Verslingerd aan sport en competitie

Haile Gebrselassie (40) heeft niks meer te bewijzen. Toch liep hij zondag in Groningen. Waarom stopt hij niet?

AMSTERDAM - Twintig jaar ouder, 22 seconden sneller. De Ethiopiër Haile Gebrselassie verraste zichzelf zondag in Groningen, waar hij als 40-jarige veteraan minder tijd nodig had voor vier mijl dan als 20-jarig talent, toen hij met 17.53 minuten de destijds snelste tijd van de wereld liep.

Genoeg voor de winst was 17.31 niet. Na veel kopwerk te hebben verricht, werd Gebrselassie in de eindsprint verslagen door twee jonge landgenoten die dromen van een succesrijke loopbaan als de zijne: twee olympische titels, negen wereldtitels en 27 wereldrecords, waaronder twee op de marathon.

Aan verliezen zegt Gebrselassie een hekel te hebben, maar het weerhoudt hem er niet van de competitie te zoeken op een leeftijd waarop de meeste atletiekkampioenen allang zijn afgehaakt. De afgelopen weken liep hij in het Britse Newcastle en Schotse Glasgow en halve marathon. Na de 4 Mijl van Groningen wacht binnenkort de Zevenheuvelenloop in Nijmegen. In het voorjaar hoopt hij weer een marathon te lopen.

Gebrselassie lijkt bezig aan een lang uitgesponnen afscheidstournee, maar volgens zijn manager Jos Hermens ziet hij dat zelf allerminst zo. 'Hij zal tot zijn dood 's morgens om vijf uur opstaan om te gaan rennen.'

De zucht naar competitie stuit op ongeloof, waar de Ethiopische atleet ook gaat. Keer op keer wordt hij geconfronteerd met dezelfde vraag: is het geen tijd op te stoppen? Hij haalde in vier van de laatste vijf marathons de eindstreep niet. Dus wat heeft hij als oud-wereldrecordhouder nog te bewijzen?

Het zijn herkenbare vragen voor alle sportgrootheden op leeftijd. Of ze nu Muhammad Ali, Roger Federer of Rintje Ritsma heetten, de verliezende ex-kampioen wordt steeds gedwongen om zijn liefde voor de sport te beargumenteren, te rechtvaardigen misschien zelfs.

Sportliefhebbers en journalisten lijken de neergang niet te kunnen verdragen. Het is alsof ze uitzonderlijke sportieve gaven, waaraan ze zich soms jarenlang hebben gelaafd, niet willen zien verdampen. Alsof de herinnering aan heldendaden niet bestand is tegen onafwendbare nederlagen, te broos om te beklijven.

Gebrselassie wordt, net als Federer, soms moe van vragen over het einde van zijn loopbaan, al zal hij zijn ergernis nooit zo duidelijk kenbaar maken als Ritsma deed in de nadagen van zijn loopbaan.

Om het geld gaat het hem net zo min als Federer, al is hun marktwaarde onveranderd hoog. Ze strijken een veelvoud op van het bedrag dat gaat naar concurrenten die wellicht beter, maar ook veel minder bekend.

Wellicht krijgen ze zelfs meer betaald omdat het einde in zicht is. Volgens manager Hermens regent het aanvragen voor Gebrselassie. Veel wedstrijden willen hem aan de start voor een jubileum. Sommige wedstrijden willen hem zelfs als winnaar op de erelijst. Daar wordt de kracht van het deelnemersveld soms op aangepast. De vedette moet winnen.

Maar Gebrselassie loopt wedstrijden om een andere reden. Hij put op 40-jarige leeftijd uit dezelfde bron die hem in zijn tienerjaren de kracht gaf om het hardloopverbod van zijn arme vader te negeren, en te ontsnappen aan een pover bestaan op het Ethiopische platteland. Hij houdt van hardlopen, hij houdt van competitie. Hij geeft gehoor aan een diep verlangen van zijn lichaam en geest.

Gebrselassie: 'Hardlopen is deel van mijn leven. De vraag is alleen: hoe loop ik hard? Voor de grap of serieus? Als ik ren, wil ik de competitie opzoeken. Ik moet hard zweten. Waarom studeert een student? Voor zijn examen. Ik moet wedstrijden lopen. Dan je vragen: waarom? Mijn antwoord: het zit in mijn bloed. Je kunt het er niet zomaar uit halen of veranderen. Het is mijn natuur.'

Het antwoord is vermoedelijk herkenbaar voor Federer, die vaak zegt dat de liefde voor de sport hem nog jarenlang op de baan zal houden. Hij spiegelt zich eerder aan voorgangers als John McEnroe en Jimmy Connors, die na hun laatste grandslamzege nog een klein decennium met mindere resultaten in het profcircuit actief bleven, dan aan iemand als Björn Borg, die op zijn hoogtepunt afscheid nam (en later een mislukte rentree maakte).

De competitiedrang is allerminst vrijblijvend. Gebrselassie en Federer besteden slechts een fractie van hun tijd aan hun sport. Ze zijn veel meer uren kwijt aan verplichtingen als interviews, sponsorbijeenkomsten en handtekeningensessies. Gebrselassie: 'Ik kom hier voor 4 mijl, maar het voelt als 400 mijl. Maar ik klaag niet, ik ben het gewend. Het hoort erbij en het is nuttig.'

Alles is haast beter dan afscheid nemen, weet Gebrselassie uit ervaring. Drie jaar geleden kondigde hij na de marathon van New York spontaan het einde van zijn loopbaan aan. Hij was voortijdig uitgevallen met fysieke klachten en was gekrenkt in zijn trots. Alom werd getreurd over het abrupte einde van zijn loopbaan. Het duurde een week voordat hij terugkwam op zijn beslissing.

Sindsdien telt hij zijn zegeningen. In één wedstrijd kan hij tegenwoordig verliezen en winnen tegelijk, dankzij zijn leeftijd. Lachend: 'Er liggen veel wereldrecords voor 40-plussers op me te wachten.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden