Versterk het internationale toezicht

Het gaat steeds beter met lagelonenlanden, stelt Bert Koenders. Straf ze dan niet door nu ten koste van die landen de crisis aan te pakken....

Dit weekeinde zal op de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank alles worden gedaan om het vertrouwen op de internationale markten te herstellen. Het huidige multilaterale systeem van financiële afspraken biedt onvoldoende antwoord op de complexe combinatie van hoge voedsel- en energieprijzen, klimaatcrisis en monetaire instabiliteit. Die raakt ook ontwikkelingslanden. De wereld is geglobaliseerd op het terrein van kansen en risico’s, maar nauwelijks op het terrein van duurzame en rechtvaardige beheersing en de oplossing van deze crises.

Door deze halve globalisering ontstaat het gevaar dat elk land zijn eigen boontjes dopt en de meest kwetsbare landen en groepen de dupe worden. Nu kregen de bankiers van Wall Street vrijwel evenveel aan bonussen als Afrika kreeg aan ontwikkelingshulp. De grote uitdaging is tot een systeem te komen waarbij relatieve openheid van economieën gekoppeld wordt aan rechtvaardigheid en het aanpakken van mondiale publieke goederen als financiële stabiliteit, klimaat, vermindering van ongelijkheid en stabilisering van fragiele staten. Het moet afgelopen zijn met marktfundamentalisme; instituties als IMF en Wereldbank moeten meer verantwoordelijkheid en scherper toezicht krijgen op bovenstaande terreinen.

President Zoellick van de Wereldbank heeft gewezen op de noodzaak de bestuursstructuren van beide instellingen ingrijpend te veranderen, zodat deze beter de machtsverhoudingen in de wereld reflecteren. Als belangrijke klanten horen Afrikaanse landen wat mij betreft ook een grotere rol te spelen. Ook moet de volgende Wereldbankpresident niet meer op basis van (Amerikaanse) nationaliteit benoemd worden, maar op basis van kennis en ervaring.

Maar de vraag is nu vooral: wat zijn de gevolgen van de crisis voor ontwikkelingslanden? Er is geen eenduidig antwoord. Ontwikkelingslanden zijn langzamerhand zelf groeimotor van de wereldeconomie geworden. De handel tussen deze landen groeit bijna twee keer zo snel als de handel met hoge inkomenslanden. Hun bruto nationaal product bedraagt de helft van het mondiale bnp. Verder zijn ze aantrekkelijk als investeringsdoel, omdat voor de mondiale miljarden, met name uit de grote staatsfondsen uit landen als China, Singapore en Saoedi-Arabië, op andere bestemmingen worden gericht voor maximaal rendement.

Toch zijn er ook enorme risico’s. Landen die grote behoefte hebben aan externe financiering zijn erg kwetsbaar voor de gevolgen van de crisis. Vanwege de afnemende handel wordt lenen ook daar duurder en moeilijker. Dat kan desastreus zijn voor de beginnende economische groei en de aanpak van armoede in die landen.

De internationale gemeenschap moet en kan nu inspringen. De Wereldbank en andere ontwikkelingsorganisaties moeten zwakke groepen in ontwikkelingslanden helpen en verdere verpaupering tegengaan. De Wereldbank moet zich bovendien nog meer richten op de noodzakelijke investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur en landbouw en de versterking van lokale financiële instellingen.

De afgelopen jaren zijn er behoorlijke reserves opgebouwd door ontwikkelingsbanken als de Wereldbank, de Afrikaanse ontwikkelingsbank en de Nederlandse FMO. Deze moeten nu worden aangewend voor extra financiering en mobilisatie van particuliere geldstromen. De katalyserende werking van deze banken door risicodeling met private financiers is juist nu van grote waarde om op korte en middellange termijn te investeren in duurzame groei en ontwikkeling in de armste landen.

Naar mijn mening kan het IMF als platform optreden om het mondiale toezicht te versterken. Groei van financiële diensten leidt volgens het IMF zelf tot een meer dan evenredige afname van armoede. Daarom zou het zich nog meer moeten richten op versterking van de financiële sector in individuele ontwikkelingslanden. En uiteraard heeft het IMF nog steeds een rol als lender of last resort bij acute betalingsbalansproblemen, en zal het zijn voorwaarden moeten wijzigen ter ondersteuning van duurzame groei.

Tot slot moet juist in deze onzekere tijden worden vastgehouden aan de internationale afspraken over de hoogte van ontwikkelingssamenwerking. Daarbij moet zo veel mogelijk worden samengewerkt met ontwikkelingsbanken, het bedrijfsleven en innovatieve organisaties, zodat de kapitaalstroom naar armere ontwikkelingslanden op peil kan blijven. Zo kunnen deze landen blijven dienen als de groeimotor van de wereldeconomie. Dat is ook belangrijk voor onze eigen economie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden