Versterven

De Alzheimerpatiënte had niet in het verpleeghuis mogen sterven, maar naar het ziekenhuis gemoeten, vindt haar familie. Dat had haar maar in de war gebracht, aldus de artsen....

Verpleeghuis Blauwbörgje in Groningen droeg in 1997 bij tot de vorming van een nieuw woord: versterven. Een arts besloot het kunstmatig toedienen van voedsel en vocht achterwege te laten bij een Alzheimerpatiënt die zelf al was gestopt met eten. De familie was hiervan niet op de hoogte en deed aangifte. Justitie vervolgde het psychogeriatrische verpleeghuis niet.

Sinds deze affaire heeft Blauwbörgje een zekere reputatie. Eind oktober 2002 behandelde het medisch tuchtcollege in Groningen een zaak die enigszins lijkt op de beroemde affaire.

De zoon van een - ook in 1997 - overleden vrouw van 69 klaagt twee artsen van het Groningse verpleeghuis aan wegens medisch onzorgvuldig handelen. De moeder leed aan Alzheimer, had last van luchtwegvernauwing en Parkinsonachtige verschijnselen.

Haar fatale ziekte begon met buikgriep-achtige verschijnselen die door de dienstdoende arts van het verpleeghuis - de andere aangeklaagde dokter had de dienst overgedragen - niet werd onderzocht, zo luidt een deel van de klacht. En, aldus de klager, toen de situatie verslechterde, veronderstelde de arts dat het om een luchtweginfectie ging. Er werd niet overwogen dat het hart er slecht aan toe was.

Nadat de achteruitgang van het hart wél was vastgesteld en het stervensproces was begonnen, werd morfine toegediend. De patiënte had bloeddrukverlagende medicijnen moeten krijgen en naar het ziekenhuis vervoerd moeten worden, vindt de zoon.

Het verpleeghuis heeft gekozen voor 'abstinerend' beleid, bewust afgezien van het toedienen van vocht, klaagt de zoon. Een andere klacht luidt dat de familie onvoldoende werd geïnformeerd.

In deze zaak heeft een ander familielid al aangifte gedaan bij justitie. Vermoed werd dat sprake was van doodslag of dood door schuld, maar de hoofdofficier wilde niet tot vervolging overgaan. Ook het gerechtshof in Leeuwarden zag af van behandeling.

Eind 2002 is de zoon aanbeland bij het medisch tuchtcollege. De advocaat van de twee aangeklaagde artsen beweert dat zij 'onberispelijk' gehandeld hebben. 'Moeders tijd was gekomen', citeert hij zijn cliënten.

De advocaat: 'Kennelijk heeft de zoon dit overlijden onvoldoende verwerkt en dan is het vandaag de dag al heel eenvoudig: klaag de arts aan, wat er ook zij van het feit dat in het dossier geen enkele reële aanleiding voor een dergelijk klacht is te vinden. Niet geschoten is nimmer raak. Het klinkt cru, maar zo zijn de feiten.'

Volgens hem was de relatie tussen de familie van de overledene en Blauwbörgje goed. Er werden nooit verwijten gehoord. Totdat in 1997 de affaire ontstond over de versterving. Toen ging de familie een andere toon aanslaan, aldus de advocaat van de twee artsen.

Een oordeel van een deskundige is gevraagd waarin een aantal kritische vragen zijn gesteld over het niet overbrengen naar het ziekenhuis. Dan was de patiënte misschien niet die dag overleden. Die kritische vragen gingen echter een eigen leven leiden, zegt de advocaat.

Een van de artsen legt op de zitting uit dat het niet zinvol was de patiënte naar het ziekenhuis te brengen. Haar toestand ging snel achteruit en de dood zou onvermijdelijk volgen.

Het stervensproces duurde twee dagen. Voor een Alzheimerpatiënte - mevrouw was al tien jaar aan het dementeren - is het buitengewoon verwarrend als de omgeving verandert. Daarom is gekozen voor stervensbegeleiding in Blauwbörgje.

Zoon: 'Ik heb gebeden en gesmeekt om een arts op 14 juni (twee dagen voor het overlijden, red.), maar er is die ochtend geen arts geweest. Toen die wel kwam, heeft ze haar eigen zin gedaan. Ze heeft moeder even aan de voeten gevoeld en toen ingespoten met morfine.'

Voor de arts was in één oogopslag duidelijk dat de patiënte terminaal was. 'Ik heb twee echtparen die toen bij haar bed waren, uitgelegd dat er niets meer kon verbeteren, ook niet door opname in het ziekenhuis. Dan moet je zorgen dat de patiënte zo weinig mogelijk pijn of onrust heeft. Dat is goed te doen in het verpleeghuis.

'Ik heb in voor hen begrijpelijke taal uitgelegd wat die begeleiding inhield. Ik kreeg bevestiging dat ze het eens waren met dit beleid.

'Zij begrepen dat ziekenhuisopname ook bezwaren heeft. Het ziekenhuis is niet toegespitst op stervensbegeleiding. De familie was verdrietig maar ze kon het wel begrijpen.'

Het tuchtcollege acht de klacht ongegrond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden