Verstandige vrouwen dragen verstandige schoenen

Vorig jaar kocht ik in Duitsland een jas en kreeg een champagnekoeler cadeau. Het was in het voormalige Oost-Duitsland, in een winkel met Italiaanse kleren, en de prijs van de jas viel me alleszins mee....

Weer thuisgekomen in Nederland droeg ik de jas een tijd naar tevredenheid; in de keuken deed de champagnekoeler, bij gebrek aan champagne, vooral dienst als waterkoeler – een taak die hij met verve vervulde. Alles ging zogezegd wel, totdat er iets in mijn hoofd begon te verschuiven. Het voelde soms, als ik de jas aantrok, alsof dit niet een jas was waarbij ik een champagnekoeler cadeau had gekregen, maar een jas die ik bij een champagnekoeler cadeau had gekregen. En omdat ik nooit veel nodig heb om me te schamen, begon ik me lichtelijk te schamen als ik rondwandelde over straat in de jas die deed denken aan een champagnekoeler.

Het valt niet mee de baas te blijven over je kleren. Voor je het weet, nemen ze je persoonlijkheid over en dan zend je opeens de vreemdste signalen uit.

Aan de andere kant, als je het goed doet, zijn er ook werelden te winnen. Zo zijn er mensen die succesvol politiek bedrijven met de mode: Sarah Palin werd groot door haar naughty monkey shoes, al struikelde ze vervolgens weer over een heus Fashion-gate. Er zijn ook mensen die mode bedrijven in de politiek: de strenge minister van financiën Jean-Baptiste Colbert bestierde in de 17de eeuw niet alleen Frankrijk, maar gaf ook voorgoed naam aan het jasje.

In een interview verzuchtte deze week een socialistische politicus voor de zoveelste maal dat hij zijn trui niet wil inwisselen voor een pak, omdat hij zichzelf wil blijven. Kennelijk heeft hij een zelf dat botst met knoopjes en een kraag.

Ter onderstreping van zijn goede bedoelingen deed hij het verder voorkomen alsof hij alleen in een slobbertrui zuivere politiek kon bedrijven; de overstap naar het pak zou het verlies betekenen van zijn integriteit. Zijn argument was eenvoudig en verleidelijk: als hij de eerste stap zette met de verloochening van zijn truien, wat zou dan wel niet de volgende stap zijn?

Voor zover het standpunt persoonlijk was, overtuigde het me niet. Zo’n politicus weet toch best dat andere mensen ook niet samenvallen met hun pak? Dat iedereen thuis onmiddellijk stropdassen en pumps uittrekt, om met een zucht van verlichting terug te keren tot het eigen slobberige zelf? Waarom een socialistische politicus dan bij uitstek vindt dat hij als enige geen offer hoeft te brengen, begrijp ik niet goed. Ik zou me die houding veel eerder kunnen voorstellen bij rechtse politici met een hang naar ongelimiteerde vrijheid en een zuiver oog voor het eigen belang, maar die zijn meestal juist weer in het uniform geboren.

Het politieke argument dat de politicus gaf, was interessanter. Daar ging het om de gedachte dat een trui politiek neutraal zou kunnen zijn; dat de keuze voor kleding meer te maken heeft met trouw blijven aan jezelf dan met het uitdragen van een politieke boodschap. Maar die gedachte, hoewel interessant, was toch onjuist.

Wie een beetje nadenkt over kleding, ziet al gauw dat de revolutionaire kant van het kraagloze hemd niet moet worden onderschat.

Want als kledingcodes het groepsgevoel bevorderen, dan hebben inbreuken op die codes een maatschappelijke effect. Zo zijn de inbreuken vaak ook bedoeld. Mensen geven blijk van hun opvattingen door af te wijken van de heersende regels: door korte rokjes te dragen, gezichtsluiers, veiligheidsspelden, bomberjacks, monokini’s, geen stropdas, veel stropdas.

Zelf heb ik wel eens de aanschaf overwogen van een T-shirt met de tekst ‘verstandige vrouwen dragen verstandige schoenen’, maar ik zag er uit gematigdheid vanaf. Wie zo’n boodschap uitdraagt, mikt op niets minder dan de revolutie.

Kortom, de socialistische politicus kan best gelijk hebben met zijn trui, maar niet met zijn laconiekheid over het onderwerp mode. Hij draagt namelijk niet zomaar een trui, hij voert een politieke strijd. Ten eerste is een individuele afwijking van de mode altijd een liberale claim: je maakt aanspraak op de vrijheid om zelf te beslissen over dingen die alleen jou aangaan. En ten tweede heeft een luidruchtige inbreuk op de norm, zeker in de Tweede Kamer, meteen een revolutionaire glans.

Wil je een politieke strijd voeren zonder zo vreselijk op te vallen, dan moet je subtieler te werk gaan. Toen Bush nog president was van de Verenigde Staten, werd de Amerikaanse ontwerper en ondernemer Tom Bihn beroemd met het waslabel van zijn tassen. In de Engelse tekst stonden louter wasvoorschriften opgesomd. ‘Met de hand wassen in warm water. Zachte zeep. Niet bleken. Niet drogen. Niet strijken.’

In de Franse versie kwamen daar nog een paar regels bij. ‘Nous sommes désolés que notre président soit un idiot. Nous n’avons pas voté pour lui.’ (Neem ons niet kwalijk dat onze president een idioot is. Wij hebben niet op hem gestemd.)

Zo’n waslabel is de beste oplossing als je je boodschap in de marge kwijt wilt en niet als een speld door je neus. Toen ik vorige week in Londen een bus zag rijden met de inmiddels beroemde advertentie van de humanisten – there’s probably no God, now stop worrying and enjoy your life – verlangde ik even naar een T-shirt met opdruk.

‘Neem ons niet kwalijk dat onze humanisten zulke idioten zijn.’ Want wat nou stop worrying, dacht ik. Start worrying! Zonder God is de wereld nog geen aards paradijs, waar je de hele dag margarita’s kunt drinken op het strand.

Maar thuis bond ik in en ik naaide mijn boodschap onopvallend in de zoom van mijn champagnejas. ‘God bestaat waarschijnlijk niet; vooruit, aan de slag, we zijn zelf verantwoordelijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.