Versmelting van erfgoed en vernieuwing

Vervolg van pagina 1.

Tot de jaren tachtig was Lille armlastig, vertelt stadspromotor Bruno Cappelle, geboren en getogen in Lille: een industriestad zonder staal, pillenfabrieken en textiel. 'Zei je elders in Frankrijk dat je uit Lille kwam, dan keken de mensen meewarig. Ocharme, dat is armoede, pedofilie, alcohol. En altijd regen op de koop toe.'


Dat dit beeld verkleurde en de Lillenaren reden hebben trots te zijn op hun stad, is goeddeels te danken aan een voortvarende burgemeester: Pierre Mauroy; hij verlegde de koers naar banken, financiën en dienstverlening. Minstens zo belangrijk, vertelt Bruno, was de komst van de tgv (hogesnelheidstrein ) in 1993. De Eurostar maakte vervolgens Lille voor de Britten tot toegangspoort naar de verleidelijkheden van het Franse leven. En toen die poort zelf zich van zijn beste kant liet zien, kwam de vraag op: waarom verder reizen?


Wat die Britten zoal zagen? Eerst en vooral de Grote Markt, tegenwoordig Place de Général de Gaulle genoemd. Een slenterplein met zitfontein, omzoomd door deftige gebouwen: het Théâtre du Nord, met pal daarnaast de reusachtige trapgevel van Le Voix du Nord, de lokale krant. En aan de andere zijde de Oude Beurs, markante getuigenis van de Vlaamse renaissance. Duchtig opgeknapt, en met op de binnenplaats elke middag een beurs voor handelaren in boeken, munten en stripverhalen.


'In Marseille word je omarmd als je binnenkomt en tien minuten later vergeten. Hier kost het meer moeite geaccepteerd te raken. Lukt dat, dan hoor je er ook helemaal bij.' Dat zegt Philippe Gain, van oorsprong Parijzenaar en nu hoogleraar geschiedenis en kenner van Lille. Hij vertelt over de geschiedenis van de kathedraal Notre-Dame de la Treille, ook zo'n plek waar de ziel van de stad wordt bewaard. 'Dit zou de grootste kerk van de wereld worden, groter dan de Sint-Pieter in Rome. Een wereldwijde prijsvraag werd uitgeschreven voor een ontwerp. Door oorlogen, geldgebrek en economische crisis is de kerk nooit volgens plan voltooid.'


We staan voor de kerk en geloven onze ogen niet. Tegen de van zichzelf niet al te aantrekkelijke neogotische reuzenkerk is aan de voorkant een noodgevel geplakt, die met stalen buizen in het gareel lijkt te worden gehouden. Het geheel is grotesk van lelijkheid. Maar neem je de moeite naar binnen te gaan, dan is het effect heel anders. De stenen in de gevel lichten zacht oranje op door de zonnestralen en zetten het glas-in-loodvenster in een zachte gloed. Het interieur komt tot leven, als een oester die zich opent.


Buiten luieren intussen overal waar je kijkt de studenten. Er zijn er honderdduizend in Lille en omstreken, ze zorgen dat de stad een innig contact heeft met de nieuwe tijd, en vormen de klandizie voor de cafés van de oude stad, waar veel huizen Vlaamse trapgevels hebben.


'Vergeet niet naar de Delftsblauwe tegelmuren in het Hospice Comtesse te gaan kijken', had Gain nog bij het verlaten van de kerk gezegd. 'De kooplieden van Lille waren zo gesteld op Hollands aardwerk, dat ze spionnen naar Delft stuurden. Toch zijn de lokale tegelmakers er nooit in geslaagd Delfts blauw te evenaren. Het wit is niet helder, het blauw te dof.'


Hoe het ook zij, dat Hospice is de plek waar het Vlaamse verleden van de stad voelbaar wordt. In de schilderijen, in de aankleding van de stijlkamers, maar vooral ook in het exterieur. Het is ontroerend hoe Lille zijn monumenten koestert. Het dak van het Hospice staat in de steigers: het torentje van het ziekenhuis, al eeuwenlang verdwenen, zal binnenkort in oude glorie herrijzen.


''We zijn nog lang niet klaar', verzekert Bruno Cappell. 'Dat we de Olympische Spelen van 2012 niet kregen is geen reden om stil te zitten. Er komt weer, zoals vroeger, water in de stad: grachten rond de kathedraal en door de Avenue du Peuple Belge. Volgend jaar wordt het nieuwe stadion voor voetbalclub Lille (Frans kampioen 2010 - 2011, red.) geopend. En, speciaal voor de Hollandse toeristen: bij de citadel komt een halteplaats voor campingcars.'


Voilà, wie eenmaal in Lille was, vindt altijd een goede reden om er terug te komen.


LILLE CULINAIR

'Ch'qui?' (Wie is daar?)

'Ché'mi!' (Ik ben het!)

'Ch'ti?' (Wie, jij?)

Zo ongeveer moet het ch'timi zijn ontstaan, verzekert historicus Gain. Een mengeling van Pools, Picarisch, Frans en Vlaams, uitgewisseld tussen soldaten uit alle hoeken van Frankrijk, die elkaar amper verstonden en zich daarom van een universeel legertaaltje bedienden.

Dat ch'timi, wereldberoemd sinds de film Bienvenue chez les Ch'tis van Dany Boon, is het dialect van het noordwesten van Frankrijk.

In Lille drink je ch'ti bier, je eet een ch'ti burger en kunt voor de echte frikandel met piccalilly terecht bij Estaminet Chez la Vieille in de Rue de Gand. Daar zitten ook Instants Gourmands, Estaminet Le Rijsel en nog zo wat bonafide adressen voor de lokale keuken. En dan te bedenken dat Lille niet in ch'ti-land ligt.

De gastronomie is sowieso een reden om Lille te bezoeken. De keuken is creatief en eigent zich, in feite net als de architectuur, alles toe wat toevallig langskomt. Potjevleesch en waterzooi zijn Vlaams geïnspireerd, net als de garnalenkroketten - een zeldzaamheid in Frankrijk. Bijzonder is ook de karbonade, hier een potje van in bier gestoofd rundvlees met uien, belegd met plakken ontbijtkoek. De smakelijkste (en stevig geurende) plaatselijke kaas heet maroilles en wordt onder meer verwerkt in Welsh, een recept dat door soldaten uit Engeland zou zijn meegebracht. De kust is net dichtbij genoeg (negentig kilometer) om ook vol overtuiging mossels met frites te kunnen serveren.

De flammenküeche, een kruising van pannenkoek en pizza, komt uit de Elzas. Voor de desserts wordt al snel naar speculoos gegrepen, verwerkt in ijs, eclair-gebak en zelfs ch'ti-marisu.

Bij dat alles drinkt men in Lille bier, lokaal gebrouwen of uit België geïmporteerd.

Wie iets verfijnders zoekt, moet zeker naar Meent (sinds 1761), een delicatessenwinkel die naam maakt tot in de golfstaten. Pièce de résistance is de gaufre, een wafel met vanillevulling. De Gaulle stuurde vanuit het Elysée een koerier om ze te halen.

De beste vis eet je bij L'Huitrière, aan de Rue des Chats Bossus. En bij Méo op de grote markt hebben ze niet alleen zelfgebrande koffie, maar ook de Délicieux, een lokale meringuespecialiteit.

GEHEIM LILLE

Pak in warenhuis Printemps (Rue Nationale) de lift naar de bovenste verdieping, ga de parkeergarage in en neem de trap naar het dak. Je hebt daar een adembenemend uitzicht over stad en ommelanden.

Architect Rem Koolhaas wilde dat de muren van station Lille Europe in onbeschilderd ruw beton zouden blijven. Schilder Jean Pattou kreeg uiteindelijk toch toestemming voor een fresco. In zijn allegorie op de architectuur jaagt hij eigenhandig Koolhaas de stad uit.

Vier huizen aan het Place du Théâtre hebben kanonskogels in de muren, overblijfsel van de belegering dooor de Oostenrijkers in 1792.

In het Hospice Gantois (Rue de Paris), vroeger een ziekenhuis in Vlaamse stijl, is nu een vijfsterrenhotel gevestigd. Je hoeft er geen suite te huren om naar binnen te wandelen en de oude kapel te bekijken.

OVERIGENS IN LILLE...

De Tri Postal. Voormalig postsorteercentrum vlakbij het station (Avenue Willy Brandt). Regelmatig grote kunst-exposities.

Het LAM. Museum voor moderne kunst in Villeneuve d'Ascq, net buiten de stad maar met metro en bus in twintig minuten te bereiken. Vorig jaar na langdurige renovatie heropend. Heeft een fantastische collectie art brut, kunst van psychiatrische patiënten.

La Piscine. Het art-decozwembad van Roubaix - een paar metrohaltes vanuit het centrum van Lille - is omgebouwd tot overdekte beeldentuin. De kunst weerspiegelt zich er in het badwater.

Musée des Beaux-Arts. Immens museum met dito collectie. Vooral goed gesorteerd in Hollandse en Vlaamse meesters. De Rubensen, Steens, Ruysdaels en Bruegels hangen er drie hoog aan de roodgeschilderde wanden.

Geboortehuis Charles de Gaulle. De grootste Fransman van de vorige eeuw werd geboren aan de Rue de Princesse in Lille. Zijn geboortehuis, een samentrekking van vier panden, is nu een - bescheiden - museum.

Pak een huurfiets - de V'Lille werd in de zomer ingewijd - en rijd naar de citadel, de oude vestingwerken, in drie jaar onder leiding van Vauban aangelegd. Er is nu een wirwar aan fiets- en wandelpaden, ook bij de Lillenaren geliefd. De huur kost 1,40 euro per dag. (www.vlille.fr)

Ga naar Lille met de trein. De verbindingen zijn snel (Brussel ligt op 35 minuten), de stad heeft twee tgv- stations in het centrum en twee metrolijnen. Ter plekke zijn ook elektrische fietsen en Segways te huur.

Het zeer goed voorziene Toeristen- bureau (Office de Tourisme) zit in het Palais Rihour, een Bourgondisch paleis. (www.lilletourism.com)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden