uit de vorige eeuw in bedrijf waren. Nu schijnt er de zon en zijn zelfs hotels rondom de vroegere gifbelt opgetrokken.

Niet dan nadat de Duitse staat voor alweer een miljardenbedrag de bodem had gesaneerd, investeerde het Italiaanse Montedison tegen gunstige voorwaarden tachtig miljoen mark in een nieuwe chemie-installatie. De fabriek, helemaal state of the art, wordt van achter het beeldscherm gecontroleerd door. . . drie werknemers.

Bayer, dé pillendraaier van Duitsland, is op hetzelfde complex actief. Het concern verhuisde de productie van aspirine en bruistabletten voor de Europese markt van Leverkusen (West-Duitsland) naar Bitterfeld. Robots hebben er het voor 't zeggen: slechts een handvol hoog opgeleide Ossis in witte jassen en met mondmasker, houdt het volledig geautomatiseerde proces in de gaten.

De directeur: 'Ja, inderdaad, weinig jobs, maar wat moeten we anders?' Bayer, als zo veel andere grote Duitse bedrijven, behaalt dit jaar recordresultaten en stoot onveranderd arbeidsplaatsen af. Vanwege de 'globalisering', zegt de directeur. 'We zitten midden in een nieuwe industriële revolutie. Ik heb zelf drie kinderen en vier kleinkinderen en wil niet dat ze ergens eindigen op een hoek in Singapore. Maar we praten nu over een wereldprobleem. Ik weet ook niet hoe we iedereen werk moeten bezorgen.'

Oost-Duitsland is volgens hem nog steeds een 'industriële woestijn', waar slechts de best opgeleiden werk vinden. 'Ons personeel bestaat dus niet uit werkloze kappers of tuinlieden die je na tien dagen bijscholing aan de robot kunt zetten. Stuk voor stuk hoog opgeleid, die vinden altijd werk.' Maar omdat dit kader nog steeds schaars is, vergeleken met de West-Duitse concurrentie, ziet de directeur voorlopig geen opzienbarende verhuizingen van bijvoorbeeld research-afdelingen naar het oosten. Traditionele industrie derhalve, ultra-modern, maar traditioneel.

Het wekt nauwelijks verbazing dat Bitterfeld blijkens de vele aankondigingen reikhalzend uitziet naar de concerten van Status Quo, de oudere Britse rock-arbeiders, die we overigens in heel Duitsland verdacht veel tegenkomen in economisch bedreigde regio's.

Nog een voorbeeld. Het Franse olieconcern Elf-Aquitaine legt de laatste hand aan een nieuwe olieraffinaderij in Leuna, het meest westerse puntje van de 'chemiedriehoek' tussen Leipzig, Halle en Dessau. 'Op het hoogtepunt van de bouw hadden we hier vijfduizend man aan het werk, hoofdzakelijk Oost-Duitsers', zegt de Franse directeur. En hoeveel banen blijven er over als de raffinaderij eind dit jaar in productie gaat? 'Zo'n zestienhonderd', antwoordt hij.

Dat is een schamel resultaat voor een fabriek die vijf miljard mark heeft gekost. Niet minder dan twee miljard (!) hiervan kregen de Fransen als subsidie cadeau. Geen wonder dat de Franse leiding de toekomst van de raffinaderij met vertrouwen tegemoet ziet. De ruwe olie wordt overigens aangevoerd door de Duits-Russische 'vriendschapspijplijn'. Chapeau is men geneigd de Franse weldoeners toe te voegen.

De modernste fabrieken en toch geen banen, het is het lot van de hele Duitse Wirtschaft. In Oost-Duitsland komt de klap echter nog veel harder aan, omdat de bevolking gewend was aan volledige werkgelegenheid en geen idee had wat 'winstmaximalisatie' en productiviteit in de praktijk betekenen. In Bitterfeld werkten bijvoorbeeld twintigduizend mensen in de chemie, van wie - volgens de directeur van Bayer - hooguit eenderde productief was. De rest hield zich bezig met onduidelijke boekhouding en, natuurlijk, politieke bewaking van de collega's.

Alle experts, inclusief de regionale vakbondsvertegenwoordiging, hebben moeite niet te lachen zodra de nieuwste eis van IG Metall ter sprake komt. Duitslands grootste vakbond verlangt een 32-urige werkweek. De chemie heeft zojuist een nieuwe tweejarige CAO afgesloten, waarin de werkweek is verlengd van 38 naar veertig uur. Bij gelijkblijvend loon. 'Het lijkt me een grapje van IG Metall', zegt de Bayer-directeur.

De vakbondsbestuurder (IG Chemie): 'Het klinkt aardig, een kortere werkweek levert automatisch meer banen op. Maar zo werkt het hier niet. Hier wordt flexibel onderhandeld, in de hoop dat zoveel mogelijk mensen een baan krijgen. Ik ken overigens geen enkele werkgever of vakbond die zich in Oost-Duitsland aan de landelijke CAO's houdt. Met een verplichte 32-urige werkweek kunnen we het hier wel schudden.'

Inmiddels hangt ruwweg veertig procent van de Oost-Duitse bevolking aan het door Bonn gevoede infuus. Officieel is het minder en wordt de reëel bestaande werkloosheid versluierd door banenplannen en vervroegde uittreding.

Vergeleken met de grote jongens is eerdergenoemde Reiner (37) een echte werkgever, een moderne Ossi, die acht mannen en twee vrouwen in vaste dienst heeft en weet welke kant het opmoet met de Wirtschaft. Met zijn schoonmaak- annex puinruimbedrijf in restauratie-panden ('Entrümpelung aller Art') verwacht hij dit jaar een omzet van 750 duizend mark. 'Elk jaar stijgt mijn omzet met driehonderd procent', zegt hij. Bitterfeld is ook een klant: regelmatig haalt hij er containers met bouwafval weg.

Dienstverlening, service en fantasie zijn volgens hem economische noodzakelijkheden die in het oosten van de republiek nog onbekend zijn of slechts moeizaam op hun waarde worden geschat. In de talrijke Almeres rondom Leipzig springt dan ook onmiddellijk de exotische gastronomie in het oog: de compleet vernieuwde horeca is in handen van Italianen, Grieken en Turken. En geen derderangs winkels, nee, stuk voor stuk topkwaliteit. In het centrum van Leipzig domineren West-Duitse restaurantketens.

Opmerkelijk is niettemin hoeveel Oost-Duitse zakenlui zich in Leipzig (in het Saksische dialect uit te spreken als 'Laibzj') een nieuw spraakgebruik eigen hebben gemaakt. In plaats van de klant nog een prettige dag te wensen, heet het ineens: 'Ik wens u nog een succesvolle dag.' Er moet iemand geweest zijn die in de regio een op Amerikaanse leest geschoeide managerscursus heeft gegeven. R. is het eigenlijk niet opgevallen en blijft pessimistisch.

Twee banen extra had hij vorige maand in de aanbieding. Op zijn krantenadvertentie kwamen driehonderd reacties. 'De helft kwam niet opdagen. Nog eens 120 man vonden het maar niets om ramen te lappen of vloeren schoon te maken. Van de resterende dertig man vond iedereen het loon te laag. Ik heb nog een keer geadverteerd en kreeg na veel problemen eindelijk de gezochte mensen, een jong echtpaar. Ze wíllen niet werken, neem dat nu maar van mij aan. Ze voelen zich overdonderd door de nieuwe tijden.'

Het personeel van R. verdient gemiddeld 1800 mark netto in de maand. Iedere werknemer kost hem vijfduizend mark. 'In mei hebben we vijf verplichte vrije dagen. Ik moet natuurlijk doorbetalen. Weet u wat mij dat kost?' De sociale premies, ziekenfondsbijdrage, loonbelasting, voor R. mag het complete Duitse verzekeringsstelsel, inclusief het wereldwijd unieke aantal wettelijk vastgelegde feestdagen, de container in. 'Werk zat, maar we moeten de Amerikaanse kant op. Iedereen betaalt voortaan zijn eigen premies. Zoals het hier gaat, is absolute waanzin.'

'Mein Leipzig lob ich mir! Es ist klein Paris und bildet seine Leute', schreef Goethe. Als de 'regio van honderd miljard', zoals de driehoek tussen Leipzig, Halle en Dessau zichzelf internationaal aanprijst, dan niet industrieel van de grond wil komen is er altijd nog de rijke culturele historie die geëxploiteerd kan worden en werk oplevert. Met een beetje topografische fantasie kan de streek zich het Heimat noemen van bijna alle grote Duitse geesten.

Geboren, gestorven 'dan wel op het hoogtepunt van hun carrière in onze streek verblijvend' (aldus de parlementsvoorzitters van Saksen en Saksen-Anhalt): Martin Luther, Goethe, Schiller, Wieland, Herder, Novalis, Walther von der Vogelweide, Bach, Mendelssohn Bartholdy, Telemann, Händel, Clara Schumann, Kurt Weil en het door de nazi's uit Dessau verdreven collectief van Bauhaus. Alle denkers, dichters en componisten voelden zich er thuis, 'hetgeen toch geen toeval kan zijn geweest', meent de burgemeester van het stadje Zerbst.

De burgemeester jokt dat de componist en tijdgenoot van Bach, Johann Friedrich Fasch, in Zerbst is geboren, evenals Catharine de Grote, de Russische tsarina (bijna waar). Leugentjes om bestwil, omdat Zerbst er bij de verdeling van de honderd miljard karig is afgekomen. De stad heeft daarom dit jaar een terugkerend 'Fasch-festival' bedacht.

De directeur van de regionale Kamer van Koophandel: 'Fasch? Nog nooit van gehoord, maar ze moesten en zouden dat festival hebben. Nu zitten we aan die kerel vast, elk jaar moet er een paar ton subsidie bij.' De directeur erkent: 'Wat is een paar ton op honderd miljard. Als het maar banen oplevert.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden